Art. 2.2.13.§1. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening zegt dat het college gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen opmaakt en hiervoor de nodige maatregelen neemt.
Op inhoudelijk vlak is het de bevoegdheid van de lokale overheid om een beleid inzake de ruimtelijke ordening van studentenhuisvesting uit te werken en toe te passen in haar vergunningenbeleid.
Inhoudelijk bestaan er geen bezwaren tussen lokale en bovenlokale overheid over het voorgestelde beleid.
Op juridisch vlak is er tussen de lokale en de bovenlokale overheid een meningsverschil in de interpretatie van het te hanteren verordenend instrumentarium.
Daarom wordt het gewenste beleid verankerd in een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) in plaats van in een stedenbouwkundige verordening.
Aangezien de gemeenteraad op 27 juni 2016 (jaarnummer 450) reeds het voorgesteld beleid inzake de studentenhuisvesting goedkeurde wordt identiek dezelfde beleidsvisie overgenomen.
De uitgangspunten zijn:
In de proces- en richtnota wordt de te behandelen problematiek en het procesverloop voor de opmaak van het RUP opgesteld.
Voorafgaand aan de opmaak van het voorontwerp-RUP wordt het onderzoek verricht om draagvlak te creëren met het beleid, de betrokken stadsdiensten en bovenlokale overheden.
De krachtlijnen voor het RUP zijn:
Art. 2.2.13 en volgende van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) die de procedure vastleggen voor de opmaak van de gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP).
Het college keurt de proces- en richtnota voor het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) ‘Studentenhuisvesting’ goed.