Terug

2017_CBS_00591 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure - 20162367 - district Deurne - Lakborslei 108 - Weigering

college van burgemeester en schepenen
vr 20/01/2017 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Caroline Bastiaens, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Rob Van de Velde, schepen

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2017_CBS_00591 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure - 20162367 - district Deurne - Lakborslei 108 - Weigering 2017_CBS_00591 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure - 20162367 - district Deurne - Lakborslei 108 - Weigering

Motivering

Onderzoek

Nee

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 4.7.12. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat het college bevoegd is om de beslissing te nemen over een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning.

Aanleiding en context

Aanvragers: Georges HTS Immo - Van Ussel
De aanvraag omvat: herbestemmen van kantorengebouw naar een gebouw met gebedsruimte en wooneenheden
Dossiernummer: NDE2/B//20162367

Dit ontwerpbesluit werd verdaagd in de zitting van 13 januari 2017 (jaarnummer 155).

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college conform artikel 4.7.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kennis van het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd. Inzake de parkeerparagraaf  en de beoordeling van het fietsparkeren stelt ze volgende zaken vast. Inzake de berekening van de parkeernorm stelt het college vast dat in het advies mobiliteit bepaalde elementen uit het bouwdossier en toelichtende nota niet overeenkomen. Om deze reden past ze de berekening aan en voegt ze haar argumentatie toe in de parkeerparagraaf.

Inzake het fietsparkeren wordt er onderscheid gemaakt tussen de verschillende functies die aanwezig zijn in het gebouw. De herberekening en specifieke voorwaarden die hieruit voortvloeien zijn in het besluit opgenomen alsook beargumenteerd.

Juridische grond

De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en zijn uitvoeringsbesluiten.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich slechts gedeeltelijk aan bij het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar. Het college nuanceert bepaalde onderdelen van het advies van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar.

In de parkeerparagraaf wordt volgende aangepast :

Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 42 parkeerplaatsen.

Bij projecten tot 5 wooneenheden is de parkeernorm 1. Echter in dit project zijn er reeds 2 bestaande appartementen welke ook behouden blijven. Om die reden moet met de parkeernorm voor projecten met meer dan 5 wooneenheden gewerkt worden (in totaal 6 appartementen):

-          1 appartementen < 60m² met parkeernorm: 1 x 1.1 = 1.1

-          1 appartementen tussen 60m² en 90m² met parkeernorm: 1 x 1.35 = 1.35

-          2 appartementen > 90m² met parkeernorm : 2 x 1.55 = 3.1

De parkeerbehoefte voor de bijkomende appartementen is bijgevolg afgerond 6

Voor de gebedsruimte wordt een parkeernorm van 0.15pp/persoon gehanteerd. Volgens de beschrijvende nota kunnen er 99 personen maximaal tegelijkertijd aanwezig zijn in de ruimtes die nu worden aangevraagd als gebedsruimte: 1 C & E, en 2C & E.  Echter zijn de ruimtes op het 2de verdiep kantoorruimtes. Deze worden hieronder volgens de kantoornorm berekend.

Bijkomend is er ook geen eenvormigheid tussen de vermelding in de beschrijvende nota en de bouwplannen. Voor de berekening gaan we uit van de meerdere gebedsruimtes die op de plannen aangegeven zijn. Vanuit de beschikbare informatie  leiden we af dat er (gemiddeld ) 198 bezoekers in de gebedsruimten aanwezig zullen zijn. Voor religiegebouwen wordt een parkeernorm gehanteerd van 0,15

pp I zitplaats. Dit brengt de parkeerbehoefte voor de gebedsruimten op 30 parkeerplaatsen.

Voor de kantoren wordt uitgegaan van de norm 1.55parkeerplaatsen per 100m² bvo. Het kantoor op de 2de verdieping geeft dan als te realiseren aantal parkeerplaatsen: 6 parkeerplaatsen

Samengevat genereert deze aanvraag volgende parkeernorm:

-          Woningen:  6 plaatsen

-          Kantoor: 6 plaatsen

-          Polyvalente ruimtes: 30 plaatsen

Totaal = 42 parkeerplaatsen

De plannen voorzien in 0 nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen.

Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 42.

Dit is het verschil tussen het aantal autostal- en/of autoparkeerplaatsen volgens de werkelijke parkeerbehoefte en het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen.

Het niet realiseren van dergelijk hoge parkeerbehoefte is niet aanvaardbaar. Ze legt een te hoge belasting op het openbaar domein.

In de bespreking van het fietsparkeren wordt onderstaande aangepast:

Fietsvoorzieningen:

-          Voor de 4 bijkomende appartementen moeten er 10 fietsstalplaatsen voorzien worden. In het gebouw is een ruimte voorzien waar plaats is voor 12 fietsen.  De fietsbergingen moeten voorzien worden nabij de traphallen die leiden tot de desbetreffende wooneenheden, alsook afsluitbaar. Dit dient aangepast te worden.

-          Voor de gemeenschapsruimte wordt een norm van 0.55 fietsstalplaatsen per 100m² bvo gerekend. Dit komt neer op 18 fietsparkeerplaatsen. De fietsparkeerplaatsen worden in de voortuin voorzien. Gelet op de intensiteit van de functie en de beschikbare ruimte inpandig, dient deze fietsruimte voorzien te worden inpandig, afsluitbaar. Hiervoor dient er een andere functie in grootte beperkt te worden zodoende de fietsen conform de bepalingen van art 29 gerealiseerd worden.Tevens door het inpandig voorzien van de fietsstallingen zal er geen overlast in de woonstraat mogelijk zijn alsook is het groene straatbeeld door de voortuin gewaarborgd.

-          Voor de kantoorruimte wordt de norm 1.55 fietsstalplaatsen per 100m² bvo gerekend. Dit komt neer op 5 fietsplaatsen. Deze fietsplaatsen dienen afzonderlijk afsluitbaar te zijn zodat bezoekers van de polyvalente ruimtes geen toegang hebben tot de fietsen van de kantoren. Deze dienen tevens intern gerealiseerd te worden.

Aangezien het totaal aantal fietsstalplaatsen boven de 30 ligt is er volgens de bouwcode de verplichting om een elektrisch oplaadpunt te voorzien.  De bouwheer kan kiezen in welke van de verschillende fietsbergingen hij deze voorziet.

In deze is het voorzien van fietsstallingen in de voortuinstrook uitgesloten.

Deze beoordeling heeft als gevolg dat inzake het fietsparkeren volgende voorwaarden opgelegd worden:

-          Geen fietsenstallingen voorzien in de tuinzone vooraan

-          De verschillende functies aparte en afsluitbare fietsstallingen geven, inpandig, conform de bepalingen uit artikel 29 van de bouwcode

-          Voorzien van 1 elektrisch oplaadpunt voor fietsen.

Artikel 2

Het college beslist de stedenbouwkundige vergunning te weigeren.

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.