Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:
Adviezen
Externe adviezen
|
Adviesinstantie |
Datum advies gevraagd |
Datum advies ontvangen |
Advies |
|
Digit - brandweer/ risicobeheer/ preventie |
27 maart 2018 |
24 april 2018 |
Voorwaardelijk gunstig |
Interne adviezen
|
Adviesinstantie |
Datum advies gevraagd |
Datum advies ontvangen |
|
stadsontwikkeling/ mobiliteit |
27 maart 2018 |
29 maart 2018 |
|
DL adresbeheer (huisnummers) |
27 maart 2018 |
28 maart 2018 |
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan RUP 2060, goedgekeurd op 20 december 2012.
Gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.
Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’
De aanvraag ligt niet in een verkaveling.
De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het ruimtelijk uitvoeringsplan.
Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen
De verordening hemelwater kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen > Hemelwater
De verordening hemelwater is niet van toepassing op de aanvraag.
De verordening toegankelijkheid kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen > Toegankelijkheid publieke gebouwen
De verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aanvraag.
Algemene bouwverordeningen
Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
De verordening voetgangersverkeer kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen
De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag.
Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen
De verordening overwelven waterlopen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘overwelven waterlopen’
De verordening overwelven waterlopen is niet van toepassing op de aanvraag.
De bouwcode kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘bouwcode’
De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van de bouwcode.
Sectorale wetgeving
Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving wordt
geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
Het voorliggende project heeft een beperkte oppervlakte en ligt niet in een overstromingsgevoelig gebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld dat geen schadelijk effect wordt veroorzaakt.
De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van de Vlaamse Wooncode.
De kwaliteitsnormen voor woningen, die in uitvoering van de Vlaamse Wooncode zijn opgemaakt, kan u raadplegen via www.wonenvlaanderen.be, zoek op ‘kwaliteitsbesluit’
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid
Het ‘ontpitten’ van het gelijkvloers en het creëren van openruimte kan positief worden geëvalueerd. Echter vanuit stedenbouwkundig oogpunt kan niet ingestemd worden met het programma en de inrichting zoals voorgesteld.
Door het uitbreiden van het woonprogramma met 1 kleine studio met onvoldoende woonkwaliteit wordt namelijk de draagkracht van de site overschreden.
2060 is samen met Oud-Borgerhout de dichtst bevolkte wijk van Antwerpen. Door steeds kleine entiteiten toe te voegen stijgt de densiteit (aantal huishoudens) nog meer en verhoogt dit de druk op het perceel, het bouwblok en de wijk. Op schaal van het bouwblok kan een densiteitsverhoging het binnengebied onder druk zetten. Op schaal van de wijk zorgt dit voor een verhoging van de densiteit en een bijkomende druk op de straten, pleinen, groene ruimten, mobiliteit, gemeenschapsvoorzieningen,…
Ook zorgt de “gemeenschappelijke” open ruimte op het gelijkvloers ervoor dat de gelijkvloerse studio over onvoldoende privacy beschikt. Zo geeft de keuken van dit appartement rechtstreeks uit op de gemeenschappelijke tuin.
Verder wordt door de ligging van de badkamer geen kwalitatief tweezijdig georiënteerd appartement ontworpen worden. Zo is de achtergevel momenteel te gesloten.
Tenslotte is de uitbreiding in bestaande toestand ter hoogte van de achtergevel op de eerste verdieping links storend voor de omgeving en niet in overeenstemming met de goede ruimtelijke ordening van de plaats. Het bestaande pand heeft reeds de grootste bouwdiepte in het bouwblok, deze bouwdiepte nog met 1,30 meter te vergroten is nefast voor de woonkwaliteit van de linker buur doordat extra lichten en zichten worden ontnomen.
Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen
De nieuwe gelijkvloerse studio bevat door de inrichting en de winkelpui onvoldoende hedendaags gebruikgenot. Een enkelzijdig gerichte leef- en slaapruimte van 8m diepte op het gelijkvloers met een winkelpui kan bezwaarlijk kwalitatief worden genoemd.
Ook het verlagen de verdiepingshoogte van de slaapkamer achteraan op de eerste verdieping is onaanvaardbaar in functie van hedendaags gebruiksgenot.
Visueel-vormelijke elementen
Het voorgestelde materiaal van de gevel past niet in de omgeving. De gevels in de straat zijn kenmerkend opgetrokken in egaal pleisterwerk in plaats van gevelsteen in verscheidene tinten. Vanuit een uniform straat- en gevelbeeld is het noodzakelijk de gevel te voorzien in een licht pleisterwerk of in steen met egaal uitzicht.
Verder werd de gevel op het gelijkvloers niet aangepast naar de woonfunctie die er achter zit. Een woonfunctie vraagt meer privacy ten opzichte van de straat ten opzichte van een openbare functie. Wanneer de gelijkvloerse gevel wordt uitgevoerd met raamopeningen voor een woonfunctie, zoals als de verdiepingen, verbetert niet alleen de architecturale kwaliteit van de gevel in de straatwand maar ook de woonkwaliteit op deze begane grond.
Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)
Het algemene principe is dat een bouwaanvraag in vele gevallen een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien, het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).
De parkeernormen uit de bouwcode artikel 30 (tabel) goedgekeurd door het college op 25 oktober 2014 en herzien op 1 maart 2018 vormen de facto de algemene beleidslijn voor bouwen, verbouwen, vermeerderen van wooneenheden en functiewijzigingen. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen.
|
Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 1 parkeerplaatsen. De parkeerbehoefte wordt bepaald op de uitbreiding en of functiewijziging. Volgens de laatst vergunde toestand is het gelijkvloers vergund als handelszaak. Op de bovenliggende verdiepingen zijn er 3 appartementen. Op het gelijkvloers is een studio ingericht. De meergezinswoning wordt uitgebreid met 1 wooneenheid. Bij projecten tot 5 wooneenheden is de parkeernorm 1 De werkelijke parkeerbehoefte is 1 (1 x 1 = 1) |
|
De plannen voorzien in 0 nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen. |
|
Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 0. Voorliggende aanvraag heeft betrekking op een pand met een perceelsbreedte van minder dan of gelijk aan 8 m. Volgens art. 12, §3, 1° (Levendige plint) is een toegangspoort voor een autobergplaats niet toegelaten. |
|
Het (bijgestelde) aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 1. Dit is het verschil tussen het aantal autostal- en/of autoparkeerplaatsen volgens de werkelijke parkeerbehoefte en het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen. Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen van 15 december 2014. In deze aanvraag is dit dus van toepassing op 1 plaats. |
Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te weigeren, hoofdzakelijk omwille van onvoldoende woonkwaliteit van de gelijkvloerse studio en bijgevolg het overschrijden van de draagkracht van het pand.
|
Procedurestap |
Datum |
|
Indiening aanvraag |
21 februari 2018 |
|
Volledig- en ontvankelijk |
23 maart 2018 |
|
Opening openbaar onderzoek |
geen |
|
Afsluiten openbaar onderzoek |
geen |
|
Gemeenteraad voor wegenwerken |
geen |
|
Uiterste beslissingsdatum |
21 mei 2018 |
|
Verslag GOA |
3 mei 2018 |
|
naam GOA |
Wim Van Roosendael |
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
Er zijn geen aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, die om hun standpunt gevraagd moesten worden.
Er werd een aanvraag tot omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
|
Projectnummer : |
OMV_2018018118 |
|
Gegevens van de aanvrager: |
mevrouw Cemile Baskaya met als adres Trapstraat 39 te 2060 Antwerpen |
|
Ligging van het project: |
Trapstraat 39 te 2060 Antwerpen |
|
Kadastrale gegevens: |
afdeling 7 sectie G nr. 236R3 |
|
Vergunningsplichten: |
stedenbouwkundige handelingen |
|
Voorwerp van de aanvraag: |
regulariseren van het wijzigen van de voorgevel en verbouwing van de buitenruimten |
Relevante voorgeschiedenis
Laatst vergunde toestand
Bestaande toestand
Inhoud van de aanvraag:
Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.
Het college beslist om de omgevingsvergunning te weigeren.