Terug

2017_CBS_01851 - Onroerenderfgoedgemeente - Afzien van aanvraag tot erkenning. Collegiale brief aan het agentschap Onroerend Erfgoed - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 24/02/2017 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Caroline Bastiaens, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Nabilla Ait Daoud, schepen; Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2017_CBS_01851 - Onroerenderfgoedgemeente - Afzien van aanvraag tot erkenning. Collegiale brief aan het agentschap Onroerend Erfgoed - Goedkeuring 2017_CBS_01851 - Onroerenderfgoedgemeente - Afzien van aanvraag tot erkenning. Collegiale brief aan het agentschap Onroerend Erfgoed - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Aanleiding en context

Het onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 voorziet dat de stad Antwerpen een erkenning kan krijgen als onroerenderfgoedgemeente op voorwaarde dat zij een beleid rond onroerend erfgoed uitbouwt, aanvullend aan dat van de Vlaamse overheid. Als gevolg van deze erkenning neemt de stad Antwerpen een aantal bevoegdheden van het agentschap Onroerend Erfgoed over.

Op 8 juli 2016 (jaarnummer 6173) gaf het college opdracht aan de dienst Stadsontwikkeling/Onroerend Erfgoed om een aanvraagdossier voor de erkenning als onroerenderfgoedgemeente voor te bereiden.

Argumentatie

De stad Antwerpen is in haar bestuursakkoord duidelijk over de ambitie die ze heeft om het onroerend erfgoed duurzaam te behouden, te beheren en wanneer nodig te restaureren. In de doelstelling '1SBR04 – Antwerpen staat op de kaart als (onroerend) erfgoedstad: onroerend erfgoed is een troef in het ruimtelijk beleid en een hefboom voor stadsontwikkeling' werd het principe om de stad te laten erkennen als onroerenderfgoedgemeente ingeschreven.

Over te dragen bevoegdheden en erkenningsvoorwaarden

De erkende onroerend erfgoedgemeente neemt volgende bevoegdheden over van de Vlaamse overheid, in casu het agentschap Onroerend Erfgoed:

  • advies geven bij sloopaanvragen van items die zijn opgenomen in een vastgestelde inventaris;
  • advies geven bij aanvragen voor het kappen of verwijderen van houtig erfgoed, opgenomen in de vastgestelde inventaris;
  • meldingen van archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem behandelen;
  • meldingen van de aanvang van een archeologische opgraving ontvangen;
  • het bekrachtigen van archeologienota’s;
  • het geven van toelatingen voor niet vergunningsplichtige handelingen aan of in beschermde goederen.

Artikel 3.2.1. van het Onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014 bepaalt de voorwaarden voor de erkenning als onroerenderfgoedgemeente. Als een gemeente voldoet aan de Vlaamse beleidsprioriteiten inzake het onroerenderfgoedbeleid, voldoet de gemeente ook aan de voorwaarden om te worden erkend als onroerenderfgoedgemeente. De Vlaamse beleidsprioriteiten waarvan sprake zijn de volgende:

  1. de gemeente beschikt over een onderbouwde beleidsvisie die het actief behoud van het onroerend erfgoed op haar grondgebied voor ogen heeft en die complementair is aan het Vlaamse onroerenderfgoedbeleid:
    a) de beleidsvisie is integraal en omvat dus een visie op de zorg voor het archeologisch erfgoed, voor de monumenten en voor de cultuurhistorische landschappen;
    b) de beleidsvisie is geïntegreerd en is dus afgestemd met andere beleidsvelden die raakvlakken hebben met de onroerenderfgoedzorg;
    c) de beleidsvisie houdt rekening met de noden van de aanwezige onroerenderfgoedactoren;
  2. de gemeente ondersteunt de vrijwilligerswerking die zich inzet voor het duurzame behoud en beheer en voor de ontsluiting van het onroerend erfgoed op haar grondgebied en neemt acties om een lokaal draagvlak voor de onroerenderfgoedzorg te creëren;
  3. de gemeente neemt een voorbeeldfunctie op met betrekking tot het duurzame behoud en beheer van het onroerend erfgoed in haar eigendom of onder haar beheer, en integreert de visie op dat onroerend erfgoed in de beslissingen en plannen van de gemeente;
  4. de gemeente bouwt met het oog op expertiseverwerving een consultatienetwerk uit met de diensten en organisaties die betrokken zijn bij de zorg voor het onroerend erfgoed en betrekt een door de gemeenteraad erkende adviesraad, waarin de aanwezige onroerend erfgoedactoren vertegenwoordigd zijn, bij de voorbereiding, de uitvoering en de evaluatie van het gemeentelijk onroerenderfgoedbeleid;
  5. de gemeente houdt de toelatingen, de adviezen en de meldingen, afgeleverd in het kader van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en het Onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014, bij in een register dat digitaal raadpleegbaar is door het agentschap Onroerend Erfgoed. 

De regelgeving voorziet voor de uitvoering van deze taken geen financiële of personele tegemoetkoming.

Modaliteiten van de aanvraag

Artikel 3.2.2. van het Onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014 bepaalt de modaliteiten waaraan een aanvraag tot erkenning als onroerend erfgoedgemeente moet voldoen. Uiterlijk op 15 januari van het eerste jaar van de lokale beleidscyclus of, bij een evaluatie na drie jaar door de Vlaamse Regering, op 15 januari van het vierde jaar van de lokale beleidscyclus, dient de gemeente de lokale invulling van de Vlaamse beleidsprioriteiten bij de Vlaamse Regering in. De aanvraag gebeurt door een koppeling aan de beleids- en beheerscyclus.

In eerste instantie dient de gemeente de aanvraag van de erkenning als onroerenderfgoedgemeente als actie op te nemen in de strategische meerjarenplanning. Aan deze actie wordt de deelrapportagecode OEVBP01 gekoppeld. Vervolgens koppelt de gemeente onderstaande deelrapportagecodes aan de acties die zijn opgenomen in de meerjarenplanning om aan te tonen in welke mate deze voldoen aan de Vlaamse beleidsprioriteiten inzake onroerend erfgoed:

  • beleidsprioriteit 1 (beleidsvisie): OEVBP02;
  • beleidsprioriteit 2 (vrijwilligerswerking): OEVBP03;
  • beleidsprioriteit 3 (voorbeeldfunctie): OEVBP04;
  • beleidsprioriteit 4 (consultatienetwerk): OEVBP05;
  • beleidsprioriteit 5 (register): OEVBP06.

De gemeente kiest zelf welke acties ze toekent aan de verschillende beleidsprioriteiten. Voor de erkenning is het belangrijk dat de gemeente aantoont dat zij voldoet aan de beleidsprioriteiten inzake onroerend erfgoed. Soms is het niet mogelijk om in de beleids- en beheerscyclus een actie voldoende duidelijk te omschrijven. De gemeente kan hiervoor aanvullende documenten bezorgen aan de afdeling Erkennen en Subsidiëren van het agentschap Onroerend Erfgoed.

Wanneer de stad de erkenning ontvangt, is deze geldig voor onbepaalde duur, zolang er blijvend wordt ingespeeld op de Vlaamse beleidsprioriteiten inzake onroerenderfgoedbeleid. Op basis van de jaarlijkse rapportage over de invulling van het engagement wordt de erkenning geëvalueerd. Een erkende onroerenderfgoedgemeente kan zelf aangeven dat ze niet meer erkend wil zijn. In dat geval formuleert het agentschap Onroerend Erfgoed een voorstel van beslissing over de intrekking van de erkenning. Nadien neemt de minister de uiteindelijke beslissing tot intrekking.

Evaluatie van de erkenning als onroerenderfgoedgemeente.

Het actueel onroerenderfgoedbeleid van de stad is geformaliseerd in de doelstelling '1SBR04 - Antwerpen staat op de kaart als (onroerend) erfgoedstad: onroerend erfgoed is een troef in het ruimtelijk beleid en een hefboom voor stadsontwikkeling'. De actieplannen en acties in deze doelstelling streven in belangrijke mate de doelstelling na die door Vlaanderen beoogd wordt met een erkenning als onroerend erfgoedgemeente. Enkel de vereiste adviesraad, waarin de aanwezige erfgoedactoren vertegenwoordigd zijn en die betrokken is bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het gemeentelijk onroerend erfgoedbeleid, ontbrak om in aanmerking te komen voor de erkenning. Daarom keurde de gemeenteraad op 19 december 2016 de oprichting van een Stedelijke Adviesraad Onroerend Erfgoed goed.

Om te voldoen aan de vereisten om in aanmerking te komen voor erkenning als onroerenderfgoedgemeente werden in de stedelijke meerjarenplanning de nodige koppelingen met de Vlaamse beleidsprioriteiten gelegd. Door het leggen van de koppelingen van de strategische meerjarenplanning met de Vlaamse deelrapportagecodes is de aanvraag om erkend te worden vormelijk volledig.

Alhoewel op basis van bovenstaande voorbereiding de stad zowel inhoudelijk als vormelijk in aanmerking komt voor een erkenning als onroerenderfgoedgemeente zijn er verschillende elementen die de opportuniteit daarvan hypothekeren.

De meerwaarde van de over te dragen bevoegdheden voor het lokaal onroerenderfgoedbeleid blijken beperkt:

  • de adviserende bevoegdheid bij sloopaanvragen van items die zijn opgenomen in een vastgestelde inventaris wordt op dit moment reeds opgenomen door de dienst Stadsontwikkeling/Onroerend Erfgoed;
  • andere bevoegdheden zijn louter administratief van aard, namelijk het behandelen van meldingen in het kader van een archeologisch vooronderzoek en het behandelen van meldingen van de aanvang van een archeologische opgraving;
  • enkel het bekrachtigen van archeologienota’s en het geven van toelatingen voor niet vergunningsplichtige handelingen aan beschermd erfgoed vergroten de impact van de stad op het onroerenderfgoedbeleid.

De inwerkingtreding van het archeologieluik van het onroerenderfgoeddecreet medio 2016 had daarenboven een belangrijke administratieve, financiële en personele impact op de stad. Alhoewel de regelgeving met betrekking tot de opmaak van archeologienota’s sinds 1 januari 2017 is aangepast blijft dit in vergelijking met de vorige regelgeving voor een meerkost en een zwaardere administratieve procedure zorgen.

De wetgeving voorziet geen financiële tegemoetkomingen voor de bijkomende werklast ten gevolge van de overgedragen taken. Dat wil zeggen dat de stad Antwerpen deze last bijkomend moet dragen en er de facto een vermindering van de capaciteit op het vlak van onroerenderfgoedzorg zou optreden in geval van erkenning als onroerenderfgoedgemeente.

Alhoewel in tegenstrijd met de oorspronkelijke stedelijke doelstelling om de erkenning als onroerenderfgoedgemeente na te streven, blijkt deze niet voor een voldoende meerwaarde voor het stedelijk onroerend erfgoedbeleid te zorgen om deze aanvraag te verantwoorden. Er kan daarom beter afgezien worden van een aanvraag tot erkenning. Hiertoe moeten in de stedelijke meerjarenplanning de koppelingen verwijderd worden die met de Vlaamse deelrapportagecodes inzake onroerend erfgoed gelegd werden. Afzien van een erkenning als onroerenderfgoedgemeente verandert niets wezenlijks aan de mogelijkheden die de stad Antwerpen heeft om een eigen onroerenderfgoedbeleid verder uit te bouwen.

Juridische grond

Het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en het Onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014.

Beleidsdoelstellingen

5 - Bruisende stad
1SBR04 - Antwerpen staat op de kaart als (onroerend) erfgoedstad: onroerend erfgoed is een troef in het ruimtelijk beleid en een hefboom voor stadsontwikkeling
1SBR0401 - Het onroerend erfgoed is gevrijwaard, waar nodig door herbestemming, om het door te geven aan de volgende generatie
1SBR040101 - Antwerpen is erkend als onroerenderfgoedgemeente
1SBR040101PA1903 - Antwerpen erkende onroerenderfgoedgemeente

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college keurt goed om af te zien van de aanvraag tot erkenning als onroerenderfgoedgemeente in gevolge het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en het onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014.

Artikel 2

Het college keurt de collegiale brief aan het agentschap Onroerend Erfgoed over de beslissing om af te zien van de erkenning als onroerenderfgoedgemeente goed.

Artikel 3

Het college geeft opdracht aan:

Dienst Taak
SC Bij de budgetwijziging 2017 de koppelingen verwijderen die gelegd werden in de stedelijke meerjarenplanning met de Vlaamse beleidsprioriteiten inzake onroerend erfgoed.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.

Bijlagen