Terug

2018_CBS_04194 - Omgevingsvergunning. OMV_2018012603 - Maasstraat 23. District Antwerpen - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
wo 09/05/2018 - 09:00 digitaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Caroline Bastiaens, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Sven Cauwelier, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Sven Cauwelier, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2018_CBS_04194 - Omgevingsvergunning. OMV_2018012603 - Maasstraat 23. District Antwerpen - Goedkeuring 2018_CBS_04194 - Omgevingsvergunning. OMV_2018012603 - Maasstraat 23. District Antwerpen - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:

  1. de gemeentelijke projecten;
  2. andere gevallen dan deze waarvoor de Vlaamse regering of de deputatie bevoegd is.

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.

Adviezen

Er werden geen adviezen gevraagd. 

Toetsing voorschriften

Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen 

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009. 

Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’.

Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen.) 

Het gewestplan kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar PLANNING > Plannen > Bestemmingsplan > Gewestplan 

De aanvraag ligt niet in een verkaveling. 

De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het gewestplan. 

Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen

  • Hemelwater: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (verder genoemd verordening hemelwater). 

De verordening hemelwater is niet van toepassing op de aanvraag. 

  • Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid). 

De verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aanvraag. 

Algemene bouwverordeningen

Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer. 

De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag. 

Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen

  • Overwelven waterlopen: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het overwelven of inbuizen van niet geklasseerde waterlopen en waterlopen van 3de categorie (verder genoemd verordening overwelven waterlopen), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 26 januari 2009 en goedgekeurd bij besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 4 juni 2009. 

De verordening overwelven waterlopen is niet van toepassing op de aanvraag. 

  • Bouwcode: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (verder genoemd bouwcode), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 28 april 2014 en goedgekeurd bij besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 9 oktober 2014. 

De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgende punten:

  • artikel 40 Privaat gescheiden rioolstelsel en afvoerleidingen:
    er is geen rioleringsstelsel getekend op de ingediende bouwplannen, bijgevolg kan er niet te gronde geoordeeld worden of de aanvraag in overeenstemming is met dit artikel;
  • artikel 41 Kenmerken aansluiting van de leidingen met het openbaar rioolstelsel:
    er is geen weergave op de bouwplannen over hoe het opgevangen regenwater vanop de nieuwe daken zal afgeleid worden naar het bestaand rioleringsstelsel onder het openbaar domein en/of de noodzakelijke aansluitingen voldoen aan dit artikel;
  • artikel 43 Septische putten:
    er wordt geen septische put gerealiseerd.
     

Sectorale wetgeving

  • MER-screening: de overheid die beslist over de ontvankelijkheid en volledigheid van de vergunningsaanvraag, beslist of er een project-MER moet worden opgesteld. De betrokken overheid doet dat op het ogenblik van de beslissing over de ontvankelijk- en volledigheid van de vergunningsaanvraag of, bij gebreke daaraan, binnen 90 dagen na de datum van ontvankelijk- en volledigheid. 

Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving wordt geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn. 

  • Watertoets: overeenkomstig artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets. 

Het voorliggende project heeft een beperkte oppervlakte en ligt niet in een overstromingsgevoelig gebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld dat geen schadelijk effect wordt veroorzaakt. 

  • Vlaamse Wooncode: het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode. 

De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van de Vlaamse Wooncode. 

Omgevingstoets

Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening 

Beoordeling afwijkingen van de voorschriften

Er is geen aanleiding om het college te adviseren beargumenteerd af te wijken van de geldende voorschriften. 

Functionele inpasbaarheid

De bestemming van ééngezinswoning blijft behouden waardoor de functionele inpasbaarheid gegarandeerd blijft. 

Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)

Het algemene principe is dat elke bouwaanvraag een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, is het de bedoeling om parkeren maximaal op eigen terrein te voorzien, het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).

De parkeerparagraaf is niet van toepassing aangezien de aanvraag betrekking heeft op de verbouwing van een eengezinswoning waarbij de functie en het aantal woongelegenheden ten opzichte van het bestaande ongewijzigd blijven. 

Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid

De geplande werken beperken zich tot ingrepen in de achterbouw.

De werken zijn niet storend voor de omgeving en in overeenstemming met de goede ruimtelijke ordening van de plaats. 

Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen

De woning voldoet aan de actuele eisen wat betreft hinderaspecten, gezondheid en gebruikersgenot. De geplande verbouwingswerken zijn mits naleven van de voorwaarden niet storend voor de omgeving en in overeenstemming met de goede ruimtelijke ordening. 

Opgemerkt wordt dat er geen kelderplan/rioleringsplan aanwezig is waardoor het niet mogelijk was te controleren of er een gescheiden rioolsysteem aanwezig is. Verder is het onduidelijk hoe het opgevangen dakwater van het nieuwe dak zal worden aangesloten op het rioleringsstelsel, ook is het niet duidelijk of er een septische put aanwezig is of voorzien zal worden.

De aanvraag betreft een grondige verbouwing waardoor het voorzien van een gescheiden rioolsysteem tot aan de straat en de aanwezigheid van een septische put verplicht is. Hier kunnen  geen afwijkingen op worden toegestaan en wordt voorwaardelijk opgelegd.  

Advies aan het college

Stedenbouwkundige handelingen 

Advies over de stedenbouwkundige handelingen 

Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden. 

Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden 

Voorwaarden

  • na uitvoering van de werken te voldoen aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten opgelegd door de Vlaamse Wooncode en het besluit van de Vlaamse regering van 12 juli 2013 betreffende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor woningen;
  • er dient een privaat gescheiden afvoerstelsel voorzien te worden conform de bepalingen van artikel 40 van de bouwcode;
  • het te voorziene rioleringsstelsel dient te worden uitgevoerd volgens de bepalingen van artikel 41 van de bouwcode;
  • er dient een septische put voorzien te worden conform de bepalingen van artikel 43 van de bouwcode.

Fasering

Procedurestap

Datum

Indiening aanvraag

23 februari 2018

Volledig- en ontvankelijk

25 maart 2018

Opening openbaar onderzoek

geen

Afsluiten openbaar onderzoek

geen

Gemeenteraad voor wegenwerken

geen

Uiterste beslissingsdatum

23 mei 2018

Verslag GOA

3 mei 2018

naam GOA

Brenda Dierckx

Juridische grond

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.

Onderzoek

Er zijn geen aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, die om hun standpunt gevraagd moesten worden.

Aanleiding en context

Er werd een aanvraag tot omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet. 

Projectnummer :

OMV_2018012603

Gegevens van de aanvrager:

mevrouw  Liene Aerts met als adres Maasstraat 23 te 2060 Antwerpen

Ligging van het project:

Maasstraat 23 2060 Antwerpen

Kadastrale gegevens:

afdeling 7 sectie G nr. 291Y

Vergunningsplichten:

stedenbouwkundige handelingen

Voorwerp van de aanvraag:

verbouwen van een eengezinswoning

Omschrijving aanvraag 

Stedenbouwkundige handelingen 

Relevante voorgeschiedenis

  • er is geen relevante voorgeschiedenis in dit dossier. 

Laatst vergunde toestand

  • er is geen relevante laatst vergunde toestand teruggevonden. 

Bestaande toestand

  • het pand bestaat uit 2 volwaardige bouwlagen onder schuin dak;
  • de bestaande achtergevel is momenteel afgewerkt met een gevelbepleistering in een gele kleur;
  • op de gelijkvloerse verdieping is er een leefruimte, keuken en een berging;
  • op de 1ste verdieping bevinden zich in hoofdzaak de slaap- en badkamer. 

Inhoud van de aanvraag:

  • de bergruimte op het grondplan rechts van de bestaande toestand achter de huidige keuken wordt afgebroken;
  • de gelijkvloerse keuken wordt omgevormd naar leefruimte;
  • op de 1ste verdieping wordt de uitbouw intern gewijzigd;
  • links op het gelijkvloers wordt een verouderde uitbouw afgebroken om plaats te maken voor een dubbelhoge wintertuin met dezelfde bouwdiepte;
  • de werken hebben geen scheimuurwijzigingen tot gevolg: rechts (huisnummer 25) blijft het bestaande volume behouden en links blijft het nieuwe volume onder het omgrenzingsprofiel van de buurman (huisnummer 21).

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.

Artikel 2

Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en de vergunning af te leveren aan de aanvrager, die ertoe gehouden is:

  • de algemene voorwaarden die aan de vergunning zijn gehecht en er integraal deel van uitmaken, zijn strikt na te leven;
  • na uitvoering van de werken te voldoen aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten opgelegd door de Vlaamse Wooncode en het besluit van de Vlaamse regering van 12 juli 2013 betreffende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor woningen;
  • er dient een privaat gescheiden afvoerstelsel voorzien te worden conform de bepalingen van artikel 40 van de bouwcode;
  • het te voorziene rioleringsstelsel dient te worden uitgevoerd volgens de bepalingen van artikel 41 van de bouwcode;
  • er dient een septische put voorzien te worden conform de bepalingen van artikel 43 van de bouwcode.

Artikel 3

Het college beslist de plannen waarvan overzicht als bijlage bij dit besluit gevoegd, goed te keuren.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.