Er wordt aan de gemeenteraad voorgesteld om Geert Brouwers af te vaardigen namens de stad Antwerpen in de raad van bestuur van de vzw Lokaal Cultuurbeleid Berchem, ter vervanging van Albrecht Cleymans.
In zitting van 29 april 2013 (jaarnummer 262) keurde de gemeenteraad de samenstelling goed van de bestuursorganen van de vzw Lokaal Cultuurbeleid Berchem (LCB BE).
In zitting van 27 januari 2014 (jaarnummer 62) keurde de gemeenteraad een volledige nieuwe samenstelling goed van de bestuursorganen van LCB BE.
In zitting van 15 december 2014 (jaarnummer 969) keurde de gemeenteraad nieuwe statuten goed voor LCB BE.
In zitting van 2 maart 2015 (jaarnummer 95) keurde de gemeenteraad een volledige nieuwe samenstelling goed van de bestuursorganen van LCB BE.
In zitting van 26 oktober 2015 (jaarnummer 545) keurde de gemeenteraad de vervanging goed van de heer Dirk Ophoff door de heer Johan Jansen in de raad van bestuur van LCB BE.
In zitting van 22 november 2016 (jaarnummer 729) keurde de gemeenteraad de vervanging goed van mevrouw Ineke Oris door de heer Albrecht Cleymans in de raad van bestuur van LCB BE.
In zitting van 18 mei 2017 (jaarnummer 29) nam de districtsraad van het district Berchem kennis van het ontslag van Albrecht Cleymans als districtsraadslid van het district Berchem en draagt de districtsraad van het district Berchem districtsraadslid Geert Brouwers voor als vervanger van Albrecht Cleymans in de raad van bestuur van LCB BE.
Artikel 43 van het Gemeentedecreet stelt dat de gemeenteraad bevoegd is voor de beslissingen tot oprichting van, deelname aan of vertegenwoordiging in instellingen, verenigingen en ondernemingen.
De gemeenteraad neemt kennis van artikel 2.
Bij artikel 1 wordt er geheim gestemd.
De gemeenteraad beslist, met 41 stemmen tegen 4, er is 1 onthouding, om Geert Brouwers af te vaardigen namens de stad Antwerpen in de raad van bestuur van de vzw Lokaal Cultuurbeleid Berchem ter vervanging van Albrecht Cleymans en dit tot het einde van de huidige legislatuur, en beslist dat de stadsafgevaardigde bij het uitoefenen van de verplichtingen verbonden aan de afvaardiging steeds het bestuursakkoord als uitgangspunt moet nemen en waar nodig dient te overleggen met het college.