Artikel 4, §2 van het bijzonder decreet betreffende de voorwaarden en de wijze van oprichting van binnengemeentelijke territoriale organen bepaalt dat de gemeentelijke organen de toegestane bevoegdheidsoverdrachten en de criteria betreffende dotaties slechts kunnen wijzigen nadat hierover vooraf advies werd uitgebracht door de bevoegde districtsoverheden. Deze beschikken over een termijn van drie maanden om hun advies uit te brengen, zoniet wordt het geacht gunstig te zijn.
Op 20 december 1999 besliste de gemeenteraad de binnengemeentelijke decentralisatie naar wettelijk model in te voeren (jaarnummer 3128). Overeenkomstig artikel 340 van de Nieuwe Gemeentewet, op 15 juli 2005 vervangen door artikel 282 van het Gemeentedecreet, besliste de burgemeester, het college van burgemeester en schepenen en de gemeenteraad bevoegdheden van gemeentelijk belang waarover zij beschikken over te dragen naar de voorzitters van de districtsraden, het districtscollege en de districtsraad.
Op 29 januari 2013 (jaarnummer 35) keurde de gemeenteraad het bestuursakkoord stad Antwerpen 2013-2018 goed. Resolutie 411 van dit bestuursakkoord bepaalt: "Een stadsbrede oefening is nodig om te onderzoeken welke bevoegdheden op termijn naar de districten kunnen gaan. Hierbij wordt gedacht aan persoonsgebonden materies zoals lokaal cultuur-, bib-, sport-, jeugd-en seniorenbeleid. Dit zijn zaken waarvoor een district principieel in aanmerking kan komen."
Op 25 april 2014 (jaarnummer 4463) keurde het college het decentralisatieprogramma 2014-2019 goed. Eén van de doelstellingen die in dit decentralisatieprogramma werden opgenomen, stelt dat de bevoegdheden en taken van de districten dienen verfijnd te worden (doelstelling 3, realisatie 2014-2017).
Om deze verfijning te realiseren werd eerst een gecoördineerde versie van de bestaande besluitvorming rond de binnengemeentelijke decentralisatie opgemaakt. Deze werden goedgekeurd op het college van 6 maart 2015 (jaarnummer 1791) en de gemeenteraad van 30 maart 2015 (jaarnummer 146).
Het college gunde op 5 december 2014 (jaarnummer 12362) een onderzoek naar de mogelijkheden en opportuniteiten tot bijsturing van het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel. De Universiteit Tilburg startte het onderzoek op 1 april 2015. Het onderzoek bestond uit drie fases.
Het managementeam nam op 22 april 2015 (jaarnummer 149) kennis van de planning van het onderzoek en op 2 december 2015 (jaarnummer 539) van de resultaten van het onderzoek. Het college nam op 15 januari 2016 (jaarnummer 348) kennis van de resultaten van het onderzoek. Het onderzoek bevat een aantal aanbevelingen om het samenwerkingsmodel te versterken. Het college nam ook kennis van een discussienota over de versterking van het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel. Hierbij wordt uitgegaan van volgende uitgangspunten:
Het college gaf op 15 januari 2016 (jaarnummer 348) de opdracht aan het managementteam om de discussienota over het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel verder uit te werken in overleg met de districten. Het managementteam nam kennis van de discussienota en de finale versie van de studie over het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel.
Het managementteam gaf uitvoering aan de opdracht van het college om de discussienota over het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel verder uit te voeren.
De voorliggende voorstellen van nieuwe besluiten rond binnengemeentelijke decentralisatie (bevoegdhedenbesluit, middelenbesluit en werkkader) werden opgemaakt in samenwerking met de betrokken bedrijfseenheden, in overleg met de verschillende bevoegde schepenen en bedrijfsdirecteurs en voor terugkoppeling voorgelegd aan de districtscolleges tijdens werkoverleggen op 20 en 27 oktober 2016, 9, 10,21,24 en 29 november 2016 en 1 december 2016. Het ontwerp werd besproken op een gemeenschappelijke raadscommissie stad-districten op 15 maart 2016.
Het ontwerp van decentralisatiebesluiten wordt voor advies voorgelegd aan de districtsraden. Daarna worden de besluiten ter goedkeuring voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen en de gemeenteraad.
In het kader van de verfijning van de bevoegdheden en taken van de districten dienen in uitvoering van het bestuursakkoord een aantal stappen te worden ondernomen.
De eerste stap bestond uit het scherpstellen van de overgedragen bevoegdheden zoals ze nu zijn. Daarom werden 13 besluiten van verschillende stedelijke bestuursorganen over de periode 2000-2014 opgeheven en vervangen door twee coördinatiebesluiten bevoegdheden districten.
In een tweede stap werd een onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden en opportuniteiten tot bijsturing van het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel.
De derde en laatste stap is een verdere scherpstelling en delegatie van de bevoegdheden naar de districtsraden en -colleges. Hierbij worden ook de personele en financiële middelen en de samenwerking tussen stad, districten en administratie herbekeken.
Artikel 282 van het Gemeentedecreet over de mogelijkheid van de gemeenteraad, het college en de burgemeester om bevoegdheden over te dragen aan de districtsraden, districtscolleges en districtsvoorzitters.
Artikel 289 van het Gemeentedecreet over het voorafgaand advies van de districtsraden over de manier waarop de financiering van de districten moet verlopen.
Artikel 287 van het Gemeentedecreet over de personeelsformatie van de districten.
De districtsraad neemt kennis van de nota met het voorstel van delegatiebesluiten, middelenbesluiten en werkkader binnengemeentelijke decentralisatie.
De districtsraad beslist rekening te houden met volgende adviezen van het districtscollege:
De districtsraad verleent gunstig/ongustig advies over het in de nota vermelde voorstel van bevoegdhedenbesluit tot delegatie van bevoegdheden van het college van burgemeester en schepenen naar de districtscolleges met volgende opmerkingen:
De districtsraad verleent gunstig/ongunstig advies over het in de nota geformuleerde voorstel van bevoegdhedenbesluit tot delegatie van bevoegdheden van de gemeenteraad naar de districtsraden met volgende opmerkingen:
De districtsraad verleent gunstig/ongunstig advies over het in de nota geformuleerde voorstel van middelenbesluit tot verdeling van de financiële middelen met volgende opmerkingen:
De districtsraad verleent gunstig/ongunstig advies over het in de nota geformuleerde voorstel van middelenbesluit over indirecte en directe personele middelen met volgende opmerkingen:
De districtsraad verleent gunstig/ongunstig advies over het in de nota geformuleerde voorstel tot bijsturing van het werkkader stad-districten met volgende opmerkingen: