De afgelopen week was er wat polemiek over de interpretatie van cijfergegevens van de Vlaamse Milieumaatschappij die zouden aantonen dat de LEZ niet werkt.
In de reactie van de schepen, maar ook in het antwoord van minister Schauvliege op een schriftelijke vraag in het Vlaams parlement werden nuanceringen bepleit en een aantal factoren genoemd die de problematische meetresultaten zouden verklaren. Factoren ook die los staan van de maatregelen die vervat zitten in de LEZ (die zich beperkt tot het weren van een aantal motortypes). Er was sprake van externe factoren, weersomstandigheden, andere bronnen van fijnstof e.d.m.
De olifant in de kamer is natuurlijk het feit dat de modal shift die we nodig hebben om de stad weer in beweging te krijgen, maar òòk voor een betere luchtkwaliteit, onder druk staat. Autobezit en autogebruik stijgen voor het eerst weer in Antwerpen en ook bij de recente presentatie over de stand van zaken van het klimaatplan konden we vaststellen dat verkeer het belangrijkste zorgenkind blijft. Ook wordt er gewezen naar de vele werven die hun bijdrage leveren aan de fijnstofconcentraties (PM10).
Graag stel ik de schepen de volgende vragen:
- is de schepen het er mee eens dat het stijgende autogebruik in de stad het halen van de beoogde doelstellingen van de LEZ onder druk zet?
- welke bijkomende maatregelen worden er nog gepland?
Deze interpellatie wordt samen besproken met de interpellatie van raadslid Piryns (2017_IP_00172).
Raadsleden Wassenberg en Piryns houden hun interpellaties.
Schepen Ait Daoud geeft antwoord op de vragen.
Raadsleden Wassenberg en Piryns houden nog een wederwoord.