1. Openbare netheid en gezondheid. Recyclageparken. Textiel (Samen Leven)
Op 2 oktober 2015 keurde het college de concessieleidraad goed waarin het textielbeleid van de stad Antwerpen werd uitgewerkt (jaarnummer 8182). De stad wil een toegankelijke en nette openbare ruimte waarborgen. Containers en andere afvalrecipiënten in de openbare ruimte zorgen regelmatig voor klachten en trekken vaak sluikstort aan. Bovendien vormen zij dikwijls een obstakel op de openbare ruimte met een negatieve impact op de mobiliteit. Om deze redenen wil de stad textielcontainers op de openbare ruimte weren. De inzameling van textiel kan enkel plaatsvinden via een huis-aan-huisophaling, via textielcontainers op de verschillende containerparken en/of via alternatieve brengpunten.
Op 8 juli 2016 keurde het college de concessieovereenkomst met “De Collectie” goed voor de inzameling van textielafval (jaarnummer 3041). “De collectie” staat in voor het opzetten en organiseren van het inzamelen en het maximaal lokaal hergebruik van textiel in de stad Antwerpen als een aanvullende/bijkomende vorm van het onderhouden van openbare ruimte. Deze inzameling kan plaatsvinden via een huis-aan-huisophaling, via textielcontainers op de verschillende containerparken en/of via alternatieve brengpunten.
In een addendum aan deze concessieovereenkomst, goedgekeurd op 16 december 2016 (jaarnummer 11087), verbond de stad zich ertoe om een actief beleid te voeren tegen de illegale textielcontainers in het straatbeeld. Er wordt vastgesteld dat er in het straatbeeld verschillende textielcontainers aanwezig zijn zonder toestemming van de stad en ondanks de eerdere acties om deze te verwijderen. Het invoeren van een verbod voor andere textielophalers dan “De Collectie” kadert binnen dit actief beleid.
2. Openbare netheid en gezondheid. Berichten, aankondigingen en aanplakbiljetten aanplakken (Ondernemen en Stadsmarketing)
Tijdelijke bewegwijzering voor evenementen wordt niet meer afhankelijk van een expliciete toestemming in de evenemententoelating. Indien ze aan de voorwaarden voldoet onder artikel 108 §7 en de organisator een evenemententoelating heeft gekregen, mag tijdelijke bewegwijzering worden geplaatst. De tijdelijke bewegwijzering moet na afloop van het evenement zo snel mogelijk, uiterlijk binnen de drie dagen na de beëindiging ervan, van de openbare ruimte verwijderd zijn.
3. Openbare netheid en gezondheid: visuele reclame op voorgevels (Samen Leven, Ondernemen en Stadsmarketing)
Om het ondoorzichtig maken van vitrines maximaal te voorkomen enerzijds, en anderzijds toch nog de mogelijkheid te laten om reclame te maken, wordt een regeling voorzien voor visuele reclame die vrijgesteld is van een stedenbouwkundige vergunning (Besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van handelingen waarvoor geen stedenbouwkundige vergunning nodig is, Belgisch Staatsblad 10 september 2010), op vitrines en toegangsdeuren van gebouwen die beroepshalve gebruikt worden. Dit draagt bij tot een beter straatbeeld, wat het veiligheidsgevoel ten goede komt. Het ondoorzichtig maken van vitrines dient beperkt te worden om de veiligheid van de klanten en uitbater in de inrichting te garanderen. Voldoende inkijk is noodzakelijk opdat de hulp- en ordediensten vlot toegang kunnen verkrijgen tot de inrichting in geval van nood. Ondoorzichtige vitrines trekken bovendien sluikstort aan.
4. Openbare veiligheid en vlotte doorgang. Algemene veiligheids- en gedragsregels. Mobiele reclame en reclamestands (Ondernemen en stadsmarketing)
De code van politiereglementen behandelt momenteel slechts één luik van mobiele reclame, namelijk het uitdelen van pamfletten, reclamedrukwerk en voorwerpen. Rond mobiele reclame in de vorm van reclamevoertuigen of personen met sandwichpanelen, is tot nu toe geen regeling opgenomen. Ook voor reclamestands is geen regeling voorzien. In het gewijzigde opportuniteitskader voor evenementen dat werd goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 31 maart 2017 (jaarnummer 2990), werden een aantal voorwaarden met betrekking tot reclame op de Via Sinjoor-as gedefinieerd. Bijkomend ligt een wijziging voor tot uitbreiding van deze voorwaarden voor reclame in de aanloopstraten van de Via Sinjoor-as. Om te kunnen handhaven bij overtreding, is het noodzakelijk deze voorwaarden eveneens in de code van politiereglementen op te nemen. Bijkomend wordt een verbod ingevoegd op samplen van voeding/dranken in de strategische horecakernen.
5. Openbare veiligheid en vlotte doorgang. Algemene veiligheids- en gedragsregels. Sluitingsuren openbare plaatsen (Buurtregie)
De stad ziet zich genoodzaakt om een aantal locaties van de openbare ruimte ’s avonds af te sluiten voor het publiek. Het betreft hier plaatsen waar er een verhoogd risico is op openbare ordeverstoring, overlast en/of kleine criminaliteit tijdens de nachtelijke uren en waar de sociale controle ’s avonds vaak beperkt is. Te denken valt aan buurtparkjes, speeltuinen, binnengebieden van bepaalde woonblokken en dergelijke. Zo werden voor de Geelhandplaats in de periode van mei 2014 tot mei 2016 109 processen-verbaal opgemaakt, onder meer voor beschadigingen (15 processen-verbaal), slagen en verwondingen (9 processen-verbaal), nachtlawaai (11 processen-verbaal) en diefstallen in een woning (7 processen-verbaal). In dezelfde periode werden er voor de Geelhandplaats bovendien 542 meldingen gedaan waarvan 313 betrekking hadden op geluidshinder en nachtlawaai en 117 op jongerenoverlast. Onder jongerenoverlast wordt verstaan storend rondhanggedrag, pesterijen en lichte feitelijkheden, gepleegd door jongeren onder de 25 jaar. Deze problematiek lokaliseert zich ook op andere plaatsen. Zo bijvoorbeeld het Kloosterplein, het Lode Sebregtspark, De Botaniek, het speelplein aan de Tweegezusterslaan, het binnenplein van het Gemeenschapscentrum aan de Doornstraat te Wilrijk en anderen. Daarom wordt het noodzakelijk geacht om deze plaatsen af te sluiten op bepaalde tijdstippen en te bepalen dat de toegang tot de afgesloten plaatsen verboden is buiten de openingsuren, die ter plaatse kenbaar gemaakt worden.
6. Openbare veiligheid en vlotte doorgang. Algemene veiligheids- en gedragsregels. Alcoholverbod (Bestuurlijke Handhaving)
Door de invoeging van artikel 135, §2, tweede lid, 7° van de Nieuwe Gemeentewet heeft de wetgever beoogd de gemeentelijke verantwoordelijkheid op het stuk van de materiële openbare orde, in zijn verschillende componenten, te verruimen tot de - bredere - problematiek van de openbare overlast. De bevoegdheid van de gemeenten om de openbare orde te handhaven sluit nu de bevoegdheid in om openbare overlast tegen te gaan. Het stadsbestuur zag zich in december 2010 genoodzaakt om een alcoholverbod, met name het consumeren van alcohol op de openbare weg, op te leggen in een bepaalde afgebakende zone op en rond het De Coninckplein en op het Koningin Astridplein. Deze bepaling was noodzakelijk gelet op de uitzonderlijke omstandigheden die zo ernstig zijn dat het algemeen maar tijdelijk opleggen van een alcoholverbod in deze zone de enige bij de situatie passende maatregel was. Het consumeren van alcohol op de openbare weg is niet onderworpen aan een door de hogere overheid opgelegde reglementering.
Het alcoholverbod was één van de maatregelen die het stadsbestuur nam om de leefbaarheid in een wijk/buurt te verbeteren. Het gaat om het gebied van het De Coninckplein en omgeving, met name het gebied afgebakend door Carnotstraat (exclusief), Italiëlei (exclusief), Violierstraat (exclusief), Osystraat (exclusief), Dambruggestraat (exclusief) en Spoorstraat (exclusief) en het Astridplein. Op het De Coninckplein en op het Koningin Astridplein hingen van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat dronken personen rond die heel wat overlast veroorzaakten. Zij bevoorraadden zich met alcohol bij winkels in de buurt en hingen vervolgens geïntoxiceerd en/of dronken rond op het plein en omgeving. Zij vertoonden niet alleen rondhanggedrag maar veroorzaakten ook veel lawaai, gooiden hun blikjes bier op het plein, vielen winkeliers en hun klanten lastig, kwamen agressief tussen bij politionele tussenkomsten en riepen voorbijgangers na. Als gevolg van deze alcoholintoxicatie deden zich bovendien veel vechtpartijen voor. Het De Coninckplein en omgeving was een magneet geworden voor dronken personen met de nodige overlast tot gevolg. Het plein werd als gevolg van deze overlast gemeden door vele bewoners en passanten. Bezoekers van de bibliotheek Permeke meden het plein en liepen liever rond. Het ging duidelijk om gedragingen die het harmonieus verloop van de menselijke activiteiten kunnen verstoren en de levenskwaliteit van de inwoners van een wijk, een straat kunnen beperken op een manier die de normale druk van het sociale leven overschrijdt.
Er bleek dat dit alcoholverbod een duidelijke positieve invloed heeft op deze buurt. Om dit recente en broze evenwicht in de buurt te beschermen en om te vermijden dat deze buurt opnieuw ten prooi zou vallen aan overlastgedrag als gevolg van alcoholmisbruik, was het tot op heden aangewezen om deze maatregel telkens te verlengen.
In 2013 werd vastgesteld dat er zich een verplaatsingseffect voordeed naar het nabijgelegen pleintje tussen de Osystraat en de Van Maerlantstraat, vlakbij de Pijlstraat. Hetzelfde verplaatsingseffect doet zich voor in de Gemeentestraat. Aan het Centraal Station was er dan weer een anomalie: bij het verlaten van het Centraal Station langs de kant van het Koningin Astridplein gold er een alcoholverbod, langs de kant van de De Keyserlei gold er geen alcoholverbod. Dit zorgde enerzijds voor verwarring en anderzijds eveneens voor een verplaatsingseffect. Het alcoholverbod werd daarom in december 2013 uitgebreid naar de vermelde straten. Daarna deed zich eenzelfde verplaatsingseffect voor aan de achterzijde van het Centraal Station kant Lange Kievitstraat, Kievitplein en aangrenzende straten. Het bleef tevens een anomalie dat aan de voorzijde van het Centraal Station bij het verlaten een alcoholverbod gold, terwijl aan de achteruitgang kant Kiepvitplein en aan de zijuitgang kant Ploegstraat er geen verbod geldt. In september 2014 werd het alcoholverbod derhalve uitgebreid met volgende straten:
De Lokale Politie Antwerpen werd geconfronteerd met personen die alcohol gebruiken op de openbare weg, waar dit verboden is. Wanneer de politie hierop beslag legt, werden vaak nieuwe recipiënten met alcohol boven gehaald met de intentie deze te nuttigen, zelfs nog voor de politie uit het zicht van betrokkene is. Dit bemoeilijkte de handhaving. Het was dan ook noodzakelijk om dit risico uit te sluiten, zodat de politie ook ongeopende alcohol recipiënten in beslag kan nemen wanneer ze van oordeel is dat het risico op hergebruik van alcohol op deze plaats reëel is. Dit was enkel aangewezen wanneer de persoon in kwestie in staat is van openbare dronkenschap. Deze aanpassing werd door gemeenteraad in september 2014 goedgekeurd.
De invoering van het tijdelijk alcoholverbod in een afgebakende zone is één van de maatregelen die het stadsbestuur nam om de leefbaarheid in de omgeving van deze plaatsen te verbeteren. Dit alcoholverbod heeft een duidelijk positieve invloed op deze plaatsen, mede dank zij de consequente handhaving van dit verbod. Dit blijkt uit het dalend aantal gas-pv’s op deze plaatsen. In 2011 werden er 2.377 pv's opgesteld, terwijl er nog maar 1.434 pv's werden opgesteld in 2012, 842 pv's in 2013, 958 pv's in 2014, 638 pv's in 2015 en 318 pv's in 2016. Uit de cijfers blijkt echter ook dat deze buurten nog niet gevrijwaard zijn van inbreuken op dit alcoholverbod en ermee gepaard gaande overlast veroorzaakt door het rondhanggedrag van dronken/geïntoxiceerde personen (lawaai maken, lastig vallen van voorbijgangers/bewoners, bevuilen, enzovoort). Van de 199 identificeerbare overtreders in 2016, was 63 % van de overtreders woonachtig in Antwerpen en 37 % buiten Antwerpen. Slechts 2 % van de overtreders was minderjarig. Deze verhouding wijzigde nauwelijks sedert de invoering van dit reglement.
Aangezien de problematiek weliswaar is verbeterd, maar niet ophoudt te bestaan sedert de invoering in 2010 van het alcoholverbod dat telkens werd verlengd, is het aangewezen dit verbod in te voeren in de code van politiereglementen.
7. Openbare veiligheid en vlotte doorgang. Privatieve ingebruikneming van de openbare ruimte. Werken met beperkte impact (Stadsontwikkeling)
Artikel 261, §3 stelt de aanvrager tijdens de volledige duur van de toelating verantwoordelijk voor de correcte opstelling van de borden volgens de grafische aanduiding in de toelating. Er wordt echter vastgesteld dat de E1 en E3 borden soms het voorwerp uitmaken van diefstal en onrechtmatige verplaatsing. Het is niet billijk om de aanvrager verantwoordelijk te houden voor een verplaatsing van de borden in strijd met de toelating, indien door de bevoegde diensten kan worden vastgesteld dat deze verplaatsing gebeurde door een ander geïdentificeerde derde. Het komt gepast voor deze geïdentificeerde derde in zulke gevallen verantwoordelijk te stellen. Bovendien komt het gepast voor een weerlegbaar vermoeden in te voeren ten laste van de eigenaar van een voertuig indien bij het plegen van de overtreding gebruik gemaakt wordt van zijn voertuig. Zulke overtredingen kunnen bijvoorbeeld gepleegd worden door bestuurders die het aangeduide parkeer- en stilstandverbod wensen in te perken om alzo de indruk te wekken dat zij legitiem geparkeerd staan.
8. Inrichtingen toegankelijk voor het publiek. Brandveiligheid (Brandweer)
Op verzoek van de brandweer is het aangewezen het toepassingsgebied voor de brandveiligheidsvereisten voor inrichtingen toegankelijk voor het publiek aan te passen. Momenteel is voorzien dat deze voorschriften niet gelden voor tijdelijke inrichtingen die voor maximum drie maanden op eenzelfde plaats zijn gevestigd, zoals bedoeld in de richtlijnen van december 1967 over “de reglementering van de bescherming tegen brand- en paniekrisico’s in kermisinrichtingen en andere tentoonstellingen van tijdelijke aard zoals jaarbeurzen en tentoonstellingen”.
Inrichtingen die hieronder vallen zijn onder meer:
Om toch minimale brandveiligheidsvoorschriften te kunnen opleggen, is het aangewezen dat kermisbarakken en circussen, tenten voor het organiseren van vermakelijkheden en het geven van vertoningen, een evenementenaanvraag indienen. Jaarbeurzen en tentoonstellingen die doorgaan in gebouwen die hiervoor niet bedoeld zijn, moeten voldoen aan de brandveiligheidsregels.
9. Inrichtingen toegankelijk voor het publiek. Sportstadions en wedstrijden. Veiligheid (Politie)
Nu zowel voetbalclub Royal Antwerp FC als voetbalclub KFCO Beerschot Wilrijk gepromoveerd zijn naar respectievelijk eerste klasse A en eerste klasse B, zal de stad Antwerpen in het kader van de nationale voetbalcompetitie een groter aantal risicoclubs op haar grondgebied ontvangen. Grote risicowedstrijden in het voetbal brengen de nodige spanningen met zich mee, die zowel binnen als buiten het stadion tot escalerende provocaties kunnen leiden. Deze wedstrijden vragen daarom om bijkomende maatregelen, zodat ze op een aangename en veilige manier kunnen doorgaan.
Conform de ministeriële omzendbrief OOP 41 van 31 maart 2014 betreffende de operationalisering van het referentiekader CP 4 over het genegotieerd beheer van de publieke ruimte naar aanleiding van gebeurtenissen die de openbare orde aanbelangen en de rondzendbrief CP 4 van 11 mei 2011 betreffende het genegotieerd beheer van de publieke ruimte voor de geïntegreerde politie, gestructureerd op twee niveaus, is de organisator van de voetbalwedstrijd de eerstelijnsverantwoordelijke voor het rustig en veilig verloop ervan.
De bestuurlijke overheid kan, in het kader van de handhaving van de openbare orde, (regulerende) veiligheidsmaatregelen voorschrijven. Overeenkomstig artikel 135, §2 van de Nieuwe Gemeentewet is de gemeente immers bevoegd om te voorzien in een goede politie ten behoeve van haar inwoners, met name over de zindelijkheid, de gezondheid, de veiligheid en de rust op de openbare wegen en plaatsen en in openbare gebouwen. Meer bepaald worden volgende zaken van politie aan de waakzaamheid en het gezag van de gemeenten toevertrouwd: het tegengaan van inbreuken op de openbare rust, zoals vechtpartijen en twisten met volksoploop op straat, het handhaven van de orde op plaatsen waar veel mensen samenkomen en het nemen van de nodige maatregelen, inclusief politieverordeningen, voor het tegengaan van alle vormen van openbare ordeverstoring, met inbegrip van overlast.
Het opleggen van de combiregeling is een nuttig en betrouwbaar instrument gebleken in het kader van de handhaving van de openbare orde bij grote risicowedstrijden in het voetbal. Via de combiregeling worden de bezoekende supporters verplicht om hun toegangsbewijs vooraf te kopen én met georganiseerd (bus)vervoer naar de wedstrijd te komen en hiermee ook terug naar huis te keren. In België wordt voornamelijk gebruik gemaakt van de buscombi, maar strikt genomen is ook een treincombi of autocombi denkbaar.
Een combiregeling kent enkele belangrijke voordelen:
Een combiregeling kan door de goed menende supporter als ingrijpend ervaren worden. De regeling blijft daarom voorbehouden voor wedstrijden die, na een voorafgaande risicoanalyse, worden gekwalificeerd als een “voetbalwedstrijd met verhoogd toezicht”. De risicoanalyse wordt door de politiediensten uitgevoerd op basis van een aantal criteria voor de bezoekende club, waaronder de aanwezigheid van risicosupporters, de aanwezigheid van een georganiseerde harde kern, het vermoedelijk aantal te verwachten bezoekende supporters, de historische rivaliteit tussen de clubs, of er al dan niet provocatie te verwachten valt, antecedenten inzake voetbalgeweld, of het om een streekderby gaat, het te verwachten gebruik van pyrotechniek en eventuele allianties van de club met ander clubs met risicosupporters. Deze opsomming is niet limitatief.
Bijzondere aandacht gaat naar de tijdige en duidelijke communicatie inzake de toepassing van de combiregeling en de modaliteiten ervan. Bezoekende (risico)supporters die zich aanbieden zonder geldig toegangsticket en/of zonder dat zij gebruik hebben gemaakt van het verplichte vervoer, kunnen de toegang tot het stadion worden ontzegd. Afhankelijk van de concrete omstandigheden, kunnen (eventueel in samenspraak met de politiediensten of andere partners) bijkomende modaliteiten worden vastgelegd. Zo kan bijvoorbeeld worden voorzien in extra opstapplaatsen in de aanrijroute naar het stadion of kan er een extra controle ingebouwd worden, door een afgesloten parking te voorzien bij het stadion, dan wel door een perimeter in te stellen.
In het verleden heeft de burgemeester bij grote risicowedstrijden herhaalde malen bij hoogdringendheid de combiregeling opgelegd middels een politieverordening op grond van artikel 134 van de Nieuwe Gemeentewet. Aan deze verordeningen ging telkens een risicoanalyse door de politie vooraf. De gemeenteraad heeft deze verordeningen tot nog toe steeds bekrachtigd.
In de omzendbrief OOP 34 van 21 februari 2006 houdende specificaties bij de uitvoering van het koninklijk besluit van 20 juli 2005 houdende de regels voor het ticketbeheer ter gelegenheid van voetbalwedstrijden, wordt het opleggen van de combiregeling expliciet omschreven als een lokale bevoegdheid in het kader van de handhaving van de openbare orde. Door het principe van de combiregeling in de code van politiereglementen op te nemen, ontstaat er meer transparantie over de toepassing van deze regeling en de gevolgen voor de supporter die de regeling niet respecteert. De uiteindelijke beslissing (na een grondige risicoanalyse) om bij besluit de combiregeling op te leggen komt dan toe aan de burgemeester als uitvoerende politieoverheid (conform artikel 133 van de Nieuwe Gemeentewet).
De termijn van 30 dagen waarover de verhuurder of onderverhuurder beschikt om aan te tonen dat hij alle nodige maatregelen heeft getroffen om de terbeschikkingstelling of het gebruik van het onroerend goed te beëindigen, is een overblijfsel uit een artikel van het politiereglement dat dateert van de periode eind jaren ’70 en bood toen een aanvulling op de wet van 21 augustus 1948 om seksinstellingen in een bepaalde buurt te concentreren (C. Fijnaut, 1994). Het artikel stamt uit een periode waarin aangenomen kon worden dat de verhuurders soms zelf niet op de hoogte waren van het feit dat er prostitutie plaatsvond in hun pand. Door de termijn van 30 dagen kon de verhuurder die te goeder trouw was aantonen dat hij alle nodige maatregelen had getroffen. Inmiddels zijn door de Nieuwe Gemeentewet - wat de bevoegdheden van de burgemeester betreft - en de wet op de gemeentelijke administratieve sancties voldoende waarborgen ingebouwd voor de beweerde overtreder. De overtreder kan zich schriftelijk verweren en/of kan mondeling gehoord worden, wordt gewaarschuwd alvorens het college van burgemeester en schepenen een sanctie oplegt en kan de overtreding regulariseren voor de toekomst. De toekenning van een termijn van 30 dagen, ongeacht de omstandigheden van het geval, is thans dus overbodig geworden en vertraagt onnodig een handhavingsprocedure, waardoor de overtreding in stand wordt gehouden. De afschaffing van deze mogelijkheid betekent een administratieve vereenvoudiging.
Het is belangrijk dat houders van een raamprostitutiepand niet veroordeeld werden voor feiten die betrekking hebben op exploitatie van prostitutie, het houden van een huis van prostitutie, mensenhandel en/of mensensmokkel. Vanwege de unieke positie die pandeigenaars hebben met betrekking tot de verhuring van kamers aan sekswerkers moet de integriteit/moraliteit zuiver zijn. Het risico is reëel dat eigenaars wetens en willens verhuren aan tussenpersonen of sekswerkers om hen onder dwang te laten werken en/of te exploiteren. In het licht hiervan is het tevens aangewezen om het moraliteitsonderzoek van de houders en de beheerder van een raamprostitutiepand uit te breiden tot de Wapenwet.
11. Specifieke regelgeving. Bepalingen taxi’s (Ondernemen en Stadsmarketing)
In de code van politiereglementen staan een aantal artikelen die geregeld werden in hogere regelgeving. De lokale politie Antwerpen verbaliseert overtreders (exploitanten of chauffeurs) op basis van de hogere wetgeving, die voorrang heeft op de stedelijke wetgeving. Artikelen die dus al geregeld zijn in de hogere wetgeving, kunnen worden geschrapt. Daarnaast is het aangewezen om stappen te zetten enerzijds naar een meer klantvriendelijke taxisector (meer gebruiksgemak voor de klant op vlak van betaalmogelijkheden) en anderzijds naar een meer ecologische taxisector (meer milieuvriendelijke voertuigen). In Antwerpen is een lage-emissiezone afgebakend waar taxi’s toegang tot hebben. Daarnaast is Antwerpen een van de vijf Vlaamse steden die deelnemen aan een project om het aandeel elektrische taxi’s te verhogen. Het verplicht maken van motoren die gebruik maken van alternatieve brandstoffen moet op termijn leiden tot een Antwerpse taxisector met meer milieuvriendelijke voertuigen. Ook regels met betrekking tot publiciteit op taxivoertuigen worden versoepeld.
12. Bijlagen - Sorteerstraat-zones (Stadsbeheer)
Vanaf 1 januari 2018 zullen vijf nieuwe sorteerstraatzones ingevoerd worden, met name:
13. Geluidshinder (Lokale Politie Antwerpen, Recherche Leefmilieu, Bestuurlijke Handhaving)
In de code van politiereglementen staan meerdere bepalingen die hoofdzakelijk of incidenteel verwezen gedragsregels bevatten omtrent geluid en geluidshinder. Momenteel staan deze bepalingen verspreid doorheen het politiereglement en worden zij op verschillende manieren geformuleerd (ordeverstorende werkzaamheden, geluidsoverlast, geluidshinder, … ). Teneinde de leesbaarheid van de code van politiereglementen te verbeteren wordt in een uniforme formulering, ‘geluid’ of ‘geluidshinder’, voorzien. Bij de algemene bepalingen omtrent geluidshinder, zoals beschreven in titel 4, hoofdstuk 1, wordt voorzien in een verwijzing naar de andere bepalingen die op incidentele wijze bepalingen omtrent geluid bevatten en die van toepassing zijn indien de specifieke context die er in vermeld staat, vervuld is.
Verder wordt het verbod om te laden en lossen tussen 22.00 uur en 6.00 uur genuanceerd om artikel 245 van de code van politiereglementen in overeenstemming te brengen met de gewijzigde Vlarem-wetgeving (Wijzigingen ingevoerd bij besluit van de Vlaamse Regering van 18 maart 2016 tot wijziging van diverse besluiten inzake leefmilieu, Belgisch Staatsblad 26 augustus 2016). In twee gevallen is het laden en lossen van goederen toegestaan tot 23.00 uur, met name indien de goederen worden geleverd bij een detailhandel in voedings- en genotsmiddelen, dan wel indien de laad- en losplaats zich binnen de perceelsgrens van de inrichting bevindt.
Voor kermis- en ambulante activiteiten wordt in artikel 153 voorts voorzien dat de geluidsbronnen stil moeten zijn een halfuur voor de sluitingstijd van de activiteit zoals die bepaald werd door het bevoegde orgaan.
Tot slot wordt de verwijzing ‘decibel (dB(A))’ gewijzigd door ‘(dB(A)) SPL’. SPL verwijst naar Sound Pressure Level.
14. Bemiddeling (Sociale Interventie, Samen Leven)
Sinds 1 april 2014 staat de stad Antwerpen zelf in voor de lokale bemiddelingen in het kader van de gemeentelijke administratieve sancties. Sedertdien worden deze niet langer uitbesteed aan de gespecialiseerde organisatie vzw Elegast. Het huidige artikel 716 § 4 bepaalt ten onrechte dat de uitvoering van de bemiddeling uitbesteed zal worden aan een gespecialiseerde organisatie, met dewelke de gemeenteraad een uitvoeringsprotocol opmaakt. Dit dient geschrapt te worden. De uitvoering van de bemiddeling gebeurt conform artikel 8 van de wet op de gemeentelijke administratieve sancties evenwel door een bemiddelaar die beantwoordt aan de minimale voorwaarden die bij Koninklijk Besluit (Koninklijk Besluit van 28 januari 2014 houdende de minimumvoorwaarden en modaliteiten voor de bemiddeling in het kader van de wet betreffende de Gemeentelijke Administratieve Sancties) worden bepaald.
Artikel 135 §2 Nieuwe Gemeentewet
Op 17 mei 2005 (jaarnummer 1202) keurde de gemeenteraad de code van gemeentelijke politiereglementen van de stad Antwerpen goed. Inbreuken op de code van gemeentelijke politiereglementen kunnen sindsdien gesanctioneerd worden met administratieve sancties waaronder een administratieve geldboete.
Deze code van politiereglementen werd later nog verscheidene keren gewijzigd. De nieuwe gecoördineerde versie werd goedgekeurd door de gemeenteraad op 16 december 2013 (jaarnummer 753). De laatste wijziging werd goedgekeurd door de gemeenteraad op 24 april 2017 (jaarnummer 222).
Artikel 119 Nieuwe Gemeentewet: de gemeenteraad maakt de gemeentelijke reglementen van inwendig bestuur en de gemeentelijke politieverordeningen.
Artikel 119bis van de Nieuwe Gemeentewet werd gewijzigd door de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties. Deze wet trad in werking op 1 januari 2014.
Het gewijzigde artikel 119bis bepaalt: de gemeenteraad kan gemeentelijke administratieve straffen en sancties opleggen overeenkomstig de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.
Artikel 2 §1 van de wet van 24 juni 2013 bepaalt: de gemeenteraad kan straffen of administratieve sancties bepalen voor de inbreuken op zijn reglementen of verordeningen, tenzij voor dezelfde inbreuken door of krachtens een wet, een decreet of een ordonnantie, straffen of administratieve sancties worden bepaald.
Artikel 6 §1 van deze wet bepaalt dat de administratieve geldboete wordt opgelegd door de sanctionerend ambtenaar.
Artikel 45 van deze wet bepaalt dat de schorsing, de intrekking en de sluiting worden opgelegd door het college van burgemeester en schepenen of het gemeentecollege.
Artikel 4 §5 van deze wet bepaalt: indien de gemeenteraad in zijn reglementen of verordeningen de mogelijkheid voorziet om de administratieve geldboete ten aanzien van minderjarigen op te leggen, wint hij vooraf het advies in betreffende dat reglement of die verordening van het orgaan of de organen die een adviesbevoegdheid hebben in jeugdzaken, voor zover het aanwezig is of zij aanwezig zijn in de gemeente.
De gemeenteraad keurt bij monde van de fractievoorzitters het volgend besluit goed.
Stemden ja: N-VA, sp.a, Vlaams Belang, CD&V, Groen en Open VLD.
Stemden nee: PVDA+.
De gemeenteraad beslist de wijzigingen aan de code van politiereglementen goed te keuren.