Ja
Artikel 4.7.12. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat het college bevoegd is om de beslissing te nemen over een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning.
| Aanvragers: | PARKING VESTING |
| De aanvraag omvat: | afbreken van een bestaand parkeergebouw met twee niveaus en oprichten van een middelhoog parkeergebouw |
| Dossiernummer: | AN3/B/digitaal/2017227 |
Het college past de argumentatie aan als volgt :
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college conform artikel 4.7.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kennis van het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.
Het college sluit zich evenwel niet aan bij dit verslag en is van oordeel dat de aanvraag in aanmerking komt voor vergunning.
Het college is zich ten volle bewust van het precaire weefsel van de diamantbuurt waarin zowel bereikbaarheid als veiligheid cruciaal zijn. De uitbreiding van de bestaande parking met beveiligde doorgangen naar de kantoren in de Rijfstraat en Hoveniersstraat is desalniettemin vitaal voor de activiteiten van de diamantsector.
Wat betreft de gewestelijke stedenbouwkundige verordening toegankelijkheid :
De aanvraag zal moeten voldoen aan de bepalingen van deze verordening en dit zal als voorwaarde worden opgelegd in de vergunning.
artikel 15 :
Artikel 15 van het integraal begeleidinsgtraject vermeldt dat er in circulatiegangen versmallingen zijn toegestaan over een lengte van max. 10,00 m, op voorwaarde dat er voor en achter de versmalling een draaicirkel van min. 150 cm diameter kan gemaakt worden. Dit werd volgens deze richtlijn verwerkt in de plannen.
Bovendien kunnen de passerellen op de drie niveaus verbreed worden.
Dit ondervangt dan tegelijkertijd de opmerking vermeld in art.25 i.v.m. toegankelijkheid.
artikel 18 :
Er was uiteraard een drempelloze toegang voorzien kant Rijfstraat. Deze wordt nu ook gedocumenteerd op de tekening en kan als voorwaarde worden opgelegd.
artikel 20 :
Agentschap Toegankelijk Vlaanderen spreekt in zijn advies van 13 april 2016 over trappen met een netto vrije doorgangsbreedte van min. 100 cm tussen de leuningen.
Dit is ook zo vermeld op de plannen.
De trappen hebben leuningen aan beide zijden die doorlopen op de bordessen en die voorbij de eerste en laatste trede min. 40 cm horizontaal doorlopen.
artikel 24 :
Agentschap Toegankelijk Vlaanderen gaat er van uit dat die draaicirkel niets te maken heeft met de toegankelijkheid van lokalen.
Dit zijn 2 aparte zaken, die perfect kunnen overlappen.
artikel 25 :
Door het verbreden van de passerelle tot 1,50m kan voldaan worden aan de gestelde vereisten. Dit zal als voorwaarde aan de vergunningen worden opgelegd.
artikel 29 :
Er is slechts één sanitair blok voorzien in het gebouw, met één lokaal toegankelijk voor anders validen, allemaal gesitueerd op het gelijkvloers.
In de burelen zijn nu aangepaste toiletten voorzien, volgens art. 29.
Het toilet in het archief voldoet niet en zal geschrapt worden.
Wat betreft de hemelwaterverordening :
Aangezien het terrein volledig bebouwd was, en in de nieuwe situatie eveneens volledig bebouwd zal zijn, is er geen mogelijkheid om water te laten infiltreren. Alle daken van het gebouw zijn afgewerkt met een extensief groendak, met reeds een sterk bufferende capaciteit.
Nochtans wordt het oppervlaktewater ( regenwater ) voortkomend van de daken opgevangen in een ondergronds bufferbekken met een nuttige inhoud van 70000 l.
De minimale inhoud is gebaseerd op volgende berekening : 1297 m2 dak x 25l/m2 = 32425 liter, afgerond 35.000 l .
Dit bufferbekken vangt al het regenwater op, en zal het vertraagd afgeven met een pompinstallatie aan de openbare riolering, met een maximum debiet van 150 l / min. Op deze manier zal het openbaar rioleringssysteem nooit overbelast geraken door de nieuwe constructie.
De buffertank wordt altijd volledig leeggetrokken, zodat de maximum buffercapaciteit steeds behouden blijft.
De totale dakoppervlakte blijft ongewijzigd.
Wat betreft de overeenstemming van de aanvraag met de bouwcode :
artikel 24 :
Het valetlokaal wordt niet gebruikt als kantoor, enkel als beschutting en wachtruimte voor het personeel die de valet-parking beheert.
De buitenpoort is volledig doorzichtig en lichtdoorlatend . Anderzijds zal deze poort altijd tijdens de werkuren open staan, zodat er altijd daglicht (en lucht) is om deze kleine wachtruimte vlakbij de straatzijde voldoende kwaliteit te geven.
artikel 30 :
Aangezien de rijstroken tussen de parkeerplaatsen loodrecht op de rijrichting voldoende breed zijn, kunnen en zullen deze parkeerplaatsen zonder probleem verbreed worden, zoals aangeduid voor verdieping, maat toepasbaar ook op ander niveaus.
artikel 34 :
Er bestaat een effectief hoogteverschil van 35 cm tussen bovenzijde extensief groendak en de dakrand van de scheimuur (zie doc. 4a en 4b).
Op de plannen voor het dossier stedenbouwkundige vergunning kon dit niet duidelijk afgelezen worden.
Andere aspecten van goede ruimtelijke ordening :
Door een beglaasde lift in de voorgevel aan de Rijfstraat beoogt de opdrachtgever om de nodige interactie te leggen tussen buitengebied en gebouw. Ook de hoge gelijkvloers inkompartij is transparant, en werd met de meeste zorg aangekleed worden teneinde een meerwaarde te realiseren in het overwegend gesloten straatbeeld.
Enerzijds is er dan ook de regelmatige mechanische beweging van het transparante liftgebeuren (ondersteund door een nog uit te werken uitgekiende verlichting).
Anderzijds genieten de gebruikers van de lift op de hoger niveaus van een mooi uitzicht over deze dynamische wijk.
Voor de gevel Vestingstraat strekte het uitdrukkelijk voorafgaandelijk advies van Monumentenzorg Antwerpen tot behoud, zodat aan deze gevel weinig of geen ingrepen mogelijk waren.
Omwille van dezelfde zorg voor de bestaande structuren wordt de nieuwe gevel van het gebouw ook achteruit getrokken (op lijn met de dakopbouwen van de linkerbuur).
Met groengevels op alle vrijstaande scheimuren wordt ook aandacht besteed aan de verschillende niet afgewerkte vlakken.
Wat betreft de nabestemming van het gebouw :
Het structurele concept van het gebouw wordt zo uitgewerkt worden dat het gebouw ooit een nieuwe bestemming kan krijgen als kantoren en/of woningen.
Door het verwijderen van de grote kern met hellingen, verticale circulatie en technische lokalen kan licht binnengebracht aan deze zijde van de constructie.
Tegelijkertijd worden dan de in prefab gemonteerd tussenniveaus van 1ste, 3de , 5de en 7de verdieping verwijderd, om dan op gelijkvloers , 2de, 4de en 6de verdieping nieuwe hoge ruimtes te realiseren.
Op die manier kan later mogelijk een nieuwe zinvolle invulling gegeven worden met ruime lokalen met veel hoogte voor licht en lucht en met ruimte voor nieuwe vloeropbouw en technieken ).
De te behouden ondergrondse parkeerruimtes ondervangen dan royaal de parkeerdruk die deze nieuwe functie kan meebrengen.
De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en zijn uitvoeringsbesluiten.
Het college sluit zich gedeeltelijk aan bij de bespreking van de ingediende bezwaren zoals geformuleerd in het bijgevoegd verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar en het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar en vult deze aan zoals hoger gesteld.
Het college beslist de stedenbouwkundige vergunning goed te keuren en af te leveren aan de aanvrager, die ertoe gehouden is het advies van het Agentschap Toegankelijk Vlaanderen en de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid strikt na te leven.