Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college conform artikel 4.7.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kennis van het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.
De aanvraag omhelst de aanleg van twee korfbalkunstgrasvelden of de Hoofdfrontweg 9 te Hoboken. De bestaande korfbalvelden zijn aan een degelijke renovatie toe.
Op datum van 29 januari 2016 gaf het college van burgemeester en schepenen de opdracht aan de dienst “Stadsontwikkeling” om de aanleg van twee kunstgrasvelden voor korfbal in Fort 8 te Hoboken op te starten (CBS 00686). Deze beslissing kwam er na de fusie van de twee Hobokense korfbalclubs “Hoboken 2000”, reeds gevestigd in Fort 8 en “Royal Mercurius Korftbal Club” gehuisvest in het poortgebouw Blok A op de Marneflaan 3 in het Park Sorghvliedt.
Op 27 september 2013 keurde het college van burgemeester en schepenen de stedenbouwkundige aanvraag van de Stad Antwerpen (SV20133404), voor het verbouwen van het sanitair, de kleedkamers en een EHBO-ruimte in de sportschuur (met 6 volleybalvelden) goed. De GSA oordeelde dat het goed gelegen is in het gewestplan “Antwerpen” (koninklijk besluit van 3 oktober 1979) en volgens dit van kracht zijnde gewestplan in een parkgebied. De GSA gaf aan dat de aanvraag in overeenstemming is met de bestemming en de voorschriften van het gewestplan. De voorliggende aanvraag situeert zich op hetzelfde kadastrale perceel en binnen dit zelfde gewestplan. Bovendien betreft de huidige aanvraag de heraanleg van reeds bestaande sportvelden.
Op 4 maart 2015 adviseerde het Agentschap Natuur en Bos het volgende : “Dit besluitende kan enerzijds gesteld worden dat de percelen gelegen zijn in een kwetsbare omgeving, maar dat de betreffende locatie momenteel zo goed als geen ecologische waarde heeft. Mits er geen verlichting wordt voorzien of er wordt een vleermuisvriendelijke verlichting aangebracht, kan gesteld worden dat wij geen direct werkende normen hebben om de aanleg van een kunstgrasveld op die locatie ongunstig te adviseren.
Niettegenstaande raden wij af toch af om op die locatie in het fort (dit gelegen in parkgebied) een verhard kunstgrasveld aan te leggen. Omdat wij echter geen direct werkende normen kunnen inroepen, zal het aan de vergunningverlenende overheid zijn om onder meer de verenigbaarheid met het gewestplan te beoordelen.”
Het is met andere woorden aan de lokale overheid om hierin een beslissing te nemen, er is reeds een beleidsbeslissing genomen cfr CBS 00686 (supra) en het vleermuisvriendelijk zijn van de verlichting kan in voorwaarden opgenomen worden.
Aangegeven wordt, dat de aanleg niet strookt met de bepalingen van het “Groenplan”, in het verslag van de GSA wordt verwezen naar pagina 309 (niet correct), echter wel op pg 69 van dit groenplan wordt schematisch aangegeven dat de sportcluster in het buitenfort dient gelegen te worden in niet in het binnenfort (cfr ook doelstelling L03a pagina 271). Echter de gronden die aangeduid worden in het groenplan zijn geen stadseigendom en momenteel zijn er ook geen plannen om deze gronden te verwerven. Verder hypothekeert de aanleg van deze velden de realisatie van het groenplan in een latere fase niet, de aanleg is volledig reversibel. Pagina 309 van het groenplan wordt bovendien aangegeven dat de recreatie in het park Sorghvliedt uitdovend dient te zijn, met de verplaatsing van de korfbalclub Mercurius naar Fort 8 wordt aan deze doelstelling gedeeltelijk voldaan. Samenvoegen van de twee korfbalclubs op één lokatie getuigt van duurzaam ruimtegebruik.
De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en zijn uitvoeringsbesluiten.
Ja
| Aanvragers: | François Van Noten |
| De aanvraag omvat: | terreinaanleg van twee kunstgrasvelden |
| Dossiernummer: | ZHO/B/digitaal//2017754 |
Artikel 4.7.12. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat het college bevoegd is om de beslissing te nemen over een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning.