In de decentralisatiebesluiten worden een aantal voorstellen gedaan voor de uitwerking van kaders die de samenwerking bevorderen. Het betreft voorstellen tot uitwerken van kaders om de de ambtelijke en politieke samenwerking te versterken. Het college vraagt aan het managementteam om deze voorstellen verder uit te werken tegen 1 januari 2019.
De antwoorden op de adviezen van de districtsraden en stedelijke adviesorganen zijn geclusterd opgenomen in bijlage.
Artikel 282 van het Gemeentedecreet over de mogelijkheid van de gemeenteraad, het college en de burgemeester om bevoegdheden over te dragen aan de districtsraden, districtscolleges en districtsvoorzitters.
Artikel 285 van het Gemeentedecreet over de adviesbevoegdheid van de districtsraden
Op 20 december 1999 besliste de gemeenteraad de binnengemeentelijke decentralisatie naar wettelijk model in te voeren (jaarnummer 3128). Overeenkomstig artikel 340 van de Nieuwe Gemeentewet, op 15 juli 2005 vervangen door artikel 282 van het Gemeentedecreet, besliste de burgemeester, het college en de gemeenteraad bevoegdheden van gemeentelijk belang waarover zij beschikken over te dragen naar de voorzitters van de districtsraden, het districtscollege en de districtsraad.
Op 29 januari 2013 (jaarnummer 35) keurde de gemeenteraad het bestuursakkoord stad Antwerpen 2013-2018 goed. Resolutie 411 van dit bestuursakkoord bepaalt: "Een stadsbrede oefening is nodig om te onderzoeken welke bevoegdheden op termijn naar de districten kunnen gaan. Hierbij wordt gedacht aan persoonsgebonden materies zoals lokaal cultuur-, bib-, sport-, jeugd-en seniorenbeleid. Dit zijn zaken waarvoor een district principieel in aanmerking kan komen."
Op 25 april 2014 (jaarnummer 4463) keurde het college het decentralisatieprogramma 2014-2019 goed. Eén van de doelstellingen die in dit decentralisatieprogramma werden opgenomen, stelt dat de bevoegdheden en taken van de districten dienen verfijnd te worden (doelstelling 3, realisatie 2014-2017). Om deze verfijning te realiseren werd eerst een gecoördineerde versie van de bestaande besluitvorming rond de binnengemeentelijke decentralisatie opgemaakt. Deze werden goedgekeurd op het college van 6 maart 2015 (jaarnummer 1791) en de gemeenteraad van 30 maart 2015 (jaarnummer 146).
Het college gunde op 5 december 2014 (jaarnummer 12362) een onderzoek naar de mogelijkheden en opportuniteiten tot bijsturing van het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel. Hierbij wordt uitgegaan van volgende uitgangspunten:
De voorliggende voorstellen van nieuwe besluiten rond binnengemeentelijke decentralisatie (bevoegdhedenbesluit, middelenbesluit en werkkader) werden voorgelegd aan de districtscolleges tijdens werkoverleggen op 20 en 27 oktober 2016, 9, 10,21,24 en 29 november 2016 en 1 december 2016. Het ontwerp werd besproken op een gemeenschappelijke raadscommissie stad-districten op 15 maart 2017. Vervolgens werd het advies gevraagd van de districtsraden en van de conferentie van afgevaardigden van de districtsadviesraden cultuur, sport, jeugd en senioren.
Het advies van de conferentie van districtsadviesraden jeugd en het antwoord hierop is opgenomen in de bijlage.
Het advies van de “Seniorenraad Stad Antwerpen” en het antwoord hierop is terug te vinden in de bijlage.
Het advies van de "stedelijke sportraad" en het antwoord hierop is terug te vinden in de bijlage.
Het advies van de "stedelijke cultuurraad" en het antwoord hierop is terug te vinden in de bijlage.
Hoofdstuk 2.3. afdeling d:
Hoofdstuk 3.1.1. Aanpassing BOSA
1) Overlegmomenten formaliseren
2) Procedure brieven en adviezen
3) Hoofdstuk 3.1.3.: Cultuur van samenwerking
De districtsraad adviseert om met dit ontwerp “delegatiebesluiten binnengemeentelijke decentralisatie” de adviezen van alle districtsadviesraden én stedelijke adviesraden (of conferentie van afgevaardigden) te vragen, hen hiervoor voldoende tijd te geven om hun advies uit te schrijven, en hun advies effectief af te wachten. De districtsraad adviseert om deze adviezen ernstig te nemen en effectief aanpassingen door te voeren naar aanleiding van deze adviezen. De districtsraad adviseert om het democratisch gehalte van het districtsniveau te versterken door een structurele oplossing te zoeken voor het ‘dagelijks bestuur’, zodat de districtsraad wel degelijk beslissingsrecht krijgt. De districtsraad adviseert daarom het stadsbestuur om in gesprek te gaan met de Vlaamse Overheid om een aanpassing van decreet te doen, dat er voor zorgt dat de districtsraad zélf moet beslissen welke bevoegdheden binnen dagelijks bestuur gedelegeerd worden aan het districtscollege en welke niet.
De districtsraad vindt het informeren en betrekken van burgers bij de heraanleg van openbaar domein erg belangrijk. Dat informeren moet op een transparante en uniforme wijze gebeuren in heel de stad. Daarom adviseert de districtsraad om procedure vast te leggen met duidelijke regels om burgers tijdig en zichtbaar te informeren over de heraanleg van openbaar domein.
Voor de trekkingsrechten dient een regeling uitgewerkt te worden in geval van betwisting over de verbruikte werktijd. Bijvoorbeeld bij het niet opnemen en uitwerken van expliciete vragen van het district, procedurefouten, ed…Deze kunnen slechts in mindering worden gebracht van de voorziene trekkingsrechten voor een project na overleg en akkoord met het district.
Er dient vastgelegd te worden wie punten op de agenda kan zetten voor een Raad van Overleg, enkel stad, enkel districten, of beide. Er dient ook bepaald of de oude regeling nog dient behouden te blijven waarbij meerdere districten samen een Raad van Overleg kunnen vragen.
Hoofdstuk 2.4. afdeling d: Trekkingsrechten: er dient een regeling uitgewerkt wanneer er een betwisting is over de verbruikte werktijd, bvbwanneer plannen moeten worden teruggestuurd voor verwerking omwille van procedurefouten, het niet opnemen en uitwerken van expliciete vragen, voorwaarden en eisen etc. Deze kunnen slechts in mindering worden gebracht van de voorziene trekkingsrechten voor een project na overleg en akkoord met het district.
Hoofdstuk 3.1.1. ten eerste, overlegmomenten: er dient vastgelegd wie punten op de agenda kan zetten voor een Raad van Overleg, enkel stad, enkel districten of beide. Er dient ook bepaald of de oude regeling nog dient behouden waarbij meerdere districten samen een raad van overleg kunnen vragen.
Hoofdstuk 3.1.3.: de districtsraden en –colleges krijgen het recht om ambtenaren te vragen uitleg en informatie te verstrekken over zaken die het district aanbelangen op de vergaderingen van de raad en van het college.
Het college keurt de bijgevoegde lijst met principes van samenwerkingskaders goed.
Het college geeft opodracht aan:
| Dienst | Taak |
| Managementteam | Samenwerkingskaders uitwerken tegen 1 januari 2019 |
| Districts en -Loketwerking | Principes samenwerkingskaders ter kennisname voorleggen aan de gemeenteraad, districtscolleges en districtsraden |