Terug

2017_CBS_03130 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure - 20162561 - district Antwerpen - Pestalozzistraat ZN - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 07/04/2017 - 09:00 digitaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Caroline Bastiaens, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Rob Van de Velde, schepen; Fons Duchateau, schepen; Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2017_CBS_03130 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure - 20162561 - district Antwerpen - Pestalozzistraat ZN - Goedkeuring 2017_CBS_03130 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure - 20162561 - district Antwerpen - Pestalozzistraat ZN - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Onderzoek

Ja

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 4.7.12. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat het college bevoegd is om de beslissing te nemen over een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning.

Aanleiding en context

Aanvragers: stad Antwerpen
De aanvraag omvat: Pestalozzistraat riolerings- en bestratingswerken
Dossiernummer: AN8/B/digitaal/GR//20162561

Argumentatie

In zitting van 27 maart 2017 (jaarnummer 152) besliste de gemeenteraad om:

  1. het bezwaarschrift te verwerpen;
  2. zich aan te sluiten bij de argumentatie in het bijgevoegd verslag van de gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaar voor wat betreft de 'zaak van de wegen' en dit tot zijn eigen standpunt te maken;
  3. zijn goedkeuring te hechten aan de inrichting en uitrusting van de Pestalozzistraat.

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college conform artikel 4.7.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kennis van het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

Juridische grond

De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en zijn uitvoeringsbesluiten.

Artikel 4.2.25. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat indien de vergunningsaanvraag wegeniswerken omvat waarover de gemeenteraad beslissingsbevoegdheid heeft, en het vergunningverlenende bestuursorgaan oordeelt dat de vergunning kan worden verleend, dan neemt de gemeenteraad een beslissing over de zaak van de wegen, alvorens het vergunningverlenende bestuursorgaan een beslissing neemt over de vergunningsaanvraag.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich integraal aan bij:
  • de bespreking van de ingediende bezwaren zoals geformuleerd in het bijgevoegd verslag van de gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaar en maakt deze beoordeling tot zijn eigen standpunt;
  • het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.

Artikel 2

Het college beslist de stedenbouwkundige vergunning goed te keuren en af te leveren aan de aanvrager, die ertoe gehouden is:
  • de bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn strikt na te leven;
  • de bijgevoegde voorwaarden in het advies van het Agentschap Wegen & Verkeer zijn strikt na te leven;
  • bestaande hoogstammige bomen die worden behouden moeten afdoende beschermd worden tijdens de werken;
    • er mag niet gegraven, gereden of gewerkt worden binnen de kroonprojectie, deze wordt waar mogelijk volledig afgeschermd met een vast hekwerk van 2 meter hoog. Binnen deze zone mag geen enkele werfactiviteit plaatsvinden, ook geen stockage van materialen;
    • bij werken binnen de kroonprojectie wordt de boom alsnog beschermd door een kleinere oppervlakte of enkel de stam af te schermen;
    • bij grondwaterverlaging wordt een gepaste irrigatie voorzien in samenspraak met de boombeheerder;
    • de vrije werkhoogte onder bomen is beperkt. Aangepast materiaal moet gebruikt worden. De takken mogen niet geraakt worden door bijvoorbeeld een kraanarm. Er mogen geen kabels door de kruin gespannen worden;
    • wortels die vrij komen te liggen worden onmiddellijk afgedekt met een 15 cm dikke laag humusrijke grond, geen zand of puin;
    • terreinophogingen of –afgravingen binnen de kroonprojectie zijn enkel bij uitzondering toegestaan, en dan enkel indien voorgeschreven in het bestek;
    • verdichting van de bodem moet zich beperken tot de op plan aangeduide zones, als er op het plan geen zones werden aangeduid mag er niet worden verdicht;
    • wortels dikker dan enkele centimeters worden altijd gesnoeid met handgereedschap en dwars op de wortel. Dikkere wortels worden afgezaagd tot op een vertakking;
    • gestelwortels mogen nooit afgestoken worden met de kraanbak;
    • tijdelijke bouwwegen binnen de kroonprojectie zijn enkel toegelaten indien deze in het bestek werden voorgeschreven. In dat geval zijn rijplaten verplicht;
    • bij beschadiging van wortels, takken en/of stam is de aannemer verplicht dit onmiddellijk aan de boombeheerder en de opdrachtgever te melden. Toegebrachte schade dient door de veroorzaker vergoed te worden;
    • bomen mogen enkel worden gesnoeid in samenspraak met de opdrachtgever en uitgevoerd door een gediplomeerd boomverzorger;
  • de werken moeten worden uitgevoerd volgens standaardbestek 250 en de algemene wijzigingen en aanvullingen van Aquafin aan het standaardbestek 250;
  • voor aansluiting van de riolering op de bestaande infrastructuur dienen volgende voorwaarden in acht genomen te worden:
    • er dient aangesloten op een bestaande inspectieput of, indien deze inspectieput te ver ligt, dient er een nieuwe inspectieput gebouwd te worden op de leiding;
    • de aansluiting op een bestaande inspectieput moet worden uitgevoerd volgens standaardbestek 250, hoofdstuk 7, artikel 3.10. met dien verstande dat het dichten van de aansluitopening in een betonnen inspectieput gebeurt door middel van beton (dus niet met metselwerk);
    • de bouw van een nieuwe inspectieput moet worden uitgevoerd volgens standaardbestek 250, hoofdstuk 7, artikel 3.9;
    • de afmetingen van de put moeten zodanig gekozen worden dat aan beide zijden op de bestaande leiding korte inbouwstukken ontstaan met een maximale lengte van 0,75 meter, gemeten vanaf de binnenzijde van de wand van de inspectieput, in de geest van het standaardbestek 250, hoofdstuk 7, artikel 1.1.2.3.A;
    • 15 dagen voor aanvang van de werken, dient een technisch voorstel overgemaakt worden aan de PM;
    • voor eventuele opbraak en herstelling van wegenis dient contact genomen met en gewerkt worden volgens de voorwaarden opgelegd door de eigenaar van de wegenis;
  • de hydraulische structuren moeten goed bereikbaar zijn;
  • het bemalingswater moet bij voorkeur geloosd worden op een gracht of RWA-leiding. Indien het bemalingswater wordt geloosd op een afvalwaterleiding moet er een vergunning aangevraagd worden op de site van Aquafin bij technische partners;
  • alle leidingen moeten op waterdichtheid beproefd worden, tenzij ze waterdoorlatend zijn.

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.