Terug

2017_CBS_09705 - Gemeentelijke fiscaliteit - Activeringsheffing op onbebouwde bouwgronden en kavels en belasting op braakliggende industriegronden 2018-2019. Wijziging - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 10/11/2017 - 09:00 Hofstraat
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Caroline Bastiaens, schepen; Claude Marinower, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Fons Duchateau, schepen; Sven Cauwelier, stadssecretaris

Afwezig

Ludo Van Campenhout, schepen; Marc Van Peel, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Glenn Verspeet, plaatsvervangend korpschef

Secretaris

Sven Cauwelier, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2017_CBS_09705 - Gemeentelijke fiscaliteit - Activeringsheffing op onbebouwde bouwgronden en kavels en belasting op braakliggende industriegronden 2018-2019. Wijziging - Goedkeuring 2017_CBS_09705 - Gemeentelijke fiscaliteit - Activeringsheffing op onbebouwde bouwgronden en kavels en belasting op braakliggende industriegronden 2018-2019. Wijziging - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Argumentatie

Het verwerven van inkomsten via belastingen is noodzakelijk om de algemene uitgaven van de stad te financieren.

De wijzigingen aan het reglement kaderen in de implementatie van de omgevingsvergunning. De omgevingsvergunning vervangt de stedenbouwkundige vergunning, milieuvergunning en de verkavelingsvergunning vanaf 1 januari 2018.  Daar waar verwezen werd naar de stedenbouwkundige vergunning of de verkavelingsvergunning wordt de verwijzing naar de omgevingsvergunning toegevoegd. De termen blijven voorlopig naast elkaar gebruikt, omdat ook de term stedenbouwkundige vergunning of verkavelingsvergunning in de toekomst relevant blijft. Zo kunnen burgers nog bouwen op basis van eerder verkregen stedenbouwkundige of verkavelingsvergunningen.

Daarnaast worden een aantal aanpassingen en toevoegingen gedaan aan de definities en andere bepalingen in het reglement om de tekst te verduidelijken zonder inhoudelijke impact.

Bij de vrijstellingen worden ook een aantal wijzigingen doorgevoerd:

  • Enkele tekstuele verduidelijkingen zonder inhoudelijke impact;
  • De vrijstelling voor sociale last wordt geschrapt omdat de artikels uit het grond- en pandendecreet waarop deze vrijstelling gebaseerd was, werden vernietigd door het Grondwettelijk Hof (GWH 7 maart 2013);
  • De vrijstelling met betrekking tot verkavelingen wordt volledig geherformuleerd met het oog op verduidelijking. Zo wordt duidelijker dat een vrijstelling van meerdere jaren enkel mogelijk is bij werken die verbonden zijn aan het verkavelen en niet bij het bouwen van de woning zelf.

Voor de volledigheid worden alle opgenomen vrijstellingen hieronder gemotiveerd.

Vrijstellingen met betrekking tot de onbebouwde bouwgronden of kavels:

  • Vrijstelling 1 (enig onroerend goed): deze vrijstelling is voorzien in artikel 3.2.8 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid;
  • Vrijstelling 2 (per kind ten laste): deze vrijstelling is gebaseerd op artikel 3.2.8 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid;
  • In het decreet zijn vrijstelling 1 en 2 niet gelimiteerd in de tijd. Aangezien het de bedoeling is van de heffing om grondspeculatie terug te dringen en slapende gronden te activeren, zijn deze vrijstellingen beperkt in de tijd tot 5 jaar na de verwerving ervan;
  • Vrijstelling 3 (sociale woonorganisaties): deze vrijstelling is gebaseerd op artikel 3.2.8 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid en wordt voorzien omwille van het algemeen belang van sociale woningbouw;
  • Vrijstelling 4 (Pachtwet): deze vrijstelling is voorzien in artikel 3.2.10 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid;
  • Vrijstelling 5 (collectieve voorziening): deze vrijstelling is voorzien in artikel 3.2.10 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid;
  • Vrijstelling 6 (land- en tuinbouw): deze vrijstelling is voorzien in artikel 3.2.10 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid;
  • Vrijstelling 7 (bouwverbod of erfdienstbaarheid): deze vrijstelling is voorzien in artikel 3.2.10 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid;
  • Vrijstelling 8 (vreemde oorzaak): deze vrijstelling is voorzien in artikel 3.2.10 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid;
  • Vrijstelling 9 (verkavelings- of omgevingsvergunning voor verkavelen): Verkavelen betekent dat grotere (slapende) gronden worden verdeeld, waarbij potentiële woonlocaties worden vrijgemaakt. De stad wil dit stimuleren en voorziet in verschillende vrijstellingen in geval van verkaveling. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt of de verkavelingsvergunning al dan niet werken omvat verbonden aan de verkavelingsvergunning/stedenbouwkundige vergunning. Voor verkavelaars die deze werken zelf uitvoeren kan de vrijstelling voor maximum 3 jaar toegekend worden (tegenover 1 jaar in de andere gevallen). Het kan in dit geval, door het uitvoeren van de werken, immers langer duren voor deze gronden bebouwd kunnen worden.

Vrijstellingen met betrekking tot de braakliggende industriegronden:

  • Vrijstelling 1 (enig onroerend goed): deze vrijstelling is voorzien in artikel 5.6.2. van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening en is van dwingend recht; 
  • Vrijstelling 2 (sociale woonorganisaties): deze vrijstelling is voorzien in artikel 5.6.2. van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening en is van dwingend recht;
  • Vrijstelling 3 (verbod op bouwen door overheidsbeslissing): in gevolge de omzendbrief BB 2011/01 is dit een verplicht op te nemen vrijstelling;
  • Vrijstelling 4 (ontwikkeling door de overheid): in gevolge de omzendbrief BB 2011/01 is dit een verplicht op te nemen vrijstelling;
  • Vrijstelling 5 (land- en tuinbouw): in gevolge de omzendbrief BB 2011/01 is dit een verplicht op te nemen vrijstelling; 
  • Vrijstelling 6 (vreemde oorzaak): dit is een specifiek geval van overmacht waarbij de eigenaar niet kan bouwen, waardoor een vrijstelling billijk is.

Juridische grond

  • Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelasting en latere wijzigingen.
  • De omzendbrief BB 2011/01 van 10 juni 2011 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.
  • De omzendbrief BB 2017/3 van 14 juli 2017 betreffende de aanpassing van de meerjarenplannen 2014-2019 en de budgetten 2018.
  • Het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid.
  • De Vlaamse codex ruimtelijke ordening.
  • Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.

Aanleiding en context

De gemeenteraad keurde in zitting van 19 november 2013 (jaarnummer 699) de activeringsheffing op onbebouwde bouwgronden en kavels en de belasting op braakliggende industriegronden voor aanslagjaren 2014 tot en met 2019 goed.

De Vlaamse overheid keurde op 25 april 2014 het decreet betreffende de omgevingsvergunning goed.

Algemene financiƫle opmerkingen

De wijziging van het belastingreglement betekent geen wijziging van de gebudgetteerde ontvangsten. De financiële tabel geeft dus de reeds gebudgetteerde ontvangsten voor deze belasting weer.

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 170, §4 van de Grondwet: uitdrukkelijke bevoegdheid van de gemeenteraad voor het invoeren van belastingen.
De artikelen 42, §3 en 43, §2 van het Gemeentedecreet: exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad om de gemeentelijke belastingen vast te stellen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen legt het volgende voor aan de gemeenteraad:

Artikel 1

De gemeenteraad keurt het gewijzigd reglement op de activeringsheffing op onbebouwde bouwgronden en kavels en belasting op braakliggende industriegronden goed voor de aanslagjaren 2018 en 2019.

Artikel 2

De gemeenteraad neemt kennis van de gecoördinieerde versie van het reglement op de activeringsheffing op onbebouwde bouwgronden en kavels en belasting op braakliggende industriegronden voor de aanslagjaren 2018 en 2019.

Artikel 3

De financieel beheerder regelt de financiële aspecten als volgt:

Omschrijving Bedrag Boekingsadres Bestelbon
 Belasting op onbebouwde bouwgronden en kavels en onbebouwde industriegronden

 572.000,00 EUR per jaar

 

budgetplaats: 5173000000
budgetpositie: 7372
functiegebied: 1HSB010503A00000
subsidie: SUB_NR
fonds: intern
begrotingsprogramma: 1SA000020
budgetperiode: 1800-1900
n.v.t.

Bijlagen