De stad Antwerpen streeft naar een toename van het aandeel hernieuwbare energie en een verhoogde energie-efficiëntie. Dit streven is vastgelegd in het klimaatplan dat werd goedgekeurd op 22 oktober 2015 (jaarnummer 8202). De stad ambieert daarin om tegen 2050 te evolueren naar een klimaatneutrale stad. De techniek van de riothermie of het winnen van warmte uit het rioleringssysteem, kan daar een bijdrage toe leveren. Met behulp van de kansenkaart voor riothermie opgemaakt door VITO (Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek) in het kader van het Step-up project werden twee locaties gekozen voor nader onderzoek naar de mogelijkheden van riothermie.
In dat licht gaf het college op 28 augustus 2015 (jaarnummer 7142) de opdracht tot het onderzoeken van de haalbaarheid van riothermie voor twee gevallen. De resultaten en beleidsconclusies worden met dit besluit ter kennisneming voorgelegd aan het college.
Voor twee gevalstudies werd de technische, economische en juridische haalbaarheid onderzocht van riothermie. Riothermie is de overkoepelende term voor technieken die de in het afvalwater aanwezige warmte benutten voor de verwarming van gebouwen.
Methode
Voor elk van de beide gevalstudies werden in eerste instantie drie concepten geëvalueerd. De concepten varieerden telkens op volgende punten:
In een eerste technisch-economische analyse werd het meest geschikte concept geselecteerd voor elke gevalstudie. Deze werd dan gedetailleerd uitgewerkt en onderzocht op de technische, economische en juridische haalbaarheid.
Gevalstudie 1: Zwembad groenenhoek
Het stedelijk zwembad Groenenhoek is in eigendom van, en wordt uitgebaat door de stad Antwerpen. In de nabije Diksmuidelaan werd een rioolcollector geïdentificeerd die technisch voldoet om de techniek van riothermie toe te passen (voldoende ruim en voldoende debiet). Het uitgewerkte concept bestaat uit een interne warmtewisselaar met gaswarmtepomp en een temperatuurregime van 60° C. De gaswarmtepomp kan in dat geval 69% van de benodigde warmte leveren (736 MWh/j). De resterende 31% wordt geleverd door de bestaande aardgasketel.
De toepassing van riothermie blijkt echter financieel niet haalbaar te zijn voor het zwembad Groenenhoek. De voornaamste reden daarvoor is de hoge investeringskost van de noodzakelijke werken voor de plaatsing van een warmtewisselaar in verschillende gevallen (intern, extern, nieuwe rioleringsbuis, inbouw…). De besparing op de uitgaven voor aardgas is relatief laag ten opzichte van het investeringsbedrag (deels te wijten aan de lage gasprijs). Het investeringsbedrag zou maximaal 100.000,00 EUR mogen zijn om een terugverdientijd van 15 jaar te realiseren.
Gevalstudie 2: Antwerpsesteenweg en Krugerstraat
Voor deze gevalstudie werden twee vastgoedprojecten beschouwd. Een zeer concreet project van Woonhaven voor de bouw van 25 wooneenheden en een vastgoedproject op het kruispunt van de Krugerstraat en de Sint-Bernardsesteenweg. Het programma van dit laatste project bleek tijdens de studie echter onvoldoende vast te liggen. Daarom werd besloten enkel het project van Woonhaven verder uit te werken.
De totale warmtevraag werd geschat op 358 MWh/jaar. In dit geval bleek het scenario met een interne warmtewisselaar en een gaswarmtepomp het meeste potentieel te hebben. De gaswarmtepomp zou bij voldoende warmteaanbod vanuit de riolering kunnen instaan voor 70% van de warmtevraag. De resterende 30% moet dan ingevuld worden door een gascondensatieketel. Er werd gekozen voor een temperatuurregime van 60° C. Bij deze temperatuur kan er nog gewerkt worden met klassieke radiatoren en zijn er geen bijkomende systemen nodig voor de productie van sanitair warm water.
Bij de gedetailleerde modellering van het riool bleek echter dat het debiet aan afvalwater in het riool onvoldoende is en bijgevolg het warmte-aanbod te laag is. Het plaatst dus vraagtekens bij de betrouwbaarheid van de gegevens op de riothermiekaarten die aan de basis van dit onderzoek liggen.
De analyse van de financiële haalbaarheid toont aan dat de meerkosten aan investering slechts 21.000,00 EUR mag zijn voor een terugverdientijd van 15 jaar bij de specifieke randvoorwaarden van dit project. De lage gasprijs (sociaal tarief) en bijgevolg de beperkte besparing met riothermie ten opzichte van het standaardscenario van een condenserende gasketel dragen hiertoe bij. Deze case is dus zowel technisch als financieel niet haalbaar.
Juridisch
Omdat het gebruik van een openbaar domeingoed, zoals een riolering, voor de winning van energie bijzondere juridische uitdagingen stelt werd ook de juridische haalbaarheid van de techniek onderzocht. Daarbij verschillen beide gevallen enigszins in de bandering. In het eerste geval is er sprake van een gebouw, 100% in eigendom van de stad. In het tweede geval gaat het om een sociale woningmaatschappij met meerdere aandeelhouders waaronder publieke organisaties. In strikte zin gaat het hier ook om publiek-publieke samenwerking.
Geval 1
Juridisch lijkt het haalbaar om riothermie toe te passen. Hierbij lijkt een samenwerking tussen de stad Antwerpen en Rio-Link onder de vorm van een publiek-publieke samenwerking het meest aangewezen. Een delegatie zou eveneens mogelijk zijn, maar daarbij zou de bevoegdheid voor het opzetten en exploiteren van een systeem voor warmterecuperatie uit riolering volledig en integraal aan Rio-Link moeten worden overgedragen, terwijl bij een publiek-publieke samenwerking meer sprake is van een gezamenlijke uitoefening van bepaalde openbare diensten, in casu naar onze mening meer geschikt lijkt.
Geval 2
Juridisch gezien is het project haalbaar met als belangrijkste component een publiek-publieke samenwerking tussen Woonhaven en de netwerkbeheerder die optreedt als producent en leverancier van de warmte. Mogelijk zou als bijlage bij deze overeenkomst een model van leveringscontract kunnen worden gevoegd dat tussen de leverancier en de eindgebruiker moet worden gesloten. Voor het gebruik van de riolering zal de netwerkbeheerder een gebruiksrecht moeten verkrijgen van Rio-Link. Het voorgestelde model zou ook werkbaar kunnen zijn voor een zuiver privaatrechtelijke warmteklant.
Een publiek warmtebedrijf werkt ondersteunend voor dit model. Het lijkt mogelijk dat dit warmtebedrijf instaat voor de exploitatie van riothermie-projecten waarbij zij aan de ene zijde een overeenkomst sluit met de warmteklant en aan de andere zijde een overeenkomst heeft met de rioolnetbeheerder (Rio-link) voor het gebruik van de riolering.
Conclusies
Voor beide gevallen zijn de condities op dit moment ongunstig om een rendabele realisatie en uitbating van een riothermieproject toe te laten. Dit betekent uiteraard niet dat elk toekomstig riothermieproject bij voorbaat kansloos is. Het betreft immers nog een relatief jonge markt wat gepaard gaat met eerder hoge investeringskosten voor nieuwe realisaties. De verwachting is dat deze kosten door schaalvergroting en innovatie nog kunnen dalen.
Ondanks de resultaten voor deze specifieke cases kan riothermie onder bepaalde omstandigheden bijdragen aan het behalen van de klimaatdoelstellingen en een duurzame energievoorziening van de stad. Projecten waarbij de warmtevraag kan voorzien worden aan maximum 45° C zijn het meest interessant op duurzaamheidsvlak omdat deze het gebruik van elektrische warmtepompen toelaten en de CO2 reductie hierbij het grootst is. Bijkomend zou de realisatie van een riothermieproject moeten samenvallen met geplande investeringen in de rioleringsinfrastructuur. Zo worden de investeringskosten voor riothermie gevoelig gedrukt wat de economische rentabiliteit verhoogd.
Het is dus aangewezen dat stad Antwerpen en Rio-link een samenwerking aangaan waarbij volgende strategie kan gebruikt worden om de kansen van riothermie te maximaliseren:
Het college neemt kennis van de resultaten en conclusies van de gevalstudie riothermie.
Het college keurt goed dat een samenwerkingsovereenkomst tussen stad en Rio-link wordt opgemaakt en ter goedkeuring aan de gemeenteraad wordt voorgelegd met het oog op het gezamenlijk actualiseren van de kansenkaart voor riothermie en het identificeren van opportuniteiten voor riothermie in stadsontwikkelingsprojecten op basis van deze kansenkaart en de investeringsplannen voor de riolering.