Artikel 43 van het Gemeentedecreet stelt dat de gemeenteraad bevoegd is voor de beslissingen tot oprichting van, deelname aan of vertegenwoordiging in instellingen, verenigingen en ondernemingen.
In zitting van 26 oktober 2015 (jaarnummer 551) keurde de gemeenteraad goed dat de stad Antwerpen als stichtend lid deelneemt aan de oprichting van de internationale vzw International Coalition of Sites of Conscience Europe (ICSCE). De gemeenteraad keurde hierin ook de statuten van de vzw goed, alsook de overeenkomst met de vzw over het gebruik van het postadres van het Red Star Line Museum.
In zitting van 26 oktober 2015 (jaarnummer 546) keurde de gemeenteraad de stadsafvaardigingen goed naar de algemene vergadering van ICSCE. Hierin werd de heer Luc Verheyen afgevaardigd, zijn functie als coördinator van het Red Star Line Museum werd op 16 januari 2017 overgenomen door mevrouw Karen Moeskops.
Er wordt aan de gemeenteraad voorgesteld om Karen Moeskops af te vaardigen namens de stad Antwerpen naar de algemene vergadering van de vzw ICSCE, ter vervanging van Luc Verheyen.
Artikel 5 van de statuten bepaalt dat de vereniging bestaat uit de gewone leden, de toetredende leden en de ereleden. De ereleden zijn belangrijke persoonlijkheden die de raad van bestuur wil onderscheiden en die hun akkoord hebben verleend. Zij vormen het erecomité.
Artikel 10 van de statuten van de vzw ICSCE bepaalt dat de algemene vergadering bestaat uit alle gewone leden, alleen de gewone leden hebben stemrecht. De toetredende leden en de ereleden zullen de algemene vergadering kunnen bijwonen zonder stemrecht.
De gemeenteraad neemt kennis van artikel 2.
Bij artikel 1 wordt er geheim gestemd.
De gemeenteraad beslist, met 42 stemmen tegen 3, er is 1 onthouding en 1 raadslid bracht geen stem uit, om Karen Moeskops af te vaardigen namens de stad Antwerpen in de algemene vergadering van de vzw International Coalition of Sites of Conscience Europe ter vervanging van Luc Verheyen tot het einde van de huidige legislatuur, en beslist dat de stadsafgevaardigde, bij het uitoefenen van de verplichtingen verbonden aan de afvaardiging, steeds het bestuursakkoord als uitgangspunt moet nemen en waar nodig dient te overleggen met het college.