Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.
Externe adviezen
|
Adviesinstantie |
Datum advies gevraagd |
Datum advies ontvangen |
Advies |
|
Digit - brandweer/ risicobeheer/ preventie |
26 april 2018 |
24 mei 2018 |
Ongunstig |
Interne adviezen
|
Adviesinstantie |
Datum advies gevraagd |
Datum advies ontvangen |
|
stadsontwikkeling/ mobiliteit |
26 april 2018 |
7 mei 2018 |
|
DL adresbeheer (huisnummers) |
26 april 2018 |
Geen tijdig advies ontvangen |
|
stadsontwikkeling/ onroerend erfgoed/ monumentenzorg |
26 april 2018 |
24 mei 2018 |
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan "Binnenstad", goedgekeurd op 26 april 2012. Volgens dit ruimtelijk uitvoeringsplan ligt het goed in een zone voor overdruk - detailhandel - dh en in een artikel 1: zone voor wonen - (wo1).
Gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.
Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’
De aanvraag ligt niet in een verkaveling.
De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het ruimtelijk uitvoeringsplan
Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen
De verordening hemelwater is niet van toepassing op de aanvraag.
Algemene bouwverordeningen
Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen
Sectorale wetgeving
geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
Watertoets: overeenkomstig artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets.
Het voorliggende project heeft een beperkte oppervlakte en ligt niet in een overstromingsgevoelig gebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld dat geen schadelijk effect wordt veroorzaakt.
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
Beoordeling afwijkingen van de voorschriften
Er zijn geen private of gemeenschappelijke buitenruimten voorzien door het creëren van een bijkomende woongelegenheid. Gezien het hier echter een hoekpand betreft en dit volledig ingesloten is door de naastliggende panden, is er geen mogelijkheid om achteraan buitenruimten te voorzien. Vooraan balkons voorzien is niet kenmerkend in de straat en zou afbreuk doen aan het straatbeeld. Er kan gemotiveerd een afwijking toegestaan worden via artikel 3 van de bouwcode.
Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)
Het algemene principe is dat een bouwaanvraag in vele gevallen een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien, het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).
De parkeernormen uit de bouwcode artikel 30 (tabel) goedgekeurd door het college op 25 oktober 2014 en herzien op 1 maart 2018 vormen de facto de algemene beleidslijn voor bouwen, verbouwen, vermeerderen van wooneenheden en functiewijzigingen. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen.
|
Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 1 parkeerplaatsen.
De parkeerbehoefte wordt bepaald op de uitbreiding met 1 wooneenheid. Bij projecten tot 5 wooneenheden is de parkeernorm 1. De werkelijke parkeerbehoefte is 1 (1 x 1 = 1). |
|
De plannen voorzien in 0 nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen.
|
|
Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 0. ‘Voorliggende aanvraag heeft betrekking op een pand met een perceelsbreedte van minder dan of gelijk aan 8 m. Volgens art. 12, §3, 1° (Levendige plint) is een toegangspoort voor een autobergplaats niet toegelaten. ’
|
|
Het (bijgestelde) aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 1.
Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 1. Dit is het verschil tussen het aantal autostal- en/of autoparkeerplaatsen volgens de werkelijke parkeerbehoefte en het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen. Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen van 29 mei 2015. In deze aanvraag is dit dus van toepassing op 1 plaats. |
Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid
De beperkte uitbreiding aan het dak (het rechttrekken van het hellend dak tegen de opgaande scheidingsmuur) heeft geen enkele negatieve invloed op zijn omgeving of het eigen pand.
Visueel-vormelijke elementen en cultuurhistorische aspecten
De werken zijn gesitueerd in een zone die volgens het gewestplan werd ingekleurd als een woongebied met culturele, historische en/of esthetische waarde. In CHE-gebied en voor panden opgenomen in de inventaris wordt de wijziging van de bestaande toestand van elk gebouw en/of constructie onderworpen aan de wenselijkheid van behoud. De wijziging van de bestaande toestand van elk gebouw en/of constructie wordt onderworpen aan de wenselijkheid van behoud. Het behoud van de elementen met historische, stedenbouwkundige, architecturale, bouwhistorische en/of esthetische waarde primeert boven de andere voorschriften. Dit geldt zowel voor het exterieur, als het interieur.
De dienst monumentenzorg adviseert het volgende:
“… Men wenst de bedaking aan te passen vanuit oogpunt monumentenzorg geen bezwaar. De aanpassing aan de bedaking doet geen fundamentele afbreuk aan de erfgoedwaarde van het pand.
Het schrijnwerk in de voorgevel dient uitgesloten uit de vergunning indien niet vergund en op termijn vervangen door correct geprofileerd geschilderd houten schrijnwerk (t-profiel met open bovenlichten)”
De gevelverandering uit 1983 is nooit uitgevoerd, dus vallen we terug op de vergunde toestand van 1971. Hierbij zijn de ramen op de verdieping nog dubbel opendraaiend en zijn er bovenlichten in de ramen in de gevelpui. De huidige ramen zijn recenter geplaatst en dus niet vergund. Het advies van monumentenzorg wordt gevolgd en het schrijnwerk wordt uitgesloten van vergunning.
Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen
De bijkomende woongelegenheid voldoet net aan de minimale oppervlaktevereisten volgens het grondplan. De hoogtelijn van 1,80 m staat op het grondplan en de snede op een verschillende plaats. In deze aanvraag wordt uitgegaan van het grondplan, waardoor voldaan wordt aan de voorschriften. Het bijkomende appartement voldoet aan de actuele eisen wat betreft hinderaspecten, gezondheid en gebruiksgenot.
De onderliggende verdiepingen zijn vergund en maken geen deel uit van deze aanvraag. Het is jammer dat deze niet mee aangepast worden, zoals in voorbespreking wel initieel het plan was. Hierdoor werd het gebruikscomfort enorm verhoogd en verdwenen de hinderaspecten. In het voorontwerp kon men rechtstreeks naar de eigen slaapkamer, terwijl men op de vergunde toestand doorheen de gemeenschappelijke traphal moet. Het had een opportuniteit geweest dit mee aan te passen. Indien deze wijzigingen geen constructieve werken met zich meebrengen kan dit alsnog gebeuren.
De bouwaanvraag werd voorgelegd aan de brandweer voor advies. Dit advies is ongunstig omwille van de vele en belangrijke conceptuele tekortkomingen. De aanpassingen die nodig zijn om tegemoet te komen aan het advies van de brandweer wijzigen de bouwplannen op essentiële punten, waardoor een nieuwe aanvraag noodzakelijk is.
Stedenbouwkundige handelingen
Advies over de stedenbouwkundige handelingen
Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te weigeren, hoofdzakelijk omwille van ongunstig advies brandweer.
|
Procedurestap |
Datum |
|
Indiening aanvraag |
28 maart 2018 |
|
Volledig- en ontvankelijk |
26 april 2018 |
|
Opening openbaar onderzoek |
geen |
|
Afsluiten openbaar onderzoek |
geen |
|
Gemeenteraad voor wegenwerken |
geen |
|
Uiterste beslissingsdatum |
25 juni 2018 |
|
Verslag GOA |
4 juni 2018 |
|
naam GOA |
Brenda Dierckx |
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
De aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, werden om hun standpunt gevraagd.
Ingediende bezwaarschriften en petitielijsten
|
Schriftelijke bezwaarschriften |
Schriftelijke gebundelde bezwaarschriften |
Petitielijsten |
Digitale bezwaarschriften |
|
0 |
0 |
0 |
0 |
Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
|
Projectnummer : |
OMV_2018029129 |
|
Gegevens van de aanvrager: |
de heer Dragoslav Misovic met als adres Schotensteenweg 110 te 2960 Brecht |
|
Ligging van het project: |
Kommekensstraat 19 te 2000 Antwerpen |
|
Kadastrale gegevens: |
afdeling 1 sectie A nr. 544G |
|
Vergunningsplichten: |
stedenbouwkundige handelingen |
|
Voorwerp van de aanvraag: |
vermeerderen van het aantal woonentiteiten van 2 naar 3 door het omvormen van de dakverdieping |
Stedenbouwkundige handelingen
Relevante voorgeschiedenis
Laatst vergunde toestand en bestaande toestand
Inhoud van de aanvraag:
Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.
Het college beslist om de omgevingsvergunning te weigeren.