Elk district beschikt over een polyvalente beleidscel van medewerkers die rechtstreeks voor het district werken. De districtssecretaris stuurt deze beleidscel hiërarchisch aan en staat in voor de waardering van deze medewerkers. De medewerkers in de beleidscel houden een inhoudelijke link aan met de stedelijke bedrijven voor opleiding en samenwerking.
Elke bestuursperiode bij opmaak van het meerjarenplan legt het stadsbestuur het totaal aantal voltijdse equivalenten vast dat wordt ingezet als direct personeel van de districten in de beleidscellen. De verdeling van dit totaal aantal VTE’s over de districten verloopt volgens onderstaande sleutel.
De districten kunnen bij aanvang van de bestuursperiode zelf bepalen hoe ze de VTE’s van hun district inzetten, mits dit mogelijk is binnen het stedelijk personeelskader.
Verdeelsleutel:
Stap 1: minimum bezetting beleidscel
In elke beleidscel zijn bepaalde functies en dus een bepaald aantal VTE’s vereist. Met volgende functies komen we tot een minimumaantal van 13 VTE’s per beleidscel:
- 1 districtssecretaris
- 1 adjunct-districtssecretaris/strategisch medewerker
- 3 secretariaatsmedewerkers
- 1 consulent openbaar domein/groendeskundige
- 4 medewerkers voor jeugd, sport, senioren, cultuur
- 2 medewerkers wijkoverleg/participatie
- 1 medewerker communicatie
Stap 2: verdeling van resterende VTE
De medewerkers die direct werken in en voor de districten worden voornamelijk ingezet op de persoonsgebonden materies, zoals cultuur, sport, jeugd, senioren, communicatie… Daarom worden de overige voltijds equivalenten verdeeld volgens de parameter inwonersaantal. De parameter aantal inwoners bedraagt het aantal inwoners per district, vastgelegd op 1 januari van het jaar van de nieuwe bestuursperiode.
De antwoorden op de adviezen van de districtsraden en stedelijke adviesorganen zijn geclusterd opgenomen in bijlage.
Artikel 282, §6 van het Gemeentedecreet bepaalt § 6 dat bij de toewijzing van de bevoegdheden alle districten op een gelijke wijze moeten behandeld worden. De gemeentelijke overheden zorgen ervoor dat het personeel en de financiële middelen die aan de districten op grond van artikelen 287 en 288 van deze wet ter beschikking gesteld worden, in overeenstemming zijn met de bevoegdheden die hen toevertrouwd worden.
Op 20 december 1999 besliste de gemeenteraad de binnengemeentelijke decentralisatie naar wettelijk model in te voeren (jaarnummer 3128). Overeenkomstig artikel 340 van de Nieuwe Gemeentewet, op 15 juli 2005 vervangen door artikel 282 van het Gemeentedecreet, zorgden, het college van burgemeester en schepenen en de gemeenteraad ervoor dat de financiële middelen die aan de districten op grond van artikelen 287 en 288 van deze wet ter beschikking gesteld werden, in overeenstemming waren met de bevoegdheden die hen toevertrouwd werden.
Het college gunde op 5 december 2014 (jaarnummer 12362) een onderzoek naar de mogelijkheden en opportuniteiten tot bijsturing van het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel.
Dit leidde tot een voorstel van decentralisatiebesluiten vanuit volgende uitganspunten:
De voorliggende voorstellen van personele middelen binnengemeentelijke decentralisatie werden voorgelegd aan de districtscolleges tijdens een werkoverleg op 24 november 2016. Het ontwerp werd besproken op een gemeenschappelijke raadscommissie stad-districten op 15 maart 2017.
Het voorstel van decentralisatiebesluiten werd voor advies voorgelegd aan de districtsraden en aan de conferenties van districtsadviesraden cultuur, jeugd, sport en senioren. De besluiten worden ter goedkeuring voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen en de gemeenteraad.
Met dit besluit wordt louter de verdeelsleutel vastgelegd voor de directe personele middelen voor de districten. Het totale aantal voltijdse equivalenten dat ter beschikking wordt gesteld aan de districten, wordt bepaald bij de opmaak van het meerjarenplan. (Momenteel werken er 215 VTE rechtstreeks voor de districten).
Artikel 287 Gemeentedecreet:
Elke districtsraad doet een voorstel voor de samenstelling van een eigen personeelsformatie die rekening houdt met de eigen behoeften en die als zodanig deel uitmaakt van de door de gemeenteraad voor de gehele gemeente vastgestelde personeelsformatie. De districtsraad doet voorstellen maar de uiteindelijke beslissingsbevoegdheid blijft bij het gemeentebestuur.
Na de goedkeuring van de personeelsformatie door de gemeenteraad wordt het personeel voor de districten ter beschikking gesteld door het college van burgemeester en schepenen.
Deze personeelsleden die werken in de districtsbesturen blijven deel uitmaken van het gemeentelijke personeelsbestand en zij hebben het recht om binnen de gestelde voorwaarden mee te dingen naar andere ambten. Het toezicht op het aan het district toegewezen personeel wordt uitgeoefend door het districtscollege.
De gemeentelijke organen blijven bevoegd voor tuchtaangelegenheden. Het tuchtdossier moet, behalve als het over de districtssecretaris zelf gaat, een advies van de districtssecretaris bevatten. Het advies moet gegeven worden uiterlijk vijftien dagen na het verzoek daartoe van de gemeentesecretaris. Indien het advies niet of niet tijdig wordt gegeven, kan de tuchtprocedure voortgezet worden zonder dit advies.
Het advies van de conferentie van districtsadviesraden jeugd en het antwoord hierop is terug te vinden in de bijlage.
Het advies van de "stedelijke seniorenraad" en het antwoord hierop is terug te vinden in de bijlage.
Het advies van de "stedelijke cultuurraad" en het antwoord hierop is terug te vinden in de bijlage.
Het advies van de "stedelijke sportraad" en het antwoord hierop is terug te vinden in de bijlage.
Geen opmerkingen.
Verdubbel het aanwezige personeel in de districten. Districten hebben experts nodig voor bepaalde functies binnen haar personeelsbestaand (zoals bijvoorbeeld stedenbouwkundige als het gaat over adviesfunctie ruimtelijke planning). Daarom adviseert het district om de districten voldoende vrijheid te geven om verschillende mensen met specifieke competenties te kunnen.
Geen opmerkingen.
Geen opmerkingen.
Geen opmerkingen.
De gemeenteraad keurt eenparig het volgende besluit goed.
De gemeenteraad beslist dat elk district beschikt over een polyvalente beleidscel met medewerkers, te verdelen volgens volgende verdeelsleutel:
Minimum van 13 voltijdse equivalenten per district en de overige voor de districten ter beschikking gestelde voltijdse equivalenten verdeeld volgens de parameter aantal inwoners per district zoals vastgesteld op 1 januari van het jaar van de nieuwe legislatuur.
De gemeenteraad beslist om elke bestuursperiode het totale aantal voltijdse equivalenten te bepalen dat ter beschikking wordt gesteld aan de districten in de polyvalente beleidscellen.
De gemeenteraad beslist dat dit besluit in werking treedt op 1 januari 2020