Het bestuur wenst dit effect, dat indruist tegen de initiële opzet van de werkbonus om medewerkers met een laag loon, bijkomende koopkrachtverhoging te bieden, aan te kaarten bij de federale overheid.
Daarbij wenst het bestuur een nieuwe berekeningswijze voor de werkbonus voor te stellen. De werkbonus dient enkel van toepassing te zijn op het geïndexeerde jaarloon, zodat een maandelijks stabiel effect van de werkbonus bekomen kan worden. Bijkomende brutoweddetoeslagen dienen uitgesloten te worden van de berekening van het refertemaandloon, dat aan de basis ligt voor de berekening van de werkbonus.
Huidige berekeningswijze
Refertemaandloon = totale brutomaandloon * 1 * aantal te presteren dagen
regime aantal gepresteerde dagen
Voorgestelde berekeningswijze
Refertemaandloon = geïndexeerde jaarwedde 100% * 1 * aantal te presteren dagen
12 regime aantal gepresteerde dagen
Het aantal contractuele medewerkers dat het voordeel van de werkbonus geniet bedraagt 1765 bij Stad Antwerpen, 1590 bij OCMW Antwerpen en 171 bij Autonoom Gemeentebedrijf Kinderopvang (cijfergegevens van juli 2016).
Het college keurde op 18 november 2016 de opmaak van een collegiale brief aan Minister Kris Peeters en Minister Maggie De Block goed. Het bestuur ontving echter geen antwoord op deze brief. Gelet op het belang van deze materie inzake flexibele personeelsinzet, wordt een herinnering van deze brief voorgesteld.
Sinds 1 januari 2000 is een systeem van vermindering van de werknemersbijdragen van kracht, dat tot doel heeft werknemers met een laag loon een hoger nettoloon te garanderen, zonder daarbij het brutoloon te verhogen. Per 1 januari 2005 kreeg deze vermindering de naam ‘Werkbonus’ mee.
Het stelsel voorziet met andere woorden extra middelen om medewerkers te activeren om aan de slag te gaan.
Deze vermindering wordt berekend op maandbasis op het totale bruto-inkomen. De vermindering neemt af naarmate de brutorefertewedde groter wordt.
Voor specifieke prestaties worden, zoals opgenomen in de rechtspositieregeling voor het overheidspersoneel, bij de stad Antwerpen bijkomende weddetoeslagen voorzien, zoals nacht- en weekendprestaties, gevarentoelage, overuren, enzovoort.
Medewerkers die de flexibiliteit aan de dag leggen om prestaties te leveren waarvoor een bijkomende brutotoelage is voorzien, zien deze flexibiliteit financieel afgeroomd in de berekening van hun nettowedde.
Het college keurt de collegiale brief aan de heer Kris Peeters, Minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel en aan mevrouw Maggie De Block, Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid goed.