Terug

2017_CBS_05351 - Gewestelijke stedenbouwkundige verordening publiciteitsinrichtingen. Ontwerp - Advies - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 23/06/2017 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Caroline Bastiaens, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Marc Van Peel, schepen; Glenn Verspeet, plaatsvervangend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2017_CBS_05351 - Gewestelijke stedenbouwkundige verordening publiciteitsinrichtingen. Ontwerp - Advies - Goedkeuring 2017_CBS_05351 - Gewestelijke stedenbouwkundige verordening publiciteitsinrichtingen. Ontwerp - Advies - Goedkeuring

Motivering

Argumentatie

De stad Antwerpen overweegt een“beleidsrichtlijn niet-zaakgebonden lichtreclame op gevels publieke en private gebouwen” op te maken waarin  een aantal locaties worden aangeduid waar niet-zaakgebonden lichtreclame toegelaten is. Deze visie is vooral toegespitst op het gebied met het grootste potentieel, namelijk een gebied tussen de omgeving van het Centraal Station en het Operaplein. Deze omgeving is van groot belang voor de externe marketing van de stad dankzij haar mooie architectuur, het shoppingaanbod en haar mobiliteitsverknoping. Dit maakt haar ook aantrekkelijk voor aanbieders van reclameruimte. Reclameruimte die meer en meer digitaliseert en inzet op nieuwe technologieën zoals bijvoorbeeld LED-schermen, ook op de gevels van private en publieke gebouwen.

Antwerpen wil de nieuwe technologieën inzake lichtreclame graag verzoenen met het historisch karakter van haar patrimonium. We stellen vast dat er langsheen de belangrijkste voetgangers- en pendelstromen in deze omgeving nog heel wat potenties aanwezig zijn om de lichtreclame te integreren in het stedelijk historisch landschap.

Het ontwerp gewestelijke stedenbouwkundige verordening publiciteitsinrichtingen verbiedt flitsende en bewegende beelden zichtbaar vanop alle openbare wegen. De beleidsnota van de stad Antwerpen kan daardoor niet worden gerealiseerd.
Het college adviseert om het mogelijk te maken dat gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen zouden kunnen afwijken van de gewestelijke verordening en bepalingen kunnen formuleren voor de organisatie van lichtreclames onder andere in volgende zones (met bovenlokaal belang wordt niet verwezen naar de prinicpes met betrekking tot de decentralisatie, maar wel naar het overschrijden van de louter lokale context):

  • belangrijke voetgangersassen;
  • shoppingassen van bovenlokaal karakter;
  • grote pleinen met bovenlokaal karakter;
  • evenementenlocaties.

Ook wordt overwogen om zaakgebonden in - of uitwendig verlichte publiciteitsinrichtingen toe te laten elders op het grondgebied van de stad, één en ander mits de nodige beperkingen ter garantie van de verkeersveiligheid. 

De ontwerpverordening laat hiertoe geen ruimte.

Aanleiding en context

De Vlaamse regering keurde op 5 mei 2017 principieel het besluit goed dat een gewestelijke stedenbouwkundige verordening vaststelt over publiciteitsinrichtingen. Het besluit bevat de voorschriften voor het plaatsen of aanbrengen van publiciteitsinrichtingen herkenbaar vanaf de openbare weg. Over dit ontwerp wordt vanaf 30 mei 2017 tot en met 29 juni 2017 een openbaar onderzoek georganiseerd.

In de algemene bepalingen worden de randvoorwaarden voor verlichte publiciteitsinrichtingen bepaald:

  • de helderheid van de publiciteitsinrichting is van die aard dat de contrastverhouding met het omgevingslicht niet groter is dan 1,10;
  • er worden geen knipperende of flitsende boodschappen of bewegende beelden weergegeven;
  • een boodschap mag niet overgaan in een andere boodschap door gebruik te maken van speciale effecten, zoals vervagen, slepen, in- en uitzoomen;
  • de weergavetijd van een wisselende boodschap is minimaal vijftien seconden;
  • wisselende boodschappen zijn niet toegelaten indien herkenbaar vanaf autosnelwegen, primaire en secundaire wegen waar de rijtaak complex is zoals bij knooppunten, weefvakken, in- en uitvoegingen en op routekeuzepunten.

Niet-zaakgebonden publiciteitsinrichtingen zijn verboden op plaatsen waar de publiciteitsinrichting herkenbaar is vanaf autosnelwegen. Niet-zaakgebonden publiciteitsinrichtingen die herkenbaar zijn vanaf gewestwegen, zijn alleen toegelaten op volgende plaatsen:

  • op een gevel van een vergund of vergund geacht gebouw;
  • geïntegreerd in de afsluitingen en steigers van bouwplaatsen.
In het besluit van 5 mei 2017 wordt gesteld dat de gemeenteraden de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening binnen een termijn van 6 maanden in overeenstemming moeten brengen met de voorschriften van de gewestelijke verordening.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college adviseert, naar aanleiding van het openbaar onderzoek voor het ontwerp gewestelijke stedenbouwkundige verordening publiciteitsinrichtingen, om het mogelijk te maken dat gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen zouden kunnen afwijken en bepalingen kunnen formuleren voor:

  • de organisatie van niet-zaakgebonden lichtreclames onder andere in volgende zones: 
    • belangrijke voetgangersassen;
    • shoppingassen van bovenlokaal karakter;
    • grote pleinen met bovenlokaal karakter;
    • evenementenlocaties;
  • de organisatie van zaakgebonden in- of  uitwendig verlichte publiciteitsinrichtingen elders op het grondgebied van de stad mits de nodige beperkingen ter garantie van de verkeersveiligheid.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.