De stad Antwerpen overweegt een“beleidsrichtlijn niet-zaakgebonden lichtreclame op gevels publieke en private gebouwen” op te maken waarin een aantal locaties worden aangeduid waar niet-zaakgebonden lichtreclame toegelaten is. Deze visie is vooral toegespitst op het gebied met het grootste potentieel, namelijk een gebied tussen de omgeving van het Centraal Station en het Operaplein. Deze omgeving is van groot belang voor de externe marketing van de stad dankzij haar mooie architectuur, het shoppingaanbod en haar mobiliteitsverknoping. Dit maakt haar ook aantrekkelijk voor aanbieders van reclameruimte. Reclameruimte die meer en meer digitaliseert en inzet op nieuwe technologieën zoals bijvoorbeeld LED-schermen, ook op de gevels van private en publieke gebouwen.
Antwerpen wil de nieuwe technologieën inzake lichtreclame graag verzoenen met het historisch karakter van haar patrimonium. We stellen vast dat er langsheen de belangrijkste voetgangers- en pendelstromen in deze omgeving nog heel wat potenties aanwezig zijn om de lichtreclame te integreren in het stedelijk historisch landschap.
Het ontwerp gewestelijke stedenbouwkundige verordening publiciteitsinrichtingen verbiedt flitsende en bewegende beelden zichtbaar vanop alle openbare wegen. De beleidsnota van de stad Antwerpen kan daardoor niet worden gerealiseerd.
Het college adviseert om het mogelijk te maken dat gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen zouden kunnen afwijken van de gewestelijke verordening en bepalingen kunnen formuleren voor de organisatie van lichtreclames onder andere in volgende zones (met bovenlokaal belang wordt niet verwezen naar de prinicpes met betrekking tot de decentralisatie, maar wel naar het overschrijden van de louter lokale context):
Ook wordt overwogen om zaakgebonden in - of uitwendig verlichte publiciteitsinrichtingen toe te laten elders op het grondgebied van de stad, één en ander mits de nodige beperkingen ter garantie van de verkeersveiligheid.
De ontwerpverordening laat hiertoe geen ruimte.
De Vlaamse regering keurde op 5 mei 2017 principieel het besluit goed dat een gewestelijke stedenbouwkundige verordening vaststelt over publiciteitsinrichtingen. Het besluit bevat de voorschriften voor het plaatsen of aanbrengen van publiciteitsinrichtingen herkenbaar vanaf de openbare weg. Over dit ontwerp wordt vanaf 30 mei 2017 tot en met 29 juni 2017 een openbaar onderzoek georganiseerd.
In de algemene bepalingen worden de randvoorwaarden voor verlichte publiciteitsinrichtingen bepaald:
Niet-zaakgebonden publiciteitsinrichtingen zijn verboden op plaatsen waar de publiciteitsinrichting herkenbaar is vanaf autosnelwegen. Niet-zaakgebonden publiciteitsinrichtingen die herkenbaar zijn vanaf gewestwegen, zijn alleen toegelaten op volgende plaatsen:
Het college adviseert, naar aanleiding van het openbaar onderzoek voor het ontwerp gewestelijke stedenbouwkundige verordening publiciteitsinrichtingen, om het mogelijk te maken dat gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen zouden kunnen afwijken en bepalingen kunnen formuleren voor: