De stad kan voor bepaalde prestaties en diensten die voor de stedelijke administratie arbeids- en tijdsintensief zijn en die in het individueel belang of voordeel zijn van diegene die om die prestatie of dienst vraagt, een billijke vergoeding vragen.
Het doorrekenen van de administratieve kosten van de dienstverlening is verantwoord door het streven om de continuïteit en de kwaliteit van die dienstverlening te kunnen garanderen ten behoeve van de gebruiker ervan.
Het vaststellen van een retributie kadert in het gemeentelijk belang en het autonome appreciatierecht van de gemeente en is uitsluitend gebaseerd op de bestaande dossierlast.
De stad legt het bedrag van de retributie vast op het maximumbedrag van 50 euro gelet op het feit dat de administratieve lasten voor de gemeente bij de verlenging, vernieuwing en vervanging van het bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister – tijdelijk verblijf (de elektronische vreemdelingenkaart A) zeer hoog ligt.
Voor studenten, vorsers, minderjarigen en humanitair geregulariseerden wordt de retributie verlaagd tot het bedrag van de stedelijke belasting voor andere elektronische vreemdelingenkaarten. De stad neemt een deel van de kosten op zich van deze dossiers omwille van de specifieke hoedanigheid van de aanvrager.
De gecoördineerde grondwet verleent bij artikels 41, 162, 2° en 170§4, 1° en 173 fiscale autonomie aan de gemeenten.
Artikel 186 van het gemeentedecreet bepaalt de wijze van bekendmaking van de reglementen.
De Wet van 14 maart 1968 tot opheffing van de wetten betreffende de verblijfsbelasting voor vreemdelingen, gecoördineerd op 12 oktober 1953 en gewijzigd bij Wet van 18 december 2016 maakt het mogelijk voor de gemeente om een retributie te vestigen op de verlenging van bepaalde verblijfsvergunningen voor vreemdelingen. Het Koninklijk besluit van 5 maart 2017 tot bepaling van de verblijfsvergunningen waarvoor de gemeenten retributies kunnen innen voor het vernieuwen, verlengen of vervangen ervan en tot bepaling van het maximumbedrag bedoeld in artikel 2§2, van de wet van 14 maart 1968 tot opheffing van de wetten betreffende de verblijfsbelasting voor vreemdelingen, gecoördineerd op 12 oktober 1953 voert deze wet uit.
Tussen juli 2015 en september 2015 ging het meetbureau van de Dienst Administratieve Vereenvoudiging over tot de meting van de administratieve lasten voor gemeenten omtrent de aanvragen tot verlenging van het verblijf van een vreemdeling. Uit deze meting is gebleken dat de administratieve lasten voor de gemeenten bij de verlenging van het bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister – tijdelijk verblijf (de elektronische vreemdelingenkaart A) vele malen hoger ligt dan bij de andere verlengingsaanvragen.
Naar aanleiding van dit onderzoek werd aan de Wet van 14 maart 1968 tot opheffing van de wetten betreffende de verblijfsbelasting voor vreemdelingen, gecoördineerd op 12 oktober 1953, een artikel 2, §2 ingevoegd bij Wet van 18 december 2016. Deze bepaling maakt het mogelijk voor de gemeenten om een retributie te innen voor het vernieuwen, verlengen of vervangen van bepaalde door de Koning vastgelegde verblijfsvergunningen.
De Koning heeft bij Koninklijk besluit deze wet uitgevoerd op 5 maart 2017. De gemeente kan een retributie vestigen op het vernieuwen, verlengen of vervangen van het bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister – tijdelijk verblijf, de zogenaamde elektronische A-kaart. De Koning legde het maximumbedrag vast op 50 EUR.
Aangezien de verlenging, vernieuwing en vervanging van de elektronische vreemdelingenkaart A niet meer zal vallen onder het belasting reglement zal er een minderopbrengst zijn van 17.500 euro op jaarbasis en dit op basis van het gemiddeld aantal dossiers in 2015-2016 aan 5 euro per dossier.
Het innen van de vooropgestelde retributie voor het vernieuwen, verlengen of vervangen van het bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister – tijdelijk verblijf (de elektronische vreemdelingenkaart A) daarentegen zou een geraamde recurrente meeropbrengst betekenen van 103.250 euro op jaarbasis en dit op basis van het gemiddeld aantal dossiers in 2015-2016.
De ontvangsten kunnen geboekt worden via het budget van districts- en loketwerking.
Artikel 42§3 van het gemeentedecreet bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is voor de gemeentelijke belastingen en retributies. Artikel 43§2,15° van het gemeentedecreet bepaalt dat deze bevoegdheid niet aan het college van burgemeester en schepenen kan toevertrouwd worden.
De gemeenteraad keurt bij monde van de fractievoorzitters volgend besluit goed.
Stemden ja: N-VA, Vlaams Belang, CD&V en Open VLD.
Stemden nee: PVDA+ en Groen.
Hebben zich onthouden: sp.a.
De gemeenteraad keurt het retributiereglement op het vernieuwen, verlengen of vervangen van het bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister – tijdelijk verblijf, de zogenaamde elektronische A-kaart, goed.
De financieel beheerder verleent zijn visum en regelt de financiële aspecten als volgt:
| Omschrijving | Bedrag | Boekingsadres | Bestelbon |
|
Ontvangsten 2017 |
51.625 EUR |
Budgetplaats:5121500000 |
Met maandafrekening |
|
Ontvangsten 2018 |
103.250 EUR / jaar |
Budgetplaats:5121500000 Budgetpositie:7006020 Functiegebied: 1SSB030101A00000 Subsidie:SUB_NR Fonds:INTERN Begrotingsprogramma:1SA070130 Budgetperiode:1800 en 1900 |
Met maandafrekening |