Terug

2017_DRDE_00038 - Binnengemeentelijke decentralisatie - Nota ontwerp van delegatiebesluiten. Advies - Goedkeuring

districtsraad Deurne
do 20/04/2017 - 20:00 Districtshuis Deurne
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Peter Wouters, voorzitter districtsraad; Tjerk Sekeris, districtsvoorzitter; Freddy Lorent, districtsschepen; Ariane Van Dooren, districtsschepen; Elke Brydenbach, districtsschepen; Karen Maes, districtsschepen; Walter Verbruggen, districtsraadslid; Marina Rothmayer, districtsraadslid; Guy Dirckx, districtsraadslid; Frank Geudens, districtsraadslid; Jan Van Wesembeeck, districtsraadslid; Arfan Saber, districtsraadslid; Vera Verbist, districtsraadslid; Oussama El Aboussi, districtsraadslid; Peggy Pooters, districtsraadslid; Philip Van Acker, districtsraadslid; Linda Van Eester, districtsraadslid; Koen Maes, districtsraadslid; Freya Van Alsenoy, districtsraadslid; Maarten Goetstouwers, districtsraadslid; Elsa Jacobs, districtsraadslid; Bruno Denys, districtsraadslid; Kristof Vissers, districtsraadslid; Raymond Van de Wouwer, districtsraadslid; Josephus Braam, districtsraadslid; Joppe Van Meervelde, districtsraadslid; Bart Ostyn, districtsraadslid; Mieke De Wispeleir, plaatsvervangend districtssecretaris

Afwezig

Bart De Vos, districtsraadslid

Verontschuldigd

Wendy van Dorst, districtsraadslid; Erwin Eestermans, districtssecretaris

Secretaris

Mieke De Wispeleir, plaatsvervangend districtssecretaris

Voorzitter

Peter Wouters, voorzitter districtsraad
2017_DRDE_00038 - Binnengemeentelijke decentralisatie - Nota ontwerp van delegatiebesluiten. Advies - Goedkeuring 2017_DRDE_00038 - Binnengemeentelijke decentralisatie - Nota ontwerp van delegatiebesluiten. Advies - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 4, §2 van het bijzonder decreet betreffende de voorwaarden en de wijze van oprichting van binnengemeentelijke territoriale organen bepaalt dat de gemeentelijke organen de toegestane bevoegdheidsoverdrachten en de criteria betreffende dotaties slechts kunnen wijzigen nadat hierover vooraf advies werd uitgebracht door de bevoegde districtsoverheden. Deze beschikken over een termijn van drie maanden om hun advies uit te brengen, zoniet wordt het geacht gunstig te zijn.

Artikel 282 van het Gemeentedecreet over de mogelijkheid van de gemeenteraad, het college en de burgemeester om bevoegdheden over te dragen aan de districtsraden, districtscolleges en districtsvoorzitters.

Artikel 289 van het Gemeentedecreet over het voorafgaand advies van de districtsraden over de manier waarop de financiering van de districten moet verlopen. 

Artikel 287 van het Gemeentedecreet over de personeelsformatie van de districten.

Aanleiding en context

Op 20 december 1999 (jaarnummer 3128) besliste de gemeenteraad de binnengemeentelijke decentralisatie naar wettelijk model in te voeren. Overeenkomstig artikel 340 van de Nieuwe Gemeentewet, op 15 juli 2005 vervangen door artikel 282 van het Gemeentedecreet, besliste de burgemeester, het college van burgemeester en schepenen en de gemeenteraad bevoegdheden van gemeentelijk belang waarover zij beschikken over te dragen naar de voorzitters van de districtsraden, het districtscollege en de districtsraad.

Op 29 januari 2013 (jaarnummer 35) keurde de gemeenteraad het bestuursakkoord stad Antwerpen 2013-2018 goed. Resolutie 411 van dit bestuursakkoord bepaalt: "Een stadsbrede oefening is nodig om te onderzoeken welke bevoegdheden op termijn naar de districten kunnen gaan. Hierbij wordt gedacht aan persoonsgebonden materies zoals lokaal cultuur-, bib-, sport-, jeugd- en seniorenbeleid. Dit zijn zaken waarvoor een district principieel in aanmerking kan komen."

Op 25 april 2014 (jaarnummer 4463) keurde het college het decentralisatieprogramma 2014-2019 goed. Eén van de doelstellingen die in dit decentralisatieprogramma werden opgenomen stelt dat de bevoegdheden en taken van de districten dienen verfijnd te worden (doelstelling 3, realisatie 2014-2017).

Om deze verfijning te realiseren werd eerst een gecoördineerde versie van de bestaande besluitvorming rond de binnengemeentelijke decentralisatie opgemaakt. Deze werden goedgekeurd door de gemeenteraad van 30 maart 2015 (jaarnummer 146).

Het college gunde op 5 december 2014 (jaarnummer 12362) een onderzoek naar de mogelijkheden en opportuniteiten tot bijsturing van het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel. De Universiteit Tilburg startte het onderzoek op 1 april 2015. Het onderzoek bestond uit drie fases.

Het managementteam nam op 22 april 2015 (jaarnummer 149) kennis van de planning van het onderzoek en op 2 december 2015 (jaarnummer 539) van de resultaten van het onderzoek. Het college nam op 15 januari 2016 (jaarnummer 348) kennis van de resultaten van het onderzoek. Het onderzoek bevat een aantal aanbevelingen om het samenwerkingsmodel te versterken. Het college nam ook kennis van een discussienota over de versterking van het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel. Hierbij wordt uitgegaan van volgende uitgangspunten:

  • de districten responsabiliseren op het vlak van bevoegdheden, financiële en personele middelen;
  • transparantie en duidelijkheid verbeteren;
  • samenwerking versterken;
  • lokale binding verstevigen.

Het college gaf op 15 januari 2016 (jaarnummer 348) de opdracht aan het managementteam om de discussienota over het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel verder uit te werken in overleg met de districten. Het managementteam nam kennis van de discussienota en de finale versie van de studie over het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel.
Het managementteam gaf uitvoering aan de opdracht van het college om de discussienota over het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel verder uit te voeren.

De voorliggende voorstellen van nieuwe besluiten rond binnengemeentelijke decentralisatie (bevoegdhedenbesluit, middelenbesluit en werkkader) werden opgemaakt in samenwerking met de betrokken bedrijfseenheden, in overleg met de verschillende bevoegde schepenen en bedrijfsdirecteurs en voor terugkoppeling voorgelegd aan de districtscolleges tijdens werkoverleggen op 20 en 27 oktober 2016, 9, 10,21,24 en 29 november 2016 en 1 december 2016. Het ontwerp werd besproken op een gemeenschappelijke raadscommissie stad-districten op 15 maart 2016.

Het ontwerp van decentralisatiebesluiten wordt voor advies voorgelegd aan de districtsraden. Daarna worden de besluiten ter goedkeuring voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen en de gemeenteraad.

Argumentatie

In het kader van de verfijning van de bevoegdheden en taken van de districten dienen in uitvoering van het bestuursakkoord een aantal stappen te worden ondernomen.

De eerste stap bestond uit het scherpstellen van de overgedragen bevoegdheden zoals ze nu zijn. Daarom werden 13 besluiten van verschillende stedelijke bestuursorganen over de periode 2000-2014 opgeheven en vervangen door twee coördinatiebesluiten bevoegdheden districten.

In een tweede stap werd een onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden en opportuniteiten tot bijsturing van het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel. 

De derde en laatste stap is een verdere scherpstelling en delegatie van de bevoegdheden naar de districtsraden en -colleges. Hierbij worden ook de personele en financiële middelen en de samenwerking tussen stad, districten en administratie herbekeken.

Beleidsdoelstellingen

7 - Sterk bestuurde stad
1TSB09 - Het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel brengt het beleid dichter bij de burger
1TSB0901 - De 9 districtsbesturen worden ondersteund door de groep stad Antwerpen met het oog op een maximale realisatie van hun doelstellingen
1TSB090101 - We faciliteren, coördineren en bewaken het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel

Besluit

De districtsraad Deurne keurt met 17 stemmen voor en 10 onthoudingen het volgende besluit goed.

Voor: Peter Wouters, Tjerk Sekeris, Vera Verbist, Philip Van Acker, Linda Van Eester, Josephus Braam, Koen Maes, Freya Van Alsenoy, Maarten Goetstouwers, Raymond Van de Wouwer, Elke Brydenbach, Ariane Van Dooren, Freddy Lorent, Walter Verbruggen, Oussama El Aboussi, Karen Maes, Arfan Saber.

Onthouding: Frank Geudens, Joppe Van Meervelde, Elsa Jacobs, Kristof Vissers, Bart Ostyn, Bruno Denys, Jan Van Wesembeeck, Marina Rothmayer, Peggy Pooters, Guy Dirckx.

De districtsraad deurne beslist:

Artikel 1

De districtsraad neemt kennis van de nota met het voorstel van delegatiebesluiten, middelenbesluiten en werkkader binnengemeentelijke decentralisatie.

Artikel 2

De districtsraad verleent gunstig advies over het in de nota vermelde voorstel van bevoegdhedenbesluit tot delegatie van bevoegdheden van het college van burgemeester en schepenen naar de districtscolleges met volgende opmerkingen:

Opmerkingen bij Hoofdstuk II 1.2: 

  • Artikel 6: Ook de bevoegdheden inzake Stadsmakers worden volledig aan de districten overgedragen. 
  • Buurtregie en wijkwerking op maat worden een gedeelde bevoegdheid. De operationele eindverantwoordelijkheid wordt bij de districtssecretaris gelegd. De districtssecretaris zal voor deze taak in matrix worden aangestuurd door stad en district. 
  • Artikel 11: herformulering van het laatste lid: de lokale straten en pleinen omvatten in principe alle openbaar domein, tenzij het in de limitatieve lijst van bovenlokaal publiek domein is opgenomen. Wanneer de functie van een weg verandert, wordt deze in overleg met het district uit de limitatieve lijst bovenlokaal publiek domein geschrapt.
    In de fase van de projectdefinitie van een lokaal project is het aangewezen dat het district een voorstel van mobiliteitsvoorwaarden formuleert. Gelet op de expertise van het district wordt dat voorstel bij voorkeur gevolgd. Enkel als in het licht van de ruimere omgeving (grensoverschrijdend) en er (mogelijke) verkeersituatie problemen aangetoond kunnen worden, zou slechts in voorkomend geval het stadsbestuur het voorstel van het district in deze gemotiveerd mogen afwijzen en wordt desgevallend een nieuw voorstel besproken met het districtscollege.  
    In de fase van de projectdefinitie van een bovenlokale weg opgenomen in de limitatieve lijst worden er in consensus tussen stad en district uitgangspunten, kaders en voorwaarden bepaald. 
  • Artikel 12: Er wordt een bepaling toegevoegd: het lokaal groendomein omvat in principe alle publiek groendomein, tenzij het in de limitatieve lijst van bovenlokaal publiek groendomein is opgenomen. Wanneer de functie van een groendomein verandert (van bovenlokaal park naar lokaal park), wordt deze in overleg met het district uit de limitatieve lijst bovenlokaal publiek groendomein geschrapt.


Artikel 3

De districtsraad verleent gunstig advies over het in de nota geformuleerde voorstel van bevoegdhedenbesluit tot delegatie van bevoegdheden van de gemeenteraad naar de districtsraden.

Artikel 4

De districtsraad verleent gunstig advies over het in de nota geformuleerde voorstel van middelenbesluit tot verdeling van de financiële middelen met volgende opmerkingen:

  • Algemeen: Alle overdrachten van bevoegdheden van de stad naar de districten houden ook in dat de nodige middelen hiervoor worden overgedragen aan de districten. De bijkomende taken mogen niet ondergefinancierd worden bij overdracht.
     
  • Om als politiek niveau dat dichtst bij de burgers staat deze rol maximaal te kunnen vervullen is een verhoging van de middelen nodig om op die manier meer ademruimte te kunnen creëren.
     
  • Verdeelsleutel voor de middelen onder de districten blijft zo transparant en eenvoudig mogelijk.
     
  • De omvang van het publiek domein dat in rekening wordt genomen voor het verdelen van de middelen wordt berekend op basis van een GIS-laag zodat iedere vierkante meter in aanmerking kan worden genomen. Deze GIS-laag helpt ook om snel helderheid te krijgen over de bevoegdheid bij onderhoud of aanleg van publiek domein.

Artikel 5

De districtsraad verleent gunstig advies over het in de nota geformuleerde voorstel van middelenbesluit over indirecte en directe personele middelen met volgende opmerkingen:

Hoofdstuk 2.3. afdeling d: 

  • Trekkingsrechten: er dient een regeling uitgewerkt wanneer er een betwisting is over de verbruikte werktijd. Bijvoorbeeld bij het niet opnemen en uitwerken van expliciete vragen van het district, procedurefouten … Deze kunnen slechts in mindering worden gebracht van de voorziene trekkingsrechten voor een project na overleg en akkoord met het district.

Artikel 6

De districtsraad verleent gunstig advies over het in de nota geformuleerde voorstel tot bijsturing van het werkkader stad-districten met volgende opmerkingen:

Hoofdstuk 3.1.1. Aanpassing BOSA

1)      Overlegmomenten formaliseren

  • Er dient vastgelegd wie punten op de agenda kan zetten voor een Raad van Overleg, enkel stad, enkel districten of beide.
  • Er dient ook bepaald of de oude regeling nog dient behouden waarbij meerdere districten samen een raad van overleg kunnen vragen. 

2)      Procedure brieven en adviezen

  •  Adviezen en brieven aan de hogere overheden en derden (De Lijn, Vlaamse Waterweg, AWV …) worden door het College van Burgemeester en Schepenen aan de betrokkenen bezorgd.
  • Adviezen en brieven aan het College van Burgemeester en Schepenen worden binnen de veertig werkdagen beantwoord. Als het College van Burgemeester en Schepenen geen antwoord bezorgt binnen veertig werkdagen, wordt er automatisch een overlegmoment opgestart.

Hoofdstuk 3.1.3.: Cultuur van samenwerking

  • De districtsraden en –colleges krijgen het recht om ambtenaren te vragen uitleg en informatie te verstrekken over zaken die het district aanbelangen op de vergaderingen van de raad en van het college.

Artikel 7

Dit besluit heeft in principe geen financiële gevolgen.

Bijlagen

  • Delegatiebesluiten_voorstel_20170331.pdf