Terug

2017_CBS_03146 - Aanvraag verkavelingsvergunning. Reguliere procedure - 201641 - district Ekeren - Bredestraat 51-57 - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 07/04/2017 - 09:00 digitaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Caroline Bastiaens, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Rob Van de Velde, schepen; Fons Duchateau, schepen; Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2017_CBS_03146 - Aanvraag verkavelingsvergunning. Reguliere procedure - 201641 - district Ekeren - Bredestraat 51-57 - Goedkeuring 2017_CBS_03146 - Aanvraag verkavelingsvergunning. Reguliere procedure - 201641 - district Ekeren - Bredestraat 51-57 - Goedkeuring

Motivering

Onderzoek

Ja

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 4.7.12. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat het college bevoegd is om de beslissing te nemen over de aanvraag tot verkavelingsvergunning.

Aanleiding en context

Eigenaars: Constantinus De Jongh, Leonia De Jongh, Julius De Jongh
Aanvragers: KRIS MERTENS LANDMETERSBURO
De aanvraag omvat: opdelen van een grond in 8 loten voor woningbouw
Dossiernummer: EK/2016/V/0014/201641

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college conform artikel 4.7.17. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kennis van het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

Juridische grond

De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en zijn uitvoeringsbesluiten.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.

Artikel 2

Het college beslist de verkavelingsvergunning goed te keuren en af te leveren aan de aanvrager,die ertoe gehouden is volgende (last)voorwaarden na te leven:
 
Voorwaarden
  1. wanneer de rioleringsplannen van de geplande bebouwing(en) zijn opgemaakt, dienen deze te worden overgemaakt ter controle en advies voor aansluiting op de riolering. Het is aangewezen diameters, dieptes en hellingen mee op de plannen te zetten, alsook de aan te sluiten verharde oppervlaktes. Daarnaast is het ook aangewezen een aanstiplijst hemelwater toe te voegen aan deze nieuwe adviesaanvraag;
  2. RWA en DWA moeten volledig gescheiden tot op de rooilijn worden gebracht. De vergunningsaanvrager dient een externe toezichtsmogelijkheid op beide aansluitingen te voorzien;
  3. gravitaire kelderaansluitingen zijn niet toegelaten. Indien er afvoerpunten (bijvoorbeeld klokrooster) lager gelegen zijn dan het straatniveau ter hoogte van de leiding dient de aansluiting beveiligd te worden tegen terugstroming. Dit kan door aan te sluiten via een terugslagklep of pomp. Een terugslagklep dient te worden geplaatst in de aankomende leidingen en niet in de infrastructuur van de rioolbeheerder;
  4. de bestaande riolering in de straat is zeer ondiep gelegen. Bij effectieve realisatie van de nieuwe aansluiting op deze riolering zal de aansluiting door Aquafin zo laag als technisch mogelijk aangelegd worden. Hierbij is voornamelijk de ligging van de nutsleidingen cruciaal, hetgeen op voorhand niet geweten is en waarvoor Aquafin dus ook niet verantwoordelijk kan zijn. De aanbevolen diepte die wordt meegegeven betreft een diepte die in de meeste gevallen gewoon aangesloten kan worden, tenzij de ligging van de nutsleidingen erg ongelukkig uitkomt. Bij berekening van deze diepte wordt er uitgegaan van aansluiting in de kruin van de riolering met daarbij een marge van 20 cm. Indien bij uitvoering blijkt dat er niet aangesloten kan worden zijn er 2 oplossingen mogelijk (ten laste van de bouwheer): de leidingen op het privaat gedeelte heraanleggen of een pompputje installeren op het privaat gedeelte. Rekening houdend met bovenstaande betreft de aanbevolen aansluitdiepte op een diepte van 50 cm onder het maaiveld;
  5. de aansluiting mag maximaal bestaan uit een diameter 200 mm of de aanvrager dient aan te tonen met een hydraulische nota dat een grotere aansluiting noodzakelijk is;
  6. de aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning dienen te voldoen aan de stedenbouwkundige verordening inzake afvoer van hemelwater;
  7. het bemalingswater moet bij voorkeur geloosd worden op een gracht of RWA-leiding. Indien het bemalingswater wordt geloosd op een afvalwaterleiding moet er een vergunning aangevraagd worden op de site van Aquafin bij technische partners.
  8. de bijgevoegde stedenbouwkundige voorschriften dienen strikt toegepast te worden. Ze worden evenwel met volgende bepalingen gewijzigd en aangevuld:
    • het voorschrift wat betreft inplanting hoofdgebouwen (artikel 2.1.B.) wordt aangevuld met de bepaling dat er voor lot 1 rekening moet worden gehouden met een zijtuinstrook van 4 meter;
    • het voorschrift wat betreft verschijningsvorm hoofdgebouwen (artikel 2.1.D.) wordt gewijzigd met de bepaling dat zinken, koperen en rieten daken niet zijn toegelaten;
    • het voorschrift wat betreft private autobergplaats (artikel 2.1.E.) wordt gewijzigd met de bepaling dat een autostalplaats enkel is toegestaan onder de vorm van een carport in de zijtuinstrook en onder de volgende voorwaarden: de voorzijde op ten minste 5 meter uit de voorgevelbouwlijn; de achtergevel maximaal op de achtergevelbouwlijn van de aanpalende bouwstrook; zoals aangeduid op het plan, de hoogte maximum 3,50 meter;
    • het voorschrift wat betreft inplanting bijgebouwen (artikel 2.2.A.) wordt gewijzigd met de bepaling dat de totale gezamenlijke oppervlakte van alle bijgebouwen beperkt moet zijn tot 40 m² en dat bijgebouwen niet op de perceelsgrenzen mogen worden opgericht;
    • het voorschrift wat betreft bouwvolume bijgebouwen (artikel 2.2.B.) wordt gewijzigd met de bepaling dat bijgebouwen met schuine daken een dakhelling mogen hebben van maximum 45 graden;
    • het voorschrift wat betreft verschijningsvorm bijgebouwen (artikel 2.2.C.) wordt gewijzigd met de bepaling dat rieten daken niet zijn toegelaten;
    • het voorschrift wat betreft inrichtingselementen (artikel 3.3.) wordt geschrapt.

Lastvoorwaarden

  1. ten laatste 14 dagen voor de afbraakwerken van start gaan, moet er een plaatsbeschrijving van de openbare ruimte gemaakt worden zoals beschreven op de website https://www.antwerpen.be/nl/info/52d5052439d8a6ec798b4a7e/schade-aan-openbaar-domein-of-aanpassing-na-werken;
  2. het Programma van Maatregelen zoals opgenomen in de bekrachtigde archeologienota, met name een proefsleuvenonderzoek (ID https://id.erfgoed.net/archeologie/archeologienotas/992) moet worden uitgevoerd;
  3. alle constructies op de te verkavelen gronden moeten worden gesloopt vooraleer de verkaveling ten uitvoer gebracht kan worden. Dit houdt in dat zolang aan de opschortende voorwaarde tot sloping, die verbonden is aan de verkavelingsvergunning zelf, niet is voldaan, de verkavelaar niet kan overgaan tot de verkoop van een kavel in de zin van artikel 4.2.16. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening;
  4. de verkavelaar dient er zelf voor te zorgen dat de nodige leidingen voor gas-, water-, elektriciteits-, kabeltelevisie- en fm-distributie aanwezig zijn, zodanig dat alle individuele kavels van voormelde verkaveling zonder uitbreiding van het distributienet op dat net aangesloten kunnen worden.
    Indien voor de realisatie van de verkaveling uitbreiding of aanpassing van één of meer distributienetten noodzakelijk is, zal hij hiervoor alle kosten en waarborgen dragen.Hij zal voor dit alles contact opnemen met de maatschappijen die voor de distributie instaan en zich volgens hun richtlijnen gedragen, ook wat een eventuele eigendomstoewijzing van de leidingen betreft na hun realisatie.
    De verkavelaar dient in de onderhandse en authentieke akten betreffende de verkoop van percelen in de verkaveling melding te maken of te laten maken van het feit dat de nodige leidingen voor de aansluiting van de betrokken percelen op de verschillende distributienetten zijn aangebracht, of dat deze leidingen nog dienen aangebracht en dat geen stedenbouwkundige vergunning zal verleend worden dan nadat deze leidingen effectief zijn aangebracht of dat de borg hiervoor is betaald.

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.