De aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning werd openbaar gemaakt van 2 maart 2017 tot 1 april 2017. Het proces-verbaal van openbaar onderzoek werd opgesteld op datum van 3 april 2017. De procedure is uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen van voornoemd besluit inzake de openbaarmaking.
Bezwaarschriften: omschrijving en beoordeling
Er werden 6 bezwaarschriften ingediend.
De bezwaren laten zich als volgt samenvatten:
1. Geluidsoverlast: Het bezwaar dat de zitbank, gepland ter hoogte van de voortuin van het appartementencomplex Jan Blockxstraat 5, geluidsoverlast in de avonduren zal genereren voor de aangrenzende slaapkamers aan de voorzijde van het appartementsgebouw;
Beoordeling:
Er is geen causaal verband tussen het gebruik van een bank op openbaar domein en geluidsoverlast. Het bezwaar is bovendien louter hypothetisch van aard en kan bijgevolg niet meegenomen worden in de afweging bij de stedenbouwkundige beoordeling van voorliggende aanvraag. Het bezwaar is ongegrond;
2. Overlast: Het bezwaar dat de zitbank, gepland ter hoogte van de voortuin van het appartementencomplex Jan Blockxstraat 5, overlast door zwerfvuil, hondenpoep, … met zich mee zal brengen in de voortuin van het appartementsgebouw;
Beoordeling:
Er is niet noodzakelijk een causaal verband tussen voorliggend project en de te verwachten overlast zoals omschreven in het bezwaarschrift. Het bezwaar is gebaseerd op vermoedens en kan bijgevolg niet meegenomen worden in de afweging bij de stedenbouwkundige beoordeling van voorliggende aanvraag. Het bezwaar is ongegrond;
3. Onveiligheidsgevoel: Het bezwaar dat de zitbank, gepland ter hoogte van de voortuin van het appartementencomplex Jan Blockxstraat 5, benut zal worden door hangjongeren, daklozen die op de bank komen slapen, alcohol -en druggebruikers met overlast en een onveiligheidsgevoel voor de bewoners van het appartementsgebouw tot gevolg;
Beoordeling:
Het bezwaar omtrent criminaliteit en het onveiligheidsgevoel betreft niet aantoonbare, subjectieve elementen die niet van stedenbouwkundige aard zijn en die bijgevolg niet mee in afweging kunnen worden genomen bij de stedenbouwkundige beoordeling van voorliggend project. Er is niet noodzakelijk een causaal verband tussen voorliggend project en de te verwachten overlast zoals omschreven in het bezwaarschrift. Het bezwaar is ongegrond;
4. Verlies van parkeerplaatsen: Het bezwaar tegen het verruimen van de stoep ten koste van 2 parkeerplaatsen vóór de inrit van de carport van de bezwaarindiener, waardoor de bezwaarindiener niet meer voor zijn eigen poort kan parkeren en noodgedwongen zijn wagen elders op openbaar domein dient te stallen;
Beoordeling:
In realiteit verdwijnt er slechts 1 parkeerplaats (in bestaande toestand zijn er vijf parkeerplaatsen – in de aanvraag worden er vier voorzien). De twee parkeerplaatsen waar de bezwaarindiener op doelt, betreft onrechtmatig gebruikte openbare weg (draairuimte voor de poort in zijn achtertuin). Gezien het feit dat de bezwaarindiener beschikt over een parkeerplaats op eigen terrein (carport in achtertuin) hoeft hij geen parkeerplaats op het openbaar domein te bezetten. Het bezwaar dat het aantal parkeerplaatsen in de buurt daalt is niet terecht en bijgevolg ongegrond;
5. Tekort aan parkeerplaatsen: Het bezwaar dat op de hoek van het Vinkenplein een project werd vergund met 30 wooneenheden zonder parking op eigen terrein, waardoor het tekort aan parkeerplaatsen in de buurt zal toenemen;
Beoordeling:
Enkel voorliggende aanvraag - aanleg openbaar domein - ligt voor ter beoordeling. Bezwaren aangaande andere projecten kunnen niet meespelen in de afweging van voorliggende aanvraag. Het bezwaar is ongegrond;
6. Participatie: Het bezwaar dat inspraakmomenten en participatietrajecten zinloos zijn, wanneer de resultaten van de buurtbevraging volledig miskend worden;
Beoordeling:
Het bezwaar is niet stedenbouwkundig van aard en ongegrond;
7. Verlies van (zon)licht: Het bezwaar tegen de inplanting van een boom in de Jan Blockxstraat waardoor rechtstreeks zonlicht wordt weggenomen in de tuin van de bezwaarindiener;
Beoordeling:
De boom wordt ingeplant op een afstand van circa 6,50 meter van de tuinmuur met poort van de bezwaarindiener. Aangezien zich in deze zone een zwembad met daarop een overdekte autostalplaats bevindt, en daarenboven de naastliggende tuin achter de woning zich niet in de schaduwspiegel van de boom bevindt, kan bezwaarlijk gesteld worden dat de bezonning in de tuin in het gedrang komt. Het bezwaar is ongegrond;
8. Overlast: Het bezwaar tegen de inplanting van een boom in de Jan Blockxstraat die overlast creëert door bladval in de tuin en in het zwembad van de bezwaarindiener;
Beoordeling:
De tijdelijke hinder door eventuele bladval weegt niet op tegen het maatschappelijk belang van groenaanleg op het openbaar domein. Het bezwaar is ongegrond;
9. Onduidelijke plannen: Het bezwaar dat de plannen geen duidelijkheid verschaffen over de rechthoek, links van de nieuwe boom in de Jan Blockxstraat;
Beoordeling:
Conform de legende, gevoegd bij de aanvraag wordt deze rechthoek ingevuld met bomengranulaat. De plannen verschaffen voldoende duidelijkheid om de aanvraag op dit punt te kunnen beoordelen. Het bezwaar is ongegrond;
10. Discriminatie: Het bezwaar dat de bezwaarindiener gediscrimineerd wordt aangezien hij niet meer voor zijn eigen poort kan parkeren in tegenstelling tot ander buren;
Beoordeling:
De ingreep waardoor de onrechtmatig gebruikte parkeerzone verdwijnt, wordt net voorgesteld om de inrijbeweging in de poort (carport bezwaarindiener) te verbeteren en fout parkeren te vermijden. De situatie is bovendien volstrekt verschillend bij langsparkeerstroken dan (zoals in voorliggend geval) bij dwarsparkeren. Het bezwaar aangaande benadeling en discriminatie is louter gevoelsmatig en niet stedenbouwkundig van aard. Het bezwaar is ongegrond.
Artikel 4.2.25. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat indien de vergunningsaanvraag wegeniswerken omvat waarover de gemeenteraad beslissingsbevoegdheid heeft, en het vergunningverlenende bestuursorgaan oordeelt dat de vergunning kan worden verleend, dan neemt de gemeenteraad een beslissing over de zaak van de wegen, alvorens het vergunningverlenende bestuursorgaan een beslissing neemt over de vergunningsaanvraag.
Aanvragers: stad Antwerpen, Grote Markt 1, 2000 Antwerpen.
Ligging van het perceel: Fourmentstraat, Isabella Brantstraat, Jan Blockxstraat, Verdussenstraat, Vinkenplein ZN, 2018 Antwerpen.
Kadastrale gegevens: (afd. 10) sectie K.
Onderwerp: heraanleggen van de straten Fourmentstraat, Isabella Brantstraat, Jan Blockxstraat, Verdussenstraat en Vinkenplein.
Dossiernummer: 2017297.
Intern dossiernummer: AN2/B/digitaal/GR/.
Type dossier: reguliere procedure.
De gemeenteraad neemt kennis van het volledig aanvraagdossier, de bijhorende plannen en het verslag van de gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaar.
De gemeenteraad stelt vast dat het college van oordeel is dat op basis van het bijgevoegd verslag van de gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaar, de stedenbouwkundige vergunning kan verleend worden aan de aanvrager, die ertoe gehouden is:
De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) en zijn uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
De gemeenteraad keurt eenparig het volgende besluit goed.
De gemeenteraad neemt kennis van het volledig aanvraagdossier, de bijhorende plannen en het verslag van de gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaar voor wat betreft de 'zaak van de wegen'.
De gemeenteraad beslist: