Mevrouwen, Mijne Heren,
Op 30 juni ll. ontvingen de districtsraadsleden een email waarin de districtssecretaris stelde dat er in de documenten van de budgetwijziging 2017 (ongemerkt) een “materiële vergissing” geslopen was en dat hij zich hiervoor verontschuldigde. Ik voeg de bewuste email bij.
Wat was er aan voorafgegaan ?
Op de raadszitting van 26/6/2017 werd de budgetwijziging 2017 meerderheid tegen oppositie goedgekeurd.
Bij de bespreking in de raad heeft de N-VA-fractie er op gewezen dat in de voorgelegde documenten een pertinente fout stond, namelijk dat er een toelage werd toegeschreven aan een vzw die in werkelijkheid niet was opgericht en er bovendien het ondernemingsnummer en adres van een andere vzw werden vermeld.
Tijdens die raadszitting heeft uw bestuur onze opmerkingen afgewimpeld. Meer nog, de bevoegde schepen noemde het pietluttigheden. Vervolgens werd de begrotingswijziging 2017, zelfs met de door onze fractie aangewezen en vaststaande fouten, officieel goedgekeurd. Vanaf dat ogenblik spreken we dus van een opzettelijke fout in een officieel document.
Niet de districtssecretaris, maar zijn politieke opdrachtgevers dragen dus de volle verantwoordelijkheid, want zij hebben het besluit goedgekeurd ondanks de waarschuwingen vanuit de N-VA-fractie. Een verdaging naar een latere zitting om het ontwerpbesluit nog aan te passen was een mogelijkheid geweest om verdere moeilijkheden te omzeilen. Maar dit werd zelfs niet overwogen.
Mijn vragen:
Vindt het college dat de goedkeuring van een budgetwijziging, waarin met volle medeweten fouten stonden, met een toelichting per email achteraf rechtgezet is ?
Aangezien nu toegegeven werd dat het goedgekeurde besluit manifeste fouten bevat dient het logisch gezien terug aan de districtsraad ter stemming voorgelegd te worden. Bent u bereid dit op de eerstvolgende zitting te agenderen ? Zo neen, waarom niet ?
In wiens opdracht heeft de districtssecretaris de email van 30/6/2017 geschreven ?