Terug

2017_DRBE_00022 - Binnengemeentelijke decentralisatie - Nota ontwerp van delegatiebesluiten. Advies - Goedkeuring

districtsraad Berchem
do 27/04/2017 - 20:00 Raadzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Lieselot Keymis, voorzitter districtsraad; Anne Bakelants, districtsschepen; Ronny De Bie, districtsraadslid; Ria Vermeulen, districtsraadslid; Arnold Peeters, districtsraadslid; Ilse Jacques, districtsraadslid; Lydia Gorrebeeck, districtsraadslid; Johan Malcorps, districtsraadslid; Evi Van der Planken, voorzitter districtscollege; Erkan Ozturk, districtsraadslid; Cindy Van Paesschen, districtsschepen; Bruno De Saegher, districtsschepen; Edwin De Cleyn, districtsschepen; Geert Brouwers, districtsraadslid; Jan Poppe, districtsraadslid; Kris Gysels, districtsraadslid; Peter Waeterschoot, districtsraadslid; Buket Karaca, districtsraadslid; Johan Jansen, districtsraadslid; Evi Cuypers, districtsraadslid; Irène Galliaert, districtsraadslid; Lucienne Verbraeken, districtsraadslid; Luc Van de Weyer; Ann De Potter, districtssecretaris; Sigrid Borgmans, plaatsvervangend districtssecretaris

Afwezig

Albrecht Cleymans, districtsraadslid

Verontschuldigd

Jan Cloots, districtsraadslid

Secretaris

Sigrid Borgmans, plaatsvervangend districtssecretaris

Voorzitter

Lieselot Keymis, voorzitter districtsraad
2017_DRBE_00022 - Binnengemeentelijke decentralisatie - Nota ontwerp van delegatiebesluiten. Advies - Goedkeuring 2017_DRBE_00022 - Binnengemeentelijke decentralisatie - Nota ontwerp van delegatiebesluiten. Advies - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 4, §2 van het bijzonder decreet betreffende de voorwaarden en de wijze van oprichting van binnengemeentelijke territoriale organen bepaalt dat de gemeentelijke organen de toegestane bevoegdheidsoverdrachten en de criteria betreffende dotaties slechts kunnen wijzigen nadat hierover vooraf advies werd uitgebracht door de bevoegde districtsoverheden. Deze beschikken over een termijn van drie maanden om hun advies uit te brengen, zoniet wordt het geacht gunstig te zijn.

Aanleiding en context

Op 20 december 1999 besliste de gemeenteraad de binnengemeentelijke decentralisatie naar wettelijk model in te voeren (jaarnummer 3128). Overeenkomstig artikel 340 van de Nieuwe Gemeentewet, op 15 juli 2005 vervangen door artikel 282 van het Gemeentedecreet, besliste de burgemeester, het college van burgemeester en schepenen en de gemeenteraad bevoegdheden van gemeentelijk belang waarover zij beschikken over te dragen naar de voorzitters van de districtsraden, het districtscollege en de districtsraad.

Op 29 januari 2013 (jaarnummer 35) keurde de gemeenteraad het bestuursakkoord stad Antwerpen 2013-2018 goed. Resolutie 411 van dit bestuursakkoord bepaalt: "Een stadsbrede oefening is nodig om te onderzoeken welke bevoegdheden op termijn naar de districten kunnen gaan. Hierbij wordt gedacht aan persoonsgebonden materies zoals lokaal cultuur-, bib-, sport-, jeugd-en seniorenbeleid. Dit zijn zaken waarvoor een district principieel in aanmerking kan komen."

Op 25 april 2014 (jaarnummer 4463) keurde het college het decentralisatieprogramma 2014-2019 goed. Eén van de doelstellingen die in dit decentralisatieprogramma werden opgenomen, stelt dat de bevoegdheden en taken van de districten dienen verfijnd te worden (doelstelling 3, realisatie 2014-2017).

Om deze verfijning te realiseren werd eerst een gecoördineerde versie van de bestaande besluitvorming rond de binnengemeentelijke decentralisatie opgemaakt. Deze werden goedgekeurd op het college van 6 maart 2015 (jaarnummer 1791) en de gemeenteraad van 30 maart 2015 (jaarnummer 146).

Het college gunde op 5 december 2014 (jaarnummer 12362) een onderzoek naar de mogelijkheden en opportuniteiten tot bijsturing van het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel. De Universiteit Tilburg startte het onderzoek op 1 april 2015. Het onderzoek bestond uit drie fases.

Het managementeam nam op 22 april 2015 (jaarnummer 149) kennis van de planning van het onderzoek en op 2 december 2015 (jaarnummer 539) van de resultaten van het onderzoek. Het college nam op 15 januari 2016 (jaarnummer 348) kennis van de resultaten van het onderzoek. Het onderzoek bevat een aantal aanbevelingen om het samenwerkingsmodel te versterken. Het college nam ook kennis van een discussienota over de versterking van het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel. Hierbij wordt uitgegaan van volgende uitgangspunten:

  • de districten responsabiliseren, op het vlak van bevoegdheden, financiële en personele middelen;
  • transparantie en duidelijkheid verbeteren;
  • samenwerking versterken;
  • lokale binding verstevigen.

Het college gaf op 15 januari 2016 (jaarnummer 348) de opdracht aan het managementteam om de discussienota over het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel verder uit te werken in overleg met de districten. Het managementteam nam kennis van de discussienota en de finale versie van de studie over het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel.
Het managementteam gaf uitvoering aan de opdracht van het college om de discussienota over het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel verder uit te voeren.

De voorliggende voorstellen van nieuwe besluiten rond binnengemeentelijke decentralisatie (bevoegdhedenbesluit, middelenbesluit en werkkader) werden opgemaakt in samenwerking met de betrokken bedrijfseenheden, in overleg met de verschillende bevoegde schepenen en bedrijfsdirecteurs en voor terugkoppeling voorgelegd aan de districtscolleges tijdens werkoverleggen op 20 en 27 oktober 2016, 9, 10,21,24 en 29 november 2016 en 1 december 2016. Het ontwerp werd besproken op een gemeenschappelijke raadscommissie stad-districten op 15 maart 2016.

Het ontwerp van decentralisatiebesluiten wordt voor advies voorgelegd aan de districtsraden. Daarna worden de besluiten ter goedkeuring voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen en de gemeenteraad.

Argumentatie

In het kader van de verfijning van de bevoegdheden en taken van de districten dienen in uitvoering van het bestuursakkoord een aantal stappen te worden ondernomen.

De eerste stap bestond uit het scherpstellen van de overgedragen bevoegdheden zoals ze nu zijn. Daarom werden 13 besluiten van verschillende stedelijke bestuursorganen over de periode 2000-2014 opgeheven en vervangen door twee coördinatiebesluiten bevoegdheden districten.

In een tweede stap werd een onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden en opportuniteiten tot bijsturing van het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel. 

De derde en laatste stap is een verdere scherpstelling en delegatie van de bevoegdheden naar de districtsraden en -colleges. Hierbij worden ook de personele en financiële middelen en de samenwerking tussen stad, districten en administratie herbekeken.

Juridische grond

Artikel 282 van het Gemeentedecreet over de mogelijkheid van de gemeenteraad, het college en de burgemeester om bevoegdheden over te dragen aan de districtsraden, districtscolleges en districtsvoorzitters.

Artikel 289 van het Gemeentedecreet over het voorafgaand advies van de districtsraden over de manier waarop de financiering van de districten moet verlopen. 

Artikel 287 van het Gemeentedecreet over de personeelsformatie van de districten.

Beleidsdoelstellingen

7 - Sterk bestuurde stad
1TSB09 - Het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel brengt het beleid dichter bij de burger
1TSB0901 - De 9 districtsbesturen worden ondersteund door de groep stad Antwerpen met het oog op een maximale realisatie van hun doelstellingen
1TSB090101 - We faciliteren, coördineren en bewaken het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel

Besluit

De districtsraad Berchem keurt het volgende besluit goed met:

stemmen VOOR: Evi Van der Planken, Bruno De Saegher, Cindy Van Paesschen, Ilse Jacques, Jan Poppe, Lieselot Keymis, Johan Jansen, Irène Galliaert, Edwin De Cleyn, Buket Karaca, Ann Bakelants, Kris Gysels

ONTHOUDINGEN: Ria Vermeulen, Erkan Öztürk,  Arnold Peeters, Ronny De Bie, Lydia Gorrebeeck, Peter Waeterschoot, Evi Cuypers, Johan Malcorps, Lucienne Verbraeken, Geert BrouwersLuc Van de Weyer

De sp-a - Groen fractie onthoudt zich omdat zij vinden dat de voorstellen van het districtscollege niet verregaand genoeg zijn.

De districtsraad berchem beslist:

Artikel 1

De districtsraad neemt kennis van de nota met het voorstel van delegatiebesluiten, middelenbesluiten en werkkader binnengemeentelijke decentralisatie.

Artikel 2

De districtsraad verleent gunstig advies over het in de nota vermelde voorstel van bevoegdhedenbesluit tot delegatie van bevoegdheden van het college van burgemeester en schepenen naar de districtscolleges met volgende opmerkingen:

  • Buurtregie en wijkwerking op maat worden best een gedeelde bevoegdheid. Idealiter ligt de eindverantwoordelijkheid bij de districtssecretaris die voor deze taak door stad en district in matrix wordt aangestuurd. Het district is immers het eerste aanspreekpunt voor de burger en moet dan ook meer zicht en zeggenschap kunnen hebben betreffende de aanpak van lokale wijkgebonden samenlevingsproblemen.
  • Buurtsport: Het voorstel waarbij de districten worden betrokken bij het opstellen van de parameters en het afbakenen van wijken voor buurtsport is positief. Idealiter vragen we hier wel verder te decentraliseren tot een volledige overdracht naar de districten.
  • Volgende locaties wensen we bijkomend bovenlokaal te categoriseren:
    • De Cogels Osylei wegens het toeristisch belang;
    • Het Burgemeester Edgar  Ryckaertsplein, gezien de belangrijke HUB voor de Lijn en het station Berchem.
  • Artikel 11, herformulering van het laatste lid en artikel 12: De lokale straten, pleinen en groendomeinen omvatten in principe alle openbaar domein/groen,  tenzij het in de limitatieve lijst van bovenlokaal publiekdomein/groendomein wordt opgenomen. Wanneer de functie van dergelijk publiek domein/groendomein verandert van bovenlokaal naar lokaal, wordt deze locatie in overleg met het district uit de limitatieve lijst bovenlokaal groendomein/publiek geschrapt.
  • Er dient verder nog te worden bepaald wie budgettair verantwoordelijk is voor het onderhoud van publiek domein of groendomein in eigendom van andere overheden, maar waarvan het onderhoud door de stad gebeurt.  
  • In de fase van de projectdefinitie van een lokaal project is het aangewezen dat het district een voorstel van mobiliteitsvoorwaarde formuleert. Gelet op de expertise van het district betreffende het lokale domein wordt dit voorstel bij voorkeur gevolgd. Enkel  als in het licht van de ruimere omgeving (grensoverschrijdend) en er verkeerstechnisch problemen kunnen worden aangetoond door de experten van de stad,  kan het voorstel van het district gemotiveerd  worden afgewezen en wordt in samenspraak gezocht naar een nieuw voorstel.     
  • Het district wenst sportsites en –parken in beheer en onderhoud bovenlokaal te houden.
  • Het district wenst dat de huidige bovenlokale infrastructuur voor wat betreft sport, cultuur en jeugd  als minimum geldt voor het toekomstige aanbod.  


Artikel 3

De districtsraad verleent gunstig advies over het in de nota geformuleerde voorstel van bevoegdhedenbesluit tot delegatie van bevoegdheden van de gemeenteraad naar de districtsraden met volgende opmerkingen:

  • Algemeen: Alle overdrachten van bevoegdheden van de stad naar de districten houden ook in dat de nodige middelen hiervoor worden overgedragen aan de districten. De bijkomende taken mogen niet ondergefinancierd worden bij overdracht.
  • Om als politiek niveau, dat dichtst bij de burgers staat, deze rol maximaal te kunnen vervullen is een verhoging van de middelen nodig om op die manier meer ademruimte te kunnen creëren.
  • De verdeelsleutel voor de middelen onder de districten blijft zo transparant en eenvoudig mogelijk.
  • Het district vindt het een positieve zaak dat de bevolkingsdichtheid in aanmerking werd genomen als parameter om tot een verdeelsleutel te komen.
  • Het district wenst dat het onderhoud alsook het verbruik van de fonteinen bovenlokaal wordt opgenomen.  


Artikel 4

De districtsraad verleent gunstig advies over het in de nota geformuleerde voorstel van middelenbesluit tot verdeling van de financiële middelen met volgende opmerkingen:

  • Voor de trekkingsrechten dient een regeling uitgewerkt te worden in geval van betwisting over de verbruikte werktijd.  Bijvoorbeeld bij het niet opnemen en uitwerken van expliciete vragen van het district, procedurefouten, ed…Deze kunnen slechts in mindering worden gebracht van de voorziene trekkingsrechten voor een project na overleg en akkoord met het district.   
  • Indien de personele middelen, gebaseerd op de meerjarenplanning van alle beleidsdomeinen, door omstandigheden niet kunnen geleverd worden door de stedelijke administratie wenst het district dit gecompenseerd te zien. Het district doet hierbij beroep op zijn trekkingsrechten die op dat moment idealiter worden omgezet in financiële middelen vanwege de stad waarmee menselijke middelen kunnen worden ingehuurd.    
  • Het district wenst dat de gevraagde polyvalentie geen afbreuk doet aan de efficiëntie en expertise van de medewerkers.   

Artikel 5

De districtsraad verleent gunstig advies over het in de nota geformuleerde voorstel van middelenbesluit over indirecte en directe personele middelen met volgende opmerkingen:

  • Een centrale dienst Wijkoverleg blijft bestaan, voor expertiseopbouw en ondersteuning van de districten.

Artikel 6

De districtsraad verleent gunstig advies over het in de nota geformuleerde voorstel tot bijsturing van het werkkader stad-districten met volgende opmerkingen:

  • Er dient vastgelegd te worden wie punten op de agenda kan zetten voor een Raad van Overleg, enkel stad, enkel districten, of beide. Er dient ook bepaald of de oude regeling nog dient behouden te blijven waarbij meerdere districten samen een Raad van Overleg kunnen vragen.  
  • Adviezen en brieven aan de hogere overheden en derden (De Lijn, AWV, ed…) worden door het College van Burgemeester en Schepenen aan de betrokkenen bezorgd.
  • Adviezen en brieven aan het College van Burgemeester en Schepenen worden binnen de veertig werkdagen beantwoord. Als het College van Burgemeester en Schepenen geen antwoord bezorgt binnen de veertig werkdagen, wordt er automatisch een overlegmoment gestart.
  • De districtsraden en –colleges krijgen het recht om ambtenaren te vragen uitleg en informatie te verstrekken over zaken die het district aanbelangen op vergadering van de raad en van het college.
  • Het district wenst verplicht voorafgaand advies te geven op:
    • Het inplanten van sorteerstraten, velostations, ed.    

Artikel 7

Dit besluit heeft in principe geen financiële gevolgen.

Bijlagen

  • Delegatiebesluiten_voorstel_20170331.pdf