Artikel 170, §4 van de Grondwet: uitdrukkelijke bevoegdheid van de gemeenteraad voor het invoeren van belastingen.
De artikelen 42, §3 en 43, §2 van het Gemeentedecreet: exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad om de gemeentelijke belastingen vast te stellen.
De gemeenteraad keurde in zitting van 25 november 2014 (jaarnummer 866) de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting en de opcentiemen op de onroerende voorheffing goed voor aanslagjaren 2015 tot en met 2019.
De opcentiemen op de onroerende voorheffing werden vastgelegd op 1350 opcentiemen.
Het decreet van 18 november 2016 houdende de vernieuwde taakstelling en de gewijzigde financiering van de provincies wijzigt ook de financiering van het gewest, de provincies en de gemeente, nu de zogenaamde culturele en persoonsgebonden aangelegenheden niet langer tot het takenpakket van de provincies behoren. Een overdracht van bevoegdheden gaat noodzakelijkerwijze gepaard met een overdracht van de nodige financieringsmiddelen.
Het verwerven van inkomsten via belastingen is noodzakelijk om de algemene uitgaven van de stad te financieren.
Om de overheveling van deze taken en bevoegdheden naar het Vlaamse en gemeentelijke bestuursniveau te kunnen financieren, voorziet het decreet van 18 november 2016 in een gedeeltelijke integratie van de provinciale opcentiemen op de onroerende voorheffing in de Vlaamse basisheffing. Vandaar dat de Vlaamse basisheffing vanaf het aanslagjaar 2018 stijgt van 2,5% naar 3,97% voor het basistarief.
Aangezien de gemeentelijke opcentiemen geheven worden op de Vlaamse basisheffing, heeft een verhoging van de basisheffing in gelijke mate ook een impact op de opbrengst van de gemeentelijke opcentiemen. Daarom legt artikel 31 van het decreet van 18 november 2016 de gemeenten op om hun opcentiemen op de onroerende voorheffing aan te passen om bij verhoging van de Vlaamse basisheffing hetzelfde bedrag te ontvangen als met het huidige aantal gemeentelijke opcentiemen (namelijk 1350).
Het Agentschap Binnenlands bestuur heeft ter ondersteuning van de gemeenten hiervoor een omrekeningstabel voorzien:
|
Gemeente |
Tarief 2017 |
Omgerekend tarief (omrekeningscoëff. 1,588) |
Omgerekend tarief 2018 (afgerond tot op 2 decimalen) |
Omgerekend tarief 2018 (afgerond tot op de eenheid) |
|
Antwerpen |
1.350 |
850,1259 |
850,13 |
850 |
Aangezien de stad Antwerpen de inkomsten uit de opcentiemen niet wenst te verhogen en met een tarief zonder cijfers na de komma wenst te werken, wordt voorgesteld deze voor aanslagjaar 2018 en 2019 vast te leggen op 850.
De uitbreiding van het gemeentelijk takenpakket (door de overheveling van taken van de provincies naar de gemeenten) vergt vanzelfsprekend ook een uitbreiding van de financiële middelen. In deze bijkomende middelen zal echter worden voorzien door middel van een bijkomende dotatie uit het Gemeentefonds, waardoor de opbrengsten uit de opcentiemen gelijk kunnen blijven.
De gemeenteraad keurt bij monde van de fractievoorzitters volgende besluit goed.
Stemden ja: N-VA, PVDA+, CD&V en Open VLD.
Hebben zich onthouden: sp.a, Vlaams Belang en Groen.
De gemeenteraad keurt de opcentiemen op de onroerende voorheffing goed voor de aanslagjaren 2018 en 2019.
De financieel beheerder regelt de financiële aspecten als volgt:
| Omschrijving | Bedrag | Boekingsadres | Bestelbon |
| Opcentiemen op de onroerende voorheffing |
215.727.274 EUR (2018) 217.668.844 EUR (2019) |
budgetplaats: 5170100000 budgetpositie: 7300 functiegebied: 1HSB010503A00000 subsidie: SUB_NR fonds: intern begrotingsprogramma: 1SA000020 budgetperiode: 1800-1900 |
n.v.t. |