Terug

2017_CBS_00371 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Bijzondere procedure. Voorwaardelijk gunstig advies - 20162260 - district Antwerpen - Blancefloerlaan, Charles De Costerlaan, Dwarslaan ZN - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 13/01/2017 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Caroline Bastiaens, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Sven Cauwelier, waarnemend stadssecretaris

Afwezig

Roel Verhaert, stadssecretaris

Secretaris

Sven Cauwelier, waarnemend stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2017_CBS_00371 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Bijzondere procedure. Voorwaardelijk gunstig advies - 20162260 - district Antwerpen - Blancefloerlaan, Charles De Costerlaan, Dwarslaan ZN - Goedkeuring 2017_CBS_00371 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Bijzondere procedure. Voorwaardelijk gunstig advies - 20162260 - district Antwerpen - Blancefloerlaan, Charles De Costerlaan, Dwarslaan ZN - Goedkeuring

Motivering

Onderzoek

Ja

Regelgeving: bevoegdheid

In toepassing van artikel 4.7.26 § 4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening dient het college advies uit te brengen aan het Vlaamse gewest over een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning.

Artikel 4.2.25. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat indien de vergunningsaanvraag wegeniswerken omvat waarover de gemeenteraad beslissingsbevoegdheid heeft, en het vergunningverlenende bestuursorgaan oordeelt dat de vergunning kan worden verleend, dan neemt de gemeenteraad een beslissing over de zaak van de wegen, alvorens het vergunningverlenende bestuursorgaan een beslissing neemt over de vergunningsaanvraag.

Aanleiding en context

Er werd een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning ingediend bij het Departement Ruimte Vlaanderen, afdeling Antwerpen, in toepassing van de bijzondere procedure van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

De gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar verzoekt het college om:

- een openbaar onderzoek te organiseren;
- een advies uit te brengen over de aanvraag;
- de zaak van de wegen aan de gemeenteraad voor te leggen.

Aanvrager: Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel nv pr, Rijnkaai 37, 2000 Antwerpen

Ligging van het perceel: Beatrijslaan ZN, 2050 Antwerpen, Blancefloerlaan ZN, 2050 Antwerpen, Blokkersdijk ZN, 2050 Antwerpen, Burchtse Weel ZN, 2050 Antwerpen en Charles de Costerlaan ZN, 2050 Antwerpen

Kadastrale gegevens: (afd. 13) sectie N 0, (afd. 13) sectie N 21 C, (afd. 13) sectie N 28 C, (afd. 13) sectie N 28 B, (afd. 13) sectie N 29 D, (afd. 13) sectie N 29 E, (afd. 13) sectie N 34 D, (afd. 13) sectie N 34 C, (afd. 13) sectie N 40/2 A, (afd. 13) sectie N 40 A, (afd. 13) sectie N 41 F, (afd. 13) sectie N 44 G, (afd. 13) sectie N 44 H, (afd. 13) sectie N 44 E, (afd. 13) sectie N 45 C, (afd. 13) sectie N 46 B, (afd. 13) sectie N 50 D, (afd. 13) sectie N 57 C, (afd. 13) sectie N 59 A, (afd. 13) sectie N 64 A, (afd. 13) sectie N 71 A, (afd. 13) sectie N 74 E, (afd. 13) sectie N 130 K, (afd. 13) sectie N 204 H2, (afd. 13) sectie N 204 N2, (afd. 13) sectie N 204 N5, (afd. 13) sectie N 204 L2, (afd. 13) sectie N 217 F, (afd. 13) sectie N 256 E, (afd. 13) sectie N 257 F, (afd. 13) sectie N 257 H, (afd. 13) sectie N 257 E, (afd. 13) sectie N 257 G, (afd. 13) sectie N 278 D, (afd. 13) sectie N 365 C, (afd. 13) sectie N 367 D, (afd. 13) sectie N 367 E, (afd. 13) sectie N 385 A, (afd. 13) sectie N 389 L, (afd. 13) sectie N 389 K, (afd. 13) sectie N 389 E, (afd. 13) sectie N 389 H, (afd. 13) sectie N 389 G, (afd. 13) sectie N 392 C, (afd. 13) sectie N 392 D, (afd. 13) sectie N 392 B, (afd. 13) sectie N 443 K, (afd. 13) sectie N 471 D, (afd. 13) sectie N 476 _, (afd. 13) sectie N 477 C, (afd. 13) sectie N 477 B, (afd. 13) sectie N 478 A, (afd. 13) sectie N 479 B, (afd. 13) sectie N 479 A, (afd. 13) sectie N 480 A, (afd. 13) sectie N 481 C, (afd. 13) sectie N 481 B, (afd. 13) sectie N 482 C, (afd. 13) sectie N 482 D, (afd. 13) sectie N 483 B, (afd. 13) sectie N 484 A, (afd. 13) sectie N 485 A, (afd. 13) sectie N 486 B, (afd. 13) sectie N 489 A, (afd. 13) sectie N 539 D, (afd. 13) sectie N 539 E, (afd. 13) sectie N 541 A, (afd. 13) sectie N 547, (afd. 13) sectie N 548 B, (afd. 13) sectie N 549, (afd. 13) sectie N 593, (afd. 13) sectie N 594 C, (afd. 13) sectie N 594 A, (afd. 13) sectie N 595 A, (afd. 13) sectie N 610 A, (afd. 13) sectie N 611 B, (afd. 13) sectie N 611 C, (afd. 13) sectie N 612 B, (afd. 13) sectie N 612 A, (afd. 13) sectie N 613 D, (afd. 13) sectie N 613 C, (afd. 13) sectie N 613 A, (afd. 13) sectie N 614 A, (afd. 13) sectie N 614 D, (afd. 13) sectie N 614 C, (afd. 13) sectie N 615 A, (afd. 13) sectie N 616 A, (afd. 13) sectie N 617 C, (afd. 13) sectie N 617 A, (afd. 13) sectie N 618 B, (afd. 13) sectie N 619 B, (afd. 13) sectie N 620 E, (afd. 13) sectie N 620 C, (afd. 13) sectie N 621 E, (afd. 13) sectie N 621 C, (afd. 13) sectie N 623 C, (afd. 13) sectie N 623 E, (afd. 13) sectie N 624 C, (afd. 13) sectie N 624 E, (afd. 13) sectie N 625 E, (afd. 13) sectie N 625 C, (afd. 13) sectie N 626 C, (afd. 13) sectie N 626 E, (afd. 13) sectie N 627 D, (afd. 13) sectie N 627 F, (afd. 13) sectie N 628 H, (afd. 13) sectie N 628 F, (afd. 13) sectie N 629 G, (afd. 13) sectie N 629 E, (afd. 13) sectie N 630 E, (afd. 13) sectie N 630 D, (afd. 13) sectie N 632 B, (afd. 13) sectie N 633 C, (afd. 13) sectie N 634 B, (afd. 13) sectie N 636 B, (afd. 13) sectie N 637 B, (afd. 13) sectie N 638 B, (afd. 13) sectie N 639 B, (afd. 13) sectie N 640 B, (afd. 13) sectie N 640 C, (afd. 13) sectie N 641 C, (afd. 13) sectie N 641 B, (afd. 13) sectie N 642 D, (afd. 13) sectie N 642 C, (afd. 13) sectie N 643 G, (afd. 13) sectie N 643 H, (afd. 13) sectie N 643 F, (afd. 13) sectie N 644 C, (afd. 13) sectie N 646 D, (afd. 13) sectie N 646 E, (afd. 13) sectie N 647 A, (afd. 13) sectie N 648 C, (afd. 13) sectie N 704 G2, (afd. 13) sectie N 704 N2, (afd. 13) sectie N 704 D2, (afd. 13) sectie N 704 R2, (afd. 13) sectie N 704 X, (afd. 13) sectie N 704 K2, (afd. 13) sectie N 712 N8 en (afd. 13) sectie N 759 H2

De aanvraag omvat: uitvoeren van infrastructuurwerken op Linkeroever (deelproject van Oosterweelverbinding)

Ontvangst adviesvraag: 5 oktober 2016

Dossiernummer: 20162260

Dossiernummer Ruimte Vlaanderen: 8.00/10000/271.1

Argumentatie

Het college beslist op basis van het bijgevoegd stedenbouwkundig verslag.

Juridische grond

De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en zijn uitvoeringsbesluiten.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist het gunstig advies, zoals geformuleerd in het bijgevoegd stedenbouwkundig verslag met inbegrip van de beoordeling van de ingediende bezwaren over de 'zaak van de wegen', goed te keuren voor een aanvraag tot een stedenbouwkundige vergunning, onder volgende voorwaarden:

  • de bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen strikt na te leven;
  • de bouwheer voert het Programma van Maatregelen uit zoals opgenomen in de bekrachtigde archeologienota, met name archeologisch onderzoek Top Hat site en archeologische werfbegeleiding (ID https://id.erfgoed.net/archeologie/archeologienotas/23);

Park-and-ridegebouw:

  • de afvalberging op het gelijkvloers van het park-and-ridegebouw in te richten als afvalberging conform art. 26 van de bouwcode;
  • zowel in het open als het afgesloten deel van de fietsenberging een oplaadpunt voor elektrische fietsen te voorzien, conform art. 29 van de bouwcode;
  • een olieafscheider te voorzien conform art. 44 van de bouwcode;
  • het dakoppervlak van het park-and-ridegebouw uit te voeren in een materiaal (polybeton) met een lichte kleur;
  • de zuidelijke liftkoker van het park-and ridegebouw afsluiten waarbij de doorgang naar het trappenhuis wordt vrijgelaten (figuur 16);

Tijdelijke park-and-ride:

  • de drie parkeerplaatsen vlak voor de uitrit richting oprit en de twee parkeerplaatsen vlak na de inrit te schrappen;
  • de uitrit te verduidelijken om het optredend conflict tussen interne circulatie en uitrijden van de parking te vermijden;
  • het zebrapad enkel te voorzien ter hoogte van de uitrit richting afrit. Er moet aansluitend een afgescheiden voetgangerszone van 2 meter breed aan weerszijden worden voorzien tussen de Blancefloerlaan en de parkeerplaatsen ten zuiden van de uitrit richting afrit. Verder naar het zuiden, in het doodlopende gedeelte van de park and ride, is omwille van minder circulatie een afgescheiden voetgangerszone minder van belang. De voetgangerszone moet rechtstreeks aansluiten op het voetpad bij de voetgangersoversteek op het kruispunt;
  • aan de uitrit richting afrit moet er geen bochtaanzet richting het zuiden, enkel naar noorden, worden uitgevoerd;

Voorwaarden fietspaden:

  • algemene voorwaarden fietspaden:
    • voldoende verlicht zijn;
    • obstakelvrij zijn (vrij van bomen, paaltjes, enz.);
    • met befietsbare wildroosters worden uitgevoerd;
    • op gelijke hoogte worden uitgevoerd met naastliggende verharding van voetpaden en schrikstroken, om valpartijen te vermijden en de voorziene breedte optimaal te benutten;
    • van veilige oversteekplaatsen worden voorzien;
    • vlot en veilig op omliggende fietspaden en functies aansluiten;
    • een vlotte fietsbeweging toelaten op de hoofdroute, door het verruimen van bochtstralen en het vermijden van knikken;
    • van fietsmarkeringen worden voorzien om de voorrangsregeling aan te duiden;
    • met het verkeersbord F99a worden gereglementeerd en niet met het verkeersbord D7 indien dienstvoertuigen en hulpdiensten van deze paden gebruik maken;
    • in roodbruine toplaag asfalt in AB-4C i.p.v. AB-4D worden voorzien;
  • ter hoogte van de voormalige op- en afrit Blancefloerlaan: vlotte en veilige fietsbewegingen moeten in alle richtingen over het kruispunt mogelijk zijn (figuur 1):
    • het nieuwe fietspad moet rechtstreeks op de oostelijke fietsoversteek aansluiten;
    • de oostelijke fietsoversteek moet als dubbelrichting oversteek van 3 meter breed worden heraangelegd;
    • de rechtsaf naar het bedrijventerrein Katwilgweg moet in de lichtenregeling worden opgenomen in plaats van als bypass buiten de lichtenregeling;
    • het kruispunt en de verkeerslichtenregeling moet conflictvrij worden ingericht;
  • bermbrug Charles De Costerlaan:
    • de wegmarkering op de zuidelijke ventweg moet worden aangepast om de volledige breedte beschikbaar en leesbaar voor fietsers te maken;
    • er moeten obstakels op de zijberm tussen Charles de Costerlaan en fietsweg worden aangebracht om oneigenlijk gebruik door sluipverkeer van de fietsweg te verhinderen;
    • ter hoogte van het kruispunt tussen de August Vermeylenlaan en de Halewijnlaan moet het dubbelrichting fietspad van 3 meter breed ten opzichte van de rijweg worden aangebracht om enerzijds de leesbaarheid te versterken voor de fietser ter hoogte van het kruispunt en anderzijds het onderscheid te maken met de rijweg voor de bussen van De Lijn richting Waaslandtunnel;
  • de verlichting aan dezelfde zijde ten noorden en ten zuiden van de gecombineerde fiets- en ecotunnel Laarbeek (K3) voorzien (figuur 3);
  • het fietspad langs de noordzijde van de Blancefloerlaan moet worden verlicht (figuur 4);
  • het nieuwe fiets- en voetpad langs de Blancefloerlaan ter hoogte van de voormalige op- en afrit moet worden verlicht (figuur 5);
  • het type leuning op keermuur, zonder geïntegreerde verlichting, langs het fietspad over de ecotunnel Palingbeek (K5) over 35 meter moet worden verlicht door de leuning te vervangen naar het type fietsbrug, met verlichting geïntegreerd in de handgreep;
  • ter hoogte van het fietspad langs de parallelweg over de ecologische verbinding van de bermbrug moet de op houten panelen voorziene handgreep, met verlichting erin geïntegreerd, op 1,20 meter in plaats van 1,40 meter worden geïnstalleerd;
  • de paaltjes op het uiteinde van de fietsaanloophelling Dwarslaan moeten worden geschrapt;
  • de bomen aan weerszijden van de fietstunnel onder de Blancefloerlaan (K38B) moeten worden geschrapt (figuur 6);
  • de keermuur van viaduct K4 moet, in plaats van een stukje fietspad in te nemen, op voldoende afstand van het fietspad (minimum 50 centimeter ten opzichte van puntobstakels, minimum 1 meter ten opzichte van lijnobstakels) aan de zuidelijke tunnelmond van de gecombineerde fiets- en ecotunnel Palingbeek (K3) worden uitgevoerd (figuur 7);
  • de wildroosters aan weerszijden van de bermbrug (K32), ten oosten van de ecotunnel palingbeek (K5) en onder het viaduct over de spoorlijn (K19A) moeten befietsbaar zijn;
  • de asfaltverharding moet op gelijke hoogte met naastliggende verharding van voetpaden en schrikstroken worden uitgevoerd, en dit in het bijzonder ter hoogte van fietstunnels K3 in combinatie met de ecotunnel Laarbeek, K38A en K38B aan weerszijden van het parkeergebouw Blancefloerlaan. Ten opzichte van een schrikstrook moet het bruinrode asfalt over de volledige breedte tussen wanden en/of leuningen worden doorgetrokken. Ten opzichte van een voetpad moet er, ingeval van, een verzonken boordsteen tussen beide verhardingsmaterialen worden geplaatst (figuur 8);
  • het project infrastructuurwerken Linkeroever moet ter hoogte van de fietsaanloophelling Dwarslaan aansluiten op de manier weergegeven in figuur 9;
  • vanuit de wijk Regatta moet, in plaats van de wandelpaden in bosgrind, een fietsverbinding in asfalt op het nieuwe fietspad worden aangesloten (figuur 10);
  • voor een vlottere fietsverbinding aan de fietsbruggen K16 en K17 moeten de bochtstralen worden verruimd (figuur 7 en figuur 11);
  • in het Katwilgbos moeten aan weerszijden de bochtstralen worden verruimd en de voorziene T-aansluiting omgekeerd, waarbij het bruinrode asfalt fietspad als doorlopend en het grijs betonnen fietspad als T aansluit (figuur 12);
  • ter hoogte van het rustpunt op de spoorlijn 59 moeten aan weerszijden de bochtstralen worden verruimd (figuur 13);
  • ter hoogte van fietstunnel K38B moeten de bochtstralen worden vormgegeven in plaats van schuin afgesneden (figuur 6);
  • ter hoogte van de gecombineerde fiets- en ecotunnel Laarbeek (K3) moet het fietspad worden rechtgetrokken om knikken vlak voor de tunnelmond ter hoogte van de fietsbruggen K16 en K17 te vermijden (figuur 7 en figuur 11);
  • op het fietspad komende van de spoorlijn 59 en aansluitend op het fietspad langs de parallelweg moeten haaientanden aangebracht worden (figuur 14);
  • om dienstvoertuigen of hulpdiensten op het fietspad toe te laten, moeten het fietspad tussen parallelweg en ADR-bekken nr. 4 ten noorden van de Blancefloerlaan en het fietspad tussen fietsbrug K17 en hoogspanningscabine C06 worden gereglementeerd met het verkeersbord F99a;
  • om het fietscomfort te verhogen (en akoestische lekken naar de omgeving te vermijden) moet het geluidsscherm worden verplaatst en doorgetrokken tussen fietspad en parallelweg (figuur 14).

Voorwaarden voetpaden:

  • voetpaden moeten in betonstraatstenen op een legbed van 3 centimeter zand, op een zandcementfundering van 15 centimeter dik, worden aangelegd;
  • de boom in het voetpad ingeplant ter hoogte van de huidige op- en afrit op de Blancefloerlaan moet worden verplaatst buiten het voetpad (figuur 1);
  • de voorziene wandelpaden in bosgrind die zijn gepland in het verlengde van de toekomstige wegen en paden van Regatta en in afwachting van ontwikkeling van Regatta zullen doodlopen op de omheining ter afsluiting van het terrein, moeten niet in deze werken worden aangelegd (figuur 10);
  • het voorziene pad langs de fietsaanloophelling in de Dwarslaan moet aansluiten op de (informele) wandelpaden van het Vlietbos (figuur 15);
  • om vuile, donkere en onveilige hoekjes te vermijden, moet de technische ruimte in de fietsaanloophelling in de Dwarslaan (K39) worden afgesloten (figuur 15);
  • er moet worden gewerkt met standaardmaterialen en standaardmeubilair. Afwijkingen daarop moeten worden besproken. Ook ter hoogte van beide rustpunten moet stadsmeubilair uit de stadsmeubilaris worden geplaatst;

Voorwaarden overstap openbaar vervoer:

  • het zuidelijke perron op de brug van de Blancefloerlaan over de volledige lengte, in plaats van enkel ter hoogte van de zitbanken, van windschermen voorzien (figuur 17);
  • het tramperron aan de noordzijde van de brug van de Blancefloerlaan over de volledige lengte voorzien van een luifel, die continu doorloopt vanaf het trapgat en met verlichting in de constructie geïntegreerd, en voorzien van windschermen (figuur 17);
  • langs de uitrit van het parkeergebouw richting parallelweg verlichtingspalen plaatsen volgens het type openbare verlichting langs op- en afritten en lokale wegen (figuur 18);

Voorwaarden veiligheid en leesbaarheid gemotoriseerd verkeer:

  • de bochtstraal van de bocht komende van de Kennedytunnel richting parallelweg vlak na de brug K19B moet aan de minimumvereisten inzake verkeersveiligheid voldoen;

Voor de ontsluiting van de site voetbalclub Turk Sport worden volgende voorwaarden geformuleerd:

  • de site voetbalclub Turk Sport en het gebouw moet te allen tijde bereikbaar zijn voor gebruikers, leveringen, herstellingen en hulpdiensten;
  • de voorziene parking in de nabijheid van de voetbalsite ter hoogte van de huidige effectief te realiseren in functie van de werking van de voetbalsite;
  • een kiss-and-ridezone – ter hoogte van de voorziene parking – voor de voetbalsite te realiseren;

Voorwaarden verlichting:

  • voor de verlichting worden volgende algemene voorwaarden geformuleerd:
    • de lichtkleur moet Neutraal Wit licht 4000K zijn;
    • de stad heeft een aantal type armaturen ter beschikking, voor vrij liggende fietspaden is dit type B mini (mini luma) en voor de aangeduide verkeersassen is dit type E (Neos LED);
    • op basis hiervan kan een lichtstudie worden gemaakt en de inplanting van de armaturen worden bepaald. De lichtstudie moet met de stad worden doorsproken;

Voorwaarden vergroening:

  • de ‘groene parallelweg’ (bijlage 1 Toelichtingsnota ruimtelijke inpassing architectuur-landschap-ecologie p.31-32) moet maximaal worden vergroend waar mogelijk. Waar de middenberm een breedte van minimum 1 meter heeft, moet het voorziene printbeton (cementbetonverharding met printafwerking) worden vervangen door groen (figuur 19);
    • het groenconcept van de Blancefloerlaan moet in lijn met de overige laanbeplanting op Linkeroever zijn, door bomenrijen aan te planten die maximaal continu en ononderbroken zijn (figuur 20);

Voorwaarden minimaliseren van verharding:

  • het bestaande fietspad ter hoogte van de op- en afrit Blancefloerlaan, langs de omheining van Regatta, moet volledig worden opgebroken (figuur 10) na realisatie van het nieuwe fietspad;
  • het voetpad tussen het parkeergebouw en de fiets- en voetgangerstunnel (K38B) onder de Blancefloerlaan is breder dan de aansluitende voetpaden, en de verharding moet dus beperkt worden tot 3 meter breedte in het verlengde van de aansluitende voetpaden (figuur 21);
  • het voetpad ten noorden van de fiets- en voetgangerstunnel (K38B) onder de Blancefloerlaan sluit niet aan op een fiets- of wandelpad en moet dus worden geschrapt (figuur 21);
  • de voorziene verharding ter hoogte van de hoogspanningscabines C11 en C06 moet worden vervangen door grasdallen (figuur 22 en figuur 23);
  • het voorziene asfalt (bitumineuze verharding) van de interventie- en dienstweg naar de E17 voorbij het rustpunt over de spoorlijn 59 vervangen door grasdallen. Ook moet er aanliggend een pad in bosgrind tussen rustpunt en wandelpad in bosgrind worden voorzien (figuur 24);
  • de platenbetonverharding van de voorziene dienstweg ten noorden van de fietsaanloophelling in de Dwarslaan moet worden vervangen door halfverharding. Het eindpunt sluit dan aan op het (informele) wandelpad in het Vlietbos zoals hierboven beschreven (figuur 15);
  • aan de rustpunten ter hoogte van de noordknoop en over de spoorlijn 59 moet er een onderscheid worden gemaakt tussen het 4 meter brede fietspad in bruinrode bitumineuze verharding en het rustpunt. De verbreding van het fietspad in bruinrode bitumineuze verharding voor het rustpunt moet worden vervangen door halfverharding (figuur 13 en figuur 23);
  • bovenop de ADR-bekkens, in het bijzonder ADR-bekken nr. 4, moet maximaal vergroend worden met een gronddekking van minstens 30cm;

Voorwaarden herbebossing en plantenkeuzes:

  • voor soortenlijst H p.414 (nattere lager gelegen gebieden):
    • Op Linkeroever komt dotterbloemgrasland niet voor tenzij de Spindotterbloem aan de Getijdenschelde. Gewone dotterbloem niet aanplanten;
  • voor soortenlijst I p.415 (met aandacht voor spontane bebossing):
    • Rode paardenkastanje is niet inheems en wordt bij voorkeur niet aangeplant;
    • Zwarte populier enkel aanplanten indien autochtoon plantgoed beschikbaar;
    • Cultuurpopulier (var. Marilandica, Serotina & Blauwe van Eksaarde) is een cultivar. Van cultivars is er nog geen onderzoek naar de invloed op inheemse diersoorten die normaal gezien van/op Ratelpopulier leven. Cultuurpopulier vervangen door de inheemse populiersoort Populus tremula (ratelpopulier). Indien toch aanplanting hiervan enkel mannelijke exemplaren gebruiken;
    • Wintereik is niet optimaal. Wintereik is algemeen in de Leemstreek en de Maasvallei maar niet hier. Wintereiken kunnen niet tegen wateroverlast en groeien steeds buiten het bereik van grondwater. Wintereik vervangen door Zomereik. Zomereik komt hier van nature wel veel voor. Zomereiken kunnen wel tegen tijdelijke wateroverlast buiten het groeiseizoen en houden het ook beter vol in gebieden met een permanente hogere grondwaterstand. Wintereik kan een bastaard vormen met Zomereik;
    • Fladderiep is zeer zeldzaam en beschermd en mag niet worden aangeplant vanuit het principe volgens protocol ANB, Natuurpunt en anderen. Enkel aanplanten indien autochtoon materiaal beschikbaar;
  • voor de beplanting van de gekozen soorten worden volgende voorwaarden geformuleerd:
    • Om spontane vestiging van grond specifieke natuurlijke soorten toe te laten, wordt de voorziene dichte inzaaiing in de zones F en G negatief beoordeeld. Deze zones bestemd voor spontane bebossing (soortenlijst F en G p.412+143) moeten dus niet dicht worden ingezaaid;
    • Om water- en moerasplanten toe te laten om zich vlug en spontaan te vestigen zonder inzaaien of aanplanten, wordt een dichte inzaaiing negatief beoordeeld;
    • Geen solitairen aanplanten binnen de zones voor spontane bebossing: Ac ’s (veldesdoorn) dichter bij het fietspad planten (naast het pleintje) of de spontane bebossingzone verder beginnen (figuur 29);
    • De soortenkeuze van de Dwarslaan verschilt aan oost- en westzijde van de bermbrug. De soort van de Dwarslaan moet op elkaar worden afgestemd aan oost- en westkant. Als de westzijde niet geveld wordt, dan oostzijde met Platanus x hispanica aanplanten. Als westzijde wel geveld wordt, beide lanen aanplanten met Tilia cordata;
  • voor de bescherming van de aangeplante zones worden volgende voorwaarden geformuleerd:
    • Afrastering tegen vraat moet rond een grotere zone dan enkel de zoom, voor de zone tussen Katwilgweg en de snelweg, worden voorzien;
    • Afrastering tegen vraat moet rond de zone voor spontane bebossing, aan de westzijde van het nieuwe fietspad richting Blancefloerlaan (zijde Katwilgweg), worden voorzien;
  • voor de overplaatsing van de orchideeënpopulatie ter hoogte van de Dwarslaan worden volgende voorwaarden en aanbevelingen geformuleerd:
    • De orchideeënpopulatie die zou worden overgeplaatst, moet gebeuren met grote kluit grond naar vochtig gebied (orchideeën hangen o.a. af van mycorrhizale fungi in de grond). Ook mag hier niet teveel beschaduwing van bomen zijn;
    • Na de werken moet de toplaag uit voedselarme grond bestaan om niet te veel ruigteplanten te krijgen.

Voorwaarden faunarasters:

  • ter hoogte van de bomenrij langs het fietspad tussen Blancefloerlaan en Neerstraat moet het faunaraster verder van de bomenrij langs het fietspad worden geplaatst zodat de nieuwe bomenrij tussen de afrastering op 2 meter afstand en het fietspad komt te staan;

Voorwaarden architectuur en landschap:

  • volgende algemene voorwaarden worden geformuleerd:
    • Waar de fietsverbinding wordt gecombineerd met een ecologische verbinding, moeten de vormelijke principes van de fietsverbinding primeren op die van de ecologische verbinding;
    • Fietstunnels moeten worden voorzien van verlichting in de vouten (of minstens een elektrische voeding), en afgewerkt met witte keramische tegels en witgeschilderd plafond;
    • Fietsbruggen moeten worden voorzien van een leuning met LED-verlichting geïntegreerd in de naturelkleurige, geborstelde RVS handgreep, zijdegrijze stalen spijlen met naturelkleurige RVS gaaswerk met liggende maas en maaswijdte 60 millimeter.
  • de gecombineerde fiets- en ecotunnel K3 moet worden voorzien van vouten, zoals alle fietstunnels (en eveneens de overige ecotunnels K5, K28 en K29);
  • de gecombineerde fiets- en ecotunnel K3 moet worden afgewerkt met witte keramische tegels ten minste aan de zijde van het fietspad en witgeschilderd plafond ten minste over de breedte van het fietspad;
  • in de gecombineerde fiets- en ecotunnel K3 moet aandacht worden besteed aan de sociale veiligheid. Indien verlichting – gelijkaardig als bij de gewone fietstunnels – conflicteert met de eco-passage, is minstens een tijdelijke verlichting (vb. met detectie) bij passage van zachte weggebruikers te voorzien;
  • het fietspad over de ecotunnel Palingbeek, K5, moet in plaats van het type leuning op keermuur worden voorzien van een leuning type fietsbrug met LED-verlichting geïntegreerd in de handgreep;
  • het fietspad langs de parallelweg over de spoorlijn 59, K8, moet in plaats van een geluidsscherm worden voorzien van een leuning type fietsbrug met LED-verlichting geïntegreerd in de handgreep (figuur 14);
  • omwille van meer integratie in de context worden volgende algemene voorwaarden geformuleerd:
    • In functie van leesbaarheid, continuïteit en landschappelijke integratie zijn betonnen barriers in vergelijking met stalen vangrails verantwoord. Op vlak van geluidsvermindering, functionaliteit, verkeersveiligheid en onderhoud zijn betonnen barriers eveneens meer aangewezen. De betonnen barriers langs de rijweg verminderen het zicht van de weggebruiker op de omgeving. Vandaar moet niet overal dezelfde hoogte barrier maar per locatie de minimaal vereiste hoogte maximaal worden voorzien;
    • Door het uitwerken van de snijvlakken in het landschap met schanskorven gevuld met antracietgrijze breuksteen ontstaat een te groot contrast of breuk met de omgeving. Schanskorven moeten contextueel juist ingezet worden of dit leidt juist tot minder coherentie. Een oplossing hiervoor kan zijn om te werken met verschillende korrelgroottes. De te voorziene schanskorven moeten worden gevuld met, bij voorkeur lokale, breuksteen in aardetinten (in plaats van zwartgrijs);
    • Schanskorven worden als ontwerpelement overal gebruikt, zonder rekening te houden met de context. De voorziene schanskorven die zich buiten de perimeter van de geluidswering - als grens van het snelweglandschap - bevinden, moeten worden gevuld met breuksteen in aardetinten en indien mogelijk maximaal vergroend (tenzij onder viaducten of in tunnels), of kunnen worden vervangen door zichtbeton;
    • Schanskorven die langs een fietshoofdroute gelegen zijn, moeten worden gevuld met breuksteen in aardetinten en indien mogelijk maximaal vergroend (tenzij onder viaducten of in tunnels);
  • de schanskorven ter hoogte van beide rustpunten voor fietsers moeten worden vervangen door een lichtgrijs zichtbetonnen boord met een hoogte en een breedte van 45 centimeter (figuur 13, figuur 23 en figuur 25);
  • de schanskorven ter hoogte van de vleermuisbunker aan de oostzijde van de bermbrug moeten worden gevuld met breuksteen in aardetinten en indien mogelijk maximaal vergroend, of kunnen worden vervangen door lichtgrijs zichtbeton (figuur 25);
  • de schanskorven ter hoogte van de hoogspanningscabines C06 en C11 (in samenhang met K12) moeten worden gevuld met breuksteen in aardetinten en indien mogelijk maximaal vergroend, of kunnen worden vervangen door lichtgrijs zichtbeton (figuur 22, figuur 23 en figuur 25);
  • de overige, resterende schanskorven moeten worden gevuld met, bij voorkeur lokale, breuksteen in aardetinten (in plaats van zwartgrijs) (figuur 25);
  • schanskorven van keerwanden, tunnelfronten, kering tegen rolgeluid en geluidsmuren die langs een fietshoofdroute gelegen zijn, moeten worden gevuld met breuksteen in aardetinten en indien mogelijk maximaal vergroend (tenzij onder viaducten of in tunnels) (figuur 25);

Voorwaarden met betrekking tot bereikbaarheid en de (verkeers)leefbaarheid tijdens de werken:

  • tijdens de werken moeten alle fietsbewegingen zonder al te grote omrijbewegingen worden gegarandeerd;
  • alle oversteken van werfroutes met lokale wegen en fiets- en wandelpaden moeten worden beveiligd;
  • het realiseren van minder hinder maatregelen en het bouwen van geluidsschermen en -bermen moet maximaal naar voren worden geschoven in de uitvoeringsfasering van de voorziene werken opdat de leefbaarheid van de omliggende woonwijken en recreatiegebieden maximaal wordt beschermd en verbetert waar mogelijk tijdens de langdurige werken;

Voorwaarden bereikbaarheid tijdelijke overslaglocaties:

  • het transport mag omwille van de verkeersleefbaarheid niet via de August Vermeylenlaan, maar moet via de werfweg doorheen het Sint-Annabos, volgens de voorwaarden opgenomen in de toelichtingsnota, gebeuren;
  • met betrekking tot de ontsluiting overslaglocatie Kennedytunnel (figuren 27 en 28):
    • Indien er toch moet worden gebruik gemaakt van de route langs het Galgenweel, moeten conflicten met voetgangers en fietsers worden vermeden. Om conflicten te vermijden moeten het werfverkeer en de fiets/voetgangersbewegingen gescheiden verlopen. Dit kan door het werfverkeer gebruik te laten maken van het huidige fietspad op het dijklichaam. Het weggedeelte tussen Kennedytunnel en het dijklichaam is voldoende breed om het verkeer gescheiden te laten verlopen. Om tijdens de werken de fietsverbinding tussen de Blancefloerlaan en de Kennedytunnel te garanderen moet er een geasfalteerde strook van minstens 3 meter (dubbelrichting fietspad) worden voorzien vanaf de Blancefloerlaan tot aan de Kennedytunnel. Deze strook moet worden afgescheiden van het werfverkeer met werfhekken/schermen. Het nieuwe fietspad takt aan op zowel het nieuwe Regattafietspad als het fietspad op de Blancefloerlaan.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.

Artikel 3

Het college geeft opdracht aan:

Dienst Taak
SW/V/SV Het advies na beslissing van de gemeenteraad over de 'zaak van de wegen'  te bezorgen aan de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar