Het gebruiksrecht werd door Hooge Maey kosteloos toegekend aan AMT. Ook voor de verlenging van het gebruiksrecht wordt geen vergoeding aangerekend door Hooge Maey. Er zijn geen financiële gevolgen voor de stad.
Volgens artikel 43, §2, 12° van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 is de gemeenteraad bevoegd voor het stellen van daden van beschikking met betrekking tot roerende en onroerende goederen voorzover de verrichting niet behoort tot de aangelegenheden van dagelijks bestuur en niet nominatief in het vastgestelde budget is opgenomen.
De gemeenteraad besliste op 26 oktober 1998 (jaarnummer 1621) tot deelname in de oprichting van het intergemeentelijk samenwerkingsverband Hooge Maey. De stad deed een inbreng van het gebruiksrecht (inclusief opstalrecht) op de terreinen van Hooge Maey tegen een vergoeding in aandelen. Dit gebruiksrecht/opstalrecht werd geherkwalificeerd als een erfpachtrecht waarbij het erfpachtrecht, in principe, een einde neemt op 16 juli 2052.
De gemeenteraad keurde in zitting van 26 mei 2008 (jaarnummer 1080) de gebruiksovereenkomst tussen Hooge Maey en het Vlaamse gewest, departement Mobiliteit en Openbare Werken, afdeling Maritieme Toegang (AMT) goed voor de aanleg van drie hydraulische leidingen op de site van Hooge Maey in het kader van het AMORAS-project. De stad kwam hier tussen als tussenkomende partij. Artikel 3 van deze gebruiksovereenkomst legt de duurtijd van deze overeenkomst vast op 20 jaar.
De gemeenteraad keurde in zitting van 26 juni 2017 (jaarnummer 408) goed dat Hooge Maey een opstalrecht verleent aan Indaver en AMT in het kader van de opstalovereenkomst 3 vallées.
AMT stelde als voorwaarde bij deze opstalovereenkomst dat de duurtijd van de bovenvermelde gebruiksovereenkomst inzake de leidingen voor het AMORAS-project, wordt verlengd van 20 jaar naar 50 jaar.
Met brief van 17 juli 2017 vraagt Hooge Maey de stad haar goedkeuring te verlenen aan de verlenging van de gebruiksovereenkomst tussen Hooge Maey en AMT en voor een bijkomende periode van 30 jaar.
AMT wenst de duurtijd van de gebruiksovereenkomst af te stemmen op de duurtijd van de door het Havenbedrijf Antwerpen aan haar verleende zakelijke rechten op de site. De gebruiksovereenkomst zal dan een einde nemen op 26 augustus 2058.
Voor de verdere formalisering hiervan stelde Hooge Maey is samenspraak met AMT een addendum op aan de gebruiksovereenkomst waarbij de duurtijd van de overeenkomst wordt verlengd van 20 jaar naar 50 jaar. De overige bepalingen betreffende de gebruiksovereenkomst blijven ongewijzigd.
Artikel 8 van de statuten van Hooge Maey voorziet dat de door de stad toegekende rechten ook aan derden kunnen overgedragen worden mits goedkeuring van de stad Antwerpen.
Volgens artikel 1 van de Opstalwet kan een opstalrecht gevestigd worden door elke titularis van een onroerend zakelijk recht, binnen de grenzen van zijn recht. Volgens de memorie van toelichting van de (gewijzigde) Opstalwet betekent dit concreet dat de duur van het opstalrecht nooit langer kan zijn dan de duur van het onderliggend recht (behoudens in geval van tussenkomst van de grondeigenaar). Het betreffende gebruiksrecht kan aangemerkt worden als een vorm van opstalrecht.
De gemeenteraad keurt het addendum aan de gebruiksovereenkomst tot terbeschikkingstelling van een terrein in het kader van het AMORAS-project goed.