Terug

2017_DRWI_00036 - Binnengemeentelijke decentralisatie - Nota ontwerp van delegatiebesluiten. Advies - Goedkeuring

districtsraad Wilrijk
do 30/03/2017 - 20:00 raadzaal districtshuis Wilrijk
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Kristof Bossuyt, voorzitter van de districtsraad; Robert Moens, districtsschepen; Linda Verlinden, districtsschepen; Hans Ides, districtsschepen; Werner Theuns, districtsschepen; Eric Huijbrechts, districtsraadslid; Viviane Wittock, districtsraadslid; Leopold Rouchet, districtraadslid; Christiana Matthijssens, districtsraadslid; Sophie Stukken, districtraadslid; Martine Depauw, districtsraadslid; Frieda De Wever, districtsraadslid; Hicham El Mzairh, districtsraadslid; Alexandra D'Archambeau, districtsraadslid; Tom Verstraelen, districtsraadslid; Magda Biesemans, districtsraadslid; Tamara Coomans, districtsraadslid; Karel Van den Brande, districtsraadslid; Lien Moens, districtsraadslid; Jean Ceulemans, districtsraadslid; Bart Vrints, districtssecretaris

Afwezig

Johan Peeters, districtsraadslid; Mouchi Mhaouchi, districtsraadslid; Dirk Avonts, districtsraadslid; Danny Raets, waarnemend districtssecretaris

Secretaris

Bart Vrints, districtssecretaris

Voorzitter

Kristof Bossuyt, voorzitter van de districtsraad
2017_DRWI_00036 - Binnengemeentelijke decentralisatie - Nota ontwerp van delegatiebesluiten. Advies - Goedkeuring 2017_DRWI_00036 - Binnengemeentelijke decentralisatie - Nota ontwerp van delegatiebesluiten. Advies - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 4 §2 van het bijzonder decreet betreffende de voorwaarden en de wijze van oprichting van binnengemeentelijke territoriale organen bepaalt dat de gemeentelijke organen de toegestane bevoegdheidsoverdrachten en de criteria betreffende dotaties slechts kunnen wijzigen nadat hierover vooraf advies werd uitgebracht door de bevoegde districtsoverheden. Deze beschikken over een termijn van drie maanden om hun advies uit te brengen, zoniet wordt het geacht gunstig te zijn.

Aanleiding en context

Op 20 december 1999 besliste de gemeenteraad de binnengemeentelijke decentralisatie naar wettelijk model in te voeren (jaarnummer 3128). Overeenkomstig artikel 340 van de Nieuwe Gemeentewet, op 15 juli 2005 vervangen door artikel 282 van het Gemeentedecreet, besliste de burgemeester, het college van burgemeester en schepenen en de gemeenteraad bevoegdheden van gemeentelijk belang waarover zij beschikken over te dragen naar de voorzitters van de districtsraden, het districtscollege en de districtsraad.

Op 29 januari 2013 (jaarnummer 35) keurde de gemeenteraad het bestuursakkoord stad Antwerpen 2013-2018 goed. Resolutie 411 van dit bestuursakkoord bepaalt: "Een stadsbrede oefening is nodig om te onderzoeken welke bevoegdheden op termijn naar de districten kunnen gaan. Hierbij wordt gedacht aan persoonsgebonden materies zoals lokaal cultuur-, bib-, sport-, jeugd-en seniorenbeleid. Dit zijn zaken waarvoor een district principieel in aanmerking kan komen."

Op 25 april 2014 (jaarnummer 4463) keurde het college het decentralisatieprogramma 2014-2019 goed. Eén van de doelstellingen die in dit decentralisatieprogramma werden opgenomen, stelt dat de bevoegdheden en taken van de districten dienen verfijnd te worden (doelstelling 3, realisatie 2014-2017).

Om deze verfijning te realiseren werd eerst een gecoördineerde versie van de bestaande besluitvorming rond de binnengemeentelijke decentralisatie opgemaakt. Deze werden goedgekeurd op het college van 6 maart 2015 (jaarnummer 1791) en de gemeenteraad van 30 maart 2015 (jaarnummer 146).

Het college gunde op 5 december 2014 (jaarnummer 12362) een onderzoek naar de mogelijkheden en opportuniteiten tot bijsturing van het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel. De Universiteit Tilburg startte het onderzoek op 1 april 2015. Het onderzoek bestond uit drie fases.

Het managementeam nam op 22 april 2015 (jaarnummer 149) kennis van de planning van het onderzoek en op 2 december 2015 (jaarnummer 539) van de resultaten van het onderzoek. Het college nam op 15 januari 2016 (jaarnummer 348) kennis van de resultaten van het onderzoek. Het onderzoek bevat een aantal aanbevelingen om het samenwerkingsmodel te versterken. Het college nam ook kennis van een discussienota over de versterking van het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel. Hierbij wordt uitgegaan van volgende uitgangspunten:

  • de districten responsabiliseren, op het vlak van bevoegdheden, financiële en personele middelen;
  • transparantie en duidelijkheid verbeteren;
  • samenwerking versterken;
  • lokale binding verstevigen.

Het college gaf op 15 januari 2016 (jaarnummer 348) de opdracht aan het managementteam om de discussienota over het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel verder uit te werken in overleg met de districten. Het managementteam nam kennis van de discussienota en de finale versie van de studie over het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel.
Het managementteam gaf uitvoering aan de opdracht van het college om de discussienota over het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel verder uit te voeren.

De voorliggende voorstellen van nieuwe besluiten rond binnengemeentelijke decentralisatie (bevoegdhedenbesluit, middelenbesluit en werkkader) werden opgemaakt in samenwerking met de betrokken bedrijfseenheden, in overleg met de verschillende bevoegde schepenen en bedrijfsdirecteurs en voor terugkoppeling voorgelegd aan de districtscolleges tijdens werkoverleggen op 20 en 27 oktober 2016, 9, 10,21,24 en 29 november 2016 en 1 december 2016. Het ontwerp werd besproken op een gemeenschappelijke raadscommissie stad-districten op 15 maart 2016.

Het ontwerp van decentralisatiebesluiten wordt voor advies voorgelegd aan de districtsraden. Daarna worden de besluiten ter goedkeuring voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen en de gemeenteraad.

Argumentatie

In het kader van de verfijning van de bevoegdheden en taken van de districten dienen in uitvoering van het bestuursakkoord een aantal stappen te worden ondernomen.

De eerste stap bestond uit het scherpstellen van de overgedragen bevoegdheden zoals ze nu zijn. Daarom werden 13 besluiten van verschillende stedelijke bestuursorganen over de periode 2000-2014 opgeheven en vervangen door twee coördinatiebesluiten bevoegdheden districten.

In een tweede stap werd een onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden en opportuniteiten tot bijsturing van het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel. 

De derde en laatste stap is een verdere scherpstelling en delegatie van de bevoegdheden naar de districtsraden en -colleges. Hierbij worden ook de personele en financiële middelen en de samenwerking tussen stad, districten en administratie herbekeken.

Juridische grond

Artikel 282 van het Gemeentedecreet over de mogelijkheid van de gemeenteraad, het college en de burgemeester om bevoegdheden over te dragen aan de districtsraden, districtscolleges en districtsvoorzitters.

Artikel 289 van het Gemeentedecreet over het voorafgaand advies van de districtsraden over de manier waarop de financiering van de districten moet verlopen. 

Artikel 287 van het Gemeentedecreet over de personeelsformatie van de districten.

Beleidsdoelstellingen

7 - Sterk bestuurde stad
1TSB09 - Het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel brengt het beleid dichter bij de burger
1TSB0901 - De 9 districtsbesturen worden ondersteund door de groep stad Antwerpen met het oog op een maximale realisatie van hun doelstellingen
1TSB090101 - We faciliteren, coördineren en bewaken het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel

Besluit

De districtsraad Wilrijk keurt de geamendeerde versie van het advies goed met 15 stemmen voor (Magda Biesemans, Alexandra D'Archambeau, Hans Ides, Jean Ceulemans, Christiana Matthijssens, Tamara Coomans, Robert Moens, Sophie Stukken, Werner Theuns, Frieda De Wever, Tom Verstraelen, Eric Huijbrechts, Linda Verlinden, Leopold Rouchet en Kristof Bossuyt) en 5 onthoudingen (Martine Depauw, Viviane Wittock, Hicham El Mzairh, Karel Van den Brande en Lien Moens).

De districtsraad wilrijk beslist:

Artikel 1

De districtsraad neemt kennis van de nota met het voorstel van delegatiebesluiten, middelenbesluiten en werkkader binnengemeentelijke decentralisatie en geeft volgend advies:

"Vooraf

Meerdere opmerkingen werden geformuleerd in de verenigde raadscommissie voorafgaand aan de districtsraad van 30 maart 2017:

  1. Omvorming van het PWA-systeem tot "wijkwerken": opdat de mogelijkheid zou kunnen voorzien worden voor het district om eventueel "wijkwerkers" in te schakelen. 
  2. Nagaan of sociale correcties niet meer een rol kunnen spelen met betrekking tot de dotatie. 
  3. Het personeelscontingent dient ook een buurtregisseur te omvatten. 
  4. Ook met betrekking tot sport dient er best zekerheid te worden bekomen dat ook minstens alle huidige voorziene stedelijke middelen voor de georganiseerde sportevenementen in en met betrekking tot het district worden overgedragen. 
Eigenlijk advies:

Het district Wilrijk adviseert GUNSTIG – onder voorwaarden – om:

Met betrekking tot de verdeelsleutel/parameters van de dotatie:

  • Uitsluitsel verstrekken of naast de bevoegdheden ook alle daarbij horende middelen wel worden overgedragen. De districtsraad een duidelijk becijferd voorstel voorafgaandelijk laten geworden. Uitsluitsel verstrekken vanwaar de middelen exact komen (budget(posten)). Immers enkel aan de hand van duidelijke en overzichtelijke bedragen/cijfers kan immers een grondige beslissing in deze genomen worden. 
  • De oppervlakte van het desbetreffende district een meer bepalende rol te laten spelen met betrekking tot het voorzien van voldoende/afdoende middelen hiervoor. 
  • Extra budgettaire inspanningen met betrekking tot het openbaar domein te garanderen. Garanties dienen bekomen te worden inzake behoud van huidige budget met betrekking tot de huidige bevoegdheden, dit uitgebreid met de middelen gerelateerd aan de toename van het openbare domein in de voorbije legislatuur(en). Extra middelen moeten alleszins met de nieuwe bevoegdheden volledig worden overgedragen. 

Met betrekking tot personeel:

  • District alleszins het technisch personeel (mee te) laten aansturen.
  • Het personeelscontingent uit te breiden met de huidige ambtenaren middenstand die dienen over te komen / te worden overgeheveld vanuit de stad.

 Met betrekking tot organisatie:

  • Bemiddelingsprocedure tijdig opstarten wanneer het unaniem advies van de districtsraad wordt opgesteld (bijvoorbeeld het Ferrarisbos en andere). Dit automatisch wanneer het stadsbestuur (en/of gemeenteraad) de intentie zou hebben om dit niet te volgen/te eerbiedigen.
  • Adviezen en standpunten van de districten ernstig(er) nemen (o.a. het eerbiedigen van de antwoordtermijnen (maximum 40 dagen).
  • De straatnamencommissie bij voorkeur per district organiseren.
  • Het is aangewezen dat de districten zelf beslissen over straatnamen (subsidiariteitsbeginsel).
  • Titulatuur districtsschepen en districtsburgemeester te bestendigen.
  • Werkkader samenwerking: betere samenwerking tussen stadscollege en districten is een vereiste. Snellere communicatielijnen zijn hierbij essentieel.

Met betrekking tot jeugd:

  • Mogelijkheid om jeugdcentrum te decentraliseren voorzien.
  • Convenanten en samenwerkingsovereenkomsten veel meer per district.

Met betrekking tot mobiliteit: 

  • In de fase van de projectdefinitie van een lokaal project is het aangewezen dat het district een voorstel van mobiliteitsvoorwaarden formuleert. Gelet op de expertise van het district wordt dat voorstel bij voorkeur gevolgd. Enkel als in het licht van de ruimere omgeving (grensoverschrijdend) en er (mogelijke) verkeerssituatie problemen aangetoond kunnen worden, zou slechts in voorkomend geval het stadsbestuur het voorstel van het district in deze gemotiveerd mogen afwijzen en wordt desgevallend een nieuw voorstel besproken met het districtscollege, waarna dit ter goedkeuring kan worden voorgelegd aan het College van Burgemeester en Schepenen.

Met betrekking tot financiën:

  • Mogelijkheid bekijken/laten onderzoeken of retributiereglementen soms niet beter kunnen worden opgesteld door het district.".

Artikel 2

De districtsraad neemt kennis dat het advies wordt ingewonnen van de conferentie van afgevaardigden van de districtsadviesraden cultuur, sport, jeugd en senioren over de nota met het voorstel van delegatiebesluiten, middelenbesluiten en werkkader binnengemeentelijke decentralisatie.

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe geen financiële gevolgen.

Bijlagen

  • Delegatiebesluiten_voorstel_CBS_24032017_bijlage.pdf