Terug

2017_CBS_05245 - Gemeentelijke fiscaliteit - Eigendomsbelastingen. Wijziging - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
di 13/06/2017 - 10:00 Digitaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Caroline Bastiaens, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2017_CBS_05245 - Gemeentelijke fiscaliteit - Eigendomsbelastingen. Wijziging - Goedkeuring 2017_CBS_05245 - Gemeentelijke fiscaliteit - Eigendomsbelastingen. Wijziging - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Algemene financiƫle opmerkingen

De gebudgetteerde bedragen werden bij vorige wijziging van de reglementen niet herzien, omdat er pas na evaluatie van het eerste aanslagjaar een realistisch beeld kan gemaakt worden van eventuele wijziging in de inkomsten. Deze evaluatie is nog niet aan de orde omdat het eerste aanslagjaar nog niet volledig afgerond is. Ondanks de stijging van de tarieven wordt daarom op dit moment geen stijging van de inkomsten voorzien.

Regelgeving: bevoegdheid

De gemeenteraad is bevoegd overeenkomstig artikel 170§4 van de Grondwet betreffende de uitdrukkelijke bevoegdheid van de gemeenteraad voor de invoering van belastingen en de artikelen 42§3 en 43§2 15° van het Gemeentedecreet betreffende de exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad.

Aanleiding en context

In zitting van 29 juni 2015 (jaarnummer 336) keurde de gemeenteraad volgende belastingreglementen goed:

  • belastingreglement op ongeschikt en/of onbewoonbaar verklaarde woningen;
  • belastingreglement op uiterlijk verwaarloosde onroerende goederen;
  • belastingreglement op leegstaande woningen en gebouwen

Door een strijd te voeren tegen huisjesmelkerij, leegstand en verkrotting, kan de kwaliteit van het woonaanbod en handelspanden verbeterd worden. Hierdoor kunnen meer mensen een kwaliteitsvolle woning vinden én wordt de stad aantrekkelijker voor bedrijven om zich er te vestigen. De strijd tegen leegstand en verkrotting heeft daarenboven een positief effect op het imago en de leefkwaliteit van een wijk.

In het bestuursakkoord 2013-2018 wordt daarom heel wat aandacht besteed aan het proactief en reactief tegengaan van leegstand en verwaarlozing. Het heffen van voornoemde belastingen is één van de middelen die de stad ter beschikking heeft in de strijd tegen leegstand en verwaarlozing.
 
De wijzigingen aan de voorliggende reglementen kaderen enerzijds in de implementatie van de omgevingsvergunning en anderzijds in de wijzigingen in de Vlaamse wetgeving naar aanleiding van het decreet van 23 december 2016 houdende diverse fiscale bepalingen en bepalingen omtrent de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen.

Argumentatie

Het verwerven van inkomsten via belastingen is noodzakelijk om de algemene uitgaven van de stad te financieren.

De omgevingsvergunning vervangt de stedenbouwkundige vergunning, milieuvergunning en de verkavelingsvergunning vanaf 1 januari 2018.  Daar waar verwezen werd naar de stedenbouwkundige vergunning wordt de verwijzing naar de omgevingsvergunning toegevoegd. De beide termen blijven voorlopig naast elkaar gebruikt, omdat ook de term stedenbouwkundige vergunning in de toekomst relevant blijft. Zo kunnen bijvoorbeeld belastingplichtigen zich beroepen op een vrijstelling op basis van de eerder verkregen stedenbouwkundige vergunning.

In dit kader dienen volgende reglementen te worden aangepast:

  • het belastingreglement op ongeschikt en/of onbewoonbaar verklaarde woningen;
  • het belastingreglement op uiterlijk verwaarloosde onroerende goederen;
  • het belastingreglement op de leegstaande woningen en gebouwen;.

Door het decreet van 23 december 2016 worden o.m. wijzigingen aangebracht aan het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting en de Vlaamse codex fiscaliteit. Naar aanleiding van dit decreet dienen volgende reglementen te worden aangepast:

  • het belastingreglement op ongeschikt en/of onbewoonbaar verklaarde woningen;
  • het belastingreglement op uiterlijk verwaarloosde onroerende goederen.

Reglement op de ongeschikt en/of onbewoonbaar verklaarde woningen en gebouwen

Op 23 december 2016 besliste Vlaanderen om de Vlaamse heffing op ongeschikt- en onbewoonbaarheid vanaf het aanslagjaar 2017 niet meer te heffen in gemeenten met een eigen heffing op de woningen opgenomen in de Vlaamse inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen, voor zover die gemeentelijke heffing voldoet aan bepaalde voorwaarden. Op die manier kan een dubbele heffing, en een dubbele administratieve belasting voor de eigenaars, vermeden worden.

De decreetgever geeft de gemeenten daartoe eerst en vooral machtiging tot het heffen van een gemeentelijke belasting op de woningen in de Vlaamse inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen. 

Het decreet bepaalt dat de Vlaamse heffing niet meer geheven wordt in de gemeenten met een eigen heffing, op voorwaarde dat die gemeentelijke heffing minstens één van de in het decreet bepaalde minimumbedragen respecteert.

Omdat de stad Antwerpen achter de administratieve vereenvoudiging staat die met het decreet wordt beoogd, zal de stedelijke heffing voortaan gebaseerd worden op de opname van woningen in de Vlaamse inventaris van ongeschikt en/of onbewoonbaar verklaarde woningen. Het stedelijke register wordt daarom afgeschaft. Bijgevolg zal er geen dubbele heffing (door Vlaanderen enerzijds en de stad anderzijds) meer bestaan, maar blijft enkel de gemeentelijke belasting over.

Voor de stad Antwerpen blijft echter de strijd tegen verwaarlozing en voor kwaliteitsvolle woningen zeer belangrijk, zoals ook bepaald in het bestuursakkoord 2013-2018. De aanpassing van 2 belastingen naar één belasting mag niet tot gevolg hebben dat globaal genomen milder wordt opgetreden tegen de eigenaars van ongeschikte en onbewoonbare woningen. Daarom is het wenselijk om naar aanleiding van deze wijziging de stedelijke tarieven op te trekken.

De tarieven worden als volgt bepaald:

  • 3.500,00 EUR per woning;
  • 1.200,00 EUR per kamer.

Daarnaast worden nog een aantal eerder technische wijzigingen doorgevoerd, zoals de schrapping van alle vermeldingen met betrekking tot het stedelijk register en het opnemen van een aantal bepalingen rond de Vlaamse inventaris. Ook de overgangsbepalingen worden aangepast zodat de principes van het reglement ook op lopende dossiers correct kunnen worden toegepast.

Reglement op de uiterlijke verwaarloosde onroerende goederen

Het decreet van 23 december 2016 vertrouwt  het bestrijden van verwaarlozing van gebouwen en woningen volledig toe aan de gemeenten. Op decretaal niveau zijn alleen nog de hoofdlijnen bepaald waarbinnen de gemeente zelf de nadere materiële en procedurele regels kan bepalen. Het gewest heeft sinds 1 januari 2017 geen eigen inventaris van verwaarloosde van woningen en gebouwen meer en ook geen heffing hierop.

Het bestaande stedelijk reglement op uiterlijk verwaarloosde onroerende goederen dient aangepast te worden aan het voorgeschreven decretaal kader, bijvoorbeeld voor de definitie van onroerende goederen.

Voor de stad blijft de strijd tegen verwaarlozing zeer belangrijk, zoals ook bepaald in het bestuursakkoord 2013-2018. Ook hier mag de aanpassing van 2 belastingen (een Vlaamse en een stedelijke) naar één belasting niet tot gevolg hebben dat globaal genomen milder wordt opgetreden tegen de eigenaars van verwaarloosde onroerende goederen. Daarom worden de stedelijke tarieven opgetrokken.

De tarieven worden als volgt bepaald:

  • 55,00 EUR per m², met een minimum van 2.000,00 EUR;
  • het bedrag van 6.000,00 EUR voor een onroerend goed dat niet wind- en/of waterdicht is blijft ongewijzigd.

Daarnaast worden ook hier een aantal eerder technische wijzigingen doorgevoerd, zoals een aanpassing van de overgangsbepalingen zodat de principes van het reglement ook op lopende dossiers correct kunnen worden toegepast.

Reglement op de leegstaande woningen/gebouwen

Leegstaande gebouwen en terreinen zijn een teken van slecht ruimtegebruik. Leegstaande panden halen daarenboven het imago en de leefkwaliteit van een wijk naar beneden. De stad heeft sterk ingezet op het opsporen van leegstaande panden. Er is de afgelopen jaren dan ook een stijging merkbaar met betrekking tot het aantal panden die zijn opgenomen op het register van leegstaande woningen en gebouwen, en dus in het aantal leegstaande panden die in aanmerking komen voor een belasting. Door de actieve inzet hebben we een vollediger beeld op de leegstand in onze stad.

In het belastingreglement zijn verschillende vrijstellingen opgenomen voor die eigenaars die daadwerkelijk actie ondernemen om een einde te maken aan deze leegstand. Zij die echter geen acties ondernemen, en waarvan de panden gedurende langere periode blijven leegstaan, worden geconfronteerd met een effectieve belasting. Om het sanctionerend karakter van deze belasting te versterken voor die eigenaars die geen actie ondernemen om een einde te maken aan de belastbare toestand is het wenselijk om de tarieven op te trekken.

De tarieven worden als volgt bepaald:

  • 2800 EUR voor woningen of gebouwen
  • 800 EUR voor kamers

Juridische grond

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
De omzendbrief BB 2011/01 van 10 juni 2011 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.
Het decreet van 22 december 1995 houdende de bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996.
De Vlaamse codex fiscaliteit.
Het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid.
De  Vlaamse codex ruimtelijke ordening.
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
Het Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en haar bijlagen.
Het Besluit van de Vlaamse Regering van 13 februari 2015 tot aanwijzing van de Vlaamse en provinciale projecten in uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, met als bijlage 1 de Vlaamse lijst en als bijlage 2 de proviciale lijst.
Titel IV en V van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.
Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (VLAREM II).
Besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende bijkomende algemene en sectorale milieuvoorwaarden voor GPBV-installaties (VLAREM II).
Besluit van de Vlaamse Regering van 14 april 2000 tot bepaling van de vergunningsplichtige functiewijzigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen legt het volgende voor aan de gemeenteraad:

Artikel 1

De gemeenteraad keurt het aangepaste belastingreglement op ongeschikt en/of onbewoonbaar verklaarde woningen voor de aanslagjaren 2018 en 2019 goed.

Artikel 2

De gemeenteraad keurt het aangepaste belastingreglement op uiterlijk verwaarloosde onroerende goederen voor de aanslagjaren 2018 en 2019 goed.

Artikel 3

De gemeenteraad keurt het aangepaste belastingreglement op leegstaande woningen en gebouwen voor de aanslagjaren 2018 en 2019 goed.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.

Bijlagen