Terug

2017_DRAN_00079 - Binnengemeentelijke decentralisatie - Nota ontwerp van delegatiebesluiten. Advies - Goedkeuring

districtsraad Antwerpen
di 18/04/2017 - 20:00 Raadzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Marco Laenens, voorzitter districtsraad; Chris Anseeuw, districtsraadslid; Anne Poppe, districtsraadslid; Lieve Stallaert, districtsschepen; Tatjana Scheck, districtsraadslid; Paula De Brie, districtsraadslid; Nick De Wilde, districtsraadslid; Christophe Wuyts, districtsraadslid; Dirk Vanlommel, districtsraadslid; Nadine Peeters, districtsraadslid; Willem-Frederik Schiltz, districtsraadslid; Karima Amaliki, districtsraadslid; Marita Wuyts, districtsraadslid; Paul Cordy, voorzitter districtscollege; Jan van der Vloet, districtsraadslid; Cordula Van Winkel, districtsschepen; Tom Van den Borne, districtsschepen; Jan Kruyniers, districtsraadslid; Regina Verstraeten, districtsraadslid; Lutgardis van Craenenbroeck, districtsraadslid; Adrjen Boeckmans, districtsraadslid; Inneke De Vos, districtsraadslid; Nanouchka Nan Khoshki Langeroudi, districtsraadslid; Jan Braeckmans, districtsraadslid; Theo Beck, districtsraadslid; Filip Deckers, districtsraadslid; Raphaël Vandecasteele, districtsraadslid; Herald Claeys, districtssecretaris

Afwezig

Sener Ugurlu, districtsraadslid; Anton Geerts, districtsraadslid; Ilona Van Looy, districtsraadslid; Paul Struyf, districtsraadslid; Morad Ramachi, districtsraadslid; Sandy Neel, districtsraadslid

Verontschuldigd

Samuel Markowitz, districtsschepen

Secretaris

Herald Claeys, districtssecretaris

Voorzitter

Marco Laenens, voorzitter districtsraad
2017_DRAN_00079 - Binnengemeentelijke decentralisatie - Nota ontwerp van delegatiebesluiten. Advies - Goedkeuring 2017_DRAN_00079 - Binnengemeentelijke decentralisatie - Nota ontwerp van delegatiebesluiten. Advies - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 4, §2 van het bijzonder decreet betreffende de voorwaarden en de wijze van oprichting van binnengemeentelijke territoriale organen bepaalt dat de gemeentelijke organen de toegestane bevoegdheidsoverdrachten en de criteria betreffende dotaties slechts kunnen wijzigen nadat hierover vooraf advies werd uitgebracht door de bevoegde districtsoverheden. Deze beschikken over een termijn van drie maanden om hun advies uit te brengen, zoniet wordt het geacht gunstig te zijn.

Aanleiding en context

Op 20 december 1999 besliste de gemeenteraad de binnengemeentelijke decentralisatie naar wettelijk model in te voeren (jaarnummer 3128). Overeenkomstig artikel 340 van de Nieuwe Gemeentewet, op 15 juli 2005 vervangen door artikel 282 van het Gemeentedecreet, besliste de burgemeester, het college van burgemeester en schepenen en de gemeenteraad bevoegdheden van gemeentelijk belang waarover zij beschikken over te dragen naar de voorzitters van de districtsraden, het districtscollege en de districtsraad.

Op 29 januari 2013 (jaarnummer 35) keurde de gemeenteraad het bestuursakkoord stad Antwerpen 2013-2018 goed. Resolutie 411 van dit bestuursakkoord bepaalt: "Een stadsbrede oefening is nodig om te onderzoeken welke bevoegdheden op termijn naar de districten kunnen gaan. Hierbij wordt gedacht aan persoonsgebonden materies zoals lokaal cultuur-, bib-, sport-, jeugd-en seniorenbeleid. Dit zijn zaken waarvoor een district principieel in aanmerking kan komen."

Op 25 april 2014 (jaarnummer 4463) keurde het college het decentralisatieprogramma 2014-2019 goed. Eén van de doelstellingen die in dit decentralisatieprogramma werden opgenomen, stelt dat de bevoegdheden en taken van de districten dienen verfijnd te worden (doelstelling 3, realisatie 2014-2017).

Om deze verfijning te realiseren werd eerst een gecoördineerde versie van de bestaande besluitvorming rond de binnengemeentelijke decentralisatie opgemaakt. Deze werden goedgekeurd op het college van 6 maart 2015 (jaarnummer 1791) en de gemeenteraad van 30 maart 2015 (jaarnummer 146).

Het college gunde op 5 december 2014 (jaarnummer 12362) een onderzoek naar de mogelijkheden en opportuniteiten tot bijsturing van het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel. De Universiteit Tilburg startte het onderzoek op 1 april 2015. Het onderzoek bestond uit drie fases.

Het managementeam nam op 22 april 2015 (jaarnummer 149) kennis van de planning van het onderzoek en op 2 december 2015 (jaarnummer 539) van de resultaten van het onderzoek. Het college nam op 15 januari 2016 (jaarnummer 348) kennis van de resultaten van het onderzoek. Het onderzoek bevat een aantal aanbevelingen om het samenwerkingsmodel te versterken. Het college nam ook kennis van een discussienota over de versterking van het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel. Hierbij wordt uitgegaan van volgende uitgangspunten:

  • de districten responsabiliseren, op het vlak van bevoegdheden, financiële en personeelsmiddelen;
  • transparantie en duidelijkheid verbeteren;
  • samenwerking versterken;
  • lokale binding verstevigen.

Het college gaf op 15 januari 2016 (jaarnummer 348) de opdracht aan het managementteam om de discussienota over het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel verder uit te werken in overleg met de districten. Het managementteam nam kennis van de discussienota en de finale versie van de studie over het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel.
Het managementteam gaf uitvoering aan de opdracht van het college om de discussienota over het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel verder uit te voeren.

De voorliggende voorstellen van nieuwe besluiten rond binnengemeentelijke decentralisatie (bevoegdhedenbesluit, middelenbesluit en werkkader) werden opgemaakt in samenwerking met de betrokken bedrijfseenheden, in overleg met de verschillende bevoegde schepenen en bedrijfsdirecteurs en voor terugkoppeling voorgelegd aan de districtscolleges tijdens werkoverleggen op 20 en 27 oktober 2016, 9, 10,21,24 en 29 november 2016 en 1 december 2016. Het ontwerp werd besproken op een gemeenschappelijke raadscommissie stad-districten op 15 maart 2016.

Het ontwerp van decentralisatiebesluiten wordt voor advies voorgelegd aan de districtsraden. Daarna worden de besluiten ter goedkeuring voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen en de gemeenteraad.

Argumentatie

In het kader van de verfijning van de bevoegdheden en taken van de districten dienen in uitvoering van het bestuursakkoord een aantal stappen te worden ondernomen.

De eerste stap bestond uit het scherpstellen van de overgedragen bevoegdheden zoals ze nu zijn. Daarom werden 13 besluiten van verschillende stedelijke bestuursorganen over de periode 2000-2014 opgeheven en vervangen door twee coördinatiebesluiten bevoegdheden districten.

In een tweede stap werd een onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden en opportuniteiten tot bijsturing van het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel. 

De derde en laatste stap is een verdere scherpstelling en delegatie van de bevoegdheden naar de districtsraden en -colleges. Hierbij worden ook de personele en financiële middelen en de samenwerking tussen stad, districten en administratie herbekeken.

Juridische grond

Artikel 282 van het Gemeentedecreet over de mogelijkheid van de gemeenteraad, het college en de burgemeester om bevoegdheden over te dragen aan de districtsraden, districtscolleges en districtsvoorzitters.

Artikel 289 van het Gemeentedecreet over het voorafgaand advies van de districtsraden over de manier waarop de financiering van de districten moet verlopen. 

Artikel 287 van het Gemeentedecreet over de personeelsformatie van de districten.

Beleidsdoelstellingen

7 - Sterk bestuurde stad
1TSB09 - Het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel brengt het beleid dichter bij de burger
1TSB0901 - De 9 districtsbesturen worden ondersteund door de groep stad Antwerpen met het oog op een maximale realisatie van hun doelstellingen
1TSB090101 - We faciliteren, coördineren en bewaken het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel

Besluit

De districtsraad Antwerpen keurt met 17 stemmen voor, 2 onthoudingen en 8 stemmen tegen het volgende besluit goed.

Voor Vanlommel Dirk, Cordy Paul, Schiltz Willem-Frederik, Stallaert Lieve, van der Vloet Jan, Poppe Anne, Verstraeten Regina, Wuyts Christophe, Boeckmans Adrjen, Van Winkel Cordula, Nan Khoshki Langeroudi Nanouchka, De Vos Inneke, Laenens Marco, Braeckmans Jan, Van den Borne Tom, Wuyts Marita, De Wilde Nicolas

Onthouding: Deckers Filip, van Craenenbroeck Lutgard

Tegen: Beck Theo, Anseeuw Chris, Scheck Tatjana, De Brie Paula, Kruyniers Jan, Vandecasteele Raphaël, Peeters Nadine, Amaliki Karima

De districtsraad antwerpen beslist:

Artikel 1

De districtsraad neemt kennis van de nota met het voorstel van delegatiebesluiten, middelenbesluiten en werkkader binnengemeentelijke decentralisatie.

Artikel 2

De districtsraad verleent gunstig advies over het in de nota vermelde voorstel van bevoegdhedenbesluit tot delegatie van bevoegdheden van het college van burgemeester en schepenen naar de districtscolleges met volgende opmerkingen:

- Opmerkingen bij Hoofdstuk II 1.2:

o Artikel 3: er dient bepaald te worden wie verantwoordelijk is voor het onderhoud van publieke sportterreinen van andere overheden maar waarvan het onderhoud door de stad gebeurt.

o Artikel 4: er dient bepaald te worden wie verantwoordelijk is voor het onderhoud van publieke speelterreinen van andere overheden maar waarvan het onderhoud door de stad gebeurt.

o Artikel 6: ook de bevoegdheden inzake Opsinjoren worden volledig aan de districten overgedragen.

o Artikel 10: lokale middenstandsraad wordt gedefinieerd als: “lokale middenstandsraad met lokale handelaarsverenigingen waaronder alle handelaars buiten het toeristisch centrum vallen.

o Artikel 11: herformulering van het laatste lid: de lokale straten en pleinen omvatten in principe alle openbaar domein, tenzij het in de limitatieve lijst van bovenlokaal publiek domein is opgenomen. Wanneer de functie van een weg verandert (bvb van wijkwegnaar woonstraat), wordt deze in overleg met het district uit de limitatieve lijst bovenlokaal publiek domein geschrapt.

In de fase van de projectdefinitie van een lokaal project formuleert het district de mobiliteitsvoorwaarden. Enkel als in het licht van de ruimere omgeving (grensoverschrijdend, buiten de betreffende lob van de zone 30) er verkeerssituatieproblemen kunnen aangetoond worden, kan het stadsbestuur het voorstel gemotiveerd afwijzen en wordt een nieuw voorstel besproken met het districtscollege.

o Artikel 12: Er wordt een bepaling toegevoegd: het lokaal groendomein omvat in principe alle publiek groendomein, tenzij het in de limitatieve lijst van bovenlokaal publiek groendomein is opgenomen. Wanneer de functie van een groendomein verandert (bvb van bovenlokaal park naar lokaal park), wordt deze in overleg met het district uit de limitatieve lijst bovenlokaal publiek groendomein geschrapt.

Er dient verder bepaald wie budgettair verantwoordelijk is voor het onderhoud van het publiek groendomein van andere overheden maar waarvan het onderhoud door de stad gebeurt.

o Artikel 13: De beschreven gang van werken werkt zeer goed voor grote projecten, maar is te omslachtig voor kleine projecten. Vb: het district wenst bewoners te ondersteunen bij aanleg geveltuinen of groenslingers op bovenlokaal publiek domein of wenst tijdelijke bloemkorven aan te brengen op bovenlokaal publiek domein.

o Opmerkingen mbt de lijst bovenlokale locaties in bijlage:

-Alle bruggen en tunnels zijn per definitie bovenlokaal domein

-Volgende straten zijn bovenlokale locaties: Kolonel Silvertopstraat, Sint Bernardsesteenweg

-De generieke benamingen “Scheldekaaien” (reeds in detail in de lijst opgesomd) en “Leien” worden uit de lijst geschrapt

-Volgende straten worden lokale locaties: Mechelsesteenweg (tussen Britselei en Leopoldplaats).


Artikel 3

De districtsraad verleent gunstig advies over het in de nota geformuleerde voorstel van bevoegdhedenbesluit tot delegatie van bevoegdheden van de gemeenteraad naar de districtsraden met volgende opmerkingen:

- Opmerkingen bij Hoofdstuk II 1.1:

 o Artikel 3: er dient bepaald te worden wie budgettair verantwoordelijk is voor het onderhoud van publieke sportterreinen van andere overheden maar waarvan het onderhoud door de stad gebeurt.

o Artikel 4: er dient bepaald te worden wie budgettair verantwoordelijk is voor het onderhoud van publieke speelterreinen van andere overheden maar waarvan het onderhoud door de stad gebeurt.

o Artikel 6: ook de bevoegdheden inzake Opsinjoren worden volledig aan de districten overgedragen

o Artikel 7: specifiek voor het district Antwerpen wordt de bevoegdheid inzake het onderhouden van jumelages volledig aan de stad overgedragen.

o Artikel 10: lokale middenstandsraad wordt gedefinieerd als: “lokale middenstandsraad met lokale handelaarsverenigingen waaronder alle handelaars buiten het toeristisch centrum vallen.

o Artikel 11: herformulering van het laatste lid: de lokale straten en pleinen omvatten in principe alle openbaar domein, tenzij het in de limitatieve lijst van bovenlokaal publiek domein is opgenomen. Wanneer de functie van een weg verandert (bvb van wijkwegnaar woonstraat), wordt deze in overleg met het district uit de limitatieve lijst bovenlokaal publiek domein geschrapt.

o Artikel 12: Er wordt een bepaling toegevoegd: het lokaal groendomein omvat in principe alle publiek groendomein, tenzij het in de limitatieve lijst van bovenlokaal publiek groendomein is opgenomen. Wanneer de functie van een groendomein verandert (bvb van bovenlokaal park naar lokaal park), wordt deze in overleg met het district uit de limitatieve lijst bovenlokaal publiek groendomein geschrapt.

Er dient verder bepaald wie budgettair verantwoordelijk is voor het onderhoud van het publiek groendomein van andere overheden maar waarvan het onderhoud door de stad gebeurt.


Artikel 4

De districtsraad verleent gunstig advies over het in de nota geformuleerde voorstel van middelenbesluit tot verdeling van de financiële middelen met volgende opmerkingen:

- Algemeen: Alle overdrachten van bevoegdheden van de stad naar de districten houden ook in dat de nodige middelen hiervoor worden overgedragen aan de districten. De bijkomende taken mogen niet ondergefinancierd worden bij overdracht.

- Om als politiek niveau dat dichtst bij de burgers staat deze rol maximaal te kunnen vervullen is een verhoging van de middelen nodig om op die manier meer ademruimte te kunnen creëren.

- De verdeelsleutel voor de middelen onder de districten blijft zo transparant en eenvoudig mogelijk.

- De omvang van het publiek domein dat in rekening wordt genomen voor het verdelen van de middelen wordt berekend op basis van een GIS-laag zodat iedere vierkante meter in aanmerking kan worden genomen. Deze GIS-laag helpt ook om snel helderheid te krijgen over de bevoegdheid bij onderhoud of aanleg van publiek domein.

Artikel 5

De districtsraad verleent gunstig advies over het in de nota geformuleerde voorstel van middelenbesluit over indirecte en directe personeelsmiddelen met volgende opmerkingen:

- Hoofdstuk 2.4. afdeling d: Trekkingsrechten: er dient een regeling uitgewerkt wanneer er een betwisting is over de verbruikte werktijd, bvbwanneer plannen moeten worden teruggestuurd voor verwerking omwille van procedurefouten, het niet opnemen en uitwerken van expliciete vragen, voorwaarden en eisen etc. Deze kunnen slechts in mindering worden gebracht van de voorziene trekkingsrechten voor een project na overleg en akkoord met het district.

Artikel 6

De districtsraad verleent gunstig advies over het in de nota geformuleerde voorstel tot bijsturing van het werkkader stad-districten met volgende opmerkingen:

- Hoofdstuk 3.1.1. ten eerste, overlegmomenten: er dient vastgelegd wie punten op de agenda kan zetten voor een Raad van Overleg, enkel stad, enkel districten of beide. Er dient ook bepaald of de oude regeling nog dient behouden waarbij meerdere districten samen een raad van overleg kunnen vragen.

- Hoofdstuk 3.1.3.: de districtsraden en –colleges krijgen het recht om ambtenaren te vragen uitleg en informatie te verstrekken over zaken die het district aanbelangen op de vergaderingen van de raad en van het college.

- De regeling rond dagelijks bestuur wordt aangepast zodat dit substantieel meer binnen de bevoegdheid van de districtsraad valt. Dit kan door het betreffende gemeenteraadsbesluit van 25 juni 2007 aan te passen of dit kan door te pleiten om dit te voorzien in het vernieuwde decreet lokale besturen zodat districtsraden zelf kunnen bepalen wat er onder dagelijks bestuur valt.

Artikel 7

Dit besluit heeft in principe geen financiële gevolgen.

Bijlagen

  • Delegatiebesluiten_voorstel_20170331.pdf