Nee
Artikel 4.7.12. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat het college bevoegd is om de beslissing te nemen over een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning.
| Aanvragers: | Mehta Suresh |
| De aanvraag omvat: | regulariseren renovatie van een gezinsvilla alsook zijn uitbreiding |
| Dossiernummer: | ZWI/B/20162624 |
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college conform artikel 4.7.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kennis van het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.
In het advies wordt de renovatie van de veranda uitgesloten van vergunning om reden dat uit plannen van een vorige aanvraag (vergunning van 22.01.1980 (222#5367) niet zou blijken dat die veranda op dat moment al aanwezig zou geweest zijn en dat met het bekomen van de vergunning in 2014 het recht op opname van de constructie in het vergunningenregister als geacht vergund vervallen is. Bovendien is het bouwen van een veranda op de perceelsgrens niet in overeenstemming met de Conventie Della Faille en is niet kenmerkend voor de volumes in de omgeving.
Niettegenstaande het feit dat de veranda niet opgetekend was in de plannen bij de bouwaanvraag van 22.01.1980, blijkt uit oude kaarten daterend van het jaar 1970 die als basis gediend hebben voor de opmaak van een BPA nr 5 “Nieuwe Parkwijk-Oost” in Wilrijk, dat op de plaats waar de herbouw van de veranda nu gevraagd wordt, er toen reeds een constructie stond welke aansluit op de garage achteraan. Deze gegevens zijn in overeenstemming met de getuigenverklaringen welke aan het dossier werden toegevoegd. De reden waarom deze veranda niet bij de bouwaanvraag van 22.01.1980 was opgetekend is onbekend, doch er mag gelet op het aangebrachte bewijsmateriaal geredelijk van uitgegaan worden dat de veranda er wel stond en reeds in de loop van de jaren ’70 was gebouwd.
Deze constructie is in de loop der jaren ook nooit gecontesteerd geweest. Er zijn geen PV’s opgemaakt ivm een mogelijke bouwovertreding en de veranda is nooit het voorwerp geweest van een bezwaarschrift of dergelijke.
De vergunning die de aanvrager bekomen heeft in 2014 is nooit volledig uitgevoerd. De gevraagde volume uitbreiding aan de voorkant is niet gebouwd, doch enkel de opbouw van de veranda werd verwijderd, waarbij de onderliggende verharding en fundering is blijven liggen.
Het voorwerp van de aanvraag is dus hoofdzakelijk de vernieuwing van de oude veranda.
Gelet op bovenstaande overwegingen kan dit worden toegestaan.
Ondertussen werden procedures opgestart om het naastliggend perceel op te splitsen. Mogelijk zal dit impliceren dat er aldus een nieuwe woning kan gebouwd worden die veel dichter bij de eigendom van de aanvrager zal komen. Om reden van privacy wordt de vernieuwing van de veranda toegestaan op voorwaarde dat de zijde tegen de perceelsgrens wordt voorzien van ondoorzichtig materiaal zodat geen rechtstreekse inkijk op het naastliggend perceel mogelijk is.
Verder dient de veranda te worden voorzien van een groendak overeenkomstig artikel 38 van de bouwcode. Dit zal als voorwaarde worden opgelegd.
De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en zijn uitvoeringsbesluiten.
Het college beslist de stedenbouwkundige vergunning goed te keuren en af te leveren aan de aanvrager, die ertoe gehouden is na uitvoering van de werken te voldoen aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten opgelegd door de Vlaamse Wooncode en het besluit van de Vlaamse regering van 12 juli 2013 betreffende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor woningen.
De veranda dient te worden voorzien van een groendak overeenkomstig artikel 38 van de bouwcode en zij dient van ondoorzichtig materiaal te worden voorzien aan de zijde tegen de perceelsgrens.