Het college is bevoegd in het kader van de opmaak van het vergunningenregister en de actieve onderzoeksplicht (artikel 5.1.3 §§1 en 2, en artikel 7.6.2. §1, 5de en 6de lid van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening).
Op datum van 5 augustus 2016 vraagt Wil Bots, De Damhouderestraat 14, 2018 Antwerpen, om het pand, gelegen Montignystraat 8 district Antwerpen, op te nemen in het vergunningenregister wegens vermoeden van vergunning. Hierbij worden de volgende documenten ter staving toegevoegd:
1. Bestaande juridische toestand
Het pand, Montignystraat 8 district Antwerpen, is kadastraal gekend als 'HUIS' met één woongelegenheid en kadastrale ligging 11de afdeling, sectie L, nummer 3749 R.
Voor dit pand werd de volgende vergunning verleend: 3 februari 1956: verbouwing gelijkvloers.
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan GRUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.
Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen.)
2. Bestaande feitelijke toestand
Het pand betreft een rijwoning met drie bouwlagen en een zolderverdieping onder een zadeldak. Het bestaat momenteel uit drie appartementen, een op het gelijkvloers en telkens een op verdiepingen 1 en 2. De zolderkamers betreffen geen woongelegenheid.
3. Overtredingen
Er werd geen proces-verbaal van overtreding teruggevonden.
Het voorwerp
De aanvraag betreft de vraag tot opname in het vergunningenregister van een constructie met drie woongelegenheden en een handelsruimte op het gelijkvloers.
De bewijsvoering
Volgens de kadastrale gegevens dateert de ingebruikneming van het gebouw van voor 1900.
Het pand is kadastraal gekend als een eengezinswoning. Het gebruik van dit pand werd in de loop der jaren gewijzigd van eengezinswoning naar meergezinswoning zonder voorafgaande vergunning.
Het pand is opgenomen in de inventaris van het bouwkundig erfgoed: “rij van drie vrij gaaf bewaarde eind-19de-eeuwse neoclassicistische meergezinswoningen een goede getuige van de originele rijbebouwing” Agentschap Onroerend Erfgoed 2016: Drie neoclassicistische meergezinswoningen, Inventaris Onroerend Erfgoed [online], https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/209605 (geraadpleegd op 16 november 2016).
Uit de bevolkingsgegevens blijkt dat, voor de inwerkingtreding van de Wet op Stedenbouw (22 april 1962), drie gezinnen tegelijkertijd waren ingeschreven.
In het archief werden bouwplannen teruggevonden van 3 februari 1956; voor het verbouwen van het gelijkvloers. Hieruit blijkt dat het dichtbouwen van het gelijkvloers achteraan werd vergund.
Er wordt voor de functie van handel op het gelijkvloers door de aanvrager enerzijds onvoldoende bewijs aangevoerd dat deze functie reeds aanwezig was sinds 9 november 1979. Anderzijds kan het weerlegbaar vermoeden van vergunning (gebouwd voor de inwerkingtreding van het gewestplan) niet op een feitelijke grondslag worden weerlegd. Om die reden wordt de handelsruimte op het gelijkvloers ingedekt door het onweerlegbaar vermoeden van vergunning dat toekomt aan de oorspronkelijke constructie.
Conclusie
Uit de bijgevoegde bewijsmaterialen blijkt dat de huidige constructie van het gebouw, de handelsruimte op het gelijkvloers en de drie woningen (één op het gelijkvloers en telkens één op verdiepingen 1 en 2) in aanmerking komen voor opname in het vergunningenregister wegens vermoeden van vergunning.
De gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar stelt voor om, gelet op de aangehaalde argumenten, het gebouw op te nemen in het vergunningenregister wegens vermoeden van vergunning.
Iedere constructie waarvan bewezen is dat ze gebouwd werd voor 22 april 1962 ofwel tussen deze en voor de eerste invoering van het gewestplan (3 oktober 1979, van kracht 9 november 1979), dient te worden opgenomen in het vergunningenregister met een vermoeden van vergunning in toepassing van artikel 5.1.3. §1. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening.
Het college neemt kennis van het feit dat het pand Montignystraat 8, district Antwerpen, inclusief de handelsruimte op het gelijkvloers en drie woonentiteiten, wordt opgenomen in het vergunningenregister wegens vermoeden van vergunning, als gebouwd voor 1962.
Het college geeft opdracht aan:
| Dienst | Taak |
| SW/V/SV | een duplicaat van deze beslissing te bezorgen aan het kadaster voor eventuele aanpassing van de kadastrale gegevens. |
| SW/V/SV | een duplicaat van deze beslissing te bezorgen aan SL/ST/PT voor eventueel verder gevolg. |
| SW/V/SV | een duplicaat van deze beslissing te bezorgen aan DL-huisnummering voor eventuele aanpassing van de gegevens. |