Masterplan Droogdokken als inspiratie
Het Masterplan Droogdokken werkte een scenario uit voor de toekomstgerichte invulling van de Droogdokkensite. Het Masterplan stelde een behoud van de werkende droogdokken voor, zowel in functie van de museale werking als in functie van commerciële scheepsherstelling. De bestaande plannen rond Maritiem Museum en aanleg droogdokken werden overgenomen in het Masterplan, met waar mogelijk een bijkomende invulling. Zo werd op de 'Groene vinger' voorgesteld met modulaire bureaus de huisvesting van een innovatiecluster mogelijk te maken. Het masterplan schoof een gefaseerde ontwikkeling van de site naar voor met ontwikkeling van een duidelijke werking en identiteit reeds voor de opening van het Maritiem Museum in 2023. Gebaseerd op het voorbeeld van de NDSM-werf in het buitenland werd voorgesteld een gebiedsregisseur aan te stellen binnen een apart te creëren organisatie die voor de ontwikkeling van de site zou bemiddelen tussen de stad en derden.
Het Coördinatieoverleg Droogdokken stelde voor een aangepast scenario voor de ontwikkeling uit te schrijven dat bepaalde elementen overnam, maar ook sterk afwijkt:
Principes Droogdokkensite
Naar een open toegankelijke site voor het publiek
Vanaf 2018 verlaat het Havenbedrijf de site. Dan begint het gradueel transformatieproces om de site op te nemen in het stedelijk gebied en de werking van de stad Antwerpen. Dat heeft als doel de historische beschermde site maximaal te bewaren, maar tegelijk permanent toegankelijk te maken voor het grote publiek.
Beleefbaar als één ruimtelijk geheel
De Droogdokkensite dient zo ingericht dat het één herkenbare en samenhangende ruimte blijft van de Kattendijksluis in het Zuiden tot de Siberiabrug in het Noorden.Net als het groene en zachte Droogdokkenpark aan de westzijde van het Eiland, krijgt de Droogdokkensite een eigen duidelijk leesbaar karakter en vormgeving. Gekenmerkt door de ‘minerale’ of versteende maritieme sfeer. Om dit te bereiken zullen de beeldkwaliteitsprincipes van de directe omgeving van het Maritieme Museum (inrichting, straat- of dokmeubilair, materiaalkeuze, enzovoort) doorgetrokken worden voor de inrichting van de volledige zone.
Actieve plek
Het erfgoedkarakter van de Droogdokkensite resulteert niet in een dood monument maar in een levendige plek. Zo snel mogelijk na de overdracht is de stad Antwerpen actief op de Droogdokkensite en wordt er getracht continuïteit te creëren. De site biedt ruimte voor een vast programma, werken aan varend erfgoed, tijdelijke activiteiten, enzovoort binnen de duidelijke culturele bestemming, zowel voor als na de opening van het museum. Stedelijke diensten nemen hun intrek in de gebouwen.
Invulling Droogdokkensite
De Droogdokkensite huisvest het Maritiem Museum
De zone die onder het beheer van het maritiem museum valt omvat ook de droogdokken 1 tot en met 6. De droogdokken maken deel uit van de museale beleving. De plaatsing van de collectie gebeurt in functie van het gebruik van de ganse site. In het huidige concept wordt in AWN2 de museale functie ondergebracht en worden burelen en ateliers voorzien in AWN1 in functie van de werking van het museum en het beheer van de Droogdokkensite. De open ruimte van de museale site is overdag zo maximaal mogelijk vrij toegankelijk.
AWN1 en AWN2 worden gebruikt in afwachting van het Maritiem Museum
De bedrijfseenheid Cultuur, Sport, Jeugd en Onderwijs programmeert in AWN1 in afwachting van het Maritieme Museum. In AWN1 worden tijdelijke invullingen voorgesteld die een breed publieksbereik voor de erfgoedwerking mogelijk maken. Alle invullingen hebben een inhoudelijke link met de toekomstige bestemming als erfgoedsite voor maritiem erfgoed. Invullingen zijn beheersbaar op financieel vlak en op het vlak van veiligheid. De stadshavendienst en de dienst Cultuur, Jeugd, Sport en Onderwijs/Collectiebeheer nemen hun intrek in AWN2 zo spoedig mogelijk na de overdracht. Er worden ook flex-werkplekken voorzien voor de projectleiders van de verschillende programma-onderdelen zodat er ter plekke gewerkt en vergaderd kan worden in functie van de projecten.
Droogdokken 1,2 en 3 blijven (voorlopig) permanent nat en staan ter beschikking van het Maritiem Museum
Deze dokken worden niet meer gerenoveerd om als werkend droogdok te kunnen fungeren. Droogdok 1 blijft permanent nat en biedt ligplaatsen aan voor 'eyecatchers'. Droogdokken 2 en 3 worden meegenomen in de scenografie van het museum. In functie daarvan wordt beslist of ze permanent nat of permanent droog gerestaureerd worden.
Droogdokken 4,5 en 6 blijven behouden als actief, werkende dokken in functie van het Maritiem Museum
Een gefaseerde renovatie van de dokdeuren en desnoods leidingen en pompen laat het toekomstig gebruik als droogdok in functie van beheer en onderhoud van varend erfgoed mogelijk. De expertise voor droogzetting wordt opgebouwd binnen de stadshavendienst, in nauw overleg met de dienst Cultuur, Jeugd, Sport en Onderwijs/Collectiebeheer Maritiem Erfgoed. Het Havenbedrijf biedt in een overgangsfase ondersteuning.
Een 'Groene vinger' tussen dok 6 en 8 verbindt de Droogdokkensite met het Droogdokkenpark, en kan een nieuw Havenbelevingscentrum huisvesten.
De stad Antwerpen gaat in op de vraag van het provinciebestuur Antwerpen om het Havenbelevingscentrum te vestigen op de Droogdokkensite. Deze zone wordt voorgesteld om nader te onderzoeken waar de inplanting idealiter gebeurt.
Droogdokken 8,9 en 10 worden behouden als multifunctionele natte dokken
Deze droogdokken worden niet gerenoveerd om als werkende droogdokken te functioneren. Mits de nodige aanpassingen vormen ze een uitbreiding van de watervlakken op het Eilandje. In relatie tot de functies op de Droogdokkensite kunnen er onder meer rondvaartboten, historische schepen en/of riviercruises gemeerd worden.
Noordelijke kop: Zuidgericht hoger plateau met potentie zone voor toekomstige recreatieve ontwikkeling
Na wegtrekken van de werfzone voor de Royerssluis, en rekening houdend met het geplande vijzelgemaal, kan de Noordelijke kop ontwikkeld worden. Als mogelijke invulling wordt gedacht aan een recreatieve invulling. De invulling wordt vanaf 2024 verder bekeken.
Gefaseerde aanpak
De realisatie van het programma op de Droogdokkensite verloopt gefaseerd. In grote lijnen wordt er in drie onderscheiden fases gewerkt:
Organisatie programma
Het programma van de Droogdokkensite stoelt op 3 pijlers. Ten eerste wordt de Droogdokkensite ontwikkeld naar infrastructuur. AG VESPA regisseert de onderscheiden infrastructuurprojecten en stemt af met de opdrachtgevers. Ten tweede wordt ook al in aanloop naar de opening van het Maritiem Museum aan de programmatie gewerkt. Het MAS start reeds voor de opening van het Maritieme Museum een publiekswerking op, en stemt af met de stadshavendienst voor het nautische programma. Droogzettingen vormen een onderdeel van deze publiekswerking. Ten derde wordt het beheer van de site volop voorbereid en wanneer nodig opgenomen. Naast het klassieke onderhoud grijs, onderhoud groen, exploitatie van de gebouwen en reiniging wordt expertise opgebouwd om de watergebonden infrastructuur te kunnen beheren. De stadshavendienst neemt het beheer van de watervlakken op zich en coördineert de droogzetting nautisch-technisch. De taakverdeling van de onderscheiden onderdelen wordt in beeld gebracht in een RASCI-tabel en toegewezen aan de juiste diensten.
Het Coördinatieoverleg Droogdokken blijft behouden. Er wordt een projectgroep Droogdokken geïnstalleerd om de uitvoering van de verschillende onderdelen op te volgen. Een projectbureau met vertegenwoordigers van AG VESPA, strategische coördinatie/stadshavendienst en het MAS volgt de dagelijkse werking op en vormt het eerste aanspreekpunt.
Programma te begroten
De verschillende programmaonderdelen zijn verder te begroten. Bij budgetopmaak 2018 wordt onder de beleidsdoelstelling 1SBR03 ‘Bewoners en bezoekers beleven cultureel erfgoed in Antwerpen als een gedeelde grondstof en waarderen het verleden als een bron van kennis, inspiratie en genot’ een actieplan opgemaakt voor de programmatorische aanpak van de Droogdokkensite. De verschillende programmaonderdelen worden in diverse budgetrondes in detail begroot en opgenomen in het budget / meerjarenplan.
Overdracht Eilandje: protocol Stad-Havenbedrijf
In de zitting van 16 februari 2009 (jaarnummer 197) werd het samenwerkingsprotocol tussen de stad en het Havenbedrijf Antwerpen goedgekeurd door de gemeenteraad. Dit protocol kwam tot stand in het kader van de uitvoering van fase 1 van het Eilandje (het zuidelijk deel bestaande uit de Oude Dokken, Montevideo- en Cadixwijk) die als beleidsdoelstelling was opgenomen in het bestuursakkoord 2007-2012.
In dit protocol werden nieuwe afspraken gemaakt tussen de stad Antwerpen en het Havenbedrijf over de gebiedsafbakening van het Eilandje, over de herbestemming en ontwikkeling van het gebied, over de aansturing van de ontwikkeling, over de wijze en de timing van de overdracht van het gebied, over het concessiebeleid op het gebied, over de baten en lasten die met de overdracht en de herontwikkeling gepaard gaan en tenslotte over de overdracht en het beheer van de dokken en de bijbehorende infrastructuur.
Een aantal zones werden echter uitgesloten uit het protocol, waaronder de droogdokkensite: het complex Algemene Werkhuizen Noord (AWN) op de Droogdokkenweg. Er werden nog geen aanvullende formele afspraken gemaakt in verband met de overdracht van het complex. Het Havenbedrijf bereidt intern een verhuis van haar diensten voor. Als einddatum voor activiteit op de huidige site wordt 31 december 2017 vooropgesteld. Een overdracht vanaf 1 januari 2018 is dan ook mogelijk. Er wordt nu een plan van aanpak voorgesteld om deze overdracht praktisch voor te bereiden. De denkoefening over de inhoudelijke invulling is reeds eerder van start gegaan.
De droogdokkensite
In 2011 maakte het ontwerpbureau Van Belle & Medina + Vogt, een globale visie op voor het Droogdokkeneiland. Er werd een combinatie voorzien van een parkgedeelte aan de westzijde, het Droogdokkenpark, en een erfgoedsite met een maritiem museum ter hoogte van de droogdokkensite, het complex Algemene Werkhuizen Noord op de Droogdokkenweg.
Op basis van deze visie werd een Ruimtelijk Uitvoeringsplan (RUP) voor het droogdokkeneiland opgemaakt, dat in september 2013 werd goedgekeurd. Het RUP voorziet gemengde functies op de site (groen en stedelijke functies) en er zijn drie bouwkaders afgebakend met stedelijke functies, waarvan één op de AWN-site ter hoogte van de huidige gebouwen, en één ten noorden van de site ter hoogte van de Suez- en Panamaloods.
In 2014 werd een haalbaarheidsstudie opgestart voor een maritiem museum op de Droogdokkensite. De studie werd uitgevoerd in opdracht van AG VESPA door Compagnie O architecten en onderzocht beide bouwkaders op de site. Ze toetste de beschikbare oppervlakte af aan het programma, maakte een inventaris van ontwikkelingsmogelijkheden en –beperkingen, onderzocht de faseerbaarheid en schetste een ruwe raming. Op 27 maart 2015 nam het college kennis van de resultaten van de haalbaarheidsstudie en besliste de AWN-site als voorkeurslocatie te weerhouden (jaarnummer 2473). Het college nam ook kennis van het planningstraject en besliste om de opmaak van de projectdefinitie en de architectuurwedstrijd nog deze legislatuur op te starten. Aan de bedrijfseenheid Cultuur, Sport, Jeugd en Onderwijs werd de opdracht gegeven om het museumconcept en het collectieplan voor de betreffende maritieme collecties verder uit te werken. AG VESPA kreeg de opdracht om de projectcoördinatie voor het Maritiem Museum op zich te nemen en een samenwerkingsovereenkomst voor volledige projectcoördinatie op te maken.
Op 3 april 2015 besliste het college om het project Maritiem Park in te dienen voor de negende oproep Stadsvernieuwing van de Vlaamse overheid en conceptsubsidie aan te vragen (jaarnummer 2740). Met deze subsidie wil de stad een programmatorisch masterplan voor de hele droogdokkensite laten opmaken. Op 19 oktober 2015 kende de Vlaams minister van Stedenbeleid de conceptsubsidie van 90.000,00 euro toe. Op 15 februari 2016 keurde het directiecomité van AG VESPA het bestek voor de conceptbegeleiding van het Maritiem Park Droogdokkeneiland goed en besliste het ter kennisname voor te leggen aan de raad van bestuur. Op 11 april 2016 besliste het directiecomité van AG VESPA om de conceptbegeleiding programmatorisch masterplan te gunnen aan het team 51N4E - ndvr - RebelGroup - Witteveen + Bos.
Op 7 juli 2016 nam het college kennis van het museumconcept voor het Maritiem Museum op de Droogdokkensite (jaarnummer 5813).
Het Coördinatieoverleg Droogdokken, waarvan de oprichting door het college werd goedgekeurd op 10 juni 2016 (jaarnummer 5094), maakt op basis van het programmatorisch masterplan de vertaling op vlak van budget, infrastructuur en personeel en bereidt de formele besluitvorming voor op belangrijke mijlpalen. Het programmatorisch masterplan werd toegelicht aan het Coördinatieoverleg Droogdokken op 5 december 2016. Na bespreking werd beslist een aangepast scenario uit te werken voor de toekomstige invulling van de Droogdokkensite. Het Masterplan Droogdokken werd daarvoor als inspiratiebron gebruikt, maar niet op alle punten gevolgd.
De kostprijs van het programma is verder te begroten in de volgende budgetrondes:
| Budgetronde | Investering | Exploitatie | Potentiële inkomsten |
| Budgetopmaak 2018 |
|
|
|
| Budgetopmaak 2019 |
|
||
| Opmaak MJP 2020-2025 |
|
|
|
Het college keurt de principes voor de invulling van de Droogdokkensite goed:
Het college keurt de voorgestelde invulling van de Droogdokkensite goed als actieve en dynamische erfgoedsite die
Het college keurt de collegiale brief aan het provinciebestuur goed.
Het college geeft opdracht om de verscheidene programmaonderdelen verder in detail te begroten.
Het college geeft opdracht aan:
| dienst | taak |
| AG VESPA |
|
| SW |
|
| AG Vespa en SB |
|
| CS |
|
| CS en SC/stadshavendienst |
|
| CS en SB |
|
| SB |
|
| SC/stadshavendienst |
|
| OS |
|