Op schriftelijke vragen wordt schriftelijk geantwoord. Is het antwoord 30 dagen na ontvangst van de vraag niet gegeven, dan wordt de vraag automatisch terug geagendeerd op de eerstvolgende raad. De vraag krijgt dan het statuut van een mondelinge vraag en wordt onmiddellijk ter zitting beantwoord. Indien de vraag echter voor de zitting werd beantwoord, wordt ze alsnog van de agenda afgevoerd.
De schriftelijke vragen worden ter kennisneming voorgelegd.
Artikel 32 van het Gemeentedecreet voorziet dat de gemeenteraadsleden het recht hebben om aan de burgemeester en aan het college mondelinge en schriftelijke vragen te stellen. Dit artikel is ook van toepassing op de districten conform artikel 276 van het Gemeentedecreet.
Artikel 58 van het basisreglement "Bestuurlijke Organisatie stad Antwerpen" (BOSA) voorziet dat de raadsleden het recht hebben om aan het uitvoerend bestuur mondelinge en schriftelijke vragen te stellen. Het regelt de manier waarop op schriftelijke vragen wordt geantwoord.
Tijdens de periode 31 juli tot en met 4 augustus 2017 ontving het districtscollege een schriftelijke vraag.
Het districtscollege neemt kennis van volgende ingekomen schriftelijke vraag:
| Datum vraagstelling | Indiener vraag | Onderwerp | Toegewezen aan |
| 31 juli 2017 | Marina Rothmayer | Uitnodigingen oud-raadsleden | Tjerk Sekeris |
Het districtscollege wijst deze vragen voor gevolg toe aan het districtscollegelid waaraan de vraag werd gesteld.