Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd en sluit zich aan bij deze motivatie.
Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijke inrichting mag exploiteren.
Aanvrager: Belgian Container Maintenance en Repair nv - Oudeleeuwenrui 48 - 2000 Antwerpen. De aanvraag omvat: een uitbreiding van een inrichting voor het herstellen en reinigen van containers.
Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.
Het college beslist een milieuvergunning klasse 2 goed te keuren aan Belgian Container Maintenance and Repair (Becomar) nv, Oudeleeuwenrui 48, 2000 Antwerpen, om op de percelen gelegen te 2030 Antwerpen, Narvikstraat 3 een inrichting voor het herstellen en reinigen van containers uit te breiden.
Het college wijst erop dat de exploitant de algemene en sectorale voorwaarden dient na te leven.
Het college beslist dat de exploitant de volgende bijzondere en brandweervoorwaarden dient na te leven:
Bijzondere milieuvoorwaarden:
de lozing van bedrijfsafvalwater moet voldoen aan de algemene voorwaarden voor lozing in oppervlaktewater en volgende bijzondere lozingsnormen:
|
parameter |
eenheid |
opgelegde bijzondere lozingsnorm |
|
PAK totaal |
µg/liter |
1 |
|
chemisch zuurstofverbruik |
mg/liter |
125 |
|
totaal stikstof |
mg/liter |
15 |
|
totaal fosfor |
mg/liter |
2 |
|
arseen (totaal) |
µg/liter |
25 |
|
barium (totaal) |
µg/liter |
210 |
|
cadmium (totaal) |
µg/liter |
8 |
|
chroom (totaal) |
µg/liter |
150 |
|
koper (totaal) |
µg/liter |
500 |
|
lood (totaal) |
µg/liter |
500 |
|
nikkel (totaal) |
µg/liter |
120 |
|
zilver (totaal) |
µg/liter |
4 |
|
zink (totaal) |
µg/liter |
2 000 |
|
fluoranteen |
µg/liter |
0,15 |
|
pyreen |
µg/liter |
0,2 |
In afwijking van artikel 4.2.5.1.1§1 van Vlarem II moet de exploitant niet voorzien in een meetgoot of evenwaardige debietmeetmogelijkheid.
De KWS-afscheider moet voldoende groot gedimensioneerd zijn en voorzien zijn van een automatische afsluiter of equivalent systeem.
De KWS-afscheider moet regelmatig gereinigd worden. De afvalstoffen die hierbij vrijkomen moeten opgehaald worden door een daartoe erkende ophaler en afgevoerd worden naar een vergunde verwerker. De overeenstemmende attesten worden bijgehouden en ter beschikking gehouden van de toezichthoudende overheid.
De exploitant inspecteert om de drie maanden de KWS-afscheider en houdt een logboek bij van de inspecties. De exploitant kan ook een alarmsysteem voorzien om de goede werking van de KWS-afscheider op te volgen.
Brandweervoorwaarden:
Snelblustoestellen
Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7- bij voorkeur 6 kg poeder type ABC -dienen goed verdeeld aangebracht à rato van 1 toestel per 150 m² (binnenruimte). Voor brandcompartimenten kleiner dan 300 m² dienen er in elk geval minstens twee toestellen aanwezig te zijn.
Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7- bij voorkeur 6 kg poeder type ABC -dienen aangebracht bij elk punt of lokaal met verhoogd risico, zoals ondermeer pompen, compressoren, lasposten, belangrijke elektriciteitsborden, enzovoort.
In de inrichting dienen minstens twee toestellen aanwezig te zijn. Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens eenzelfde bluseenheid conform NBN EN 3-7 bezitten en evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.
Een snelblustoestel van 5 kg CO2 – ½ bluseenheid conform NBN EN 3-7- dient aangebracht nabij de toegang tot de hoogspanningscabine.
Muurshaspels
Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) + muurhydrant (volgens de norm NBN 571 en voorzien van vaste koppelstukken doormeter 45 mm volgens Koninklijk Besluit van 30 januari 1975) met gemeenschappelijke watertoevoer met een binnendiameter van tenminste 70 mm dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden.
Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels.
De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut.
De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt.
De geplaatste muurhaspels dienen voorzien van een vergrendeling derwijze dat men het afsluitmondstuk niet kan verwijderen zonder het openen van een handbediende afsluiter op de watertoevoer.
De waterlevering moet te allen tijde, ook tijdens vorstperiode, gewaarborgd zijn.
Hydranten
Eén bovengrondse hydrant BH100, conform NBN S 21.019, maar met afsluiters op beide uitgeefkanten van 70 mm diameter dient voorzien.
De voeding gebeurt rechtstreeks op het net van de openbare waterbedeling. door een leiding waarvan de minimale binnendiameter 150 mm bedraagt, hetzij in eigen beheer gevoed De aansluiting op het voedingsnet dient zodanig te zijn dat het maximum debiet onmiddellijk beschikbaar is bij gebruik van de hydrant.
De kosten voor de installatie, het onderhoud en de signalering van de BH100 is en blijft ten laste van de bouwheer/eigenaar en dit gedurende de levensduur van het gebouw.
Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 28 april 2017 en eindigt op 28 april 2037.