De inhoudelijke en budgettaire correctie van de jaren 2020-2022 op de aanpassing van het meerjarenplan 2014-2019 is doorgevoerd waarbij het budget is verdeeld over de verschillende doelstellingen en beleidsdomeinen volgens het principe van een gelijkblijvend beleid.
De jaren 2020-2022 behoren tot het volgende meerjarenplan en werden dus zuiver technisch ingevuld. Het is geen vertaling van beleidskeuzes met betrekking tot het volgende meerjarenplan. Het is aan het volgende bestuur om de concrete invulling van dat meerjarenplan vast te leggen, op dezelfde of andere doelstellingen.
Het zou derhalve niet van behoorlijk bestuur getuigen om reeds financiële voorafnames te doen op de budgetten van de volgende bestuursperiode. Dit standpunt wordt bevestigd door de Omzendbrief van ABB (Omzendbrief BB2017/4) waarbij gesteld wordt dat er geen beslissingen mogen worden genomen die het beleid van de nieuwe raden of de toekomstige ontwikkeling van de financiën nodeloos zouden verstoren.
De budgetten en meerjarenplannen van districten zien er wat anders uit dan die van de stad of van andere gemeenten. De districten ontvangen van de stad elk jaar een exploitatiedotatie en een investeringsdotatie. De ontvangsten van de districten bestaan louter uit vaste (en beperkte variabele) jaarlijkse dotaties. Er wordt gestreefd naar een volledige benutting van de jaarlijkse dotaties. Daarom bedraagt het saldo van ontvangsten en uitgaven nul in jaren 2020-2022. Dit saldo blijft dan ook behouden in de voorgestelde correctie.
De vervangende aanpassing van het meerjarenplan 2014-2019 zal in vergelijking met de goedkeuring van het het meerjarenplan 2014-2019 en budget 2018 (2017_DREK_00077) enkel wijzigen met betrekking tot het schema M1 (te vinden op pagina 14 tot pagina 16 van het meerjarenplan) en de toelichting van planningsperiode 2020-2022 (te vinden op pagina 19 van het meerjarenplan).
Binnengemeentelijke decentralisatie
De districten ontvingen opmerkingen van de gouverneur op de aanpassing van de meerjarenplannen 2014-2019 bij budget 2018. Meer specifiek betreft het enerzijds de opmerking dat de technische invulling van de jaren 2020-2022, waarbij de budgetten gecentraliseerd worden onder het beleidsdomein algemene financiering zoals voorgesteld door de stedelijke dienst Financiën, geen voldoende gedetailleerd beeld gaven. Anderzijds merkt de gouverneur in dit kader op dat vanaf 2020 het verschil tussen de exploitatie-uitgaven en -ontvangsten gedurende drie jaar identiek is en dat de investeringsuitgaven en -ontvangsten elk jaar aan elkaar gelijk zijn (met elk jaar een nul-saldo tot gevolg). Als gevolg meent de gouverneur dat het derhalve geen realistische ramingen betreft.
Het district Ekeren heeft op 19 januari 2018 per brief geantwoord op de bovenstaande opmerkingen van de gouverneur.
Het districtscollege legt daarom een vervangende aanpassing van het meerjarenplan 2014-2019 bij budget 2018 ter goedkeuring voor aan de districtsraad.
De aanpassing van het meerjarenplan 2014-2019 is in evenwicht.
Het resultaat op kasbasis is jaarlijks positief en de autofinancieringsmarge is positief in 2022.
Artikel 290 van het Gemeentedecreet stelt:
De bepalingen betreffende de planning en het financieel beheer van de gemeenten zijn van toepassing op de planning en het financieel beheer van de districten met dien verstande dat:
1° “de gemeenteraad” moet worden gelezen als “de districtsraad”;
2° “het college van burgemeester en schepenen” moet worden gelezen als “het districtscollege”;
3° “de gemeentesecretaris” moet worden gelezen als “districtssecretaris”, behalve voor wat betreft de taken bedoeld in artikelen 86, derde lid, en 163.
De districtsraad keurt de vervangende aanpassing van het meerjarenplan 2014-2019 bij het budget 2018 overeenkomstig de bepalingen van de beleids-en beheerscyclus goed.
De financiële gevolgen worden opgenomen in de decretaal opgelegde documenten, als bijlage aan dit besluit.