Terug

2017_CBS_04463 - Binnengemeentelijke decentralisatie - Delegatie bevoegdheden - college van burgemeester en schepenen - districtscolleges - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 12/05/2017 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Caroline Bastiaens, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2017_CBS_04463 - Binnengemeentelijke decentralisatie - Delegatie bevoegdheden - college van burgemeester en schepenen - districtscolleges - Goedkeuring 2017_CBS_04463 - Binnengemeentelijke decentralisatie - Delegatie bevoegdheden - college van burgemeester en schepenen - districtscolleges - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Argumentatie

In het kader van de verfijning van de bevoegdheden en taken van de districten dienen in uitvoering van het bestuursakkoord een aantal stappen te worden ondernomen.

De eerste stap bestond uit het scherpstellen van de overgedragen bevoegdheden zoals ze nu zijn. Daarom werden 13 besluiten van verschillende stedelijke bestuursorganen over de periode 2000-2014 opgeheven en vervangen door 2 coördinatiebesluiten bevoegdheden districten.

In een tweede stap werd een onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden en opportuniteiten tot bijsturing van het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel.
De derde en laatste stap is een verdere scherpstelling en delegatie van de bevoegdheden naar de districtsraden en -colleges.

De decentralisatiebesluiten met betrekking tot de bevoegdheden vinden ingang vanaf 1 januari 2019. Het gemeenteraadsbesluit van 30 maart 2015 (jaarnummer 146) over de coördinatie van bevoegdheden van districten wordt hiertoe opgehoffen met ingang van 1 januari 2019.

In bijlage bij dit besluit wordt meer toelichting gegeven bij de overgedragen bevoegdheden.

De antwoorden op de adviezen van de districtsraden en stedelijke adviesorganen zijn geclusterd opgenomen in bijlage. 

Juridische grond

Artikel 282 van het Gemeentedecreet over de mogelijkheid van de gemeenteraad, het college en de burgemeester om bevoegdheden over te dragen aan de districtsraden, districtscolleges en districtsvoorzitters. Artikel 285 van het Gemeentedecreet over de adviesbevoegdheid van de districtsraden

Aanleiding en context

Op 20 december 1999 besliste de gemeenteraad de binnengemeentelijke decentralisatie naar wettelijk model in te voeren (jaarnummer 3128). Overeenkomstig artikel 340 van de Nieuwe Gemeentewet, op 15 juli 2005 vervangen door artikel 282 van het Gemeentedecreet, besliste de burgemeester, het college en de gemeenteraad bevoegdheden van gemeentelijk belang waarover zij beschikken over te dragen naar de voorzitters van de districtsraden, het districtscollege en de districtsraad.  Op 29 januari 2013 (jaarnummer 35) keurde de gemeenteraad het bestuursakkoord stad Antwerpen 2013-2018  goed. Resolutie 411 van dit bestuursakkoord bepaalt: "Een stadsbrede oefening is nodig om te onderzoeken welke bevoegdheden op termijn naar de districten kunnen gaan. Hierbij wordt gedacht aan persoonsgebonden materies zoals lokaal cultuur-, bib-, sport-, jeugd-en seniorenbeleid. Dit zijn zaken waarvoor een district principieel in aanmerking kan komen."

Op 25 april 2014 (jaarnummer 4463) keurde het college het decentralisatieprogramma 2014-2019 goed. Eén van de doelstellingen die in dit decentralisatieprogramma werden opgenomen, stelt dat de bevoegdheden en taken van de districten dienen verfijnd te worden (doelstelling 3, realisatie 2014-2017). Om deze verfijning te realiseren werd eerst een gecoördineerde versie van de bestaande besluitvorming rond de binnengemeentelijke decentralisatie opgemaakt. Deze werden goedgekeurd op het college van 6 maart 2015 (jaarnummer 1791) en de gemeenteraad van 30 maart 2015 (jaarnummer 146).

Het college gunde op 5 december 2014 (jaarnummer 12362) een onderzoek naar de mogelijkheden en opportuniteiten tot bijsturing van het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel. De Universiteit Tilburg startte het onderzoek op 1 april 2015. Het college nam op 15 januari 2016 (jaarnummer 348) kennis van de resultaten van het onderzoek. Het onderzoek bevat een aantal aanbevelingen om het samenwerkingsmodel te versterken. Het college nam ook kennis van een discussienota over de versterking van het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel. Hierbij wordt uitgegaan van volgende uitgangspunten:

  • de districten responsabiliseren, op het vlak van bevoegdheden, financiële en personele middelen;
  • transparantie en duidelijkheid verbeteren;
  • samenwerking versterken;
  • lokale binding verstevigen.

De voorliggende voorstellen van nieuwe besluiten rond binnengemeentelijke decentralisatie (bevoegdhedenbesluit, middelenbesluit en werkkader) werden voorgelegd aan de districtscolleges tijdens werkoverleggen op 20 en 27 oktober 2016, 9, 10, 21, 24 en 29 november 2016 en 1 december 2016. Het ontwerp werd besproken op een gemeenschappelijke raadscommissie stad-districten op 15 maart 2017. Vervolgens werd het advies gevraagd van de districtsraden en van de conferentie van afgevaardigden van de districtsadviesraden cultuur, sport, jeugd en senioren.

Algemene financiƫle opmerkingen

De momenteel stedelijk voorziene middelen voor de over te dragen bevoegdheden worden overgedragen aan de districten. De budgetten worden toegevoegd aan de algemene dotatie en verdeeld volgens de huidige verdeelsleutel. Dit wordt verwerkt bij budgetopmaak 2019.

Adviezen

Conferentie van districtsadviesraden jeugd Gunstig onder voorwaarden

Het advies van de conferentie van districtsadviesraden jeugd en het antwoord hierop werd opgenomen in de bijlage.

Conferentie van districtsadviesraden sport Gunstig onder voorwaarden

Het advies van de "stedelijke sportraad" en het antwoord hierop is terug te vinden in de bijlage.

Conferentie van districtsadviesraden senioren Gunstig onder voorwaarden

Het advies van de “Seniorenraad Stad Antwerpen” en het antwoord hierop is terug te vinden in de bijlage.

Conferentie van districtsadviesraden cultuur Gunstig onder voorwaarden

Het advies van de "stedelijke cultuurraad" en het antwoord hierop is terug te vinden in de bijlage.

Districtsraad Deurne Gunstig onder voorwaarden

Opmerkingen bij Hoofdstuk II 1.2:

  • Artikel 6: Ook de bevoegdheden inzake Stadsmakers worden volledig aan de districten overgedragen.
  • Buurtregie en wijkwerking op maat worden een gedeelde bevoegdheid. De operationele eindverantwoordelijkheid wordt bij de districtssecretaris gelegd. De districtssecretaris zal voor deze taak in matrix worden aangestuurd door stad en district.
  • In de fase van de projectdefinitie van een lokaal project is het aangewezen dat het district een voorstel van mobiliteitsvoorwaarden formuleert. Gelet op de expertise van het district wordt dat voorstel bij voorkeur gevolgd. Enkel als in het licht van de ruimere omgeving (grensoverschrijdend) en er (mogelijke) verkeersituatie problemen aangetoond kunnen worden, zou slechts in voorkomend geval het stadsbestuur het voorstel van het district in deze gemotiveerd mogen afwijzen en wordt desgevallend een nieuw voorstel besproken met het districtscollege. In de fase van de projectdefinitie van een bovenlokale weg opgenomen in de limitatieve lijst worden er in consensus tussen stad en district uitgangspunten, kaders en voorwaarden bepaald.
Districtsraad Berendrecht-Zandvliet-Lillo Gunstig onder voorwaarden

De districtsraad verleent gunstig advies onder voorwaarden over het in de nota vermelde voorstel van bevoegdhedenbesluit tot delegatie van bevoegdheden van het college van burgemeester en schepenen naar de districtscolleges met volgende opmerkingen:

  • In de fase van de projectdefinitie van een lokaal project openbaar domein is het aangewezen dat het district zelf een voorstel van mobiliteitsvoorwaarden formuleert. Gelet op de kennis en de ervaring van het district wordt het advies bij voorkeur gevolgd. Slechts indien er in het kader van de verkeersveiligheid een probleem zou kunnen worden aangetoond, zou het stadsbestuur het voorstel van het district gemotiveerd mogen afwijzen en wordt een aangepast voorstel besproken met het district. (Hfst.II,1,1.2, artikel 11 en hfst.II,1,1.4.10).
Districtsraad Antwerpen Gunstig onder voorwaarden
  • Artikel 4: er dient bepaald te worden wie verantwoordelijk is voor het onderhoud van publieke speelterreinen van andere overheden maar waarvan het onderhoud door de stad gebeurt.
  • Artikel 6: ook de bevoegdheden inzake Opsinjoren worden volledig aan de districten overgedragen.
  • Artikel 10: lokale middenstandsraad wordt gedefinieerd als: “lokale middenstandsraad met lokale handelaarsverenigingen waaronder alle handelaars buiten het toeristisch centrum vallen.
  • In de fase van de projectdefinitie van een lokaal project formuleert het district de mobiliteitsvoorwaarden.
    Enkel als in het licht van de ruimere omgeving (grensoverschrijdend, buiten de betreffende lob van de zone 30) er verkeerssituatieproblemen kunnen aangetoond worden, kan het stadsbestuur het voorstel gemotiveerd afwijzen en wordt een nieuw voorstel besproken met het districtscollege.
  • Er dient verder bepaald wie budgettair verantwoordelijk is voor het onderhoud van het publiek groendomein van andere overheden maar waarvan het onderhoud door de stad gebeurt.
  • Artikel 13: De beschreven gang van werken werkt zeer goed voor grote projecten, maar is te omslachtig voor kleine projecten. Vb: het district wenst bewoners te ondersteunen bij aanleg geveltuinen of groenslingers op bovenlokaal publiek domein of wenst tijdelijke bloemkorven aan te brengen op bovenlokaal publiek domein.
Districtsraad Berchem Gunstig onder voorwaarden
  • Buurtregie en wijkwerking op maat worden best een gedeelde bevoegdheid. Idealiter ligt de eindverantwoordelijkheid bij de districtssecretaris die voor deze taak door stad en district in matrix wordt aangestuurd. Het district is immers het eerste aanspreekpunt voor de burger en moet dan ook meer zicht en zeggenschap kunnen hebben betreffende de aanpak van lokale wijkgebonden samenlevingsproblemen
  • Buurtsport: Het voorstel waarbij de districten worden betrokken bij het opstellen van de parameters en het afbakenen van wijken voor buurtsport is positief. Idealiter vragen we hier wel verder te decentraliseren tot een volledige overdracht naar de districten.
  • Er dient verder nog te worden bepaald wie budgettair verantwoordelijk is voor het onderhoud van publiek domein of groendomein in eigendom van andere overheden, maar waarvan het onderhoud door de stad gebeurt.

  • In de fase van de projectdefinitie van een lokaal project is het aangewezen dat het district een voorstel van mobiliteitsvoorwaarde formuleert. Gelet op de expertise van het district betreffende het lokale domein wordt dit voorstel bij voorkeur gevolgd. Enkel als in het licht van de ruimere omgeving (grensoverschrijdend) en er verkeerstechnisch problemen kunnen worden aangetoond door de experten van de stad, kan het voorstel van het district gemotiveerd worden afgewezen en wordt in samenspraak gezocht naar een nieuw voorstel.

  • Het district wenst sportsites en –parken in beheer en onderhoud bovenlokaal te houden.

  • Het district wenst dat de huidige bovenlokale infrastructuur voor wat betreft sport, cultuur en jeugd als minimum geldt voor het toekomstige aanbod.

Districtsraad Borgerhout Ongunstig advies

De districtsraad vraagt volgende tekstwijzigingen aan het document 'Delegatiebesluiten binnengemeentelijke decentralisatie':

Artikel 4 (pagina 7) over bevoegdheden jeugd:

  • toevoegen: de uitvoering van het reglement lokale jeugdsubsidies
  • schrappen: de uitvoering van het reglement toelagen voor infrastructuur van lokale jeugdverenigingen

Extra artikel over bevoegdheden vergunningen:

  • Het district krijgt adviesbevoegdheid bij het toekennen of verlengen van een vergunning

Artikel 13 (pagina 9) over besteden van budget buiten de districtsbevoegdheden:

  • Het college van burgemeester en schepenen keurt goed dat indien een districtsbestuur budget wenst te voorzien buiten zijn bevoegdheden, dit kan mits toelating van het college van burgemeester en schepenen. Als het college van burgemeester en schepenen budget wenst te voorzien buiten zijn bevoegdheden, dan vraagt het college van burgemeester en schepenen toelating aan het betrokken districtscollege of de betrokken districtscolleges.
    schrappen en vervangen door:
    Indien een districtsbestuur budget wenst te voorzien buiten zijn bevoegdheden, kan dit mits melding aan het college van burgemeester en schepenen. Als het college van burgemeester en schepenen budget wenst te voorzien buiten zijn bevoegdheden, dan meldt het college van burgemeester en schepenen dit aan het betrokken districtscollege of de betrokken districtscolleges.

In het hoofdstuk 'toelichting bij artikelen' wordt bij het onderdeel 1.4.5 Participatie en verenigingsleven op pagina 24 op de tweede alinea volgende tekst toegevoegd:

  • Een centrale dienst wijkoverleg, voor expertiseopbouw en ondersteuning van de districten, blijft bestaan
Districtsraad Ekeren Gunstig onder voorwaarden

bij Hoofdstuk II 1.2:

  • Artikel 3: Bij te voegen: de uitvoering van het reglement toelagen voor infrastructuur van lokale sportverenigingen.
  • Kan er uitgezocht worden of in uitzonderlijke en grote projecten het mogelijk blijft dat de stad ondersteuning blijft geven, ook voor lokale jeugdverenigingen.
  • Artikel 6: ook de bevoegdheden inzake Opsinjoren worden volledig aan de districten overgedragen
  • Artikel 11: In de fase van de projectdefinitie van een lokaal project formuleert het district de mobiliteitsvoorwaarden. Enkel als in het licht van de ruimere omgeving er verkeerssituatieproblemen kunnen aangetoond worden, kan het stadsbestuur het voorstel gemotiveerd afwijzen en wordt een nieuw voorstel besproken met het districtscollege.
Districtsraad Hoboken Gunstig onder voorwaarden
  1. De districtsraad vraagt dat met de overdracht van bevoegdheden ook de daarvoor voorziene middelen worden overgedragen.
  2. Versnipperen van centrale middelen: Voor jeugd is er de overheveling van de infrastructuur subsidies. Daar waar dit thans centraal via de stad geregeld werd en waarbij een tweetal aanvragen jaarlijks behandeld werden dreigen de verenigingen te moeten afhangen van een meerjarenplanning door de versnippering van het budget wanneer deze naar de 9 districten herverdeeld wordt. Hier moeten we als districten naar het belang van de jeugdverenigingen durven kijken over de districtsgrenzen heen. Het district vraagt dat uitgezocht wordt of in uitzonderlijke en grote projecten het mogelijk blijft dat de stad ondersteuning blijft geven voor lokale jeugdverenigingen.
  3. Initiatiefrecht districten Raad van Overleg: Het besluit is niet duidelijk over het behouden van het initiatiefrecht van de districten om gezamenlijk een Raad van Overleg te vragen. Wij willen dit recht gegarandeerd zien in het nieuwe BOSA aangezien het een krachtig instrument is om als districten wanneer nodig het stadsbestuur te vragen voor een overleg.
  4. Vrijheid van communicatie: De wachttijd van 40 werkdagen ( = 8 weken) lijkt ons ook behoorlijk lang alvorens over te gaan tot het agenderen van collegiale brieven op de gemeenteraad wanneer een antwoord uit blijft. Dit kan leiden tot een vertraging van 3 maanden in het slechtste geval om een effectieve behandeling te krijgen van de collegiale brief. Graag de wachttijd terugbrengen tot een maand.
  5. Voor bouwprojecten die een impact hebben op de mobiliteit, zoals grote bouwprojecten (scholen, supermarkten,... die geen RUP of masterplan omhelzen), moet advies gevraagd worden aan het district vooraleer het definitieve dossier wordt klaargemaakt voor CBS.
Districtsraad Merksem Gunstig advies

Geen opmerkingen

Districtsraad Wilrijk Gunstig onder voorwaarden

Met betrekking tot jeugd:

  • Mogelijkheid om jeugdcentrum te decentraliseren voorzien.
  • Convenanten en samenwerkingsovereenkomsten veel meer per district.

Met betrekking tot mobiliteit:

  • In de fase van de projectdefinitie van een lokaal project is het aangewezen dat het district een voorstel van mobiliteitsvoorwaarden formuleert. Gelet op de expertise van het district wordt dat voorstel bij voorkeur gevolgd. Enkel als in het licht van de ruimere omgeving (grensoverschrijdend) en er (mogelijke) verkeerssituatie problemen aangetoond kunnen worden, zou slechts in voorkomend geval het stadsbestuur het voorstel van het district in deze gemotiveerd mogen afwijzen en wordt  desgevallend een nieuw voorstel besproken met het districtscollege, waarna dit ter goedkeuring kan worden voorgelegd aan het College van Burgemeester en Schepenen.

Beleidsdoelstellingen

7 - Sterk bestuurde stad
1TSB09 - Het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel brengt het beleid dichter bij de burger
1TSB0902 - We sturen het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel bij zodat de beleidsbevoegdheden op het juiste bestuursniveau (kunnen) worden geplaatst
7 - Sterk bestuurde stad
1TSB09 - Het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel brengt het beleid dichter bij de burger
1TSB0902 - We sturen het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel bij zodat de beleidsbevoegdheden op het juiste bestuursniveau (kunnen) worden geplaatst
1TSB090202 - Beleidsbevoegdheden zijn op het meest geschikte beleidsniveau geplaatst

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist om het besluit van het college van 6 maart 2015 (jaarnummer 1791) over de coördinatie van bevoegdheden van districten op te heffen met ingang van 1 januari 2019.

Artikel 2

Het college beslist de volgende bevoegdheden over cultuur over te dragen aan de districtscolleges:

  • het beheer van een lokaal cultureel ontmoetingscentrum;
  • de ondersteuning van lokale culturele verenigingen;
  • de organisatie van (eigen) lokale culturele activiteiten;
  • de ondersteuning van lokale culturele activiteiten door derden;
  • volledige ondersteuning van werking van lokale cultuurraden;
  • de ondersteuning van lokale culturele erfgoedverenigingen;
  • de organisatie en ondersteuning van lokale culturele erfgoedprojecten en -activiteiten;
  • het organiseren en ondersteunen van activiteiten in bibliotheken;
  • het organiseren en ondersteunen van lokaal cultuur-educatieve activiteiten in samenwerking met het deeltijds kunstonderwijs.

Artikel 3

Het college beslist de volgende bevoegdheden over sport over te dragen aan de districtscolleges:

  • de uitvoering van het budget voor de aanleg, heraanleg en onderhoud van lokale pleinen met sportaccommodatie;
  • de organisatie van (eigen) lokale sportactiviteiten;
  • de ondersteuning van lokale sportactiviteiten door derden;
  • de ondersteuning van lokale sportverenigingen;
  • de ondersteuning van de werking van de lokale adviesraad voor sport.

Artikel 4

Het college beslist de volgende bevoegdheden over jeugd over te dragen aan de districtscolleges:

  • de uitvoering van het budget voor de aanleg, heraanleg en onderhoud van lokale speelterreinen;
  • de organisatie van (eigen) lokale jeugdactiviteiten;
  • de ondersteuning van lokale jeugdactiviteiten door derden;
  • de ondersteuning van lokale jeugdverenigingen;
  • de ondersteuning van de werking van de lokale adviesraad voor jeugd;
  • vrijwillige monitorenwerking;
  • de uitvoering van het reglement toelagen voor infrastructuur van lokale jeugdverenigingen.

Artikel 5

Het college beslist de volgende bevoegdheden over senioren over te dragen aan de districtscolleges:

  • de organisatie van (eigen) lokale seniorenactiviteiten;
  • de ondersteuning van lokale seniorenactiviteiten door derden;
  • de ondersteuning van lokale seniorenverenigingen;
  • de ondersteuning van de werking van de lokale adviesraad voor senioren.

Artikel 6

Het college beslist de volgende bevoegdheden over participatie en verenigingsleven over te dragen aan de districtscolleges:

  • organisatie van inspraak en participatie over het lokaal beleid;
  • het toekennen volgens reglement van districtsbudgetten aan specifieke wijk-of burgerinitiatieven;
  • de ondersteuning van wijkverenigingen
  • de ondersteuning van wijkactiviteiten en projecten in de wijk.

Artikel 7

Het college beslist de volgende bevoegdheden over evenementen en feestelijkheden over te dragen aan de districtscolleges:

  • de organisatie van (eigen) lokale evenementen;
  • de ondersteuning van lokale evenementen door derden.

Artikel 8

Het college beslist de volgende bevoegdheden over communicatie over te dragen aan de districtscolleges:

  • communicatie over het lokale beleid, lokale initiatieven en lokale activiteiten;
  • promotie van het aanbod aan lokale activiteiten.

Artikel 9

Het college beslist de volgende bevoegdheden over markten en foren over te dragen aan de districtscolleges:

  • de organisatie van een lokale openbare markt of foor, waaronder het marktplan en de begin-en einduren;
  • de occasionele wijziging van een lokale openbare markt of foor: plaats, tijdstip, thema, ...;
  • de praktische organisatie van een lokale marktcommissie.

Artikel 10

Het college beslist de volgende bevoegdheden over lokale middenstand en handelaars over te dragen aan de districtscolleges:

  • de organisatie van een lokale middenstandsraad met lokale handelaarsverenigingen;
  • de ondersteuning van lokale activiteiten van handelaarsverenigingen;
  • feestverlichting.

Artikel 11

Het college beslist de volgende bevoegdheden over openbaar domein over te dragen aan de districtscolleges:
De uitvoering van het budget voor:

  • aanleg, heraanleg en onderhoud van lokale straten en pleinen;
  • aanleg, heraanleg en onderhoud van lokale verkeersbegeleidende maatregelen;
  • plaatsen, herplaatsen en onderhoud van openbare verlichting op lokale straten en pleinen;
  • plaatsen, herplaatsen en onderhoud van lokaal straatmeubilair.

Artikel 12

Het college beslist de volgende bevoegdheden over groen over te dragen aan de districtscolleges:

  • De uitvoering van plannen en budget voor lokale parken, groenaanplantingen en begraafplaatsen:
    • planten, heraanplanten en groenonderhoud van de groenaanplantingen en bomen op het lokaal publiek domein;
    • plaatsen, herplaatsen en groenonderhoud van mobiel groen op het lokaal publiek domein;
    • aanleg, heraanleg en groenonderhoud van grachten en vijvers in lokale parken;
    • aanleg, heraanleg en onderhoud van wegen in lokale parken en op lokale begraafplaatsen;
    • plaatsen, herplaatsen en onderhoud van openbare verlichting in lokale parken en op lokale begraafplaatsen;
    • plaatsen, herplaatsen en onderhoud van straatmeubilair in lokale parken en op lokale begraafplaatsen.
  • De goedkeuring voor het vellen van bomen op lokaal openbaar domein.

Artikel 13

Het college keurt goed dat indien een districtsbestuur budget wenst te voorzien buiten zijn bevoegdheden, dit kan mits toelating van het college. Als het college budget wenst te voorzien buiten zijn bevoegdheden, dan vraagt het college toelating aan het betrokken districtscollege of de betrokken districtscolleges.

Artikel 14

Het college beslist om het budget dat momenteel stedelijk is voorzien voor de bevoegdheden die worden overgedragen, over te dragen aan de districten en toe te voegen aan de algemene dotatie met ingang van 1 januari 2019.

Artikel 15

Het college beslist dat dit besluit in werking treedt op 1 januari 2019.

Artikel 16

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.

Artikel 17

Het college geeft opdracht aan

Dienst Taak
Districts- en loketwerking  Het delegatiebesluit van bevoegdheden ter kennis voor te leggen aan de districtscolleges en districtsraden

Bijlagen