Artikel 57 § 3, 4° van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 stelt dat het college bevoegd is voor het voeren van de gunningsprocedure, de gunning en de uitvoering van overheidsopdrachten.
Het college besliste op 10 februari 2017 (jaarnummer 01284) om de raamovereenkomst GAC/2016/4109 voor het leveren van rubberen rijbaankussens, verkeersplateaus en de bijhorende wisselstukken te gunnen aan de firma Traffic Solutions bvba, Kluizenhof 11c te 9170 Sint-Gillis-Waas, met ondernemingsnummer 0542.812.889.
Op 14 februari 2017 werden de inschrijvers per e-mail in kennis gesteld van bovenvermelde gunningsbeslissing. De gunningsbrief werd evenwel nog niet schriftelijk per aangetekende brief aan Traffic Solutions bvba verzonden. De overeenkomst met deze firma werd dan ook nog niet gesloten.
De firma Verkeers- en Veiligheidssignalisatie nv, Veldstraat 107 te 3500 Hasselt, met ondernemingsnummer 0438.618.360 stuurde op 14 februari 2017, na elektronische kennisname van voormelde gunningsbeslissing van 10 februari 2017, een e-mail waarin zij aangaf dat ze om diverse redenen niet akkoord gaat met sommige aspecten van de gunningsbeslissing van 10 februari 2017. Naast deze klacht besliste de stedelijke bedrijfseenheid Stadsontwikkeling om het gehele dossier GAC/2016/4109 inhoudelijk te heronderzoeken. De inschrijvers werden hiervan op 15 februari 2017 per e-mail in kennis gesteld.
Naar aanleiding van bovenvermelde heroverweging van het gehele dossier GAC/2016/4109, stelde de stedelijke bedrijfseenheid Stadsontwikkeling in de tweede helft van februari 2017 vast dat voormelde bedrijfseenheid in het bestek GAC/2016/4109 een administratieve vergissing had begaan bij de vaststelling van haar behoefte, in de zin dat de bepaling van de behoefte aan rubberen verkeersremmers te hoog werd ingeschat. De stad Antwerpen wenst namelijk minder gebruik te maken van onder andere de rubberen rijbaankussens, aangezien deze objecten op welbepaalde plaatsen (druk verkeer, zwaar vrachtverkeer, …) en in welbepaalde omstandigheden (asfaltverharding, hogere temperatuur tijdens de zomermaanden, …) een te hoog risico hebben om los te komen. Dergelijke losgekomen verkeersremmers vormen een gevaarlijk object op de weg, hinderen het verkeer en brengen bijkomende kosten (inzake het weghalen en herbevestigen) mee voor de stad Antwerpen. In deze concrete gevallen waar dergelijke rubberen verkeersremmers een verhoogd risico vertonen om los te komen, wenst de stedelijke bedrijfseenheid Stadsontwikkeling dan ook af te wijken van de doelstelling van de ‘Snelle en Verkeersveilige Maatregelen’ die vooral snelle en tijdelijke maatregelen vooropstelt, en meer in te zetten op verkeersremmers die steviger zijn en een definitief karakter hebben.
Tijdens de heroverweging en het onderzoek van het dossier GAC/2016/4109 werd immers de evaluatie van de betonnen verkeersremmers mee in rekening gebracht. Uit deze evaluatie bleek dat de oorspronkelijke nadelen die in de betonnen verkeersremmers werden gezien in de praktijk minder uitgesproken zijn dan oorspronkelijk werd gedacht. In de plaats van de rubberen objecten wenst de stad Antwerpen dan ook meer gebruik te maken van onder meer betonnen verkeersremmers die een steviger en definitief karakter hebben.
Daarenboven heeft de stedelijke bedrijfseenheid Stadsontwikkeling vastgesteld dat het bestek GAC/2016/4109 niet voorzag in veiligheidsbevorderende zebrastrepen op de verkeersplateaus. De stedelijke bedrijfseenheid Stadsontwikkeling stelde tijdens het voormelde onderzoek evenwel vast dat ze de rubberen verkeersplateaus in de toekomst wenst uit te rusten met dergelijke zebrastrepen.
Om bovenstaande redenen heeft de stedelijke bedrijfseenheid Stadsontwikkeling vastgesteld dat haar behoefte aan rubberen rijbaankussens, verkeersplateaus en de bijhorende wisselstukken verkeerd werd vastgesteld in het bestek GAC/2016/4109, minstens dat deze behoefte sinds de gunningsbeslissing van 10 februari 2017 (jaarnummer 01284) gewijzigd is. Het lijkt dan ook aangewezen om procedure GAC/2016/4109 niet te gunnen.
Gelet op het voormelde werd de klacht van inschrijver Verkeers- en Veiligheidssignalisatie nv niet verder onderzocht.
De stedelijke bedrijfseenheid Stadsontwikkeling zal nog bekijken op welke wijze ze de nieuwe opdracht in de markt zal zetten.
In toepassing van artikel 35 van de wet van 15 juni 2006 betreffende de overheidsopdrachten, houdt het volgen van een procedure geen verplichting in tot het gunnen of het sluiten van de opdracht. De aanbestedende overheid kan zowel afzien van het gunnen of het sluiten van de opdracht als de procedure herbeginnen, desnoods op een andere wijze.
Het college trekt zijn beslissing van 10 februari 2017 met jaarnummer 01284 in.
Het college keurt de stopzetting goed van de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met bekendmaking GAC/2016/4109, voor het afsluiten van een raamovereenkomst voor het leveren van rubberen rijbaankussens, verkeersplateaus en de bijhorende wisselstukken, wegens gewijzigde behoefte van de aanbestedende overheid.