Op 25 april 2017 werd door de assistent stadshavenmeester vastgesteld dat het vaartuig Opsterland zijn ligplaats aan de latud in de bruggeul Kempische brug verlaten heeft, en een andere ligplaats heeft ingenomen aan het staketsel in het Houtdok-Zuidkaai. Opnieuw betreft dit een onrechtmatige inname, zonder recht noch titel. Bovendien voldoet het vaartuig niet aan de elementaire veiligheidsvoorwaarden conform het Politiereglement voor het stadshavengebied en de stadshavenonderrichtingen.
Er is vastgesteld dat het vaartuig tot op heden nog steeds op deze plaats ligt . Er is geen communicatie meer geweest vanuit de eigenaar naar de dienst stadshaven.
Aangezien de heer Bouwens pertinent weigert zich te conformeren, wenst de Stad dat het vaartuig Opsterland het Stedelijk Havengebied onmiddellijk, minstens op de kortst mogelijke termijn dient te verlaten.
Mr. Delen en mr. Noels van advocatenkantoor Kegels & Co adviseerden de stad in deze om via de reeds door BAM gevatte vrederechter de uitdrijving ten gronde te vorderen.
Artikel 19 Ger. W., kan hierbij aangewend worden om dringende en/of voorlopige maatregelen te bekomen tijdens de procedure ten gronde.
Op 11 oktober 2013 werd het Lobroekdok officieel overgedragen van de stad Antwerpen aan de Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel (BAM). Dhr. Bouwens is eigenaar van het vaartuig “Opsterland” hetwelk lag afgemeerd in het Lobroekdok.
In het kader van de voorbereiding van de Oosterweelverbinding dient het Lobroekdok te worden gesaneerd waardoor de daar aanwezige vaartuigen/eigenaars op zoek dienden te gaan naar een alternatieve ligplaats tegen oktober 2013, datum waarop het Lobroekdok zou worden afgesloten.
Gezien een aantal eigenaars van vaartuigen, waaronder de ‘Opsterland’, geen initiatief namen in het vinden van een alternatieve ligplaats, startte BAM een juridische procedure op. Op 30 juni 2016 werd dhr. Bouwens door de rechtbank van eerste aanleg (in graad van beroep) veroordeeld tot het verwijderen van het vaartuig uit het Lobroekdok en dit ten laatste op 31 december 2016, onder verbeurte van een dwangsom van 500,00 EUR per begonnen etmaal vertraging na het verstrijken van voornoemde termijn en de betekening van het vonnis.
Ingevolge het opleggen van deze dwangsom heeft betrokkene het vaartuig op 30 december 2016 verhaald naar het Houtdok, talud “Kempische brug”, evenwel zonder voorafgaande toestemming van de burgemeester conform het Politiereglement voor het stadshavengebied en in afwijking van het Waterplan+. Ingevolge deze onrechtmatige inname van een ligplaats in het Houtdok werden door de stadshavenmeester twee GAS-vaststellingen gedaan, op 30 december 2016 en 20 januari 2017.
Op 26 januari 2017 werd door het college evenwel een principebeslissing genomen aangaande de invulling van de watervlakken in het Asiadok. Het college besliste om voor de vaartuigen komende uit het Lobroekdok, de mogelijkheid te geven voor een alternatieve ligplaats in het Asiadok, mits deze vaartuigen zich confirmeren aan de elementaire veiligheidsvoorwaarden conform het Politiereglement voor het stadshavengebied en de stadshavenonderrichtingen.
Op 5 april 2017 vond, na uitnodiging door de stadshavenmeester door middel van een convocatie, een persoonlijk overleg plaats tussen de stadshavenmeester enerzijds en dhr. Bouwens anderzijds voor toelichting van de stand van zaken aangaande het onrechtmatig innemen van een ligplaats en voor toelichting van de collegebeslissing van 26 januari 2017.
In navolging van dit overleg en de daarin gestelde termijn van 20 april 2017 voor het voorleggen van de nodige staving stukken en intenties met betrekking tot droogzetting van het vaartuig werd er niets meer vernomen van dhr. Bouwens en werd er ook geen enkel geldig document (verzekeringspolis en verklaring van onderzoek door een erkend classificatiebureau/certificaat van deugdelijkheid voor het casco) voorgelegd waaruit zou blijken dat het vaartuig voldoet aan de elementaire veiligheidsvoorwaarden.
In ondergeschikte orde diende op 26 april 2017 de Kempische brug te worden verwijderd in het kader van de infrastructuurwerken ten behoeve van de bouw van een nieuwe kaaimuur en steigers voor woonboten aan de zuidzijde van het Houtdok. Hiervoor werd op 6 april 2017 nautisch bericht met nr. 17/016 opgemaakt. Het nautisch bericht omhelst een meerverbod ter hoogte van het Houtdok, Talud Kempische brug, alwaar het vaartuig ‘Opsterland’ lag afgemeerd.
Gelet op het voorgaande en de dringende noodzaak tot verhalen van het vaartuig teneinde de infrastructuurwerken in het Houtdok niet in het gedrang te brengen werd op 5 mei 2017 een besluit burgemeester opgemaakt met beslissing dat het vaartuig ‘Opsterland’ het stedelijk havengebied onmiddellijk diende te verlaten en dit vóór 26 april 2017.
Volgens artikel 193 van het Gemeentedecreet beslist het college van burgemeester en schepenen tot het optreden in rechte namens de gemeente.
Het college keurt goed dat de stad Antwerpen een procedure ten gronde start voor de Vrederechter te Antwerpen tegen de eigenaar van vaartuig Opsterland om de verdrijving van het vaartuig te vorderen.
Het college beslist om mr. Noels en mr. Delen van advocatenkantoor Kegels & Co, gevestigd aan de Mechelsesteenweg 196 te 2018 Antwerpen, aan te stellen om de belangen van de stad te behartigen in de procedure vermeld in artikel 1.
Het college geeft opdracht aan:
| Dienst | Taak |
| BZ/JUR | Het dossier op te volgen, in overleg met de Stadshavendienst. |
De financieel beheerder verleent zijn visum en regelt de financiële aspecten als volgt:
|
Omschrijving |
Bedrag |
Boekingsadres |
Bestelbon |
|
Raming ereloon advocaat |
1.600,00 euro |
Budgetplaats: 5162500000 Budgetpositie: 613 Functiegebied: 1TSB070203A00000 Subsidie: sub_nr Fonds: intern Begrotingsprogramma: 1SA070119 Budgetperiode: 1700 |
4005235027 |
|
Raming gerechtskosten: FV Kegels-Noels |
200,00 euro |
Budgetplaats: 5162500000 Budgetpositie: 6141 Functiegebied: 1TSB070203A00000 Subsidie: sub_nr Fonds: intern Begrotingsprogramma: 1SA070119 Budgetperiode: 1700 |
4005235027 |