Toekomst van het sociaal beleid in Antwerpen
Een aantal maanden geleden besliste het college om nieuwe partners te zoeken voor het sociaal beleid in onze stad; er zou niet langer gewerkt worden met convenanten maar via specifieke projectoproepen.
Die manier van werken stuitte niet alleen op heel wat verzet maar ook op wettelijke bezwaren, zoals bleek uit de beslissing van de gouverneur na de klacht die onze partij eind vorig jaar ingediend had tegen de toewijzing van de uitbating van daklozencentrum ‘De Vaart’ aan G4S.
Om die reden zou het college nu beslist hebben om alle projectoproepen in te trekken en als onbestaande te beschouwen.
Hoewel onze fractie deze beslissing toejuicht, blijven we zeer ongerust over de toekomst van het sociaal beleid in onze stad. Want hoe zal dat beleid er in de toekomst uitzien, wie zal als partner optreden?
In onze stad zijn immers veel spelers actief in het welzijnswerk, die via convenanten meewerken aan het sociaal beleid van onze stad. Door de projectoproepen en de niet-verlenging van de convenanten, is er veel onzekerheid in de sector en zijn verschillende medewerkers noodgedwongen in opzeg geplaatst. Bovendien lopen de convenanten die in het verleden met de verschillende partners afgesloten werden, af op 31 mei; het zal onmogelijk zijn om nieuwe projecten te doen starten op 1 juni.
Complete chaos dreigt dus, door de werkwijze van het college is het vertrouwen zoek – én is er zeer veel tijd verloren.
Graag kreeg ik van de schepen een antwoord op volgende vragen:
Deze interpellatie met motie (2017_MOT_00015) wordt samen besproken met de interpellatie van raadslid Mertens (2017_IP_00061) en de interpellatie met motie van raadslid Kastit (2017_IP_00062 en 2017_MOT_00012).
Raadsleden Mertens, Kastit en van Gool houden hun interpellaties.
Schepen Duchateau geeft antwoord op de vragen.
Raadsleden Mertens, Kastit en van Gool houden nog een wederwoord.
Het volledige debat is opgenomen en raadpleegbaar via de website van de stad Antwerpen.