Van voorontwerp masterplan naar definitief masterplan: werkwijze
Het definitief masterplan is een verdere uitwerking van het voorontwerp masterplan dat in september 2016 is opgeleverd. Op dit voorontwerp masterplan werden door diverse stadsdiensten, adviesorganen en buurtbewoners bemerkingen geformuleerd en vragen en bezorgdheden geuit. Deze commentaren vormden voor het ontwerpteam belangrijke informatie om tot het definitief masterplan te komen. Niet alle bemerkingen konden letterlijk worden doorvertaald in het plan aangezien bepaalde vragen buiten de reikwijdte van dit ontwerpproces vallen of betrekking hebben op een latere fase van het planproces en bijgevolg pas verwerkt kunnen worden wanneer de planvorming hiervoor voldoende vergevorderd is.
Ook de finale inzichten van de plan-MER studie, de haalbaarheidsstudie warmtenet, en de hoogbouwrapportage inzake locatiegeschiktheid zijn in het voorliggende definitief masterplan verwerkt. Daarnaast werd ook verder afgestemd met het externe ontwerpproces van de door de Vlaamse Regering aangestelde intendant voor leefbaarheidsmaatregelen in de Antwerpse Ringzone, en de haalbaarheidsstudie Schijn-Schelde verbinding in opdracht van de stad Antwerpen en de Vlaamse Milieumaatschappij.
Van voorontwerp masterplan naar definitief masterplan: planconstanten
De realisatie van het plan zal de nodige jaren vergen. Het is daarom van belang een stedenbouwkundig ontwerp te maken dat enerzijds essenties vastlegt, maar anderzijds ruimte laat aan nadere uitwerkingen en wijzigende programmatische inzichten en mogelijkheden.
De robuuste en duurzame stadsstructuur die het definitief masterplan naar voor schuift bouwt verder op het raamwerk dat reeds vervat zat in het concept en voorontwerp masterplan, met name het raamwerk van openbare ruimtes en verkeersinfrastructuur.
De pleinen en parken blijven de belangrijke dragers van het plan vormen en zijn bedacht vanuit de kwaliteiten en kansen die de bestaande wijk biedt. Het zijn de Kalverwei als nieuw park centraal in de buurt, het Kalverpad als groen snoer van Noordschippersdok naar de Kalverwei, het Lobroekplein als levendig dorpsplein aan de bestaande horeca, het Hallenplein en Hallentuin die een betekenis krijgen voor het programma in en rond de slachthuishallen, en de centrale Lobroekdokkade waar ruimte wordt geboden voor jeugd- en buurtsportactiviteiten.
Deze pleinen en parken zijn onderling verbonden en geven de buurt een groen en publiek karakter. Bovendien is het raamwerk ontworpen om de buurt goed te verbinden met de ruimere stedelijke omgeving. De nieuwe parken en pleinen zoeken daarbij aansluiting op bestaande, geplande of gewenste fiets- en voetgangersverbindingen zoals deze naar Spoor Noord, Spoor Oost, de fietsbrug over het Albertkanaal, het Singelfietspad op de Slachthuislaan of het Ringfietspad. De mogelijkheid tot bijkomende verbindingen die ontstaan bij een overkapping van de ring ter hoogte van Lobroekdok, momenteel deel van het ontwerpproces van de Vlaamse intendant voor leefbaarheidsmaatregelen voor de Antwerpse ring, wordt naar analogie met het voorontwerp masterplan ook in het definitief masterplan mee verbeeld en opgenomen als een langetermijnperspectief.
De hoofdontsluiting tot de buurt blijft ook in het definitief masterplan georganiseerd via de Oude Kalverstraat, een nieuwe toegangsweg naast de slachthuishallen. Daardoor blijft het beoogde buurtpark van de Kalverwei maximaal gevrijwaard van verkeer, en worden de bestaande en te ontwikkelen buurtdelen meer centraal ontsloten.
Dit raamwerk van pleinen, parken en verkeersinfrastructuur vormt het kader waarbinnen met een zekere mate van flexibiliteit het bouwprogramma kan worden ontwikkeld.
Van voorontwerp masterplan naar definitief masterplan: planevoluties
Op basis van de inzichten uit parallelle studies en de bekomen adviezen op het voorontwerp masterplan zijn in de opmaak van het definitief masterplan ook heel wat aspecten verder onderzocht en enkele belangrijke wijzigingen aangebracht ten opzichte van het voorontwerp masterplan. De voornaamste planevoluties zijn:
Bouwvelden
een afname van de totale bruto bovengrondse vloeroppervlakte, inclusief woontoren op de Lobroekdokkade, van circa 267.000 m² in het voorontwerp naar circa 240.750 m² (exclusief terrassen) in het definitief ontwerp. Voornamelijk de bouwvolumes van de fronten op het Noordschippersdok werden daarbij gereduceerd;
aan de frontbebouwing op Noordschippersdok werd de inplanting en volumetrie van het bouwblok tussen de Samber- en Twee Netenstraat verder onderzocht. De rooilijn voor dit bouwblok werd gewijzigd waardoor deze een betere overgang vormt van de fronten aan de Slachthuislaan naar het bestaande bouwblok tussen Maas- en Samberstraat;
een duidelijker gedefinieerde volumetrie van de fronten Noordschippersdok tussen de Twee Neten- en Weilandstraat, met een duidelijk onderscheid tussen de eerstelijnsbebouwing aan de Slachthuislaan van zeven tot negen bouwlagen hoog, en de volumetrie aan de zijde van het Kalverpad van maximaal drie bouwlagen hoog, zodat een betere aansluiting wordt bekomen op de bestaande bebouwing van de Damwijk;
de positionering van de woontoren centraal op de kade Lobroekdok, realiseerbaar bij overkapping van de Oosterweelverbinding, werd verder afgestemd op het onderzoek van de intendant naar leefbaarheidsprojecten en overkappingen voor de Ring, meer specifiek voor het noordoostelijke segment. De kadetoren met sokkel werd daarbij opgeschoven in het verlengde van de rooilijnen van de Kalverwei en Oude Kalverstraat, en zo meer toegesneden op het tegenoverliggende bouwblok aan de Slachthuislaan. Dit laat toe om de open ruimte van het Kalverweipark op termijn ruimtelijk te laten doorlopen over het Kadepark en via de centrale ‘nerf’ over het Lobroekdok, naar het park op de overkapping. Het bouwblok aan de dokzijde heeft de toren aan de westkant, het bouwblok aan de stadszijde aan de oostkant, zodat de in het concept van de Groene Singel gewenste asymmetrie toch overeind blijft;
ook de bedrijfsbebouwing op de zuidelijke kade Lobroekdok werd zodanig gepositioneerd dat de tussenliggende groenruimtes overeenstemmen met de ‘nerven’ over het Lobroekdok, welke de intendant in deze zone voorziet en wenst te vrijwaren van bebouwing;
voor de herontwikkeling op de Slachthuissite werd het streven naar behoud van de Slachthuishallen als beeldbepalend ensemble, als duidelijke ambitie ingeschreven in het definitief masterplan. Het volledige behoud van de oostelijke hal, welke door zijn hoogte ook de meeste herbruiksmogelijkheden biedt, vormt daarbij de prioriteit.
Buurtgroen en pleinen
de oppervlakte buurtgroen en –pleinen die vandaag in de wijk aanwezig is, met name 12.540 m², wordt substantieel vergroot. Waar in het voorontwerp masterplan 45.900 m² aan buurtgroen en pleinen werd voorzien, bedraagt dit in het definitief masterplan 38.490 m². De daling volgt uit de studie luchtkwaliteit, die aangeeft dat op de noordelijke kadezone bij realisatie van de Oosterweelverbinding niet de geldende normen op vlak van luchtkwaliteit worden behaald om hier actieve recreatie te voorzien. Deze oppervlakte wordt dan ook niet langer in rekening gebracht als buurtgroen en pleinen. Niettemin wordt voor het geschatte inwoneraantal van 8.500 huidige en nieuwe bewoners meer dan voldaan aan de door de stad gehanteerde norm (4m²/inwoner);
een woontoren op de centrale kade Lobroekdok alsook bijkomende bewoning bovenop de bedrijfsvolumes op de zuidelijke kade, kan enkel op voorwaarde dat hiervoor het nodige bijkomende buurtgroen en -pleinen kan worden gerealiseerd, en dit in verhouding tot de extra bijkomende inwoners. Een overkapping van de R1 ter hoogte van het Lobroekdok kan hiervoor voldoende ruimte en mogelijkheden bieden.
Luchtkwaliteit
de noordelijke kade Lobroekdok tegenover de frontbebouwing aan de Slachthuislaan wordt omwille van de te verwachten luchtkwaliteit bij realisatie van de Oosterweelverbinding, zowel bij open sleuf als bij overkapping, niet ingezet voor actieve recreatie. Passieve recreatie kan hier wel. Deze zone wordt dan ook eerder ecologisch en landschappelijk ingericht;
om eenzelfde reden worden ook geen publieke gebouwen op de noordelijke kade van het Lobroekdok voorzien. De bestaande loods aan het einde van kade noord blijft bij voorkeur wel behouden, of vervangen door een gelijkaardig volume, gezien zijn afschermend effect tegenover de toekomstige tunnelmond van de Oosterweelverbinding naar de bebouwing aan de overzijde van de Slachthuislaan toe, en dit zowel bij open insleuving als bij overkapping van de Ring;
het buurtsportterrein en de jeugdlokalen worden voorzien in het Kadepark op de centrale kade Lobroekdok, welke via de passerelle over de Slachthuislaan rechtstreeks bereikbaar is vanuit de Kalverwei. Zowel buurtsportterrein als jeugdvoorzieningen komen daardoor centraler in de wijk te liggen waardoor de bereikbaarheid voor alle buurtbewoners verbetert;
indien de noordelijke kadezone op termijn toch aan de noodzakelijke luchtkwaliteit kan voldoen, bijvoorbeeld door bijkomende mitigerende maatregelen rondom de tunnelmond van de Oosterweelverbinding, een algemene verschoning van het wagenpark, enzovoort, kan deze uiteraard wel actief worden ingezet en geprogrammeerd in uitbreiding op het centrale Kadepark.
Licht & bezonning
de volumetrie van de hoogbouwvolumes langsheen de Slachthuislaan werd aangepast. Deze werden hoger maar slanker uitgewerkt, waardoor de beschaduwingsduur in hun directe omgeving daalt. Gezien de beschaduwing in hoofdzaak bij relatief lage zonnestanden geldt, levert dit betere resultaten op dan het verlagen van de hoogbouwvolumes;
het torenvolume op de kop van het Hallenplein werd verschoven zodat een laagbouwsokkel ontstaat langs de straatzijde. Hierdoor zal de beschaduwing deels op deze eigen sokkel vallen, en minder ver in de Oude Kalverstraat rijken;
ook de bouwblokken van de Kalverweibuurt werden aangepast op basis van de licht- en bezonningsstudie. De maatgeving van de drie bouwvelden afzonderlijk werd daarbij herverdeeld waardoor een gunstigere bezonning ontstaat voor elk van de binnengebieden. Ook de afstand tussen de bouwvelden onderling werd verbreed, waardoor de daglichtbeschikbaarheid op de lusvormige binnenstraat verbetert. Er worden daarbij geen grondgebonden woningen meer voorzien binnenin het middelste bouwblok;
ook de volumetrie van de frontbebouwing aan de Slachthuislaan werd aangepast in functie van een betere bezonning van de binnengebieden. De maximale bouwhoogte aan de zijde van het Kalverpad werd daarbij gevoelig verlaagd naar drie bouwlagen.
Wind
door versmalling van het torenvolume op de kade Lobroekdok ontstaat een verspringing ten opzichte van zijn onderliggende sokkel aan de zuidwestelijke zijde van het gebouw. Zo zal de overwegend zuidwestelijke windstroom op zijn weg rondom het gebouw dalen, maar niet verder doorlopen tot op het maaiveld. De windstroom wordt dus hogerop opgevangen, waardoor windhinder op maaiveldniveau wordt beperkt;
voor het torenvolume op de kop van de Kalverweibuurt werd het deel van het hoogbouwvolume evenwijdig met de Slachthuislaan weggelaten, waardoor de windstromen tussen deze en het tegenoverliggende hoogbouwvolume op de kade niet langer botsen en windgevaar vermeden wordt.
Geluid
overkapping van de Oosterweelverbinding, of een andere vorm van substantiële geluidsafscherming, wordt noodzakelijk geacht om de kade Lobroekdok geschikt te maken voor bewoning. De fasering van het masterplan werd hierop afgestemd, waarbij de woontoren op de centrale kade en mogelijke woonlagen bovenop de bedrijfsvolumes op de zuidelijke kade pas op lange termijn kunnen worden gebouwd, wanneer de overkapping van de R1 is gerealiseerd.
Fasering
de fasering van het masterplan werd aangepast aan de studieresultaten inzake omgevingskwaliteit (lucht en geluid). Deze fasering werd daarbij opgebouwd op basis van drie grote deelfasen:
de korte termijn, waarbinnen de Kalverweibuurt en de omgeving van de slachthuishallen wordt herontwikkeld, met realisatie van de Oude Kalverstraat, de Kalverwei, het Lobroekplein, het Hallenplein en de Hallentuin. Het huidige viaduct R1 is in deze fase mogelijks nog bestaande;
de middellange termijn, waarbij na herlocatie van het voetbalveld ook de frontbebouwing op Noordschippersdok kan worden ontwikkeld en het Kadepark op de centrale Lobroekdokkade wordt aangelegd. In deze fase is de Oosterweelverbinding in open sleuf mogelijks gerealiseerd;
de lange termijn, waarbij door overkapping van de Oosterweelverbinding de nodige voorwaarden kunnen worden vervuld om ook de woonbebouwing op de kade Lobroekdok te ontwikkelen.
deze fasering werd daarbij zodanig uitgewerkt dat elk van de deelfasen over een voldoende evenwicht beschikt tussen aantal huidige en nieuwe bewoners en het beschikbare buurtgroen en –pleinen;
in de fasering werd de nodige voorwaardelijkheid ingebouwd betreffende mogelijke woonbebouwing op de kade Lobroekdok, welke enkel realiseerbaar is op voorwaarde van bijkomende oppervlakte buurtgroen en pleinen, en op voorwaarde dat het geluidsniveau op de kade woonbebouwing toelaat. Door overkapping van de Oosterweelverbinding kan aan deze voorwaarden worden voldaan.
Mobiliteitsaspecten
de parkeerbalans werd herbekeken in functie van een beter evenwicht tussen de verschillende deelgebieden van het masterplan, en dit ten opzichte van het huidige parkeeraanbod dat op vandaag binnen elk deelgebied aanwezig is. Algemeen werd toegewerkt naar een neutrale parkeerbalans, inclusief de 59 te compenseren parkeerplaatsen die volgen uit de herinrichting van de Slachthuislaan;
ter hoogte van het Lobroekplein werd het dwarsparkeren omwille van verkeersveiligheid vervangen door langsparkeren. Daarbij werd ook de nodige ruimte voorzien voor de haltes van buslijn 23 welke zijn route langsheen dit plein kent, wat de levendigheid van dit plein mee ondersteunt;
de aansluiting van de Oude Kalverstraat op de Slachthuislaan werd voorzien van een onoversteekbare middenberm, zodat een mogelijke terugslag op de Slachthuislaan omwille van inrijdend verkeer naar de parking vooraan de Slachthuishallen vermeden wordt. De alternatieve parkeerrouting via het Hallenplein en de binnenstraat tussen de Slachthuishallen wordt bijgevolg niet langer weerhouden, met uitzondering voor laad- en losverkeer. Ook het zijdelings parkeren langsheen de binnenstraat tussen de Slachthuishallen wordt niet langer voorzien. Hierdoor blijven het Hallenplein en de binnenstraat maximaal verkeersvrij;
door herpositionering van het meest noordelijke bouwblok op Noordschippersdok komt de aansluiting van de Twee Netenstraat op de Samberstraat op grotere afstand te liggen van het kruispunt met de IJzerlaan. Dit verhoogt de leesbaarheid en vermindert het conflictgehalte ter hoogte van deze aansluitingen. Bovendien wordt ruimte gecreëerd voor de inrichting van een parkeerpocket welke de parkeerbalans ter hoogte van Noordschippersdok, een zone met hoge parkeerdruk, meer in evenwicht brengt;
het definitief ontwerp voorziet in een bijkomende langzaamverkeersverbinding doorheen het meest noordelijke bouwblok op Noordschippersdok, welke de verbinding maakt tussen de Twee Netenstraat en de Samberstraat en een meer informele verderzetting vormt van het Kalverpad;
de Kalverstraat en een deel van de Lange Lobroekstraat werden in het mobiliteitsplan Antwerpen aangeduid als buurtstraat. Voor deze straten gelden de inrichtingsprincipes als zone 30. De overige straten, met uitzondering van de Slachthuislaan, zijn geselecteerd als woonstraten. Zone 30 is bijgevolg haalbaar voor alle woonstraten. Welke van de woonstraten kunnen worden ingericht als woonerf, dient in het vervolgontwerp publiek domein te worden onderzocht.
Landschappelijke aspecten
de noordelijke kadezone Lobroekdok wordt omwille van omgevingskwaliteit ecologisch en landschappelijk ingericht. Deze zone kan daarbij maximaal worden ingezet in kader van het waterconcept dat werd uitgewerkt voor het masterplan, waarbij delen van de kade worden ingezet als wadi;
de doortrekking van de bestaande bomenrij langsheen de Slachthuislaan, welke loopt van aan Noordschippersdok tot aan de Oude Kalverstraat, werd afgestemd op het Beeldkwaliteitsplan Groene Singel. Nieuwe bomen worden hierbij niet als laanbeplanting opgevat maar in losse regelmaat geplaatst, waarbij zowel hun onderlinge afstand als hun positie ten opzichte van de as van de groenberm varieert.
Duurzaamheid
het onderzoek rond het warmtenet voor de Slachthuissite/Noordschippersdok/Lobroekdok werd gefinaliseerd welke de economische en technische haalbaarheid ervan bevestigt. Dit zowel voor het projectgebied op zichzelf, als voor de uitbreiding naar twee omliggende wijken. In het masterplan werd het uitgewerkte tracévoorstel voor dit warmtenet opgenomen, welke verder wordt onderzocht;
het definitief masterplan houdt rekening met de inplanting van de nodige sorteerstraten in het projectgebied, waarbij aantal en locaties van de sorteerstraten werden gebaseerd op de capaciteit, bevolkingsdichtheid en loopafstanden binnen elk van de deelgebieden.
Kwaliteitsbewaking
in het definitief masterplan werd ook een methodiek uitgewerkt waarmee in het vervolgproces de kwaliteit geborgd kan worden. Daarbij worden twee essentiële stappen onderscheiden: het RUP welke het beoogde stadsbeeld in grote lijnen vastlegt, en inrichtingsplannen die deze lijnen per deelgebied en gesteund door ontwerpend onderzoek verder invullen. Ze vormen het beoordelingskader voor het vergunnen van bouwopdrachten binnen het betreffende deelgebied.
Een aantal belangrijke bemerkingen op het voorontwerp masterplan die niet werden verwerkt, zijn:
de oversteekbaarheid van de Slachthuislaan kon, in aanvulling op de passerelle tussen Kalverwei en Lobroekdokkade, niet worden versterkt met bijkomende gelijkvloerse oversteken aangezien dit conflicteert met het snelheidsregime van 70 km/u op de Slachthuislaan;
de vraag om de huidige groenzone op Noordschippersdok grotendeels onbebouwd te laten en de frontbebouwing te verplaatsen naar de noordelijke kade, is niet weerhouden. De keuze is gemaakt om centraal in de buurt een nieuw en ruim buurtpark, de Kalverwei, te voorzien dat door zijn ligging en grootte een betekenis krijgt voor zowel de bestaande als nieuwe delen van de buurt. Bovendien geven de studies betreffende omgevingskwaliteit aan dat de noordelijke kadezone niet geschikt is voor wonen, en dat de bestaande Damwijk in dergelijk scenario zijn afscherming verliest tegenover de Slachthuislaan, welke door de frontbebouwing op Noordschippersdok wel wordt gerealiseerd;
de vraag om de passerelle over de Slachthuislaan op maat van gedeeld gebruik voor zowel voetgangers als fietsers te voorzien, werd op basis van meerdere ontwerpvarianten onderzocht, maar niet gevolgd. De simulaties waarbij de nodige hellingsgraden en bochten voor fietsers werden uitgezet toonden de ruimtelijke impact op het Kalverweipark aan en hoe dit op zijn beurt belangrijke verbindingen tussen het Kalverpad en de Kalverweibuurt hypothekeert. Bovendien maakt de passerelle geen deel uit van een hoofdfietsroute en bieden de oversteekplaatsen aan de Samberstraat, Oude Kalverstraat en Schijnpoortweg voldoende alternatieven;
het voorstel om de Weilandstraat en de Rupelstraat in te richten als doodlopende straten werd niet weerhouden. Dit vraagt de nodige ruimte aan het einde van deze woonstraten in functie van keerbewegingen, wat de continuïteit en aansluiting van het Kalverpad op de Kalverwei hypothekeert. Deze nadelen wegen niet op tegen het voordeel dat dan geen straat dient te worden ingericht ten zuiden van het Kalverpad. De intensiteit op dit deel wordt immers als laag ingeschat gezien het plaatselijk bewonersverkeer betreft;
de toren op de kade is opgevat als onderdeel van een bouwblok, net als de drie andere torens, en bewust niet ontworpen als vrijstaand volume. De toren vormt daardoor een koppel met de tegenoverliggende ingebonden toren aan de Kalverwei. Hierdoor primeert hun ruimtelijke taak om de Slachthuislaan en het Kalverpad, respectievelijk de Slachthuislaan en Lobroekdokkade, te definiëren. De diagonale relatie tussen beide torens definieert de Kalverwei dan weer op een secundaire manier en vermijdt zo overdreven monumentaliteit. Ook bleek het belangrijk dat laag- en hoogbouw samen één gebouw vormden met het oog op een samenhangend ritme op de kade van open en gesloten delen.
Vervolgstappen
Het definitief masterplan zal een doorvertaling krijgen in een op te stellen ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) en het daarbij horende plan-Milieueffectenrapport (plan-MER). Ook in deze vervolgstappen wordt ruimte gelaten voor verdere afstemming met het lopende ontwerpproces van de intendant voor leefbaarheidsmaatregelen in de Antwerpse Ringzone, meer specifiek voor het segment Noord-Oost.
Daarnaast wordt de samenwerkingsovereenkomst, welke de ontwikkelingsafspraken tussen de publieke en private grondeigenaars vastlegt voor de realisatiefase van het definitief masterplan, verder uitgewerkt.
|
Datum |
Jaarnummer |
Onderwerp |
|
5 maart 2012 |
225 | De gemeenteraad keurt het brownfieldconvenant Antwerpen Slachthuissite goed. |
| 20 juli 2012 | 7431 | Het college keurt de stedelijke ambitienota voor de Slachthuissite goed. |
| 6 juni 2013 | 13/02 A06 | De raad van bestuur van AG Stadsplanning keurt de begeleidingsovereenkomst tussen AG Stadsplanning en de eigenaars van de Slachthuissite, met onder meer AG VESPA, goed. |
| 5 juli 2013 | A055 | De raad van bestuur van AG VESPA keurt de begeleidingsovereenkomst tussen AG Stadsplanning en de eigenaars van de Slachthuissite, met onder meer AG VESPA, goed. |
| 23 mei 2014 | 5554 | Het college keurt het participatietraject goed. |
| 6 februari 2015 | 1048 | Het college keurt de projectdefinitie voor de opmaak van het masterplan Slachthuissite/Noordschippersdok/Lobroekdok goed. |
| 27 maart 2015 | A033 | De raad van bestuur van AG VESPA keurt de projectdefinitie voor de opmaak van het masterplan Slachthuissite/Noordschippersdok/Lobroekdok goed, alsook de wedstrijdopdracht voor de minicompetitie via de procedure van de pool masterplannen van de stadsbouwmeester. |
| 13 juli 2015 | 20150713/A | Het directiecomité van AG VESPA beslist, op advies van de beoordelingscommissie, het ontwerpteam Palmbout Urban Landscapes / Feddes Olthof landschapsarchitecten / De Smet Vermeulen architecten / Tiem aan te stellen voor de opmaak van het masterplan Slachthuissite/Noordschippersdok/Lobroekdok. |
| 14 december 2015 | A005 | Het directiecomité van AG VESPA keurt de gunning aan Antea Group van de opdracht van de plan-MER studie voor het projectgebied Slachthuissite/Noordschippersdok/Lobroekdoek goed. |
| 18 december 2015 | 10651 | Het college keurt de projectdefinitie, mobiliteitsvoorwaarden en concept van 7 december 2015 voor de heraanleg van de Slachthuislaan goed. |
| 11 januari 2016 | A004 | Het directiecomité van AG VESPA keurt het concept masterplan Slachthuissite/Noordschippersdok/Lobroekdok goed. |
| 29 januari 2016 | 682 | Het college keurt de essentiekaart- en tekst van het concept masterplan Slachthuissite/Noordschippersdok/Lobroekdok goed, onder voorbehoud van verder onderzoek en verwerking van de adviezen, en neemt kennis van het volledige concept masterplan. |
| 22 februari 2016 | 37 | De districtsraad Antwerpen geeft haar advies op het concept masterplan Slachthuissite/Noordschippersdok/Lobroekdok. |
| 22 april 2016 | 3287 | Het college keurt het definitief ontwerp van 29 maart 2016 voor de heraanleg van de Slachthuislaan goed mits voorwaarden. |
| 25 april 2016 | 220 | De gemeenteraad keurt addendum 2 aan het brownfieldconvenant Antwerpen Slachthuissite goed. |
| 19 september 2016 | A002 | Het directiecomité van AG VESPA keurt de uitgangspunten en principes over de wijze van inzet van de publieke gronden in een globale en perceelsoverschrijdende aanpak van de ontwikkeling goed als basis voor de samenwerkingsovereenkomst realisatiefase met Land Invest Group voor het projectgebied Slachthuissite/Noordschippersdok/Lobroekdok. |
| 19 september 2016 | A003 | Het directiecomité van AG VESPA keurt het voorontwerp masterplan Slachthuissite/Noordschippersdok/Lobroekdok goed. |
| 23 september 2016 | 8170 | Het college keurt de uitgangspunten en principes over de wijze van inzet van de publieke gronden in een globale en perceelsoverschrijdende aanpak van de ontwikkeling goed als basis voor de samenwerkingsovereenkomst realisatiefase met Land Invest Group voor het projectgebied Slachthuissite/Noordschippersdok/Lobroekdok. |
| 23 september 2016 | 8171 | Het college keurt het voorontwerp masterplan Slachthuissite/Noordschippersdok/Lobroekdok goed. |
| 10 oktober 2016 | A002 | Het directiecomité van AG VESPA beslist de gunning van de opdracht voor de opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan voor het projectgebied Slachthuissite/Noordschippersdok/Lobroekdok aan Sweco Belgium nv goed te keuren. |
| 17 oktober 2016 | 199 | De districtsraad Antwerpen geeft haar advies op het voorontwerp masterplan Slachthuissite/Noordschippersdok/Lobroekdok. |
| 10 maart 2017 | 2251 | Het college keurt de kennisgevingsnota van het plan-MER RUP 'Slachthuissite-Noordschippersdok-Lobroekdok' goed. |
| 1 september 2017 | 7639 | Het college keurt op basis van het opgestelde hoogbouwrapport, de locatiegeschiktheid voor hoogbouw van het projectgebied Slachthuissite/Noordschippersdok/Lobroekdok goed, onder voorwaarde van verder onderzoek van de elementen uit het advies die specifiek handelen over de in het masterplan voorgestelde bouwvolumes. |
Door de definitieve sluiting van het stedelijk slachthuis in de Damwijk is de huidige bestemming van de Slachthuissite achterhaald. Vandaag ligt het gebied er grotendeels ongebruikt bij. Een herontwikkeling van deze site zou een enorme impuls zijn voor de gehele wijk. De herontwikkeling van de Slachthuissite vraagt ook een toekomstvisie voor de zone Noordschippersdok en de toekomstige invulling van de kade Lobroekdok. De stad Antwerpen heeft al geruime tijd de ambitie om dit gehele projectgebied Slachthuissite-Noordschippersdok-Lobroekdok te gaan herontwikkelen tot een gemengd, kwalitatief en ontsluitbaar project met bestemming wonen, diensten, recreatie en bedrijvigheid. Hiertoe werd een brownfieldconvenant afgesloten en een stedelijke ambitienota opgemaakt, welke deze ambitie omschrijft.
In de herontwikkeling van het projectgebied Slachthuissite/Noordschippersdok/Lobroekdok neemt AG VESPA de rol van projectbegeleider op. Daarbij hoort de begeleiding van derden, met name de private eigenaars, naar een kwaliteitsvol uitvoeringsgericht stedenbouwkundig plan en stadsprojecten. Hiertoe werd een begeleidingsovereenkomst voor de studiefase van het project afgesloten tussen onder meer AG VESPA en Land Invest Group nv (hierna LIG genoemd). Private ontwikkelaar LIG heeft een groot deel van de gronden van de voormalige Slachthuissite ofwel in eigendom ofwel in aankoopoptie. Omwille van dit substantieel grondaandeel in het projectgebied, werd eerder in 2015 door AG VESPA en LIG beslist om een gezamenlijk traject in te gaan tot opmaak van een masterplan voor het gehele projectgebied Slachthuissite/Noordschippersdok/Lobroekdok.
Middels een wedstrijdprocedure via de pool masterplannen van de stadsbouwmeester werd een ontwerpteam aangesteld dat in september 2015 startte met de opmaak van het masterplan. Na een eerste fase van het ontwerpproces werd in december 2015 het concept masterplan opgeleverd en ter advies voorgelegd aan de stedelijke diensten, het district Antwerpen en de buurt. In september 2016 werd het voorontwerp masterplan opgeleverd en opnieuw ter advies voorgelegd aan de stedelijke diensten, het district Antwerpen en de buurt.
Het college keurt het definitief masterplan Slachthuissite/Noordschippersdok/Lobroekdok goed.
Het college beslist om ook in de vervolgstappen ruimte te laten voor verdere afstemming met het ontwerpproces van de door de Vlaamse Regering aangestelde intendant voor leefbaarheidsmaatregelen in de Antwerpse Ringzone, meer specifiek voor het segment Noord-Oost.