Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.
Aanvrager: Bridts bvba - Pater De Dekenstraat 42 - 2610 Wilrijk-Antwerpen. De aanvraag omvat de exploitatie van een groothandel in bouwmaterialen.
Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd en sluit zich aan bij deze motivatie.
Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijke inrichting mag exploiteren.
Het college beslist een milieuvergunning, zoals geformuleerd in de argumentatie, goed te keuren aan Bridts bvba, Pater De Dekenstraat 42, 2610 Wilrijk-Antwerpen, voor de inrichting gelegen op hetzelfde adres. De vergunning heeft als voorwerp de exploitatie van een groothandel in bouwmaterialen.
Het college wijst erop dat de algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn.
Het college wijst erop dat volgende bijzondere voorwaarden en brandweervoorwaarden van toepassing zijn:
Bijzondere voorwaarden
- gelet op het verbrandingsverbod moeten de afvalstoffen, vooraleer ze afgevoerd worden voor verbranding, gecontroleerd worden op de aanwezigheid van recycleerbare stoffen. Bij deze sortering moeten minstens die fracties worden uitgesorteerd zoals vermeld in artikel 4.3.2 van het Vlarema;
- om bodem- en waterverontreiniging te voorkomen, moet de exploitant maatregelen nemen om het tanken enkel overdekt mogelijk te maken. Anders dient een vloeistofdichte piste, aangesloten op een KWS-afscheider, voorzien worden;
- om hinder bij de leveringen te vermijden:
- om stofhinder van de exploitatie te vermijden:
- om de kwaliteit, duurzaamheid en de veiligheid van de exploitatie te verzekeren:
- in afwijking van artikel 5.2.1.5.§5 van Vlarem II mag het groenscherm vervangen worden door een voldoende begroeiing op de plaatsen waar er geen muur aanwezig is of waar een muur onvoldoende afscherming biedt;
- steunend op artikel 5.6.7.§1 van de VCRO, wordt de milieuvergunning toegekend voor een beperkte duur van 3 jaar. De exploitant wordt hiermee de kans gegeven om de inrichting te herlokaliseren.
Brandweervoorwaarden
Onafhankelijk van de verplichtingen aan de houder van de milieuvergunning opgelegd via de vigerende milieureglementering alsmede via het milieuvergunningsbesluit, en onverminderd de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand, door de houder van de milieuvergunning
te treffen in uitvoering van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, dient de houder van de milieuvergunning reeds te voorzien in de hiemavermelde blusmiddelen voor eerste tussenkomst:
Snelblustoestellen
Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen goed verdeeld aangebracht à rato van 1 toestel per 150 m2 (binnenruimte). Voor brandcompartimenten kleiner dan 300 m2 dienen er in elk geval minstens twee toestellen aanwezig te zijn.
Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens eenzelfde bluseenheid conform NBN EN 3-7 bezitten en evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.
Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen aangebracht bij elk punt of lokaal met verhoogd risico, zoals ondermeer pompen, compressoren, lasposten, belangrijke elektriciteitsborden, enzovoort.
In de inrichting dienen minstens twee toestellen aanwezig te zijn. Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens eenzelfde bluseenheid conform NBN EN 3-7 bezitten en evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.
Muurhaspels
Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) aangesloten via een aangepaste leiding op de openbare waterbedeling of ander gelijkwaardig voedingssysteem, dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden. Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels. De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut.
De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt.
De geplaatste muurhaspels dienen voorzien van een vergrendeling derwijze dat men het afsluitmondstuk niet kan verwijderen zonder het openen van een handbediende afsluiter op de watertoevoer. De waterlevering moet te allen tijde, ook tijdens vorstperiode, gewaarborgd zijn.
Bovengrondse hydrant
Eén bovengrondse hydrant BH 100, conform NBN S 21.019, maar met afsluiters op beide uitgeefkanten van 70 mm Ø dient voorzien.
De voeding gebeurt rechtstreeks op het net van de openbare waterbedeling, door een leiding waarvan de minimale binnendiameter 150 mm bedraagt.
De aansluiting op het voedingsnet dient zodanig te zijn dat het maximum debiet onmiddellijk beschikbaar is bij gebruik van de hydrant.
De kosten voor de installatie, het onderhoud en de signalering van de BH 100 is en blijft ten laste van de bouwheer/eigenaar en dit gedurende de levensduur van de inrichting.
Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 3 februari 2017 en eindigt op 3 februari 2020.