Terug

2017_CBS_04592 - Gemeentelijke fiscaliteit - Belastingreglement op het bouwen, herbouwen en verbouwen van woningen en gebouwen en belastingreglement op ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen. Wijziging - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 19/05/2017 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Koen Kennis, schepen; Caroline Bastiaens, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Sven Cauwelier, waarnemend stadssecretaris

Afwezig

Bart De Wever, burgemeester; Roel Verhaert, stadssecretaris; Glenn Verspeet, plaatsvervangend korpschef

Secretaris

Sven Cauwelier, waarnemend stadssecretaris
2017_CBS_04592 - Gemeentelijke fiscaliteit - Belastingreglement op het bouwen, herbouwen en verbouwen van woningen en gebouwen en belastingreglement op ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen. Wijziging - Goedkeuring 2017_CBS_04592 - Gemeentelijke fiscaliteit - Belastingreglement op het bouwen, herbouwen en verbouwen van woningen en gebouwen en belastingreglement op ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen. Wijziging - Goedkeuring

Motivering

Argumentatie

Het verwerven van inkomsten via belastingen is noodzakelijk om de algemene uitgaven van de stad te financieren.

Naar aanleiding van de invoering van de omgevingsvergunning ter vervanging van de stedenbouwkundige vergunning, de milieuvergunning en de verkavelingsvergunning vanaf 1 juni 2017 moet het belastingreglement op het bouwen, herbouwen en verbouwen van woningen en gebouwen en het belastingreglement op de ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen tekstueel aangepast worden. Daar waar verwezen werd naar de stedenbouwkundige vergunning wordt de verwijzing naar de omgevingsvergunning toegevoegd. De beide termen blijven voorlopig naast elkaar gebruikt, omdat de stedenbouwkundige vergunningen die werden afgeleverd voor de inwerkingtreding van deze belastingreglementen nog kunnen leiden tot een belasting onder deze reglementen.

Bij beide reglementen wordt een alinea toegevoegd die het belastbaar tijdstip expliciet bepaalt in geval van regularisatievergunning zonder bijkomend uit te voeren werken, namelijk bij het afleveren van de regularisatievergunning.

Er worden verder geen wijzigingen aangebracht aan het belastbaar voorwerp, het belastbaar tijdstip, de tarieven, de berekening en de vrijstellingen.

Voor de bestaande vrijstellingen in het belastingreglement op het bouwen, herbouwen en verbouwen van woningen en gebouwen wordt voor de volledigheid volgende argumentatie opgenomen:

a)  er wordt een vrijstelling verleend voor  gebouwen waarvoor geen onroerende voorheffing verschuldigd is, zoals omschreven in de Vlaamse codex fiscaliteit, wegens het gebruik/de bestemming van de desbetreffende onroerend goederen.

Het gaat hier om onroerende goederen die:

  • zonder winstoogmerk werden bestemd voor het openbaar uitoefenen van een eredienst of van de vrijzinnige morele dienstverlening, voor onderwijs, voor het vestigen van hospitalen, klinieken, dispensaria, rusthuizen, vakantiehuizen voor gepensioneerden, of van andere soortgelijke weldadigheidsinstellingen;
  • een vreemde staat heeft bestemd voor de huisvesting van zijn diplomatieke of consulaire zendingen of van culturele instellingen die zich niet met verrichtingen van winstgevende aard bezighouden, op voorwaarde van wederkerigheid;
  • de onroerende goederen die de aard van nationale domeingoederen hebben, op zichzelf niets opbrengen en voor een openbare dienst of voor een dienst van algemeen nut worden gebruikt.

 b)  het bouwen, herbouwen en verbouwen van woningen door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen en de door haar erkende sociale huisvestingsmaatschappijen, evenals door het Vlaams Woningfonds, de sociale verhuurkantoren en het OCMW omwille van het maatschappelijk doel dat zij verwezenlijken;

c)   er wordt een vrijstelling verleend voor woon- of handelshuizen waarbij voor de verbouwing een stedelijke of Vlaamse toelage of premie wordt toegekend;

 d)  bouwwerken met een voorlopig karakter worden vrijgesteld van belasting net omwille van het tijdelijk karakter van de bouwwerken;

e)   het heropbouwen van door oorlogsfeiten of brand vernielde of beschadigde gebouwen wordt voorwaardelijk vrijgesteld omdat het hier een specifieke overmachtssituatie betreft;

 f)  het bouwen, herbouwen en verbouwen van afdaken worden vrijgesteld omdat het hier geen afgesloten constructie betreft, die een volumevermeerdering met zich meebrengt;

g) het bouwen, herbouwen en verbouwen van woningen of gebouwen door de autonome gemeentebedrijven van de stad wordt vrijgesteld omdat deze bedrijven de specifieke opdracht hebben bepaalde doelstellingen van de stad te verwezenlijken. 

Juridische grond

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
De omzendbrief BB 2011/01 van 10 juni 2011 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.
De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
Het Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en haar bijlagen.
Het Besluit van de Vlaamse Regering van 13 februari 2015 tot aanwijzing van de Vlaamse en provinciale projecten in uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, met als bijlage 1 de Vlaamse lijst en als bijlage 2 de proviciale lijst.
Titel IV en V van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.
Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (VLAREM II).
Besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende bijkomende algemene en sectorale milieuvoorwaarden voor GPBV-installaties (VLAREM II).
Besluit van de Vlaamse Regering van 14 april 2000 tot bepaling van de vergunningsplichtige functiewijzigingen.

Aanleiding en context

De gemeenteraad keurde in zitting van 15 december 2014 (jaarnummer 992) het belastingreglement op het bouwen, herbouwen en verbouwen van woningen en gebouwen voor aanslagjaren 2015 tot en met 2019 goed.

De gemeenteraad keurde in zitting van 15 december 2014 (jaarnummer 972) het belastingreglement op ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen voor aanslagjaren 2015 tot en met 2019 goed.

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 170 §4 van de Grondwet bepaalt de uitdrukkelijke bevoegdheid van de gemeenteraad voor het invoeren van belastingen.
De artikelen 42 §3 en 43 §2 van het Gemeentedecreet bepalen de exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad.

Beleidsdoelstellingen

Optimalisatie belastingreglementen

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen legt volgde voor aan de gemeenteraad:

De gemeenteraad keurt het gewijzigde belastingreglement op het bouwen, herbouwen en verbouwen van woningen en gebouwen goed.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen legt het volgende voor aan de gemeenteraad:

De gemeenteraad keurt het gewijzigde belastingreglement op ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaasten goed.

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.