1. Uitgangspunten
De beleids-en beheerscyclus als basis voor de financiering: de regelgeving met betrekking tot de beleids- en beheerscyclus bepaalt dat in het eerste jaar van de legislatuur een geïntegreerd meerjarenplan opgemaakt wordt. Ook de negen districten van de stad Antwerpen maken elk een meerjarenplan op in functie van de uitvoering van de respectievelijke districtsbestuursakkoorden.
Financieel-strategisch management: districtsbesturen bepalen prioriteiten bij de opmaak van het meerjarenplan. Deze prioriteiten worden vertaald in doelstellingen, doelstellingen vormen de basis voor financiering.
2. Verdeling van de dotaties
Op basis van een analyse van de aanrekeningen 2011-2016 komt men tot volgende verdeling van de exploitatie- en investeringsdotatie.
De exploitatiedotatie (25% van totale dotatie) is als volgt samengesteld:
- 65% volgens parameter aantal inwoners
- 25% volgens parameter lokaal grijs
o 25% daarvan wordt herverdeeld volgens de factor bevolkingsdichtheid
o 75% daarvan behoudt de verdeling volgens parameter lokaal grijs
- 10% volgens parameter lokaal groen
De investeringsdotatie (75% van totale dotatie) is als volgt samengesteld:
- 10% volgens parameter aantal inwoners
- 85% volgens parameter lokaal grijs
o 25% daarvan wordt herverdeeld volgens de factor bevolkingsdichtheid
o 75% daarvan behoudt de verdeling volgens parameter lokaal grijs
- 5% volgens parameter lokaal groen
3. Parameters
3.1. Aantal inwoners
De parameter aantal inwoners bedraagt het aantal inwoners per district, vastgelegd op 1 januari van het jaar van de nieuwe legislatuur.
3.2. Lokaal grijs
De parameter lokaal grijs houdt in: het aantal kilometer lokale straten en pleinen per district, vastgelegd op 1 januari van het jaar van de nieuwe legislatuur. Onder lokale straten en pleinen vallen alle straten en pleinen, met uitzondering van de steenwegen, stadswegen, wijkwegen en die straten die expliciet als bovenlokaal benoemd zijn. Het havengebied is hiervan uitgesloten.
3.3. Lokaal groen
De parameter lokaal groen wordt berekend op 1 januari van het jaar van de nieuwe legislatuur. Deze parameter wordt uitgedrukt in de werklastverdeling per district. Hierin zijn inbegrepen de bomen buiten parken in aanslag of jeugdfase, de lokale plantsoenvakken, de lokale parken en de lokale begraafplaatsen.
4. Factor bevolkingsdichtheid
Districten met een hoge bevolkingsdichtheid zien zich geconfronteerd met meer inwoners op hun lokale straten en pleinen dan districten met een lage bevolkingsdichtheid, en dus een grotere druk op het openbaar domein. Districten moeten op een kleinere oppervlakte meer/vaker investeren in hun straten, pleinen, sportinfrastructuur, speelterreinen en dergelijke. Daarom wordt een correctiefactor bevolkingsdichtheid ingevoegd op de parameter lokaal grijs.
Deze factor houdt het aantal inwoners per kilometer lokale straten en pleinen in, vergeleken met het gemiddelde voor alle districten.
Deze factor wordt toegepast op 25% van het bedrag dat aan de parameter lokaal grijs dient gegeven te worden. Op de overige 75% van dit bedrag wordt de procentuele verdeling van de parameter lokaal grijs toegepast.
5. Ontvangsten van districten
De districten kunnen zelf ontvangsten registreren, binnen het wettelijk vastgelegd kader.
Als men wenst gebruik te maken van specifieke dotaties wordt dit met een afzonderlijk besluit geregeld.
De antwoorden op de adviezen van de districtsraden en stedelijke adviesorganen zijn geclusterd opgenomen in bijlage.
Artikel 282, §6 van het Gemeentedecreet bepaalt § 6 dat bij de toewijzing van de bevoegdheden alle districten op een gelijke wijze moeten behandeld worden. De gemeentelijke overheden zorgen ervoor dat het personeel en de financiële middelen die aan de districten op grond van artikelen 287 en 288 van deze wet ter beschikking gesteld worden, in overeenstemming zijn met de bevoegdheden die hen toevertrouwd worden.
Op 20 december 1999 besliste de gemeenteraad de binnengemeentelijke decentralisatie naar wettelijk model in te voeren (jaarnummer 3128). Overeenkomstig artikel 340 van de Nieuwe Gemeentewet, op 15 juli 2005 vervangen door artikel 282 van het Gemeentedecreet, zorgden, het college van burgemeester en schepenen en de gemeenteraad ervoor dat de financiële middelen die aan de districten op grond van artikelen 287 en 288 van deze wet ter beschikking gesteld werden, in overeenstemming waren met de bevoegdheden die hen toevertrouwd werden.
Het college gunde op 5 december 2014 (jaarnummer 12362) een onderzoek naar de mogelijkheden en opportuniteiten tot bijsturing van het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel.
Dit leidde tot een voorstel van decentralisatiebesluiten vanuit volgende uitganspunten:
De voorliggende voorstellen van financiële middelen binnengemeentelijke decentralisatie werden voorgelegd aan de districtscolleges tijdens een werkoverleg op 1 december 2016. Het ontwerp werd besproken op een gemeenschappelijke raadscommissie stad-districten op 15 maart 2017.
Het voorstel van decentralisatiebesluiten werd voor advies voorgelegd aan de districtsraden en aan de conferenties van districtsadviesraden cultuur, jeugd, sport en senioren. De besluiten worden ter goedkeuring voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen en de gemeenteraad.
Telkens bij de opmaak van het meerjarenplan wordt het totale bedrag voor dotaties, zowel voor de exploitatiedotaties als investeringsdotaties, vastgelegd. De dotaties worden elke bestuursperiode geüpdatet en verdeeld over de districten, volgens de vastgelegde verdeelsleutel. Bij de opmaak van het meerjarenplan wordt ook bepaald of de dotaties geïndexeerd worden en hoe de dotaties worden uitbetaald.
Artikel 288 van het Gemeentedecreet bepaalt dat de gemeenteraad de criteria bepaalt op grond waarvan jaarlijks een algemene dotatie of specifieke dotaties uit de gemeentebegroting worden verstrekt aan de districten.
Artikel 289 van het Gemeentedecreet bepaalt dat de districtsraden steeds vooraf advies moeten uitbrengen over de manier waarop de financiering van de districten moet verlopen.
Het advies van de conferentie van districtsadviesraden jeugd en het antwoord hierop is terug te vinden in de bijlage.
Het advies van de “Sportraad Stad Antwerpen” en het antwoord hierop is terug te vinden in de bijlage.
Het advies van de “Cultuurraad Stad Antwerpen” en het antwoord hierop is terug te vinden in de bijlage.
Het advies van de “Seniorenraad Stad Antwerpen” en het antwoord hierop is terug te vinden in de bijlage.
Geen opmerkingen.
Geen opmerkingen.
Bij dit besluit werd een amendement ingediend: 2017_AM_00079 Amendement van raadslid Wouter Vanbesien: AMENDEMENT 1: aanpassen verdeling financiële middelen.
De gemeenteraad keurde dit amendement niet goed.
De gemeenteraad keurt bij monde van de fractievoorzitters volgend besluit goed.
Stemden ja: N-VA, CD&V en Open VLD.
Hebben zich onthouden: sp.a, Vlaams Belang, PVDA+ en Groen.
De gemeenteraad heft met ingang van 1 januari 2020 volgende beslissingen op:
De gemeenteraad keurt de verdeelsleutel van de algemene dotaties met ingang van 1 januari 2020 goed.
De exploitatiedotatie bedraagt 25% van totale dotatie aan de districten en is als volgt samengesteld:
- 65% volgens parameter aantal inwoners
- 25% volgens parameter lokaal grijs
o 25% daarvan wordt herverdeeld volgens de factor bevolkingsdichtheid
o 75% daarvan behoudt de verdeling volgens parameter lokaal grijs
- 10% volgens parameter lokaal groen
De investeringsdotatie bedraagt 75% van totale dotatie aan de districten en is als volgt samengesteld:
- 10% volgens parameter aantal inwoners
- 85% volgens parameter lokaal grijs
o 25% daarvan wordt herverdeeld volgens de factor bevolkingsdichtheid
o 75% daarvan behoudt de verdeling volgens parameter lokaal grijs
- 5% volgens parameter lokaal groen