Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college conform artikel 4.7.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kennis van het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.
De aanvrager vermeldt in zijn aanvraag dat het niet de bedoeling is om een functiewijziging te bekomen omdat de hoofdfunctie ongewijzigd blijft en refereert hiervoor naar de bouwcode artikel 4 “definities” punt 24 “functiewijzigingen” : ‘Het wijzigen van de hoofdfunctie van een gebouw of een gedeelte van een gebouw waarvoor een stedenbouwkundige vergunning nodig is. Volgende functies worden als een hoofdfunctie beschouwd :
…. /
e) handel, horeca, kantoorfunctie en diensten
…. /’
Enkel in de zin dat er sprake is van een functiewijziging volgens dit artikel van de bouwcode, zijn de bepalingen van de bouwcode van toepassing die betrekking hebben op functiewijzigingen. De opmerking van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar als dat het besluit van de Vlaamse Regering dd 5 mei 2000 zou moeten gevolgd worden voor een functiewijziging is in deze niet correct. Het toepassingsgebied van de bouwcode wordt expliciet omschreven in de definities van de bouwcode zelf.
De gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar verwijst naar artikel 27 van de bouwcode : “open ruimte”, ‘de open ruimte zoals voorzien, bevindt zich niet in de zone voor binnenplaatsen en tuinen achter het eigen perceel’. Artikel 27 is enkel van toepassing op aanvragen die betrekking hebben op nieuwbouw, herbouw, functiewijziging en toename van bebouwde oppervlakte, dit is niet van toepassing op deze aanvraag. Bovendien wordt het terrein ontpit door afbraak van een magazijn, de open ruimte bedraagt meer dan 20 % van de perceel oppervlakte en biedt afdoende ruimtelijke kwaliteit op bouwblokniveau.
De gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar verwijst naar artikel 34 van de bouwcode “stabiliteit en scheidingsmuren” waarbij de linker scheimuur slecht een opstand heeft van 25 cm i.p.v. 30 cm met de tuin van de Haantjeslei 65. Deze scheimuur is een bestaande scheimuur die geen onderwerp uitmaakt van deze aanvraag, er worden geen wijzigingen aangebracht, de bestaande toestand blijft behouden.
De gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar verwijst naar artikel 24 “minimale lichtinval en minimale luchttoevoer” van de bouwcode waarbij de kantoorruimtes en vergaderzalen niet beschikken over voldoende licht en lucht. Een aantal bestaande kantoorruimtes blijven als kantoorruimte behouden. Daarnaast worden er enkele nieuwe vergaderzalen ingericht, via nieuwe opengaande dakkoepels worden deze ruimtes verlucht en kan er daglicht binnen treden. De totale oppervlakte van ontvangstbalie, wachtruimte, circulatieruimte en landschapskantoor bedraagt 489.6 m², de totale lichtdoorlatende oppervlakte bedraagt 134.1 m², dit impliceert een raampercentage van ruim 27 % t.o.v. de volledige netto-vloeroppervlakte dit is ruim boven de vereiste minimale 10 % uit de bouwcode. Een bijkomende verticale opening is hier buiten beschouwing gelaten.
Het college van burgemeester en schepenen is van oordeel dat het aangevraagde functioneel inpasbaar is in de onmiddellijke en ruimere omgeving. Het gebruik van de kantoorruimtes is geenszins hinderlijk en sluit zich perfect aan op de bestaande woonfuncties en beantwoord aan de goede ruimtelijke ordening. Deze aanvraag voorziet een ontsluitingsweg ter hoogte van de Haantjeslei 53, deze toegang biedt mogelijkheden naar de toekomst toe, om ook de ontsluiting van het resterende binnen gebied te voorzien. Het aantal verkeersbewegingen dat gegenereerd zal worden is, gelet op de omvang van de kantooractiviteiten, uitermate beperkt en niet van dien aard om de onmiddellijke omgeving geenszins onredelijke overlast te bezorgen.
De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en zijn uitvoeringsbesluiten.
Ja
| Aanvragers: | MEVACOM SERVICES |
| De aanvraag omvat: | verbouwen van een showroom naar een landschapskantoor en slopen van een werkplaats |
| Dossiernummer: | AN2/B/digitaal/20171817 |
Artikel 4.7.12. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat het college bevoegd is om de beslissing te nemen over een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning.
Het college beslist de stedenbouwkundige vergunning goed te keuren en af te leveren aan de aanvrager die ertoe gehouden is :