Artikel 57 §3, 4° van het Gemeentedecreet stelt dat het college bevoegd is voor het voeren van de gunningsprocedure, de gunning en de uitvoering van overheidsopdrachten. Het college is bevoegd voor de bovenlokale budgetten.
Artikel 285 van het Gemeentedecreet bepaalt dat de districtsraad een algemene adviesbevoegdheid heeft voor alle aangelegenheden die betrekking hebben op het district.
Op 23 april 2007 (jaarnummer 839) keurde de gemeenteraad de overeenkomst tussen nv AMCA, de stad Antwerpen en het autonoom gemeentebedrijf Antwerpen Nieuw Noord, voor de Parkbrug Spoor Noord, goed.
Op 28 januari 2008 (jaarnummer 134) keurde de gemeenteraad het addendum op de samenwerkingsoverenkomst tussen nv AMCA, de stad Antwerpen en het autonoom gemeentebedrijf Antwerpen Nieuw Noord, voor de Parkbrug Spoor Noord, goed.
Het college keurde het fietsactieplan stad Antwerpen 2016 "Antwerpen wereldfietsstad, fietsen in eerste klasse" goed.
Op 24 februari 2017 (jaarnummer 01718) keurde het college de haalbaarheidsstudie helling zijde Eilandje goed en gaf AG VESPA de opdracht om een ontwerp op te maken en ter goedkeuring voor te leggen aan het college.
De Parkbrug, een verkeersveilige verbinding voor zwakke weggebruikers tussen park Spoor Noord en het Eilandje, overspant de Italiëlei ter hoogte van de Noorderplaats. De Parkbrug werd op 7 juli 2016 in gebruik genomen. De afwikkeling zijde Eilandje gebeurt conform de overeenkomst die met de toenmalige eigenaar van de site op 23 april 2007 werd afgesloten en dit via een lift en trap met automatische fietsgeul.
De komende tien jaar staat Antwerpen voor verschillende grootschalige werken met impact op zowel het hoofdwegennet als het onderliggende wegennet. Een breed flankerend beleid is cruciaal om de hinder hiervan op te vangen en de bereikbaarheid van de Antwerpse regio tussen 2015 en 2022 te waarborgen.
Om de doorstroming voor fietsers te optimaliseren werd er via een haalbaarheidsstudie onderzocht of een helling voor de Parkbrug aan de kant van het Eilandje mogelijk is.
Volgende randvoorwaarden werden hierbij gehanteerd:
nuttige vrije breedte van drie meter;
maximale helling van 4 % conform fietsvademecum Vlaanderen;
behoud van bestaande lift en steektrap;
randvoorwaarden brandweer: strook van vier meter met minimale hoogte vier meter vrijhouden langs gevels gebouwen.
Het binnengebied tussen de Italiëlei en het Willemdok is een complexe omgeving met een veelheid aan looplijnen. De meesten zijn passanten, anderen vinden hun bestemming in dit binnengebied. Om een hoogteverschil van vijf meter en zestig cemtimeter te overwinnen is een helling nodig van 140 meter, uitgaande van een maximale hellingsgraad van 4 %.
Voorontwerp
De fietshelling situeert zich in het binnengebied tussen Italiëlei, Londonstraat en Entrepotkaai. Zowel op vlak van architectuur als op vlak van stabiliteit gelden strikte randvoorwaarden.
Het voorontwerp bouwt verder op de haalbaarheidsstudie. Uit deze haalbaarheidsstudie volgden twee voorkeursvarianten: de ‘cirkelvormige’ en de ‘lusvormige’ fietshelling. Uit de kritische vergelijking van beide varianten volgt dat de lusvormige variant op de verschillende aspecten het beste scoort. In het voorontwep worden de negatieve punten verbeterd.
De helling wordt in plan georiënteerd parallel aan de gevels van de bestaande gebouwen. In functie van brandvoorschriften wordt een voldoende ruime afstand behouden tussen de helling en de gevels.
Het comfort van de fietsers wordt sterk verhoogd door het vergroten van de bochtstralen. De bochtstralen worden zo groot mogelijk genomen, rekening houdend met de randvoorwaarden.
De steunpunten van de fietshelling bevinden zich boven de bestaande kolommen in de parking. Deze kolommen bezitten een sterktereserve. Het risico op interventies in de parking wordt tot een minimum beperkt. Enkel voor één steunpunt nabij het oude deel van de parking dient een versterking te worden toegevoegd.
Conform de richtlijnen van het Vademecum voor Fietsvoorzieningen is voor het overbruggen van het hoogteverschil van vijf en een halve meter een maximale helling van 4 % aangewezen. Om het comfort van de fietsers te verhogen, wordt de helling variabel gemaakt. Een sterkere helling in het begin die geleidelijk afzwakt, zorgt ervoor dat fietsers bij het stijgen in het steilere begin van de helling gebruik kunnen maken van de startsnelheid. Fietsers rijden de helling dan makkelijker op met een constante redelijke snelheid. Bijkomend voordeel in dit geval is een reductie van de zone waar het brugdek lager dan twee en een halve meter is. Dit vergroot dus de zone waar men onder de helling door kan met 18,5 meter.
De aanzet van de fietshelling is georiënteerd in de richting van de brug en zo dicht mogelijk bij de Parkbrug geplaatst. Dit verhoogt de leesbaarheid van de helling. Het is duidelijk dat dit de toegang is om de Parkbrug te bereiken. Uit vooronderzoek blijkt ook dat deze oriëntatie overeenstemt met de belangrijkste richtingen voor fietsers die gebruik maken van de Parkbrug. De start van de helling is voldoende breed gemaakt om de toegang vanuit de verschillende richtingen mogelijk te maken.
Om het gewicht op de bestaande structuur te beperken en om uitvoeringstechnische redenen, is gekozen om de hoofdstructuur in staal uit te voeren. In het onderste deel van de helling komt de structuur in contact met de afwerking van het plein. Het is niet duurzaam om hier de structuur in staal te voorzien, gezien dit de kans op corrosie vergroot en bovendien vele delen ontstaan die niet bereikbaar en onderhoudbaar zijn. Daarom wordt een deel van de helling in structureel beton voorzien. De verbrede voet van de helling is een aanvulling in licht beton dat rechtstreeks op de bestaande betonplaat kan gestort worden in een vorm die naadloos overgaat in de afwerking van het plein.
De context vraagt om een zeer transparante leuning. Een ‘klassieke’ leuning zou de structuur onnodig verzwaren. Zeker in dit geval, omdat er in zijaanzicht twee hellingen boven elkaar te zien zijn. De slijtlaag is een gietasfalt met dikte 30mm, ingestrooid met granulaten. Het brugdek wordt punctueel aangestraald door armaturen die in de vloer zijn verwerkt.
Structuur
In dwarssnede worden de naastliggende delen van het dek verbonden met elkaar door V-vormige kolommen. Het steunpunt van de kolommen bevindt zich boven de bestaande kolommen in de parking. De fietshelling wordt zo een ‘monoliet’ geheel, waarvan de hoofdstructuur zich binnen de zone van de helling bevindt. Het brugdek is een gesloten koker die in staat is de torsie ten gevolge van de excentrische steunpunten op te nemen.
De hoofdsteunpunten liggen allemaal op één lijn. Om het kantelevenwicht te verzekeren is een laterale steun nodig. Hiertoe worden twee pendelkolommen toegevoegd. De gevel ter hoogte van de aansluiting aan de patio is niet geschikt om krachten loodrecht op de gevel op te nemen. De pendelkolommen ontlasten de gevel. De verbinding van de fietshelling met de gevel wordt vrij gelaten in de richting loodrecht op de gevel.
De structuur is over de hele lengte van de helling zonder voegen. Het vaste punt van de structuur is nabij de aansluiting op het plein. Er is slechts één voeg ter hoogte van de aansluiting op de patio. Het vast punt van de structuur bevindt zich ook dicht bij deze aansluiting. Dit maakt dat de breedte van de voeg in de afwerking klein kan zijn. Het statisch schema van de helling respecteert de uitzettingsvoegen van de bestaande structuren.
oplevering definitief ontwerp - juni 2017;
aanvraag stedenbouwkundige vergunning - juli 2017;
aanbestedingsprocedure – najaar 2017;
gunning werk na aflevering stedenbouwkundige vergunning – maart 2018;
aanvang werken – april 2018;
oplevering werken - april 2019.
Het coördinatieoverleg openbaar domein geeft een gunstig advies op voorwaarde dat
dwarsprofiel indien mogelijk verbreed wordt;
aanlanding en maaiveld geoptimaliseerd worden;
reling van de brug verder wordt uitgewerkt in functie van de bescherming van het glas of andere variante;
in een afzonderlijk traject kan worden bekeken of het maaiveld vergroend kan worden.
De districtsraad Antwerpen keurt eenparig het volgende besluit goed.
De districtsraad Antwerpen geeft gunstig advies op het voorontwerp fietshelling Parkbrug op voorwaarde dat: