Terug

2017_CBS_01852 - Duurzame stad - Resultaten, conclusies, vervolgacties haalbaarheidsstudie "Warmtenet stadhuis en omgeving" - Strategische energievisie - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 24/02/2017 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Caroline Bastiaens, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Nabilla Ait Daoud, schepen; Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2017_CBS_01852 - Duurzame stad - Resultaten, conclusies, vervolgacties haalbaarheidsstudie "Warmtenet stadhuis en omgeving" - Strategische energievisie - Goedkeuring 2017_CBS_01852 - Duurzame stad - Resultaten, conclusies, vervolgacties haalbaarheidsstudie "Warmtenet stadhuis en omgeving" - Strategische energievisie - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Aanleiding en context

Naar aanleiding van de geplande werken aan het stadhuis en de daarmee gelijklopende plannen voor het Steen en het nieuwe diamantmuseum (DIVA) wenste de stad Antwerpen de haalbaarheid van een warmtenet voor deze gebouwen en de omgeving te onderzoeken. Met dat doel gunde het college op 29 juli 2016 (jaarnummer 6722) een opdracht aan studiebureau 3E.

De studie werd in nauw overleg met de betrokken diensten van de afdeling vastgoed van de bedrijfseenheid stadsbeheer (SB/VG) en Warmte@Vlaanderen uitgevoerd. Met Warmte@Vlaanderen werd door het college een intentieverklaring goedgekeurd op 9 september 2016 (jaarnummer 7862over de ontwikkeling van het warmteproject Antwerpen Zuid.

De resultaten van de haalbaarheidsstudie worden samen met de conclusies en vervolgacties met betrekking tot de projecten van het stadhuis en het Steen ter goedkeuring voorgelegd aan het college.

Argumentatie

Het onderzoek

De haalbaarheid van een warmtenet in de omgeving van het stadhuis werd onderzocht door studiebureau 3E

Er werden twee warmtevraaggebieden onderzocht:

  • vier overheidsgebouwen - Stadhuis, Vleeshuis, DIVA en het Steen: “het kerngebied”;
  • de aangrenzende sociale woningen van Woonhaven: “het uitbreidingsgebied”.

Naast de bepaling van de warmtevraag gebeurde een inventarisatie van de mogelijke groene warmtebronnen. Het lokale potentieel voor zonne-energie, biomassa, geo-, rio- en Scheldethermie werd vastgesteld. Naast de lokale duurzame bronnen werd de mogelijkheid onderzocht om een toekomstige koppeling mogelijk te maken met het stadswarmtenet uit het zuiden, onder andere gevoed door restwarmte van ISVAG (Intercommunale voor Slib- en Vuilverwijdering van Antwerpse Gemeenten). Deze latere connectie heeft een hoog potentieel inzake CO2-reductie.

Uit de potentieelanalyse van deze lokale bronnen bleek dat geothermie en zonthermie slechts kan instaan voor een beperkt aandeel van de warmtevraag. Het geothermisch systeem kent bovendien een groot ondergronds ruimtebeslag in een archeologische zone. Een zonthermisch systeem op de daken van de historische hangars zou dan weer hoge eisen stellen aan de draagconstructie. Van een lichter fotovoltaïsch systeem is de rendabiliteit reeds goed gekend en hoeft de haalbaarheid niet specifiek onderzocht te worden. Biomassa is nauwelijks aanwezig in de omgeving van het projectgebied en de techniek is weinig geschikt voor stedelijke centra omwille van de daarmee gepaard gaande emissies. Er blijven dus drie bronnen over die een aanzienlijk aandeel van de warmtevraag kunnen invullen en ruimtelijk inpasbaar zijn: riothermie, Scheldethermie en restwarmte. Aardgas wordt ingezet als tijdelijke oplossing en om pieken in de warmtevraag op te vangen.

Er werden in totaal drie concepten onderzocht (aardgas, riothermie, Scheldethermie) die allemaal na 15 jaar inschakelen op restwarmte waarbij telkens de situatie voor het kerngebied op zich en het kerngebied plus de uitbreiding werd onderzocht. Zo werden een totaal van zes scenario’s getoetst op hun haalbaarheid.

Resultaten

De economische resultaten leveren geen enkel haalbaar scenario op. Geen enkel scenario kon namelijk een interne opbrengstvoet realiseren van meer dan 5% op 25 jaar. Het aardgasscenario met een inkoppeling van restwarmte na 15 jaar bleek het meest rendabel met een interne opbrengstvoet van 2.98%, ruim onder de investeringsdrempel van Warmte@Vlaanderen. 

De uitbreiding naar de sociale woongebouwen blijkt voor het aardgasscenario een negatief effect te hebben op de rendabiliteit omwille van de lage prijs waartegen Woonhaven aardgas kan aankopen. Dat heeft immers tot gevolg dat de door het warmtenet aangeboden warmte ook aan eenzelfde laag tarief moet aangeboden worden. De twee andere scenario’s blijken voornamelijk gehinderd door de verhouding tussen de aardgasprijs en de elektriciteitsprijs. De efficiëntie van warmtepompsystemen blijkt in de onderzochte scenario’s nog onvoldoende om het verschil met de aardgasprijs te overbruggen (factor 4).

Bij het onderzoek naar mogelijke ingrepen om de rendabiliteit van het project op te drijven, bleek steeds een verhoging van de warmteprijs noodzakelijk. Het betekent met andere woorden dat de warmte duurder zal zijn dan de referentieoplossing (aardgas). 

Ecologisch is er over een periode van 25 jaar wel een winst vast te stellen. Een reductie van 20 tot 50% CO2-emissies kan gerealiseerd worden afhankelijk van het scenario. Als gebruik gemaakt wordt van groene stroom kan de reductie voor het Scheldethermie scenario oplopen tot 75%. In het aardgasscenario is de reductie enkel te danken aan de inkoppeling van restwarmte na 15 jaar. De andere scenario’s verduurzamen al van bij de start maar ook daar is nog een belangrijke winst te maken bij de inkoppeling van restwarmte.

Conclusies

De belangrijkste conclusies zijn samengevat:

  • geen enkel scenario is op korte termijn haalbaar tegen een aanvaardbare energiekost;
  • de inkoppeling van restwarmte blijkt de meest kostenefficiënte manier om de warmtevoorziening in het gebied te verduurzamen.
De realisatie van een warmtenet gevoed door restwarmte vanuit het warmteproject Antwerpen Zuid blijkt de beste garantie op een duurzame warmtevoorziening voor de omgeving van het stadhuis in de toekomst. Om de realisatie van dit warmtenet mogelijk te maken binnen de afschrijvingstermijn (ongeveer 15 jaar) van de nieuwe technische installaties zijn volgende acties noodzakelijk:
  • de stadsgebouwen die vandaag worden ontworpen/gerenoveerd zo te ontwerpen dat ze klaar zijn om aan te sluiten op een stadswarmtenet. Om dit te realiseren is het noodzakelijk om de ontwerpen van het Steen en het stadhuis af te stemmen op de technische eisen die aangeleverd worden door Warmte@Vlaanderen. Dit kan zonder meerkosten voor deze projecten;
  • werken aan een strategische energievisie die de realisatie van een warmtetransportleiding langs de kaaien binnen een termijn van 15 jaar kan verzekeren. Deze visie moet zich uitspreken over aan te sluiten gebieden, fasering en ruimtelijke inpassing.

Beleidsdoelstellingen

1 - Woonstad
1HWN01 - Antwerpen is een duurzame stad
1HWN0102 - Een onderbouwd, gedragen en ondersteunend energie- en milieubeleid is gevoerd en het goede voorbeeld is door onszelf gegeven
7 - Sterk bestuurde stad
1TSB12 - Het logistiek beheer bereikt het best mogelijk resultaat zowel intern als voor de burger
1TSB1204 - De vastgoedportefeuille van groep stad Antwerpen speelt doelgericht en flexibel in op de huidige en toekomstige maatschappelijke behoeften
1TSB120402 - Bouwprojecten passen de vastgoedportefeuille van de groep stad Antwerpen aan in functie van de maatschappelijke en logistieke behoeften van burger en stedelijke diensten

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college neemt kennis van de resultaten en conclusies van de haalbaarheidsstudie "Warmtenet stadhuis en omgeving".

Artikel 2

Het college keurt goed dat de ontwerpen van het Steen en het stadhuis in overeenstemming worden gebracht met de technische voorschriften aangeleverd door Warmte@Vlaanderen zodat een toekomstige aansluiting op een warmtenet eenvoudig gerealiseerd kan worden. 

Artikel 3

Het college geeft opdracht aan:

Dienst Taak
SW/EMA Opmaak strategische envergievisie voor de hele stad waarbinnen ook de mogelijke realisatie van een stadswarmtenet en de daarvoor noodzakelijke condities wordt opgenomen.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.

Bijlagen

  • PR_PR109670_Haalbaarheid_Warmtenet_Stadhuis_20161220_AsSent.pdf