Na indiening en goedkeuring van de geselecteerde projecten zullen de budgetten als extra dotatie worden opgenomen bij de budgetopmaak 2018 op boekingsadres 1TSB090101A00000/664410.
In het kader van het ontwerp en begeleiding van het proces wordt 200.000,00 EUR voorzien op doelstelling 1SWN050201A00000/224/5153000000.
Artikel 288 van het Gemeentedecreet bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is om de criteria op grond waarvan jaarlijks een algemene dotatie of specifieke dotaties uit de gemeentebegroting worden verstrekt aan de districten.
| fase | actie | datum | jaarnummer |
| advies | coördinatieoverleg openbaar domein | 25 april 2016 | -- |
Op 30 oktober 2009 (jaarnummer 15377) keurde het college de opmaak van groenplannen goed. De opdracht omvat de opmaak van elf groenplannen, waaronder één (bovenlokaal) groenplan op stadsniveau en tien (lokale) groenplannen op niveau van de districten (negen districten en het havengebied). Het bovenlokaal groenplan focust op de districtsoverschrijdende sleutelkwesties en vormt een globaal stadsbreed beleidskader. De lokale groenplannen zijn hiervan een verfijning en omvatten richtlijnen voor groenprojecten.
De opmaak van het bovenlokaal groenplan startte in 2010. De eerste stap was een globale analyse van de situatie van het groenaanbod in Antwerpen. Dit resulteerde in zes thematische nota's (methodiek, ecologie, milieu, historiek, gebruik en flankerend groen) die op 19 april 2013 (jaarnummer 3880) door het college goedgekeurd werden.
Op 8 november 2013 (jaarnummer 11334) keurde het college de visienota voor het bovenlokaal groenplan goed. Daarin werd een basisambitie (streven naar maximale continuïteit) en vier concepten (beleefbaar en avontuurlijk, gezellige rust, biodiversiteit kan overal, structurerende accenten) vastgelegd. Deze vormen de bouwstenen waarmee de gewenste groenstructuur uitgewerkt wordt in het voorontwerp.
Op 26 juni 2015 (jaarnummer 5542) keurde het college het voorontwerp bovenlokaal groenplan 'Levendig Landschap' goed. Het voorontwerp bovenlokaal groenplan bestaat uit twee delen. In het deel ‘selecties’ worden de groenelementen geselecteerd die op bovenlokaal stadsniveau een rol vervullen. Binnen de selectie ‘Robuuste ruimten’ werd het concept ‘groene sproeten’ opgenomen om ook binnen het sterk verstedelijkt gebied deze ruimten te connecteren via lokale groene stapstenen.
Vanaf 2017 werd gestart met de opmaak van lokale groenplannen die een verfijning vormen van het bovenlokale plan en richtlijnen voor groenprojecten omvatten. In het kader van de ‘groene sproeten’ en meer bepaald de realisatie van een sterk vergroend straatbeeld in een dens stedelijk gebied, wenst het college twee pilootprojecten op te starten door middel van de realisatie van het concept ‘Tuinstraten’. Het concept ‘Tuinstraat’ werd nog niet eerder toegepast op Antwerps grondgebied. Door middel van de realisatie en evaluatie van deze pilootprojecten kan de haalbaarheid worden onderzocht en kan mits gunstige evaluatie de verdere uitrol en vertaling in coherente richtlijnen worden uitgewerkt in de lokale groenplannen.
Basisprincipe
Met de aanleg van een tuinstraat wordt het woonerfprincipe versterkt: de basisprincipes rond verkeersveiligheid blijven behouden maar de aanleg van de straat moet nog sterker bijdragen aan een aangename woonomgeving. Daar waar bij een woonerf de groenaanleg vaak ingezet wordt als verkeersbegeleidend middel wordt in een tuinstraat de vergroening van de straat als doel vooropgesteld. Hierdoor wordt een tuinstraat een interessant middel om in buurten waar weinig privaat of openbaar groen aanwezig is toch een vorm van vergroening te realiseren, als stapsteen tussen de robuuste groenruimten zoals voorgesteld in het bovenlokaal groenplan. Dit wordt gedaan door enkel te verharden wat strikt noodzakelijk is. Daarnaast worden bewoners sterk betrokken bij de opmaak van het ontwerp van de straat en worden ze uitgenodigd om zelf actief deel te nemen aan de inrichting en het beheer van de straat. Dit kan bijvoorbeeld door kleine groenstroken in beheer te nemen, individuele geveltuinen in te richten of een buurtbank te plaatsen.
Verspreid over de districten worden pilootprojecten opgestart om deze principes in praktijk uit te testen. Door middel van een dotatieregeling bestaat de mogelijkheid dat elk district maximaal 1 pilootproject indient. De straten zijn bij voorkeur gelegen in een zone met een groentekort en het draagvlak voor het opzetten van een sterk participatief proces is een belangrijke voorwaarde.
Om de representativiteit en haalbaarheid van het concept tuinstraten te garanderen werden enkele criteria vooropgesteld waaraan de pilootprojecten dienen te voldoen.
Criteria waaran het pilootproject dient te voldoen:
Werkingsprincipes
Timing
Mei 2017: goedkeuring dotatieregeling gemeenteraad en communicatie aan districtsbesturen.
30 juni 2017 : uiterlijke datum voor het indienen van kandidaat dossiers in het kader van de voorziene dotatieregeling tuinstraten.
Juli 2017: college wijst de verdeling van de middelen toe.
Najaar 2017: opstart ontwerp- en participatie traject en ontwerptraject, geselecteerde districten voorzien het volledige budget voor de uitvoering van het project bij budgetopmaak 2018-2019.
Bij dit besluit werd een amendement ingediend: 2017_AM_00069 - Amendement van raadslid Joris Giebens: mobiliteitsvoorwaarden tuinstraten.
De gemeenteraad keurde dit amendement niet goed.
De gemeenteraad keurt eenparig het volgende besluit goed.
De gemeenteraad keurt de criteria en werkingsprincipes voor de bijzondere dotatieregeling pilootprojecten tuinstraten goed.
De gemeenteraad delegeert de goedkeuring van de ingediende projecten aan het college volgens de vastgelegde criteria.